Kijken naar de Godenzonen

Reageer

It’s all right now

Reageer

Nostalgia

Reageer

De mythe van Ids

Terug naar de essentie der dingen. Dat was in de kern modernistisch erfgoed dat zich bij Ids Willemsma haast geruisloos liet verbinden met een begrip als identiteit. De Friese identiteit, zoals wel eens herkend in zijn werk, is verweven geraakt met een anachronistisch proces van vertraging. Het werd ontdekt in iets dat ogenschijnlijk nieuw was, maar dat elders al op het punt stond te verdwijnen.

De mythe van Ids Willemsma is verweven geraakt met de mythe van de laat-moderne kunst die in Friesland zijn laatste weerstand vond in de mestvorken van het boerenvolk, maar ook behoedzaam geconserveerd werd toen de houdbaarheidsdatum al enige tijd verstreken leek. Daarmee is niet gezegd dat dit oeuvre, dat vijf decennia bestrijkt, inmiddels kan worden bijgezet in het mausoleum van de tijd. Het werk van Ids ontwikkelt zich tot op de dag van vandaag. (…)

Niet alleen in zijn strakke en sobere kunst, maar paradoxaal genoeg ook in zijn flamboyante persoonlijkheid, komt bij Ids het ideaalbeeld naar voren van een typisch Friese kunstenaar, eenbeeld dat telkens weer bevestigd werd in de publiciteit. Zijn imago leek al tijdens zijn leven tot mythische proporties uit te groeien. De Friese media waren altijd verzot op hem… en Idsspeelde dat spel bewust of onbewust mee door gewoon zichzelf te blijven. Op klompen, dat wel. Ooit liep ik samen met hem op de Kurfürstendamm in Berlijn. Ik op schoenen. Ids op klompen… Doch mar gewoan, dat is bêst genoch.

Maar hoe gewoon is het om een natuurtalent te zijn, dat bij de natuur zelf in de leer is geweest?De idealen van het modernisme waren ooit verwoord in de hoogdravende taal van manifesten en nieuwe wereldbeelden. Bij Ids Willemsma wordt dat grote verhaal teruggebracht tot het alledaagse ritme van het leven in de natuur. Wie over de kunst van Ids wil spreken, kan over de mens Ids niet zwijgen. Hij zal het ook moeten hebben over de kippen en eenden die leven op zijn erf. Over zijn hond die hem vergezelt als zijn trouwste kameraad. Het is alsof Ids van begin af aan – zelfs nog voordat hij kunstenaar werd – op kleine schaal de eenheid van kunst en leven heeft ervaren en geleefd. Ook dat maakt deel uit van zijn mythe.

Zo werd Ids werd een naam die op zichzelf kan staan, zoals dat hoort bij mythes. Wat Abe was voor het voetballen, is Ids voor de moderne kunst. Maar wel met één verschil. Ids is wereldberoemd geworden in Friesland.

(Fragment uit: De mythe van Ids. Tekst bij de catalogus van de tentoonstelling IDS in OBE, Leeuwarden)

Reageer

De tijd neemt zijn tijd

Paul Welling scan20001

Deze pentekening van de Notre-Dame in Parijs tekende ik in april 1965 voor het schoolblad De Harpoen van het St. Ignatiuscollege. Dat nummer was geheel gewijd aan een reis naar Parijs, waarvan verslag werd gedaan door leerlingen van klas IV A en IVB. Ik zat toen een klas hoger, in VB, en was net toegetreden tot de redactie van De Harpoen die onder leiding stond van Pim Merlijn, en waarin verder ook nog Gerard Dirks, Wytse Rodenburg, John Smal en Piet Tullenaar zitting hadden. Onlangs werd ik benaderd door een oud-ignatiaan, die destijds in klas IVB zat en bij mij in de buurt woonde. Hij was op zoek naar artikelen van hem uit De Harpoen en zo heb ik hem in ieder geval aan een artikeltje over Parijs kunnen helpen. Parijs was in die dagen de stad waar het verlangen van menig jongeling, als wij toen waren, naar uitging.

Dat Parijs van het juveniele verlangen bestaat niet meer. Behorend tot een generatie, die op de top van de naoorlogse geboortegolf in 
de jaren zestig de middelbare scholen overspoelde, ben ik 
wellicht een der laatste Mohikanen die nog geen pretpakket 
mocht kiezen, en dus Frans heeft moeten leren. Het was de 
tijd van Rosa, Rosa, Rosae. Van Brel, Brassens en Ferré. De 
coryfeeën van het Franse chanson, die in die jaren de toppunt 
van hun roem beleefden, hebben hun poëzie gegrift in het 
geheugen van menig middelbaar scholier, voor wie deze 
teksten hun geheimen langzaam prijsgaven als gedecodeerde 
hiëroglyfen van een verre hoogstaande en benijdenswaardige 
cultuur. Het Franse chanson hoorde bij zwarte coltruien, 
Gitanes en Gauloises, in flessen gestoken druipkaarsen op 
schoolfeestjes, het eerste boek van Sartre of Camus, de terrassen van Saint Germain des Prés, een blik vol van iets – waar wij vandaag de dag niet eens een woord voor hebben – spleen of Weltschmerz.

Zo wierp de brandende Notre Dame mij van de week weer terug in het verleden dat steeds verder verdwijnt in de tijd. Dagen, weken maanden, jaren vliegen als een schaduw heen…. De tijd neemt zijn tijd. .

Reageer