Ontwaken met de regenboog

Ik heb iets met regenbogen. Altijd als ik er een zie, raak ik een beetje opgewonden. Make my day, denk ik dan even bij mezelf. Eergisteren, om 7.42 uur, zag ik vanuit het raam van mijn werkkamer een regenboog verschijnen, precies boven de fontein op het Europaplein. Zomaar een teken aan de hemel. Is het niet wonderbaar? dacht ik. Wat zich voor mijn ogen voltrok, leek wel een Nieuw Verbond zoals dat in de Bijbel wordt aangegeven. Alsof hemel en aarde zich gingen verzoenen in liefde zoals het geschreven staat in Jesaia 11:6-9: 

‘Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven. Koe en berin zullen samen weiden, hun jongen zullen bij elkaar neerliggen. Een leeuw zal stro eten als het rund. Een zuigeling zal zich vermaken bij het hol van een adder, en in het nest van een gifslang zal een peuter zijn hand steken.’

Misschien is dat wel een diep menselijk verlangen: de verlossing van het kwaad dat niet alleen in onszelf schuilgaat, maar ook in de natuur als geheel. Een illusie misschien, maar je weet maar nooit. Liefde is immers een wederzijdse omsluiting die zelfs de grens van de dood lijkt te overschrijden. Ook die gedachte schoot even door mijn hoofd, terwijl ik mijn computer opstartte om aan de dag te beginnen.

Allemaal onzin natuurlijk. Een Nieuw Verbond tussen hemel en aarde zou alleen mogelijk zijn als je uitgaat van een metafysica waarin de ultieme grens van de dood niet bestaat. Daarmee zou een mens zijn boekje te buiten gaan. Hij overschrijdt dan de grens die het heldere denken hem stelt. Ook de gedachte dat liefde de grens van de dood kan opheffen, is een sprong naar het onmogelijke, een poging om het menselijk bestaan te situeren buiten het terrein dat ons verstand kan overzien.

En toch. Als het dan niet meer mogelijk zou zijn om in God te geloven, zou je dan niet op zijn minst in de liefde kunnen blijven geloven? Waarom blijft die ene, onmogelijke gedachte door mijn hoofd spoken? Waarom is de regenboog tegenwoordig niet meer de regenboog? Wat kan nog dienen als een ultiem symbool van een Nieuw Verbond tussen hemel een aarde, een symbool van goddelijke liefde? Zijn alle wonderen nu voorgoed uit de wereld verdwenen? Zijn ook alle symbolen hun betekenis kwijtgeraakt? Is er dan niets meer heilig?

In zijn boek Unweaving the Rainbow gaat de wetenschapsfilosoof Richard Dawkins tekeer tegen degenen die menen dat de natuurwetenschap de schoonheid van de wereld heeft kapotgemaakt. De titel ontleende hij aan een gedicht van John Keats. Toen Keats samen met zijn collega Wordsworth op bezoek was bij de schilder Benjamin Haydon, wilde deze een toast uitbrengen op Newton, die op zijn laatste schilderij stond afgebeeld.

Keats maakte daar bezwaar tegen. Newton zou volgens hem de ‘poëzie van de regenboog’ hebben vernietigd door haar terug te brengen tot een catalogus van droge feiten. Newton had immers aangetoond dat een prisma het witte licht kon ontrafelen in de kleuren van de regenboog. Daarmee, zo meende Keats, was een ontzagwekkend symbool gereduceerd tot een natuurkundig verschijnsel. Later verwerkte hij zijn woorden in zijn gedicht Lamia:

‘Do not all charms fly
At the mere touch of cold philosophy?
There was an awful rainbow once in heaven:
We know her woof, her texture; she is given
In the dull catalogue of common things.’

Ik denk dat Dawkins gelijk had en Keats ongelijk. De wetenschap heeft de regenboog niet vernietigd. Integendeel. Newton heeft misschien verklaard hoe een regenboog ontstaat, maar daarmee nog niets gezegd over wat een regenboog voor een mens kan betekenen. De kleuren verdwijnen niet wanneer we weten waar ze vandaan komen. Het wonder verdwijnt evenmin zodra we het verschijnsel kunnen verklaren. Het verstand vernietigt niet het gevoel voor het wonderbaarlijke, het sublieme. De verwondering over een natuurverschijnsel kan blijven bestaan, ook al is het volledig verklaarbaar voor de wetenschap.

Dat blijft voor mij het geheim van de regenboog: hij bevindt zich op twee terreinen tegelijk: het verklaarbare en datgene wat daarbovenuit lijkt te gaan. Hij is een natuurkundig verschijnsel én een mogelijk symbool – als je tenminste bereid bent om een regenboog als een symbool te blijven zien. Met die neiging ben ik zelf niet zo behept, maar ik ben ook zeker niet symboolblind voor al dat licht dat door regendruppels wordt gebroken en zich aan de hemel opnieuw tot een boog vormt. Dat wonderlijke natuurfenomeen kan voor mij nog altijd een beeld zijn dat iets lijkt te onthullen, vooral omdat het zich juist op dit moment ogenschijnlijk alleen voor mij lijkt te ontvouwen.

Daarom keek ik eergisteren misschien iets langer dan nodig naar die regenboog boven het Europaplein. Ik wist precies wat ik zag, niet meer en niet minder. En toch meende ik – al was het maar even – iets meer te zien, al zou ik bij God niet weten wat. Over zoiets moet ik niet teveel doordenken, zo dacht ik bij mijzelf, want dan zou het iets worden om zelf gek van te worden. En dat is het niet. Het is wat het is, en tegelijk ook niet. Het is… ja zeg het maar. Ik weet het niet en ik wil het ook niet weten.

***

Reminder: Op woensdag 9 september om 20.00 uur geef ik in Tresoar (café De Gouden Leeuw) een lezing over De waan van het schrijven – Harry Mulisch en de creatieve psychose.
Toegang gratis, inloop vanaf 19.30 uur. U bent van harte welkom! Opgave: zie hier.