AI en het nieuwe pornotopia

Toen Susan Sontag in 1974 haar beroemde essay Fascinating Fascism schreef, wees zij op een verband dat destijds door velen over het hoofd werd gezien. Het nationaalsocialisme was volgens haar niet alleen een politieke ideologie of een militair machtsapparaat, maar ook een esthetisch project. De nazi’s creëerden een schijnwereld waarin het leven werd herschapen tot een volmaakt spektakel van schoonheid, kracht, discipline en lichamelijke perfectie. De werkelijkheid moest verdwijnen achter een zorgvuldig geënsceneerd decor waarin iedere vorm van kwetsbaarheid, toeval en vergankelijkheid was uitgewist. De mens werd niet langer voorgesteld zoals hij werkelijk was, maar zoals de ideologie hem verlangde. In die esthetisering van de werkelijkheid zag Sontag een verwantschap met de pornografische blik. De lichamen uit de nazi-iconografie zijn opmerkelijk aseksueel en tegelijk pornografisch. Zij bezitten niet de levendigheid van een werkelijk lichaam, maar de onberispelijke perfectie van een fantasie.

Die observatie krijgt in het tijdperk van kunstmatige intelligentie een onverwachte actualiteit. Uiteraard is AI geen totalitaire ideologie en iedere vergelijking met het nationaalsocialisme vraagt om uiterste voorzichtigheid. Het woord fascisme is uiterst beladen en voor een deel ook taboe. Toch wordt er tegenwoordig alom gesproken over het fenomeen ’techno-fascisme’. Kort gezegd wordt daaronder een vorm van fascisme verstaan die zich manifesteert in het digitale tijdperk: een systeem waarin technologie niet alleen mensen dient, maar ook wordt gebruikt om hen te monitoren, te sturen en te beheersen. Dit alles zou worden aangedreven door een kongsi van zogeheten ’techbro’s’ van Silicon Valley en naar autocratie strevende wereldleiders, in het bijzonder Donald Trump.

Maar waar het mij omgaat is een subtielere verwantschap tussen AI en het fenomeen fascisme. Zeer verschillende historische verschijnselen worden voortgedreven door vergelijkbare mechanismen van verleiding. Niet zozeer het fascisme als zodanig keert terug, maar een esthetische logica die de werkelijkheid steeds verder vervangt door een aantrekkelijker simulatie ervan. Juist daarin schuilt de actualiteit van Sontags analyse. De vraag is niet of AI fascistisch is, maar of zij een nieuwe vorm mogelijk maakt van de esthetische verleiding waarin de werkelijkheid haar gezag verliest ten gunste van een wereld die mooier, soepeler en verleidelijker is dan de werkelijkheid ooit kan zijn.

Dat proces voltrekt zich voor onze ogen. Sociale media laten al jarenlang zien dat zorgvuldig geënsceneerde levens aantrekkelijker lijken dan het alledaagse bestaan. Streamingdiensten verdringen de stilte, videogames verdringen de verveling en algoritmen leren ons steeds beter kennen dan wij onszelf kennen. AI zet deze ontwikkeling voort, maar tilt haar naar een geheel nieuw niveau. De simulatie blijft niet langer beperkt tot beelden of teksten. Zij wordt een gesprekspartner, een adviseur, een geliefde, een therapeut, een collega of een digitale vriend. De kunstmatige wereld kijkt niet alleen terug; zij antwoordt ook. Daarmee verandert de verhouding tussen mens en werkelijkheid ingrijpender dan welke eerdere mediatechnologie ook.

De inspiratiebron voor deze ontwikkeling werd al in 1992 beschreven in de sciencefiction-roman Snow Crash van Neal Stephenson. Daarin leven mensen in een verloederde, gefragmenteerde samenleving en zoeken zij hun toevlucht tot een immense virtuele wereld waarin zij als avatars een tweede bestaan leiden. De fysieke werkelijkheid is grauw en teleurstellend, terwijl het Metaverse kleurrijk, avontuurlijk en onbeperkt is. Toen Mark Zuckerberg deze naam koos voor zijn toekomstvisie leek sciencefiction werkelijkheid te worden. Inmiddels verschuift het zwaartepunt alweer. Niet het Metaverse zelf vormt de grote omwenteling, maar AI, die deze digitale wereld intelligent maakt. De simulatie begint terug te spreken en ontwikkelt zich tot een werkelijkheid die zich voortdurend aanpast aan de verlangens van haar gebruiker.

Daarmee ontstaat een nieuw fundamenteel probleem. De werkelijkheid bezit eigenschappen die wij vaak als onaangenaam ervaren. Zij is traag, weerbarstig, onvoorspelbaar en onverschillig. Mensen worden ziek, relaties lopen stuk, ambities stranden en geliefden sterven. Het leven laat zich niet programmeren. Juist daarom bezit het een eigen waarheid. AI daarentegen kan een omgeving creëren waarin alles voortdurend op onze voorkeuren wordt afgestemd. Zij kent geen vermoeidheid, geen afwijzing en geen toeval. De gebruiker hoeft nauwelijks nog rekening te houden met een werkelijkheid die zich verzet. De techniek begint de wereld te herscheppen naar de maat van het verlangen.

Dat is precies de structuur die de pornografie al veel langer kenmerkt. Pornografie gaat uiteindelijk niet over seksualiteit alleen. Zij is een model van een wereld waarin ieder verlangen onmiddellijk wordt bevredigd en waarin de ander geen zelfstandige werkelijkheid meer bezit. Het lichaam wordt ontdaan van geschiedenis, karakter, ouderdom en sterfelijkheid. Alles draait om permanente beschikbaarheid. De werkelijkheid wordt teruggebracht tot een eindeloze herhaling van onmiddellijke vervulling. De pornografische blik verdraagt geen weerstand. Zij wil geen ontmoeting met een ander, maar uitsluitend de bevestiging van het eigen verlangen.

In dat opzicht krijgt het begrip pornotopia een veel bredere betekenis dan de seksuele sfeer alleen. Het beschrijft een cultuur waarin de werkelijkheid systematisch wordt vervangen door een gepersonaliseerde droomwereld. Niet alleen seksualiteit wordt pornografisch, maar ook informatie, kunst, vriendschap, religie en zelfs de menselijke identiteit. Alles wordt onmiddellijk toegankelijk, volledig manipuleerbaar en eindeloos reproduceerbaar. De digitale wereld belooft een bestaan zonder wrijving, zonder leegte en zonder frustratie. De mens raakt steeds meer gewend aan een werkelijkheid die uitsluitend nog zijn verlangens weerspiegelt.

Ook hier ontstaat een opmerkelijke parallel met de esthetiek van het nationaalsocialisme. Daar werd de werkelijkheid gezuiverd van alles wat niet in het ideaalbeeld paste. Het lichaam werd gereduceerd tot een icoon van raszuiverheid, kracht en gezondheid. Architectuur, film, massabijeenkomsten en propaganda vormden samen één groot theater waarin de samenleving zichzelf als een volmaakte gemeenschap aanschouwde. De werkelijkheid moest niet worden begrepen, maar geconsumeerd als een permanent spektakel. De ideologie functioneerde als een decor waarin iedere vorm van tragiek, twijfel of individualiteit verdween achter een zorgvuldig geregisseerde voorstelling.

Nogmaals, de verschillen met onze tijd zijn uiteraard groot. De nazi’s legden hun schijnwerkelijkheid met geweld op aan de massa. AI doet precies het omgekeerde. Zij personaliseert de illusie. Niet één collectieve droom wordt geproduceerd, maar miljoenen individuele droomwerelden die zich aanpassen aan de gebruiker. Waar de totalitaire staat uniformiteit verlangde, biedt het algoritme eindeloze personalisering. Toch is het resultaat in zekere zin vergelijkbaar. De werkelijkheid verliest haar zelfstandigheid en wordt vervangen door een omgeving die steeds nauwkeuriger aansluit op onze verwachtingen. Niet de dictator bepaalt langer wat wij zien, maar het algoritme leert wat wij graag willen zien. De onderwerping verschijnt als maximale keuzevrijheid.

Dat is de paradox van het AI-tijdperk. De techniek lijkt onze autonomie te vergroten, terwijl zij ons tegelijkertijd steeds steviger opsluit binnen de grenzen van onze eigen verlangens. De ander verschijnt niet langer als iemand die ons kan tegenspreken, maar als een spiegel waarin wij vooral onszelf ontmoeten. De wereld wordt kleiner naarmate zij beter op ons is afgestemd. De weerstand van de werkelijkheid, die altijd een bron van inzicht en groei is geweest, verdwijnt geleidelijk uit beeld. Liefde verliest haar kwetsbaarheid, kennis haar onzekerheid, kunst haar raadselachtigheid en religie haar transcendentie. Alles wordt beschikbaar, maar niets ontsnapt nog aan onze greep.

Jean Baudrillard voorzag deze ontwikkeling toen hij schreef dat simulaties uiteindelijk belangrijker zouden worden dan de werkelijkheid zelf. Zijn begrip hyperrealiteit verwees naar een wereld waarin het onderscheid tussen origineel en kopie langzaam oplost. AI brengt deze ontwikkeling in een stroomversnelling. Niet alleen beelden worden gegenereerd, maar ook herinneringen, stemmen, gesprekken en complete levensgeschiedenissen. De simulatie verwijst niet langer naar een bestaande werkelijkheid; zij wordt een werkelijkheid op zichzelf. De mens gaat wonen in een omgeving die steeds minder door feiten wordt bepaald en steeds meer door algoritmisch georganiseerde verlangens.

Daarmee verandert ook onze verhouding tot waarheid. Waarheid was altijd verbonden met een werkelijkheid die zich aan onze wensen onttrok. Zij kon ons corrigeren, teleurstellen of verrassen. Een door AI gemedieerde wereld doet precies het tegenovergestelde. Zij bevestigt, voorspelt en personaliseert. Het risico is niet dat wij op een dag niet meer weten wat waar is, maar dat waarheid haar betekenis verliest omdat de ervaring zelf voortdurend wordt aangepast aan wat wij wensen te ervaren. De werkelijkheid wordt niet ontkend; zij wordt eenvoudig overvleugeld door een aantrekkelijker alternatief.

Het is daarom de vraag of de grootste revolutie van kunstmatige intelligentie wel technisch van aard is. Veel ingrijpender is de culturele en antropologische verschuiving die zij teweegbrengt. De mens dreigt zijn bestaan steeds minder te ervaren als een ontmoeting met een weerbarstige wereld en steeds meer als een verblijf in een gepersonaliseerde simulatie. De oude utopie van een volmaakte samenleving maakt plaats voor een individuele droomwereld waarin ieder verlangen onmiddellijk zijn vervulling vindt.

Zo ontstaat een nieuw pornotopia: niet een universum van naakte lichamen, maar een universum waarin de werkelijkheid zelf is uitgekleed, ontdaan van haar weerstand en haar tragiek. Wat ooit begon als een hulpmiddel om de wereld beter te begrijpen, dreigt uit te lopen op een tijdperk waarin de wereld zelf plaatsmaakt voor haar eigen, onweerstaanbaar aantrekkelijke simulatie. De uitdaging is om die onweerstaanbaarheid niet te laten uitmonden in een tragisch fatalisme. Het is immers een ontwikkeling waar iedereen van weet en waar iedereen inmiddels deel van uitmaakt. De uitdaging is vooral om nieuwe vormen van verzet uit te vinden die het onweerstaanbare karakter van deze ontwikkeling kunnen pareren.