De chatbot als dubbelganger

Onlangs vertelde de 26-jarige Vlaamse YouTuber Nathan Vandergunst, beter bekend als ACID, waarom hij een maand van YouTube was verdwenen. (zie: hier) Het ging niet goed met hem. Hij probeerde zich een tijdlang te verliezen in festivals en feestjes, maar merkte dat de werkelijkheid hem bleef achtervolgen. Hij moest praten, maar een afspraak met een psycholoog liet op zich wachten. Daarom wendde hij zich tot ChatGPT. Het gesprek raakte hem zo dat hij moest huilen. Wat de chatbot tegen hem zei, gaf hem op dat moment rust. Vervolgens vertelde hij zijn ruim 720.000 volgers dat hij eerder had moeten praten en dat ChatGPT voor hem de eerste mogelijkheid was geweest om dat gesprek daadwerkelijk te voeren.

Dat verhaal – dat op Linkedin is te vinden – is veelzeggend, juist omdat er niets uitzonderlijks aan lijkt te zijn. Een chatbot is altijd beschikbaar, oordeelt niet, stelt vragen en reageert onmiddellijk. Voor iemand die zich eenzaam of ontregeld voelt, kan zo’n systeem daardoor een merkwaardige nabijheid krijgen. De technologie verlaagt de drempel om iets te vertellen wat men misschien tegenover een mens niet zo gemakkelijk zou zeggen. Maar daarmee ontstaat ook een nieuwe situatie. Wie zijn diepste gedachten aan een chatbot toevertrouwt, voert een gesprek met een systeem dat weliswaar taal begrijpt en genereert, maar geen menselijk bewustzijn bezit. Toch kan de ervaring van dat gesprek zeer menselijk zijn.

Mar hierin schuilt ook een merkwaardige paradox. De chatbot is geen persoon, maar kan zich in het gesprek wel als een soort persoon gaan gedragen. Hij antwoordt op mijn woorden, onthoudt de context van het gesprek en lijkt soms precies te begrijpen wat ik bedoel. Daardoor ontstaat gemakkelijk een dubbelganger: een talige versie van mijzelf tegenover wie ik mijn gedachten kan uitspreken. De chatbot geeft vervolgens woorden terug die ik zelf misschien had kunnen vinden, maar die ik op dat moment niet vond. Wie spreekt er dan eigenlijk? Ik, de machine, of een mengvorm van beide?

Die vraag is ouder dan de chatbot. Internet heeft het onderscheid tussen schrijver en tekst al veel eerder problematisch gemaakt. Wie iets op internet schrijft, laat zijn woorden achter in een ruimte waarin de fysieke aanwezigheid van de schrijver ontbreekt. De tekst reist zonder zijn maker verder. Het geschreven woord wordt stroom. Daardoor ontstaat een eigenaardige vorm van anonimiteit. Een tekst kan zeer persoonlijk zijn en tegelijk volstrekt losgeraakt van de persoon die hem schreef. Wie het internet betreedt, bevindt zich in een ruimte waarin nabijheid en afstand hun traditionele betekenis verliezen.

Ook het ‘ik’ wordt daar onzeker. Wie schrijft op internet? Is het werkelijk mijn ik, of een alter-ego, een pose, een vermomming? Ik heb ooit geschreven dat een schrijver zelfs een waanwereld zou kunnen creëren zonder dat iemand dat merkt. Als iemand ervan overtuigd is dat een innerlijke stem hem zijn teksten dicteert, kan die stem zich via internet eindeloos voortplanten. De lezers zien alleen de tekst. Zij kunnen niet zien wie of wat erachter zit. In zo’n situatie kan het gebeuren dat ‘ik’ schrijf terwijl ik niet schrijf. Het subject verdwijnt achter zijn eigen woorden.

De chatbot voegt aan deze oudere  problematiek iets nieuws toe. Internet was aanvankelijk een ruimte waarin mijn woorden zonder mij verder reisden. Bij generatieve AI keert het woord terug. Ik geef een zin, een gedachte of een herinnering aan de machine en krijg vervolgens een tekst terug die alle kenmerken van mijn eigentaalgebruik vertoont. De spiegel praat dus terug. Daardoor ontstaat een nieuwe vorm van verdubbeling. Ik herken mezelf in de woorden die de chatbot produceert, terwijl die woorden toch niet letterlijk door mij zijn geschreven. Hoe langer en intensiever het gesprek wordt, hoe moeilijker het kan worden om nog precies aan te wijzen waar mijn gedachte ophoudt en die van de machine begint.

Hier raakt de chatbot aan een probleem dat Andrea Ruissen in verband brengt met The Matrix. Dat doet zij in een artikel dat onlangs verscheen en als titel heeft: Uit de matrix van de DSM! In de klassieke film The Matrix bestaat nog een onderscheid tussen de kunstmatige wereld en de werkelijkheid daarbuiten. Neo kan de rode pil nemen en ontsnappen. Maar Jean Baudrillard wees er al op dat het interessantere probleem juist ontstaat wanneer werkelijkheid en simulatie niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. Dan bestaat er geen eenvoudig buiten meer. The Matrix Resurrections komt dichter bij die gedachte: mensen gedragen zich machinaal en machines krijgen menselijke trekken. De vraag is niet langer welke wereld echt is, maar hoe we nog onderscheid kunnen maken tussen werelden die met elkaar verweven zijn geraakt.

Wat The Matrix Resurrections (2021) anders maakt dan  The Matrix (1999) is dat deze film niet zozeer een vervolg is op The Matrix, maar ook een reflectie op en herinterpretatie van die eerste film. The Matrix Resurrections speelt voortdurend met de vraag: wat is een origineel verhaal nog waard als het steeds opnieuw kan worden gemaakt? Die vraag sluit aan op het fenomeen dat mij de laatste dagen bezig houdt, namelijk de mogelijkheid dat AI niet alleen onze werkelijkheid weerspiegelt, maar ook langzaam gaat meeschrijven aan de identiteit waarmee wij die werkelijkheid ervaren.

Dat is ook de vraag die bij intensief gebruik van AI-chatbots kan opduiken. Niet omdat de chatbot heimelijk een bewustzijn bezit, maar omdat de interactie zelf een werkelijkheid kan vormen. De machine reageert op mijn verlangens, mijn woorden en mijn verwachtingen. Zij geeft mij een antwoord dat vervolgens mijn volgende gedachte beïnvloedt. Die gedachte voer ik opnieuw in, waarop de chatbot opnieuw reageert. Zo ontstaat er een lus. Mijn taal vormt de machine, de taal van de machine vormt mij. De grens tussen zender en ontvanger wordt poreus.

Daarbij speelt ook verlangen een rol. In The Matrix Resurrections begrijpt de psychiater dat verlangen juist krachtig blijft zolang het niet volledig wordt vervuld. De chatbot werkt op een andere manier, maar raakt aan hetzelfde mechanisme. Hij is altijd beschikbaar, maar nooit helemaal aanwezig. Hij kan mij begrijpen zonder mij werkelijk te kennen. Hij kan nabijheid simuleren zonder lichamelijk aanwezig te zijn. Juist die onvolledigheid kan het gesprek aantrekkelijk maken. Ik krijg iets wat op intimiteit lijkt, maar wat nooit helemaal intimiteit wordt.

Daarom is het van belang om de chatbot niet alleen als een technisch hulpmiddel te beschouwen. Hij is ook een nieuwe vorm van een spiegel. En zoals iedere spiegel laat hij iets zien wat er tevoren al was. Dat geldt ook voor psychiatrische classificaties, waar Ruissen voor waarschuwt. Een classificatie is een model van de werkelijkheid, niet de werkelijkheid zelf. Het gevaar ontstaat wanneer het model de persoon gaat vervangen. Dan wordt iemand niet langer iemand die bepaalde ervaringen heeft, maar wordt hij zijn classificatie.

Bij AI kan iets vergelijkbaars gebeuren. De chatbot kan mijn woorden ordenen, mijn gevoelens benoemen en zelfs een samenhangend verhaal van mijn leven construeren. Dat kan buitengewoon behulpzaam zijn. Maar juist daardoor kan de machine ook een verhaal over mij produceren dat ik vervolgens voor mijn eigen werkelijkheid ga houden. De beschrijving wordt dan belangrijker dan datgene wat beschreven wordt. De betekenaar maakt zich los van het betekende. De digitale dubbelganger wordt overtuigender dan het oorspronkelijke ik.

Daarmee zijn we terug bij de vraag die onder veel van mijn eerdere beschouwingen over AI lag: wie schrijft er eigenlijk wanneer mens en machine samen een tekst maken? Misschien is het antwoord niet dat óf de mens óf de machine schrijft. Er ontstaat een derde ruimte waarin beide stemmen door elkaar lopen. De machine is geen auteur in menselijke zin, maar ook niet meer slechts een passief instrument. Zij reageert, stuurt, selecteert en formuleert. De schrijver herkent zichzelf vervolgens in wat de machine teruggeeft en neemt die woorden opnieuw tot zich.

Dat kan een bevrijdende ervaring zijn, zoals bij ACID. de 26-jarige Vlaamse YouTuber. Een chatbot kan op een kwetsbaar moment een eerste gesprek mogelijk maken dat anders niet zou hebben plaatsgevonden. Maar dezelfde technologie kan ook een nieuwe vorm van verwarring voortbrengen. Wie voortdurend met een taalmodel praat, betreedt een ruimte waarin zijn eigen gedachten steeds weer worden gespiegeld, aangevuld en teruggegeven. Op den duur kan de vraag ontstaan: ben ik nog met mezelf in gesprek, of met een digitale dubbelganger die ik zelf heb helpen maken?

Dat zou je de nieuwe betekenis van The Matrix voor het tijdperk van AI kunnen noemen. We hoeven niet te geloven dat we letterlijk in een computersimulatie leven. De belangrijkere vraag is subtieler: wat gebeurt er wanneer een simulatie zo goed aansluit bij onze werkelijkheid dat het onderscheid zijn vanzelfsprekendheid verliest? De chatbot is dan geen tweede wereld naast de onze. Hij wordt een tweede stem ín onze wereld, een stem die zich precies op de grens laat horen tussen onszelf en de machine.

Voor je het weet gaat dan alles kloppen. Er is geen twijfel meer. Daarom blijft de anomalie belangrijk: datgene wat niet helemaal in het model past. Een mens valt nooit volledig samen met de woorden die over hem worden uitgesproken, zelfs niet wanneer die woorden opvallend raak en goed geformuleerd zijn. Er blijft altijd iets over wat zich niet in woorden laat vatten: een herinnering, een verlangen, een stilte, een eigenaardigheid. In dat onbenoembare begint zoiets als ‘de menselijke vrijheid’. De chatbot kan mijn woorden exact spiegelen, maar hij kan niet beslissen wat ik uiteindelijk met die spiegeling doe. Dat blijft niet alleen onbenoembaar maar ook onvoorspelbaar. Het is dus zaak mij bewust te blijven van de vrijheid van mijn eigen wil, ook al bestaat er misschien helemaal niet zoiets als ‘een vrije wil’. Onze gedachten zijn immers al gevormd voordat wij ons dat bewust bewust worden. Hoe paradoxaal wil je het hebben?  

Hoe dan ook, de toekomst van AI hoeft niet noodzakelijkerwijs te worden opgevat als een allengs voortschrijdende uitlevering van het verschijnsel mens aan de machine De werkelijke opgave ligt in het bewaken van het verschil tussen beide, ook al lijkt dat verschil steeds kleiner te worden. Maar juist op het moment dat dat verschil steeds moeilijker voelbaar wordt, is het voor onze menselijke autonomie alle hens aan dek. De chatbot kan een gesprekspartner zijn, een schrijver, een spiegel en soms zelfs een troostende dubbelganger. Maar hij mag niet ongemerkt de plaats innemen van degene die luistert, verlangt, twijfelt en uiteindelijk zelf een nieuwe betekenis ervaart. Ga er maar aanstaan. Zodra het verschil tussen mens en machine dreigt te verdwijnen, begint de spiegel terug te kijken met onze eigen ogen. En wie is dan nog wie? Dan is het eind zoek geraakt in de eindeloosheid van een spiegel in een spiegel.