Dromen aan de horizon van Leeuwarden

Nogmaals, wat blijft er over van een droom die nooit werkelijkheid is geworden? Misschien meer dan je denkt. Een gebouw dat nooit is gebouwd, een weg die nooit is aangelegd, een plein dat alleen op een architectentekening heeft bestaan: ze lijken verdwenen zodra het plan wordt opgeborgen. Toch kunnen juist zulke mislukte plannen een merkwaardige kracht behouden. Ze laten zien wat mensen ooit voor mogelijk hielden. Achter de werkelijkheid die uiteindelijk is ontstaan, blijft een andere werkelijkheid zichtbaar. Een wereld die er had kunnen zijn.

Dat is de gedachte die mij bezighoudt bij mijn komende lezing over Vervlogen dromen in Friesland, naar aanleiding van de tentoonstelling Nooit gebouwd Leeuwarden in het Historisch Centrum Leeuwarden. De titel van de lezing heeft voor mij inmiddels een bredere betekenis gekregen. Het gaat mij niet alleen om de dromen van architecten, stedenbouwkundigen en bestuurders. Terwijl ik mij in de plannen van een nooit gebouwd Leeuwarden verdiepte, begon ik ook aan mijn eigen leven te denken. Ook een mensenleven kent zijn gebouwde en zijn ongebouwde gedeelten. Dat laatste wordt vooral zichtbaar wanneer je ouder wordt.

In 1977 vertrok ik vanuit Amsterdam naar Leeuwarden en in het begin voelde ik mij hier vaak wat verloren in een vreemde provinciestad: a lonesome cowboy, verdwaald tussen al die koeien van Friesland, een soort omgekeerde Crocodile Dundee. Ik was jong en had nog geen idee dat deze stad bijna een halve eeuw later nog steeds mijn woonplaats zou zijn. Mijn leven had geen vooropgezet plan waarin te lezen stond wat ik ooit zou worden, waar ik zou wonen en welke weg ik uiteindelijk zou afleggen. Veel van wat later mijn leven zou bepalen, bestond toen nog slechts als een vage mogelijkheid. Achteraf bezien kan de loop van je leven een logisch verhaal lijken. Alsof alles wat gebeurd is ook noodzakelijk moest gebeuren. Maar zo is het natuurlijk niet. Op iedere splitsing lagen andere wegen, zowel links als rechts.

Zoiets is ook aan de orde in oude architectuurtekeningen. Die laten zien dat ook een stad nooit een noodzakelijk product van de geschiedenis is geweest. Het is altijd het eindresultaat van talloze keuzes. Achter ieder gerealiseerd gebouw schuilen mogelijk ook andere ontwerpen. Achter iedere aangelegde straat liggen de straten die nooit zijn aangelegd. Achter de stad die wij kennen bevinden zich de onzichtbare steden van de ongekende mogelijkheden.

Dat doet mij denken aan het onderscheid dat Franse filosoof Jean-François Lyotard aan de muziek ontleende Hij sprak over musica practica, musica ficta en musica figura. Deze drie begrippen gebruikte hij niet als een muziekhistorische theorie, maar als een manier om iets te begrijpen van de vreemde status van wat nog niet is gerealiseerd. De musica practica is de muziek die daadwerkelijk klinkt. In architectonische termen is dat alles wat gebouwd is: de werkelijkheid die materie heeft gekregen. De musica ficta komt daar vlak naast te staan. Het is wat ooit is bedacht, toegevoegd of voorgestel.

In de architectuur zou je dan kunnen denken aan een gebouw dat wel is ontworpen en misschien zelfs als maquette gemaakt, maar nooit is gebouwd. Het bestaat niet in steen, maar het heeft ooit wel degelijk bestaan als idee. Het heeft misschien vergaderingen beïnvloed, verwachtingen gewekt en discussies veroorzaakt. Het heeft in het hoofd van de ontwerper en van anderen een tijdelijke werkelijkheid gekregen. Het ongebouwde is daarom niet hetzelfde als het niet-bestaande.

Maar de musica figura gaat nog een stap verder. Dan gaat het om wat door een vorm heen zichtbaar wordt. Een gebouw is nooit alleen maar een zichtbaar gebouw. Een station kan de droom van de vooruitgang belichamen. Een nieuwe wijk kan een ook voorstelling van een nieuwe samenleving bevatten. Een plein kan een verlangen naar ontmoeting en openbaarheid uitdrukken. In een architectonisch ontwerp kan daardoor een hele toekomst doorklinken. Soms is juist die toekomst belangrijker dan het gebouw zelf.

De tentoonstelling Nooit gebouwd Leeuwarden laat niet alleen zien wat er uiteindelijk niet is gekomen, maar vooral ook wat mensen zich konden voorstellen. Het ongebouwde is een soort archief van de verbeelding. Het vertelt ons welke toekomstbeelden ooit hebben bestaan en vervolgens zijn verdwenen. In die zin is een stad meer dan haar zichtbare geschiedenis. Er is ook een geschiedenis van de niet-gerealiseerde mogelijkheden. Als ik zo naar Leeuwarden kijk, zie ik vanzelf ook mijn eigen leven op een andere manier. Wat ik werkelijk heb gedaan, geschreven en gemaakt, vormt slechts één versie van mijn bestaan. Daarnaast bevindt zich een veel grotere verzameling van dingen die ik had kúnnen doen, mar nooit gedaan heb.

Er zijn boeken van mij die nooit zijn geschreven. Ideeën die ik nog nooit heb uitgewerkt. Wegen die ik niet ben ingeslagen. Mensen die ik niet heb ontmoet, maar het had zomaar kunnen gebeuren. Het zijn mogelijkheden die zich ooit even hebben aangediend en daarna snel verdwenen achter de horizon. Wanneer je jong bent, merk je daar nauwelijks iets van. De toekomst lijkt dan nog vrijwel onbegrensd. Op mijn leeftijd wordt dat anders. De toekomst is kleiner geworden

Ik ben inmiddels 78 jaar. Dat betekent niet dat alle kansen op een totaal ander leven verdwenen zijn. Maar mijn het levensperspectief is wel ingrijpend veranderd. De toekomst is niet meer een eindeloze ruimte die zich ooit voor mij uitstrekte. Ik kijk steeds vaker achterom en dan ontdek ik iets merkwaardigs: het leven bestaat niet alleen uit wat je gerealiseerd hebt, maar ook uit alles wat je onderweg niet hebt gerealiseerd. Toch hoeft dat niet hetzelfde te zijn als een verzameling mislukkingen. Sommige onvervulde dromen hebben juist richting gegeven aan mijn leven dat uiteindelijk wel is ontstaan.

Dat geldt bij mij vooral voor het schrijven. Ik ben uiteindelijk boeken gaan schrijven zonder dat ik ooit een duidelijk plan heb gehad om zoiets wonderlijks als ‘een schrijver’ te worden. Sterker nog, ik weet nog altijd niet of ik dat ook ben. Het schrijven heeft zch in mijn leven geleidelijk als een mogelijkheid aangediend. Alsof er ergens al een gebouw in aanbouw bestond waarvan ik de architect niet kende. Zo ontstond tekst na tekst, en uiteindelijk boek na boek, als iets wat achteraf op een levenswerk zou kunnen lijken. Maar op het moment zelf wist ik dat niet. Ik bouwde zonder precies te weten war ik nu eigenlijk mee bezig was.

Mijn blog is daarvan misschien wel het duidelijkste voorbeeld. In afgelopen twintig jaar zijn zo duizenden teksten ontstaan. Soms waren ze serieus, soms persoonlijk, soms filosofisch, maar soms misschien niet meer dan wat losse flarden die op mijn pad kwamen. Toch vormen al die teksten samen voor mijn een soort onzichtbare architectuur. Achteraf kun je er lijnen in ontdekken die ik op het moment zelf niet zag. Zoals een stad pas vanuit de lucht laat zien welk stratenplan zij eigenlijk heeft.

Ook het tiental boeken dat inmiddels is verschenen, heeft zijn nooit geschreven verzameling tegenhangers. Ieder boek had ook anders kunnen worden. Sommige boeken zijn onderweg zelfs van vorm veranderd. Andere ideeën zijn helemaal verdwenen, zelfs uit mijn geheugen. Soms denk ik dat juist die mislukte of gestaakte projecten noodzakelijk waren om uiteindelijk ergens anders uit te komen. Een boek dat niet wordt geschreven, kan een voorwaarde zijn voor een boek dat uiteindelijk wel verschijnt. Een gedachte waar niets uit voortkomt, kan de weg vrijmaken voor een gedachte die wel vruchtbaar blijkt te zijn.

Schrijven is daarom voor mij ook zoiets als een vorm van architectuur geworden. Je maakt ruimtes waarin gedachten kunnen bestaan. Je zet een deur open naar een herinnering, een idee of een wereld die daarvoor nog niet bestond. Maar zoals iedere architect voortdurend keuzes moet maken, moet je bij het schrijven ook voortdurend dingen weglaten. Niet als het wisselgeld dat je had ingebouwd voor het overleg met je opdrachtgever, zoals een architect dat wel eens kan doen. Maar als de passages die je zelf uiteindelijk hebt geschrapt. Het boek dat uiteindelijk verschijnt, is slechts het zichtbare gebouw. Daaromheen bevindt zich een stad van niet geschreven mogelijkheden.

Zo kun je ook geneigd zijn om jezelf te identificeren met wat je geworden bent. Maar ook daaronder ligt die onzichtbare stad van mogelijkheden. Dat besef kan melancholiek zijn. Maar het kan ook bevrijdend werken. Niet iedere droom hoeft gebouwd te worden om betekenis te hebben. Sommige dromen doen hun werk al doordat ze je laten zien dat er een andere mogelijkheid bestaat. Daarom zou ik de grens tussen werkelijkheid en mogelijkheid ook niet te scherp willen trekken. Geschiedenis is niet alleen het verhaal van wat heeft plaatsgevonden, maar ook van alle mogelijkheden die zich ooit hebben aangediend en vervolgens zijn verdwenen.

Een mens blijft mogelijkheden in zich dragen, ook wanneer een groot deel van zijn leven al achter hem ligt. Als ik nu door Leeuwarden loop, zie ik daardoor soms twee steden tegelijk. De stad die er werkelijk staat en de stad die er had kunnen staan. En misschien zie ik zo ook verschillende versies van mezelf. Geen van die andere levens hoeft alsnog te worden geleefd. Ze zijn aanwezig als schaduw, als een soort onzichtbare architectuur achter het gebouwde leven. Ik ben hier ooit in Leeuwarden beland zonder te weten wat deze stad voor mij zou gaan betekenen. Nu ik achterom kijk, zie ik niet alleen wat er staat. Ik zie ook de lege plekken ertussen. En juist daar, in al die lege plekken, hoor ik soms nog de muziek van alles wat er ook had kunnen zijn.

Zondag 20 september – Mijn lezing over: Vervlogen dromen in Friesland. Plaats: HCL. Start: 14.00 uur. Toegang: gratis. Opgave zie: de site van HCL.