Ik moet eerlijk bekennen dat ik mij inmiddels enige zorgen begin te maken over mijn lezing op 9 september in Tresoar. Een lezing geven is één ding, maar ervoor zorgen dat er ook mensen komen luisteren is iets anders. Je kunt nog zo’n interessant verhaal hebben over Harry Mulisch, psychose en de waan van het schrijven, maar als de zaal leeg blijft, sta je daar toch een beetje voor jezelf te praten. En dat is nu ook weer niet de bedoeling.
Gisteren kreeg ik daarom plotseling een ingeving. Misschien moet ik het helemaal anders aanpakken. Geen gewone lezing dus, maar een poppenkastspel. Het idee kwam eigenlijk vanzelf toen ik opnieuw iets las over Archibald Strohalm, de debuutroman van Harry Mulisch uit 1952. Daarin probeert Strohalm de wereld te verklaren met behulp van een poppenkast. Hij wil de kinderen met zijn eigen spel een nieuwe waarheid laten zien en het verhaal van Ouwe Opa verbeteren. Maar daarbij wordt hij overspoeld door inzichten, visioenen en gedachten die hij onmiddellijk probeert op te schrijven. Zijn oorspronkelijke plan om een poppenkastspel te maken raakt op de achtergrond; zijn hele bestaan wordt nu beheerst door de opdracht om een ‘groot werk’ te scheppen.
Het denken van Strohalm krijgt gaandeweg een religieus, kosmisch en apocalyptisch karakter. Hij meent dat hij toegang heeft gekregen tot een diepere werkelijkheid en probeert die in woorden en beelden te vangen. Tijdens de kermis en de uiteindelijke poppenkastvoorstelling komt alles samen. De roman Archibald Strohalm is achteraf bezien een opmerkelijk vroege voorstudie van een thema dat Mulisch zijn hele schrijversleven zou blijven bezighouden: de schrijver die door zijn eigen scheppingsdrang wordt meegesleurd en die in het schrijven niet alleen een kunstwerk, maar ook een nieuwe werkelijkheid probeert te scheppen.
Waarom zou ik daar geen voorbeeld aan nemen? Ik zie het al helemaal voor me. Op 9 september betreed ik het podium niet met een stapel boeken en een microfoon, maar met een grote houten poppenkast. Achter het gordijntje zitten Harry Mulisch, een psychiater, een schrijver, een psychoticus en misschien ook nog een verdwaalde filosoof. Zelf speel ik natuurlijk de poppenkast-baas die letterlijk alle touwtjes in handen heeft De titel van de voorstelling heb ik ook al bedacht: De waan van het schrijven – Harry Mulisch en de creatieve psychose. Een poppenkast in drie bedrijven.
Het aardige is dat ik dan niet meer hoef uit te leggen wat een creatieve psychose is. Ik kan het gewoon laten zien. In het eerste bedrijf verschijnt Harry Mulisch op het toneel. Hij kijkt de zaal in en vraagt: ‘Wie van jullie denkt eigenlijk dat schrijven iets met de werkelijkheid te maken heeft?’ Vervolgens komt er een andere pop tevoorschijn die roept: ‘Geen mens natuurlijk!’ Waarna de pop van de psychiater antwoordt: ‘Dat is precies het probleem.’ Het lijkt me een veelbelovende opening.
In het tweede bedrijf begint de waan zich te verspreiden. De poppen raken met elkaar in gesprek, verliezen hun tekst en verwisselen van rol. Uiteindelijk weet niemand meer wie de schrijver is en wie het personage. Dat lijkt mij een prachtige illustratie van wat er in het hoofd van een schrijver kan gebeuren. Misschien verschijnt er ook nog een pop die beweert dat hij Harry Mulisch is, waarop Harry Mulisch zelf antwoordt dat hij daar helemaal niets van gelooft.
Het derde bedrijf wordt uiteraard het spannendst. Daarin probeer ik het grote geheim van de creatieve psychose te onthullen. De poppenkast wordt steeds chaotischer, de poppen beginnen door elkaar heen te praten en uiteindelijk valt het gordijn. Stilte. Licht uit. Einde voorstelling. Daarna kom ik weer tevoorschijn en zeg ik: ‘Dames en heren, u hebt zojuist precies gezien waar mijn boek over gaat.’ Het lijkt mij een uitstekend slot.
Er is alleen één klein probleem: ik heb helemaal geen poppenkast. En ook geen poppen. Maar misschien valt daar nog iets op te vinden. Tresoar heeft ongetwijfeld ergens een oude kast staan. En anders neem ik een kartonnen doos mee. Wat de poppen betreft heb ik al enkele kandidaten in gedachten. Harry Mulisch zelf zal natuurlijk niet zo moeilijk zijn. Voor de psychiater kunnen we misschien een oude sok gebruiken. Een schrijver moet met een pen achter zijn oor worden uitgerust. En voor de psychoticus volstaat wellicht een pop die voortdurend van tekst verandert.
Zo begint mijn lezing zich langzaam te ontwikkelen tot een tamelijk curieuze gebeurtenis. Maar misschien is dat helemaal niet zo gek. Een boek over ‘de waan van het schrijven’ kun je misschien beter niet presenteren als een keurige lezing waarin alles netjes op zijn plaats blijft. Misschien moet er juist iets ontsporen. Misschien moet er een moment komen waarop niemand meer weet waar de werkelijkheid ophoudt en de verbeelding begint. Waar de waan de werkelijkheid overneemt.
Zoiets is immers met Archibald Strohalm ook aan de hand. Hij gaat niet voor niets poppenkast spelen om het verhaal van Ouwe Opa te verbeteren. Toch zit ook Strohalm gevangen in zijn eigen waan, in zijn eigen droompaleis. Maar is zoiets niet ook met mijzelf aan de hand? In hoeverre ben ik geheel vrij in mijn eigen denken, doen en laten? Zit ik ook niet gevangen in mijn eigen droompaleis? Gevangen in Friesland bijvoorbeeld, waar ik ooit naar toeging om er nooit meer weg te komen ? Nog steeds niet trouwens. Dat doet me ineens denken aan de Friese parodie die ik ooit schreef op Hotel California:
Welkom in Hotel Fryslân
Een fijne plek, een fijne stek
Plaats zat in Hotel Fryslân
Wanneer je wilt, ’t is echt te gek
Aan elk plafond een spiegel
En een kroonluchter van ijs
Ze zei: we zitten hier gevangen
In ons eigen droompaleis
In stijlkamer en kabinet
Is het elke nacht een feest
En ook al slijpen we het mes
We slachten nooit het beest
Dat is misschien ook de beste omschrijving van de wereld waar Archibald Strohalm in beland is. Alles lijkt een spel, maar niemand kan zomaar ophouden met spelen. Zelfs wanneer je het toneel verlaat, blijft de voorstelling in je hoofd doorgaan. Deze lezing ook: het lijkt wel een poppenkastspel dat ik ga spelen – en inmiddels al aan het spelen ben. Daarin zit ook iets beklemmends. Je denkt dat je een poppenkastspel speelt maar langzaam krijg je het gevoel dat je zelf ook een pop bent in diezelfde poppenkast, een pop die naar jóu kijkt. De spiegel hangt niet langer aan het plafond; hij zit in het verhaal zelf. Je herkent jezelf in de poppen, en juist daardoor wordt het moeilijk om nog te weten wie er eigenlijk aan de touwtjes trekt.
En eerlijk gezegd is er nog een goede reden voor dit nieuwe plan. Ik wil gewoon dat er mensen komen. Want een lezing voor een lege zaal zou toch wel een wat al te schrijnende illustratie zijn van de waan van het schrijven. Daarom probeer ik het maar op deze manier met de poppenkast van Archibald Strohalm. Mocht u op 9 september in Tresoar mij verstopt in die poppenkast aantreffen, dan weet u dat het allemaal begonnen is met mijn angst voor een lege zaal. De toegang is gratis en de inloop begint om 19.30 uur. Om 20.00 uur gaat het gordijn open. Wel graag vooraf hier even aanmelden want het aantal plaatsen is beperkt.
Zie ook: uitnodiging.
