It was 20 years ago today

Vandaag is het dan zover. Het is op de dag af twintig jaar geleden dat ik mijn eerste blog publiceerde. (Zie hier) Op 20 april 2006 typte ik met de plechtigheid van iemand die een grondwet ondertekent de woorden: Ik blog, dus ik besta. Achteraf bezien was dat een stoutmoedige uitspraak. Menig mens heeft immers eeuwenlang bestaan zonder ooit een blog te schrijven. Sommigen zelfs voorbeeldig.

Het voelde destijds als de eerste stap op de maan. Een kleine stap voor een mens, maar een reuzensprong voor iemand die tot dan toe hardnekkig had volgehouden nooit aan een weblog te zullen beginnen. Ik behoorde tot het type scepticus dat zich uiteindelijk altijd door de tijdgeest laat overrompelen, zij het mokkend en met enige vertraging.

De vormgeving was niet van mijzelf, maar van mijn zoon Jurriaan, die veel beter begreep wat een computer was dan ikzelf. (en nog steeds) Ik was laat bekeerd tot het nieuwe geloof van internet en weblogs, vermoedelijk blogger nummer 1.987.345 van Nederland, ergens tussen een hobby-imker uit Zutphen en een boze man uit Almere die dagelijks over het parkeerbeleid schreef.

Toch sprak ik meteen de ambitie uit om elke dag trouw mijn taak te vervullen, ook als ik niets te melden had. Dat bleek een gevaarlijke belofte. Het niets is namelijk omvangrijker dan men denkt en dient zich met grote regelmaat aan.

Twintig jaar later staat de teller op 4167 blogs. Een getal dat zelfs mij met stille argwaan vervult. Als elk blog gemiddeld duizend woorden telt, heb ik ongeveer 4.167.000 woorden geschreven. Deel je dat door 100.000 woorden per boek, dan kom je uit op ruim 41 boeken. Een respectabele plank literatuur, zij het zonder ruggen, zonder stofomslag en grotendeels geschreven in pyjama.

Ik heb in die twintig jaar van alles voorbij zien komen: herinneringen, beschouwingen, dwaalwegen, inzichten, misverstanden, reizen, kunst, Friesland, geloof, ongeloof en de dagelijkse verbazing over een wereld die zich hardnekkig onlogisch gedraagt. Soms schreef ik uit enthousiasme, soms uit ergernis, soms om iets vast te houden dat anders zou verdwijnen. Vaak ook simpelweg omdat schrijven de goedkoopste vorm van denken bleek.

Een blog is een merkwaardig genre. Het hangt ergens tussen dagboek en pamflet, tussen archief en flessenpost, tussen biechtstoel en roepende in de digitale woestijn. Je gooit woorden de wereld in en hoopt dat iemand ze leest. Soms komt er antwoord, soms blijft het stil. Maar ook stilte is op internet een vorm van aandacht, zij het de meest passief-agressieve variant.

Inmiddels bestaan weblogs bijna archeologisch. Ze stammen uit een tijd dat mensen nog dachten dat het internet vrijheid zou brengen, kennis zou verspreiden en als kattenfilmpjes onschuldig zou blijven. Daarna kwamen de algoritmen, advertenties en de professionele verontwaardiging.

Toch ben ik gebleven. Misschien uit gewoonte, misschien uit koppigheid, misschien omdat een mens ergens moet bestaan en de woningmarkt op ander planeten weinig ruimte laat. Misschien ook omdat iedere ochtend opnieuw dat lege scherm verschijnt met de uitdagende blik van een ober die vraagt: “En, weet u het al?”

Nee, ik weet het nog steeds niet, maar….

You’re such a lovely audience
We’d like to take you home with us

En dus ga ik maar gewoon door. Ook als ik niets te melden heb. Juist dan misschien. Ik blog nog steeds, dus ik besta nog altijd – al zal de geschiedenis daar ooit anders over gaan denken.