Take the long way home

Het manuscript dat uiteindelijk De waan van het schrijven. Harry Mulisch en de creatieve psychose zou gaan heten, heeft een lange geschiedenis van ontstaan, verdwijnen en opnieuw ontstaan achter de rug. Misschien is dat geen toeval. Sommige boeken lijken niet geschreven te worden, maar zich langzaam los te maken uit een ondergrond die dieper reikt dan de bedoelingen van hun auteur. Ze verschijnen, verdwijnen weer, veranderen van gedaante en keren terug, alsof zij zelf onderworpen zijn aan dezelfde wetmatigheden die zij proberen te beschrijven. Zo is het ook met dit boek gegaan. Meer dan eens werd het herschreven. Eerst verschoof het accent van de eigen ervaring naar het werk van Harry Mulisch. Daarna drong de opkomst van kunstmatige intelligentie zich op, en werd een beschouwing over psychose en creativiteit geleidelijk ook een reflectie op de ontworteling van taal in het digitale tijdperk. Het manuscript werd een metafoor voor zijn eigen onderwerp: een voortdurend proces van transformatie.

Toen ik ruim een jaar geleden hoorde dat het manuscript bekroond was met de Van Helsdingenprijs van de Stichting Psychiatrie en Filosofie, bestond het boek eigenlijk al niet meer in de vorm waarin de jury het had gelezen. Toch werd juist die oorspronkelijke versie onderscheiden. De bekroning vormde het voorlopige eindpunt van een lange weg. Het was bovendien de zesde keer dat ik aan deze tweejaarlijkse prijsvraag deelnam. Eerder was ik al eens aangemoedigd om vooral te blijven inzenden. Volharding heeft soms iets van een levenshouding. Mijn eerste boek verscheen pas toen ik zestig was. Daarna volgden er nog een stuk of wat. Misschien ben ik een laatbloeier, maar in ieder geval een volhouder. Hoe dan ook, schrijven is stilaan mijn tweede natuur geworden, en mijn dagelijkse blog een laboratorium voor mijn boeken.

Wat mij tijdens het werken aan dit boek steeds meer begon te fascineren, was de vraag wat er eigenlijk gebeurt wanneer iemand schrijft. Wie schrijft, kent momenten waarop de controle lijkt te verslappen en woorden zich als vanzelf beginnen aaneen te rijgen. Alsof de taal een eigen leven gaat leiden. Harry Mulisch heeft die ervaring ooit treffend omschreven. Tijdens het schrijven, zei hij, was hij niet bezig met afzonderlijke zinnen, maar probeerde hij door de zinnen heen te breken naar een geheimzinnige ruimte die zijn roman was. Dat proces verandert niet alleen de tekst, maar ook degene die schrijft. De schrijver ondergaat zelf een transformatie. Die toestand zou je de waan van het schrijven kunnen noemen.

Die gedachte bracht mij terug naar mijn eigen ervaringen en naar de vraag die mij al sinds mijn jeugd bezighoudt: wat is een psychose eigenlijk? De hedendaagse psychiatrie beschikt over steeds verfijndere verklaringsmodellen, maar schenkt vaak relatief weinig aandacht aan de innerlijke ervaring zelf. Wat betekent het bijvoorbeeld wanneer iemand de tijd anders ervaart, wanneer woorden een bijna magische lading krijgen, of wanneer taal en werkelijkheid samenvallen? Juist die belevingswereld is de laatste jaren opnieuw onderwerp van aandacht geworden binnen de zogeheten Mad Studies, een stroming die ruimte wil maken voor de subjectieve ervaring zonder daarmee wetenschappelijke inzichten af te wijzen. Ook dit boek probeert een bijdrage te leveren aan die verbreding van het perspectief.

Tijdens het schrijven ontdekte ik opnieuw hoe nauw psychotische ervaringen verbonden zijn met taal. Woorden raken los van hun vaste betekenis. Associaties nemen het over. Betekenissen beginnen zich eindeloos te vertakken. Soms ontstaan daaruit verbluffend creatieve inzichten, soms ook volkomen onbegrijpelijke gedachteconstructies. Bij de schrijvende psychoticus wordt dit proces zichtbaar in zijn meest extreme vorm. De taal representeert niet langer de werkelijkheid, maar begint zelf werkelijkheid te worden. Het woord wordt vlees en het vlees wordt woord.

Dat verschijnsel heeft Harry Mulisch zijn leven lang gefascineerd. Achter zijn oeuvre lijkt een diep verlangen schuil te gaan naar een toestand waarin taal, denken en werkelijkheid nog niet van elkaar gescheiden zijn. Zijn jeugdige psychotische ervaring, die hij later aanduidde als een sterrenregen van openbaringen, heeft zich als een verborgen onderstroom door zijn werk heen voortgezet. Zijn romans waren misschien niet alleen literatuur, maar ook een manier om een existentiële crisis te bezweren. Schrijven werd een vorm van autocreatie, zoals hij dat zelf noemde: zichzelf al schrijvend voortbrengen.

In de zomer van 2023, na een reis naar Rome, ontstond het idee voor dit boek. Tegenover de Sint-Jan van Lateranen beklom ik de Scala Sancta, de Heilige Trap die volgens de overlevering afkomstig zou zijn uit Jeruzalem. Op het plein daarbuiten werd gegraven. Overal in Rome liggen de resten van vroegere beschavingen onder de oppervlakte verborgen. De stad is opgebouwd uit lagen van geschiedenis. Dat beeld liet mij niet meer los. Ook de menselijke geest bestaat uit lagen. Soms functioneren de symbolische verbindingen tussen die lagen moeiteloos. Maar soms raken zij verstoord. Misschien is een psychose wel een geestelijke aardverschuiving, een plotselinge ontregeling van de verbindingen die onze ervaring bijeenhouden.

Mijn eigen psychose, die mij trof toen ik achttien was, heb ik achteraf vaak proberen te begrijpen. Was zij het gevolg van een plotseling verlies van geloof? Van de eenzaamheid van mijn puberteit? Van een verstoring in de hersenen? Oorzaak en gevolg wisselen voortdurend van plaats zodra men over de oorsprong van een psychose begint na te denken. Wat destijds gebeurde, ervoer ik als een catastrofe, maar tegelijk als een openbaring. Het was alsof de tijd zelf ophield te bestaan. Alsof alle tegenstellingen samenvielen. Alsof de werkelijkheid zich plotseling in een andere gedaante onthulde.

Pas veel later ontdekte ik in de boeken van Jung een symbolische landkaart van dat onbegrensde gebied. Nog later vond ik bij Deleuze en Guattari nieuwe beelden om zulke ervaringen te begrijpen. Hun gedachte van vluchtlijnen en ondergrondse energiestromen maakte zichtbaar hoe desintegratie en creativiteit met elkaar verweven kunnen zijn. Een psychose kan een vernietigende gebeurtenis zijn, maar ook een proces waarin nieuwe verbindingen ontstaan. Een integrerend desintegratieproces, zo ben ik het gaan noemen.

De jury van de Van Helsdingenprijs merkte terecht op dat mijn manuscript zich moeilijk laat classificeren. Het is autobiografie, maar ook literatuurkritiek. Het is een beschouwing over Mulisch, maar tegelijk over de aard van de tijd, over schrijven, over bewustzijn en over psychose. Misschien kon het ook niet anders. Een psychose zelf laat zich immers evenmin eenvoudig onderbrengen in bestaande categorieën. Zij ondermijnt de grenzen tussen feit en fictie, tussen inzicht en verdwaling, tussen orde en chaos.

Die moeilijkheid kwam zelfs terug in de laudatio die bij de prijsuitreiking werd uitgesproken. In plaats van een klassieke lofrede werd het een essayistische reflectie, even associatief en paradoxaal als het boek zelf. Uit nieuwsgierigheid legde ik de tekst vervolgens voor aan ChatGPT. Het antwoord was verrassend scherpzinnig. Volgens het taalmodel was de lofrede minder een traditionele waardering dan een performatieve echo van het werk dat zij prees. De vorm nam de eigenschappen van het onderwerp over. Er leek sprake van een wonderlijke verdubbeling, alsof er niet één maar twee jury’s tegelijk aan het woord waren.

Dat laatste zou je wellicht veelzeggend voor onze tijd kunnen noemen. Want juist nu verschijnen teksten die geen menselijke auteur meer lijken te hebben. Kunstmatige intelligentie produceert woorden in eindeloze stromen, zonder bewustzijn en zonder innerlijk centrum. Daardoor dringen zich nieuwe vragen op. Wat gebeurt er wanneer mensen hun diepste verlangens spiegelen aan systemen die alleen taal teruggeven? Ontstaan er dan nieuwe vormen van waanwerkelijkheid? Berichten over mensen die na langdurige gesprekken met chatbots gaan geloven dat zij een goddelijke opdracht hebben, maken duidelijk hoe actueel deze problematiek inmiddels is geworden.

Het lijkt alsof taal opnieuw losraakt van haar oorsprong. Maar is dat niet precies wat zich ook in een psychose voordoet? Misschien toont de psychose ons iets wat altijd al verborgen lag in het menselijk bestaan: dat betekenis niet vastligt, maar voortdurend ontstaat op de grens van orde en chaos. Dat de werkelijkheid uiteindelijk gedragen wordt door taal. En dat taal soms een eigen leven kan gaan leiden.

Daarmee verschijnt ook het werk van Mulisch in een nieuw licht. Hij voorzag een toekomst waarin mens en techniek geleidelijk in elkaar zouden opgaan. Wat hij ‘de machinemens’ noemde, krijgt in het tijdperk van kunstmatige intelligentie een onverwachte actualiteit. Misschien ontdekken wij nu dat er niet alleen een geest in de machine ontbreekt, maar dat er altijd al een machine in de geest aanwezig was.

Toch wilde ik met dit boek geen theorie verdedigen. Het is geen wetenschappelijke studie, maar evenmin een autobiografie. Het beweegt zich tussen genres, omdat juist in dat grensgebied iets zichtbaar kan worden wat in één enkel discours verloren gaat. Een psychose is meer dan een stoornis. Zij is ook een verhaal dat zich soms pas over een heel mensenleven ontvouwt. De afloop stelt zich eindeloos uit. Het verleden raakt nooit volledig voltooid.

Dat is ook de reden waarom ik het manuscript uiteindelijk vrijwel ongewijzigd heb gelaten. Wat als boek verschijnt is nagenoeg dezelfde versie die met een prijs is bekroond. Ik heb een notenapparaat toegevoegd en alle citaten nog eens goed gecheckt, that’s it. En toch bleef er iets in bestaan dat niet afgerond wilde worden. Iets dat telkens opnieuw om woorden vraagt. Alsof schrijven zelf een terugkeer is naar de bron, een poging om de tijd om te keren en terug te gaan naar waar alles ooit begon.

Het was een lange weg van manuscript naar boek, misschien wel een lange weg naar huis. Als schrijven een goed gevoel kan geven, dan is dat een gevoel van thuiskomen in een andere wereld. Een wereld waarin je jezelf acteert en die toch ook je eigen wereld blijkt te zijn.

***

P.S. Bij voorintekening ontvangt u het boek begin september voor € 25,- inclusief eventuele verzendkosten. Betaling vindt pas plaats na ontvangst van het boek. Voorintekenen is eenvoudig: u kunt een e-mail sturen naar: huubmous (apestaart) gmail (punt) com  – onder vermelding van uw postadres. Bij voorbaat mijn hartelijke dank voor uw belangstelling en eventuele steun.