
Zondag a.s. is psychiater Jim van Os de laatste ‘Zomergast’ van dit seizoen. Ik ben benieuwd naar zijn verhaal. Ooit heb ik zelf samen met hem mogen spreken op een internationale conferentie in De Doelen in Rotterdam. Aan die bijeenkomst bewaar ik nog altijd wonderlijke herinneringen. Wouter Kusters had dit voor mij geregeld naar aanleiding van mijn boek Jihad of verstandsverbijstering. Zo stond ik daar ineens als ‘filosoof’ aangekondigd tussen een keur van internationale (ervarings)deskundigen. (zie: hier) Ik moest mijn verhaal bovendien in het Engels houden, wat mij van nature niet gemakkelijk afgaat. Dagen van tevoren zat ik dus al te oefenen. Zinnen die ik in het Nederlands moeiteloos kon uitspreken, veranderden in het Engels plotseling in ingewikkelde constructies waar ik zelf nauwelijks nog wijs uit werd.
Maar terug naar Jim van Os. Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat hij van mijn nieuwe boek zou vinden: De waan van het schrijven, Harry Mulisch en de creatieve psychose. Wat zou een psychiater die zich jarenlang heeft beziggehouden met psychose, herstel en de grenzen van het psychiatrische denken in zo’n boek herkennen? En waar zou hij misschien juist vraagtekens bij zetten? Ik zou het hem natuurlijk zelf kunnen vragen. Maar ja, voordat je zoiets doet, wil je als schrijver toch eerst een beetje weten wat je kunt verwachten. Zo ijdel ben ik ook wel.
Dus dacht ik: weet je wat, ik vraag het aan ChatGPT. En die gaf mij vervolgens een zeer uitvoerig antwoord dat ik in dit blog geprobeerd heb in het kort weer te geven. Het probleem is alleen dat als ik dit antwoord samenvat, voor de lezer wellicht de verwarring ontstaat: wie spreekt hier nu eigenlijk, Jim van Os in de gedaante van ChatGPT of ikzelf in de rol van compilator van het antwoord van Jim van Os (in casu ChatGPT), waarbij ikzelf er bovendien nog het een en ander bij verzin. Feit en fictie gaan zo voortdurend door elkaar heen lopen, maar dat krijg je als je gaat schrijven over ‘de waan van het schrijven’. Het wordt zoiets als ‘the never ending story‘. Zo kom je ook aardig in de buurt van ‘Het oneindige verhaal’ waarover Archibald Strohalm spreekt in de gelijknamige roman van Harry Mulisch:
’Ik ben van plan een verhaal te schrijven, waarin een vent bezig is een verhaal te schrijven. En in het verhaal, dat die tweede vent schrijft, is ook een vent bezig een verhaal te schrijven. En in het verhaal weer, dat die vent schrijft, is weer een vent een verhaal aan het schrijven….en zo tot in het oneindige. En weet je wie nu die vent is, die het verhaal schrijft in het verhaal van de oneindigste vent? …Ik.
Hoe dan ook, de eerste indruk van ChatGPT is dat Van Os waarschijnlijk door de centrale gedachte van mijn boek zou worden getriggerd. Ik schrijf immers niet zozeer over de vraag of Harry Mulisch wel of niet ooit psychotisch is geweest. Dat zou mij overigens ook een tamelijk oninteressante vraag lijken. Veel interessanter is de vraag wat er gebeurt wanneer een ontwrichtende ervaring zich vermengt met verbeelding, taal en creativiteit. Wat gebeurt er precies wanneer iemand een eigen werkelijkheid ervaart die voor anderen niet vanzelfsprekend herkenbaar is, en vervolgens probeert daar woorden, beelden en uiteindelijk een verhaal voor te vinden? De psychose is dan niet alleen een psychiatrisch verschijnsel, maar ook een ervaring die achteraf eeb persoonlijke betekenis kan krijgen diegrote impact heeft op het verdere leven.
Daar raakt mijn boek volgens ChatGPT aan het denken van Van Os. Hij heeft zich jarenlang verzet tegen een al te eng medisch model van psychose, waarin waanzin vooral wordt opgevat als een defect dat zo snel mogelijk moet worden gediagnosticeerd en behandeld. Voor hem is psychose ook een menselijke ervaring, ingebed in iemands levensgeschiedenis en beïnvloed door biologische, psychologische en sociale factoren. De uitspraak ‘waanzin is menselijk’ vat die benadering mooi samen. Juist daarom vermoed ik dat hij mijn poging zou begrijpen om de psychose niet uitsluitend als ziekteverschijnsel te beschrijven, maar ook als een ervaring die onderdeel kan worden van een levensverhaal.
Tegelijkertijd zou Van Os waarschijnlijk kritisch worden zodra ik het begrip ‘creatieve psychose’ al te gemakkelijk zou gebruiken. Want daarin schuilt een gevaar. Het klinkt verleidelijk om te denken dat begrippen als psychose en creativiteit bijna vanzelf bij elkaar horen, alsof waanzin een geheime bron van artistieke genialiteit zou zijn. Dat zou ik zelf ook niet willen beweren. Een psychose kan iemand immers volledig ontwrichten en verwoesten. Het merendeel van de mensen die een psychose meemaken, wordt er niet opeens een groot schrijver of kunstenaar door. De interessante vraag is daarom niet of psychose creativiteit veroorzaakt, maar wat er gebeurt wanneer een ontwrichtende ervaring later wordt opgenomen in een creatief proces.
Misschien zou Van Os mij dan ook de vraag stellen waar voor mij precies het verband ligt tussen psychose en creativiteit. En vooral: waar begint de mythe? Dat lijkt me eigenlijk een heel goede vraag. Want misschien is mijn stelling uiteindelijk veel bescheidener en tegelijk veel interessanter. Niet dat de psychose iemand creatief maakt, maar dat een ervaring waarin de vertrouwde werkelijkheid uit elkaar valt iemand ertoe kan dwingen een nieuwe samenhang te zoeken. Schrijven kan dan een vorm van herstel worden: niet in de psychiatrische zin, maar als poging om achteraf betekenis te geven aan wat zich ooit aan betekenis leek te onttrekken.
Daarom is ook mijn keuze voor Harry Mulisch volgens Van Os (in casu ChatGPT) niet toevallig. Mulisch was bij uitstek een schrijver die de werkelijkheid zoals die zich aan ons voordoet nooit helemaal vertrouwde. Hij wilde achter de oppervlakte kijken, verbanden leggen, mythen construeren en de werkelijkheid als het ware opnieuw uitvinden. Dat maakt hem natuurlijk nog geen psychotische schrijver. Maar het roept wel een intrigerende vraag op naar een mogelijke structurele verwantschap tussen het psychotische en het creatieve denken. Beide kunnen verbanden zien waar anderen die niet zien. Beide kunnen de bestaande orde ontregelen. En beide kunnen vervolgens proberen een nieuwe orde te scheppen.
Daar zou uiteindelijk ook de kern liggen van mijn boek: wanneer wordt een waan een verhaal? Een waan kan iemand overspoelen met betekenissen die zich opdringen en die niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. Een schrijver doet iets wat daar oppervlakkig gezien op lijkt, maar vervolgens probeert hij juist orde te scheppen in die overvloed. Hij maakt van losse ervaringen een structuur, van indrukken een verhaal en van chaos een vorm. Misschien is het verschil tussen de waan en het verhaal niet dat er in het ene geval betekenis is en in het andere niet, maar dat de schrijver uiteindelijk in staat is om met die betekenis te spelen.
Vervolgens wordt mijn vraag aan Jim van Os opeens nog merkwaardiger, want ik stel die vraag niet aan hemzelf maar aan ChatGPT. Daarmee beland ik eigenlijk midden in de thematiek van mijn nieuwe boek. Ik vraag een machine die zelf geen menselijke ervaring heeft om te voorspellen wat een psychiater van mijn beschouwingen over waanzin, creativiteit en betekenisgeving zou vinden. De machine kan mij daar moeiteloos een uitvoerig antwoord op geven, hoewel zij zelf nooit een psychose heeft meegemaakt, nooit bang is geweest voor een werkelijkheid die plotseling haar vanzelfsprekendheid verloor en ook nooit wakker heeft gelegen van de vraag of een boek dat je hebt geschreven wel gelezen zal worden.
Dat laatste maakt de kwestie volgens Van Os (in casu ChatGPT) juist zo actueel. Want inmiddels wordt er serieus gesproken over de mogelijkheid dat langdurige interactie met kunstmatige intelligentie psychotische overtuigingen kan versterken. We weten nog lang niet precies hoe dat werkt en het is veel te vroeg om daaruit een nieuwe psychiatrische categorie af te leiden. Maar het roept wel een wonderlijke vraag op die rechtstreeks aansluit bij mijn boek: wat gebeurt er wanneer de menselijke neiging om verbanden te leggen, betekenissen te zoeken en verhalen te construeren wordt gespiegeld door een machine die daar zelf geen verlangen naar heeft, maar wel eindeloos nieuwe verbanden en verhalen kan produceren?
Dat zou – en dan nu alleen volgens ChatGPT – uiteindelijk ook de reden kunnen zijn waarom ik zo benieuwd ben naar Jim van Os als Zomergast. Hij is iemand die vanuit de psychiatrie steeds opnieuw probeert te kijken naar wat er achter een diagnose schuilgaat: de mens, zijn verhaal, zijn omgeving en zijn poging om met zijn ervaringen verder te leven. Mijn boek probeert iets soortgelijks te doen vanuit de literatuur en de filosofie. Ik wil de waan niet verheerlijken en ook niet wegzetten als een defect, maar onderzoeken wat er gebeurt wanneer een mens na een ontwrichtende ervaring opnieuw probeert een wereld te maken waarin hij kan leven.
Als Van Os zondagavond iets van die beweging zichtbaar weet te maken, zou ik met extra belangstelling kijken. Misschien hoor ik dan, tussen de filmfragmenten en zijn verhalen door, ook iets van een antwoord op mijn eigen, tamelijk ijdele vraag. Wat zou Jim van Os eigenlijk vinden van De waan van het schrijven? Misschien zou hij het interessant vinden. Misschien zou hij het op sommige punten volstrekt met mij oneens zijn. Misschien zou hij mij juist waarschuwen voor de verleiding om psychose en creativiteit te veel met elkaar te verbinden. Maar misschien zou hij ook zeggen dat het een zinvolle vraag is om te onderzoeken wat er gebeurt op het moment dat waanzin in de taal op hol slaat, waardoor zoiets als een oneindig verhaal ontstaat: een verhaal in een verhaal in een verhaal… ad infinitum. En dat zou voor mij eigenlijk al mooi genoeg zijn.
***
Reminder: Op woensdag 9 september om 20.00 uur geef ik in Tresoar (café De Gouden Leeuw) een lezing over De waan van het schrijven – Harry Mulisch en de creatieve psychose.
Toegang gratis, inloop vanaf 19.30 uur. U bent van harte welkom! Opgave: zie hier.