Vervlogen nachtmerrie in Friesland

Gisteren mocht ik in het Historisch Centrum Leeuwarden mijn lezing houden over Vervlogen dromen in Friesland. Ik had er de afgelopen tijd hard aan gewerkt. Oude tekeningen opgezocht, kaarten bekeken, foto’s verzameld, jaartallen gecontroleerd en mij verdiept in architecten en kunstenaars die ooit met grote plannen aan Friesland voorbijtrokken. Mijn PowerPoint groeide ondertussen gestaag. Eerst waren het een paar beelden, daarna werden het er steeds meer, totdat het geheel een omvang kreeg die weinig meer met een lezing en steeds meer met een kleine ramp te maken had. Op een gegeven moment wist ik niet meer of ik een verhaal aan het voorbereiden was of een archief aan het bouwen. Het verschil bleek vooral theoretisch.

Dus begon ik telkens opnieuw. Niet omdat ik niet wist wat ik wilde vertellen, maar omdat iedere tekening mij weer op een ander spoor zette. Een verkeersweg leidde naar een museum, het museum naar een plein en het plein naar een architect die ik nog niet kende. Voor ik het wist was ik beland in 1987, terwijl mijn lezing eigenlijk over iets heel anders zou gaan. De PowerPoint kreeg daarmee iets van een eigen wil. Ik schoof een beeld naar voren en er kwam een andere toekomst tevoorschijn. Soms zelfs een toekomst die inmiddels alweer verleden tijd was. Uiteindelijk besloot ik de PowerPoint niet meer tegen te werken. Een mens kan ook te veel verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen lezing.

Dat dacht ik tenminste. Want twee dagen voor de lezing gebeurde er iets vreemds. Ik zat opnieuw naar die oude plannen te kijken en ineens dacht ik: wacht eens even. Waarom noem ik dit eigenlijk allemaal dromen? Sommige plannen zijn inderdaad prachtig. Bij andere ontwerpen had ik echter een heel andere reactie. Dan dacht ik niet: wat jammer dat dit nooit is gebouwd. Ik dacht: wat een geluk dat niemand destijds een aannemer heeft gebeld. Dat was het moment waarop de droom van karakter veranderde. Ik bleek niet bezig met een geschiedenis van wat Friesland had kunnen worden, maar met een geschiedenis van wat Friesland ternauwernood is bespaard. Een soort dankbetuiging aan het nooit uitgevoerde.

Een nachtmerrie herken je meestal pas wanneer je wakker wordt. Zolang je erin zit, lijkt alles logisch. De architect tekent een rechte lijn door de stad en iedereen knikt. De verkeersdeskundige rekent uit dat het verkeer daardoor sneller zal rijden en iedereen knikt nog eens. De wethouder spreekt over bereikbaarheid en economische dynamiek. Er wordt een maquette gemaakt en iemand zegt dat Friesland klaar is voor de toekomst. Dat is het moment waarop niemand meer vraagt wat die toekomst eigenlijk met Friesland van plan is. Er is een plan, dus moet de toekomst wel bestaan. En als er ook een maquette van is, is er eigenlijk geen weg meer terug.

Uiteindelijk heb ik aan het AI-programma NotebookLM gevraagd of het een kort filmpje wilde maken van deze nachtmerrie. Ik verwachtte een aardige samenvatting van mijn verhaal, met oude tekeningen, wat muziek en een plechtige stem die zou vertellen dat Friesland ooit grote toekomstplannen had. Maar NotebookLM had zo zijn eigen ideeën, die behoorlijk onaangenaam waren. De beelden werden steeds overtuigender. Alles zag er eigenlijk heel vanzelfsprekend uit. Dat was misschien nog het absurde. Niemand leek zich af te vragen waarom die gebouwen daar stonden. Niemand wist kennelijk dat ze nooit gebouwd waren. Alsof het verleden zich achter onze rug alsnog had laten bouwen.

Daarna had ik een visioen. Ik zag Leeuwarden in het jaar 3000. Nog nooit gebouwd maar wel wat elke stad in dit tranendal te wachten staat. De pleinen waren groter, de gebouwen hoger en de plannen waren eindelijk allemaal uitgevoerd. Zelfs de plannen die elkaar onderling uitsloten. Er reden verkeersstromen door straten die nooit hadden bestaan en ergens stond een architectuurcentrum dat al honderd jaar geleden was geopend. Niemand wist meer waarom. Ik keek naar de stad en begreep ineens dat een droom die lang genoeg duurt vanzelf een nachtmerrie wordt. Toen werd ik wakker. Gelukkig was de zaal vol dit keer.