De hardnekkigheid van de dubbelganger

Naomi Klein beschrijft in haar boek Dubbelganger. Een reis naar de spiegelwereld een merkwaardig verschijnsel. Wanneer mensen je voortdurend verwarren met iemand anders, kun je er soms beter aan doen die verwarring niet te bestrijden. Want hoe nadrukkelijker je probeert duidelijk te maken dat je die ander niet bent, des te sterker kan de associatie tussen jullie beiden worden. Je ontkent de verwisseling, maar door dat te doen bevestig je onbedoeld telkens opnieuw dat er een verband bestaat. Je raakt verstrikt in een merkwaardige paradox: om jezelf te kunnen blijven, moet je steeds opnieuw uitleggen wie je niet bent.

Klein kent dit verschijnsel uit eigen ervaring. Haar naamgenoot Naomi Wolf werd in de loop der jaren steeds vaker met haar verward. Dat was aanvankelijk een betrekkelijk onschuldige vergissing, maar kreeg een andere lading toen Wolf zich steeds nadrukkelijker ging manifesteren met complottheorieën en merkwaardige politieke standpunten. Klein voelde zich genoodzaakt afstand te nemen van uitspraken waarmee zij niets te maken wilde hebben. Maar iedere correctie bracht beide namen opnieuw bij elkaar. De sociale media versterkten die associatie nog eens. Het algoritme maakte nauwelijks onderscheid tussen een ontkenning en een bevestiging. Beide waren immers nieuwe verbindingen tussen dezelfde twee namen. Zo kon de poging om de verwarring op te heffen juist bijdragen aan haar voortbestaan. Ook een nare opmerking over jezelf kun je beter niet herhalen in je verweer ertegen. Voor je het weet gaat die nare opmerking viraal.

Een beroemd voorbeeld van deze domme handelwijze leverde ooit de judoka en IOC-bobo Anton Geesink. Zijn tegenstander Hans Blankert, oud-voorzitter van NOCNSF, werd door Geesink voor de rechter gedaagd vanwege een vermeende reputatiemoord. Blankerts verweer was kort en krachtig: ‘Geesink staat op zijn eigen schoenen te plassen’, zo verklaarde hij. Omslachtig legde Geesink daarop uit dat hij nog uitstekend in staat was zonder hulp niet op zijn eigen schoenen te plassen. Gevolg: de uitspraak van Blankert werd geschiedenis en daarna talloze malen herhaald, zelfs hier weer in dit blog.

Maar als je een dubbelganger hebt die geregeld opduikt in de media, kun je beter helemaal stil houden. Zelf ken ik dit verschijnsel uit eigen ervaring Toen ik nog bij Keunstwurk werkte, werd ik nogal eens aangezien voor de directeur van die instelling. Dat was ik helemaal niet. Sinds het bestuur van Keunstwurk in 1997 in zijn wijsheid had besloten mij niet tot directeur te benoemen, nadat ik naar die functie had gesolliciteerd, waren er kennelijk mensen gaan denken dat ik die benoeming tóch had gekregen. Hoe meer ik ontkende dat ik directeur was, hoe minder geloofwaardig mijn ontkenning blijkbaar werd. Overigens heb ik heel wat sollicitaties in mijn beroepsmatige leven de mist in zien gaan. Vaak dacht men zoiets als: ‘Die brutale praatjesmaker willen we niet hebben, die is zo al lastig genoeg’ 

Hoe dan ook, vooral in de Leeuwarder Courant werd ik nog al eens opgevoerd als ‘directeur Keunstwurk’. Aanvankelijk probeerde ik zulke vergissingen nog recht te zetten. Ik stuurde de betreffende journalist een mailtje waarin ik vriendelijk maar nadrukkelijk liet weten dat ik géén directeur was. Dat hielp meestal niet, integendeel. Het misverstand leek zich eerder te verspreiden dan te laten corrigeren. Op een gegeven moment kreeg ik zelfs een mailtje terug van iemand die mij vroeg hoe die instelling dan heette waarvan ik kennelijk wél directeur was.

Toen ben ik ermee opgehouden. Er is bijna geen krant of omroep die mij niet ooit tot directeur van Keunstwurk heeft benoemd. Omrop Fryslân, het Friesch Dagblad, de Leeuwarder Courant, maar ook landelijke media als de Volkskrant, NRC en zelfs het NOS Journaal hebben zich aan deze merkwaardige persoonsverwisseling schuldig gemaakt. Omgekeerd werd de officier van justitie Henk Mous in de Leeuwarder Courant nog al eens aangeduid als Huub Mous. Die goede man moet er misschien wel horendol van zijn geworden.

Nogmaals corrigeren van zo’n misverstand heeft weinig zin.Tegen zoiets was geen kruid gewassen. Misschien wilden mensen gewoon dat het zo was. Het beeld dat zij zich eenmaal van mij hadden gevormd, bleek sterker dan de werkelijkheid. Ik kon wel blijven vertellen dat ik niet de directeur was, maar daarmee leek ik alleen maar de indruk te bevestigen dat er iets bijzonders aan de hand was. Het merkwaardige was dat ik op den duur zelf bijna ging twijfelen aan de zin van mijn ontkenningen. Alsof er een parallelle werkelijkheid was ontstaan waarin ik wel degelijk directeur was.

Ooit werd ik gevraagd om de tentoonstelling De Open Stal in Oldeberkoop te openen. Op een zaterdagochtend stond ik voor een volle zaal toen de voorzitter mij aankondigde met de woorden: ‘En dan geef ik nu het woord aan de directeur van Keunstwurk.’ Ik heb hem nog beleefd gecorrigeerd voordat ik aan mijn openingswoord begon. Maar ik zag hem olijk kijken. Hij gaf zelfs een knipoog aan de zaal. Het leek alsof hij dacht: altijd vol grapjes, die man. Mijn correctie werd kennelijk opgevat als een vorm van ironie. Ik kon zeggen wat ik wilde, maar zelfs mijn eigen ontkenning werd onderdeel van het misverstand. Als ik visitekaartjes had laten drukken met de tekst ‘geen directeur van Keunstwurk’, zou dat de verwarring vermoedelijk alleen maar groter hebben gemaakt.

Achteraf bezien begrijp ik daardoor iets beter wat Naomi Klein bedoelt. Een persoonsverwisseling kan een eigen leven gaan leiden en zich uiteindelijk losmaken van de werkelijkheid waaruit hij ooit is voortgekomen. Het wordt niet langer getoetst aan feiten, maar aan zichzelf. Iedere herhaling maakt het vertrouwder en daardoor geloofwaardiger. De correctie wordt op haar beurt weer onderdeel van het verhaal. Wat begon als een vergissing, verandert zo in een zichzelf bevestigende constructie. De werkelijkheid heeft het nakijken.

Er is daarbij ook een psychologisch mechanisme in het spel. Zodra je je publiekelijk gaat verdedigen tegen een verkeerde voorstelling van jezelf, maak je die voorstelling tot het middelpunt van de aandacht. Je wordt gedwongen je identiteit te formuleren in termen van wat je niet bent. De ander bepaalt dan ongemerkt de contouren van je eigen bestaan. Je blijft reageren op een beeld dat je zelf niet hebt gemaakt, maar dat je door iedere reactie opnieuw van energie voorziet. Misschien is dat wel de grootste macht van de dubbelganger: hij hoeft je niet eens te overtuigen dat hij jou is. Het volstaat dat anderen het geloven.

Klein trekt uit haar ervaring een opmerkelijke conclusie. Je kunt de dubbelganger beter niet uitsluitend bestrijden, maar proberen te begrijpen wat hij je te vertellen heeft. Dat betekent niet dat je de verwarring moet accepteren of dat je de waarheid maar moet laten voor wat zij is. Het betekent eerder dat je moet ophouden je identiteit volledig te laten bepalen door de strijd met degene voor wie je wordt aangezien. De dubbelganger verdient onderzoek, geen eindeloze polemiek. Misschien toont hij iets wat je zelf niet ziet, of iets wat in de buitenwereld inmiddels een eigen bestaan heeft gekregen.

Wat we met alle macht buiten onszelf proberen te houden, kan juist daardoor een hardnekkige aanwezigheid krijgen. De dubbelganger is niet alleen een psychologisch verschijnsel, een afsplitsing van het eigen ik. Hij wordt ook geproduceerd en in stand gehouden door de media, door algoritmen en door een collectieve verbeelding die zich weinig aantrekt van de feiten. De spiegel staat niet langer alleen in onze eigen psyche, maar midden in de publieke ruimte.

Misschien is dat uiteindelijk de meest absurde kant van dit verschijnsel. Je kunt zo lang ontkennen dat je iemand anders bent, dat je op den duur zelf de indruk wekt dat je iets te verbergen hebt. En hoe overtuigender je probeert de waarheid te vertellen, hoe minder mensen je geloven. Ik heb nooit directeur van Keunstwurk willen zijn nadat ik niet in die functie was benoemd, maar in de publieke herinnering ben ik het kennelijk toch geworden. Soms vraag ik me af of ik destijds niet gewoon had moeten zwijgen. Dan was ik misschien nog steeds geen directeur geweest, maar had tenminste niemand het geweten.

Ook Naomi Klein lijkt zich in haar boek voortdurend te moeten verontschuldigen voor de aandacht die zij aan haar dubbelganger besteedt. Ze stapelt de disclaimers op elkaar om duidelijk te maken dat haar boek eigenlijk niet over Naomi Wolf gaat, terwijl ze ondertussen heel wat pagina’s aan haar besteedt. Misschien schuilt ook daarin een zekere ijdelheid: de behoefte om je te distantiëren van iemand die je tegelijkertijd zo belangrijk maakt en het misverstaand zo misschien wel in stand houdt. Noami Wolf was wat dat betreft wijzer, want die heeft nooit gereageerd op het verzoek van Noami Klein om er eens samen over te gaan praten.

Ik herken daar wel iets in. Want kijk, ik schrijf er zelf inmiddels ook alweer een heel verhaal over. Blijkbaar is zelfs de poging om aan je dubbelganger te ontkomen een uitstekende manier om hem in leven te houden. En misschien is dat nog wel de meest ijdele vorm van zelfbevestiging: je beklagen over de schaduw die je achtervolgt, in de heimelijke hoop dat iemand er nog even naar kijkt.

Maar er is nog iets. Naomi Klein neemt een persoonlijke ervaring als uitgangspunt: de confrontatie met haar mediageniek  dubbelganger, die haar reputatie aantast en haar identiteit ondermijnt. Van daaruit ontvouwt zij een veelomvattende analyse van een wereld die steeds meer in haar eigen spiegelbeelden verstrikt raakt: van complottheorieën en klimaatontkenning tot het Israëlisch-Palestijnse conflict en de narcistische oorlogszucht van wereldleiders. Dat levert vaak briljante inzichten op, maar leidt ook ook tot een ongemakkelijke vraag op: is haar uitgangspunt niet te beperkt om zo’n veelheid aan wereldproblemen te verklaren?

Ik stel die vraag niet zonder enige gêne, want ook ik ben geneigd mijn eigen persoonlijke geschiedenis — mijn adolescentiepsychose — tot een denkmodel te verheffen waarmee ik de wereld en haar raadsels probeer te doorgronden. Het is een verleidelijk procédé: je maakt van je eigen problematiek een sleutel tot het wereldgeheim en ontdekt vervolgens overal sloten die erop passen. Zo wordt je eigen persoon ongemerkt de navel van een wereld die je juist wilt begrijpen. En voor je het weet, heb je niet alleen de wereld tot een spiegel van jezelf gemaakt, maar ook Naomi Klein tot je dubbelganger. Zo blijft de hardnekkigheid van de dubbelganger, dat als probleem eenmaal is waargenomen, zich eindeloos herhalen.