
Het is een wonderlijke zaak. Hoe meer ik eraan trek, hoe meer moeite het mij kost om op 9 september genoeg mensen bij elkaar te krijgen voor mijn lezing in Tresoar. Je zou toch denken: iemand heeft een boek geschreven, dat boek is verschenen, en die schrijver wil daar vervolgens een avondje over vertellen. Gratis en voor niets. Wat wil een mens nog meer? Blijkbaar vooral thuisblijven.
Inmiddels ben ik in een staat van promotionele overspannenheid geraakt die ik tot voor kort voor onmogelijk had gehouden. Via direct mail heb ik meer dan honderd persoonlijke uitnodigingen verstuurd. Honderd! Dat begint toch al aardig op een verkiezingscampagne te lijken. Alleen ontbreekt het mij aan een partijprogramma, een campagnekas en vooral aan kiezers. Mijn enige verkiezingsbelofte luidt: kom op 9 september naar Tresoar, dan vertel ik iets over Harry Mulisch en de waan van het schrijven.
Daarnaast heb ik persberichten verstuurd naar alle relevante Friese sites, fora, media en internet-tijdschriften. Ik heb de digitale deuren langs gelopen, aangebeld en beleefd gevraagd of er misschien ergens een klein hoekje beschikbaar was voor mijn lezing. Maar ook dat blijkt niet eenvoudig. Promotie voor een boek wordt tegenwoordig al snel beschouwd als een commerciële activiteit. Alsof ik een nieuw merk wasmiddel op de markt breng: Huub Mous, nu met extra Mulisch!
Dat is natuurlijk een merkwaardige vergissing. Want aan een boek schrijven en publiceren word je tegenwoordig beslist niet rijk. Eerder arm. Je schrijft, herschrijft, corrigeert, wacht, corrigeert opnieuw, krijgt een drukproef van de uitgever, ontdekt alsnog een fout, corrigeert nog een keer en uiteindelijk ligt daar dan het boek. Een echt boek, met papier, een omslag en een ISBN. Een klein wondertje van menselijke beschaving. En dan begint het echte werk: proberen iemand zover te krijgen dat hij het ook wil lezen.
Dat laatste is nog niet zo eenvoudig. De schrijver die maanden of jaren in volstrekte afzondering aan zijn boek heeft gewerkt, verandert plotseling in een marktkoopman. Hij moet zijn koopwaar aanprijzen, zijn publiek zoeken en vooral niet de indruk wekken dat hij wanhopig is. Dat laatste valt niet mee wanneer je ondertussen voortdurend denkt: als er maar genoeg mensen komen. Je verstuurt een uitnodiging, wacht af, verstuurt er nog een, kijkt in je mailbox en begint vervolgens aan jezelf te twijfelen.
En toch is het onderwerp, zou ik denken, niet geheel oninteressant. Harry Mulisch, psychose, schrijven, creativiteit, kunstmatige intelligentie, auteurschap en de vraag wat er gebeurt wanneer ontregeling en verbeelding elkaar raken. In mijn lezing vertel ik bovendien over mijn eigen psychose uit 1966. Dat maakt het verhaal misschien wat persoonlijker, maar ook wat ongemakkelijker. Want zodra een schrijver over zijn eigen waanzin begint, begeeft hij zich op een merkwaardig grensgebied tussen literatuur, filosofie en psychiatrie.
Het manuscript van De waan van het schrijven werd bovendien bekroond met de Van Helsdingen-prijs van de Stichting Psychiatrie en Filosofie. Dat zou toch minstens goed moeten zijn voor een paar stoelen. Maar ondertussen kijk ik vooral naar al die stoelen die nog leeg zijn. Misschien is dat wel het meest wonderlijke aspect van een lezing geven. Je kunt jaren schrijven over de grote vragen van het bestaan, maar uiteindelijk draait alles op zo’n avond om één heel concrete vraag: hoeveel mensen zitten er om acht uur in de zaal?
Daarmee is de schrijver ongemerkt ondernemer geworden. Niet van een winstgevend bedrijf, maar van een onderneming waarvan de belangrijkste kapitaalgoederen bestaan uit woorden, gedachten en een stapel boeken. De omzet is gering, de overhead is hoog en de aandeelhouder is meestal dezelfde persoon als de schrijver. Van marketing had ik vroeger dan ook nooit gedacht dat ik er nog eens mijn levenswerk van zou maken. Maar nu stuur ik uitnodigingen rond alsof ik een nieuw politiek tijdperk probeer in te luiden.
Misschien moet ik daar maar om lachen. Want klagen heeft weinig zin. Een boek schrijven is uiteindelijk een nogal merkwaardige daad van vertrouwen. Je schrijft iets waarvan je hoopt dat het iemand zal bereiken, zonder dat je ooit kunt weten wie dat zal zijn. En misschien geldt hetzelfde voor een lezing. Je nodigt mensen uit en hoopt dat ze komen. Meer kun je eigenlijk niet doen. Dus blijf ik nog maar even trekken aan het touw. Wie weet ontstaat er op 9 september alsnog een wonderlijk fenomeen: een zaal vol mensen die vrijwillig naar een schrijver zijn komen luisteren.
En als dat lukt, zal ik die avond waarschijnlijk allereerst vertellen dat de waan van het schrijven is dat je in de veronderstelling verkeert dat de wereld op al dat geschrijf van jou zit te wachten. Mocht u alsnog belangstelling hebben, kom dan vooral op 9 september naar Tresoar. De toegang is gratis en de inloop begint om 19.30 uur. Wel graag vooraf hier even aanmelden want het aantal plaatsen is beperkt. Zeer beperkt. Zoals ook mijn vertrouwen in een volle zaal. Maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ook niet uit Tresoar.