Alleen de vogels vliegen in vrijheid

‘Dit alles zal niet gedaan zijn in de eerste honderd dagen. Noch zal het gedaan zijn in de eerste duizend dagen, noch tijdens de duur van deze regering, noch wellicht zelfs gedurende ons leven op deze planeet. Maar laten wij beginnen.’

Die laatste woorden in de inaugurale rede van John F.  Kennedy zouden het adagium worden van de jaren zestig. Ook de opbouw van deze zin was in retorisch opzicht perfect. De spanning steeg door de opsomming van steeds grotere tijdspannes, beginnend met de ‘honderd dagen,’ met als bekroning de beroemde oneliner: ‘But let us begin’. 

Kennedy had wat je noemt charisma. Maar wat is dat? Charisma is een merkwaardig verschijnsel. Het is geen ambt, geen diploma, geen rationeel argument en zelfs geen karaktereigenschap die zich eenvoudig laat meten. Het is eerder een projectieveld waarin hoop, angst en verlangen samenkomen. Een charismatisch leider is iemand in wie anderen iets menen te zien wat boven het gewone uitstijgt: vastberadenheid, visionaire kracht, moed, verlossing, bestemming. Het charisma woont daarom niet alleen in de leider, maar minstens zozeer in de blik van de volgeling.

Dat verklaart waarom charisma vooral opduikt in tijden van onzekerheid. Wanneer instituties wankelen, oude zekerheden verdwijnen en vertrouwde verhalen hun glans verliezen, ontstaat een leegte. En leegte verdraagt de mens slecht. In zo’n vacuüm groeit de behoefte aan iemand die zegt te weten waarheen. Democratische procedures zijn traag, aarzelend en vol compromissen. Charisma daarentegen belooft snelheid, helderheid en een rechte lijn door de mist. De democratie praat; het charisma spreekt.

In de twintigste eeuw heeft men dat verschijnsel in zijn uitersten gezien. Adolf Hitler bezat zonder twijfel charisma, hoe afschuwelijk de uitkomst ook was. Hij kon massa’s in vervoering brengen en een collectief gevoel van vernedering omzetten in extase en agressie. Zijn macht berustte niet enkel op terreur, maar ook op betovering. Dat is misschien de ongemakkelijkste waarheid over totalitaire systemen: mensen worden niet alleen onderdrukt, zij worden vaak eerst verleid.

Maar charisma is niet per definitie duister. De inaugurele rede van Kennedy in januari 1961 werd een moment waarop miljoenen mensen geloofden dat geschiedenis opnieuw kon beginnen.Het was taal die niet informeerde maar opriep, niet beschreef maar bezielde. Kennedy gaf de Verenigde Staten een nieuw zelfbeeld: jong, energiek, toekomstgericht. Hij regeerde kort, maar zijn mythe bleef lang.

Tussen Hitler en Kennedy gaapt een morele afgrond, maar sociologisch bezien delen zij iets wezenlijks: beiden konden de verbeelding van een massa mobiliseren. Charisma is moreel neutraal materiaal. Het kan dienen voor emancipatie of vernietiging, voor burgerrechten of oorlog, voor hoop of hysterie. Het is vuur: nuttig in de haard, rampzalig in het bos.

Dat maakt het verschijnsel zo gevaarlijk én zo onweerstaanbaar. Want de moderne mens noemt zichzelf rationeel, maar leeft nog altijd van symbolen. Wij stemmen op programma’s, zeggen we, maar reageren vaak op stemgeluid, houding, ritme, timing, uitstraling. Politiek is nooit louter argumentatie geweest; het is ook theater. Wie dat ontkent, begrijpt niet waarom kleurloze gelijkhebbers verliezen van onbetrouwbare verleiders.

De Duitse socioloog Max Weber onderscheidde drie vormen van gezag: traditioneel gezag, wettelijk-rationeel gezag en charismatisch gezag. In traditionele samenlevingen gehoorzaamt men omdat het altijd zo geweest is. In moderne staten gehoorzaamt men aan wetten en procedures. Maar in tijden van crisis verschijnt een derde vorm: gehoorzaamheid aan de uitzonderlijke persoon. Weber zag scherp dat charisma meestal opkomt wanneer de andere twee vormen falen of uitgeput raken.

Dat patroon herkennen we vandaag opnieuw. In veel democratieën groeit wantrouwen tegenover instituties, partijen en experts. Parlementen lijken log, bestuurders technocratisch, compromissen kleurloos. Precies daar treedt de sterke persoonlijkheid naar voren: iemand die zegt “ik alleen kan het oplossen”, iemand die beweert rechtstreeks namens “het volk” te spreken. De oude religieuze taal van uitverkiezing keert terug in seculiere vorm. Niet God zendt de redder, maar de peiling.

Misschien is dat geen toeval. Met het verdwijnen van traditionele religie is het verlangen naar betekenis niet verdwenen. Mensen blijven hunkeren naar richting, gemeenschap en verheffing. Waar vroeger kerk en ritueel een bedding boden, zoeken velen nu politieke substituten. De rally vervangt de processie, de slogan het credo, de leider de heilige. Onder een lege hemel kan elk podium een altaar worden.

Daarmee is niet gezegd dat elke bewondering irrationeel is. Mensen mogen geraakt worden door moedige leiders, door visionair talent of morele standvastigheid. Zonder inspirerende figuren zou geschiedenis armer zijn. Denk aan Nelson Mandela, Václav Havel of Martin Luther King Jr. Ook zij bezaten charisma, maar zij verbonden persoonlijke uitstraling aan institutionele bescheidenheid en moreel zelfbegrip. Zij wezen voorbij zichzelf.

Daar ligt wellicht het beslissende onderscheid. Gezond charisma maakt zichzelf uiteindelijk overbodig; ziek charisma maakt zichzelf onmisbaar. De eerste vorm versterkt burgers en instituties. De tweede verzwakt ze, zodat alles van de leider gaat afhangen. Democratisch charisma zegt: doe mee. Autocratisch charisma zegt: volg mij.

De zelforganisatie van de spreeuwenzwerm leert hier iets onverwachts. Geen enkele spreeuw bezit een aureool. Geen vogel stijgt op een podium om de anderen toe te spreken. De samenhang ontstaat horizontaal, niet verticaal. Dat betekent niet dat mensen zonder leiders kunnen, maar wel dat duurzame orde meestal rust op netwerken van wederzijdse afstemming en vertrouwen, niet op de permanente schittering van één figuur.

Wanneer een samenleving te veel inzet op charisma, verwaarloost zij de stille deugden die haar werkelijk dragen: betrouwbare instituties, onafhankelijke rechtspraak, vrije pers, lokale gemeenschappen, onderwijs, fatsoenlijke bureaucratie, geduldige compromissen. Dat zijn geen sexy zaken. Ze leveren zelden extatische menigten op. Maar zij voorkomen dat het lot van miljoenen afhangt van de stemmingen van één mens.

Toch zullen mensen altijd ontvankelijk blijven voor betovering. Dat is geen defect, maar onderdeel van onze aard. Wij zijn niet alleen redelijke wezens, maar ook symbolische dieren. Wij willen verhalen, gezichten en momenten die boven het alledaagse uitstijgen. De vraag is daarom niet hoe charisma verdwijnt, maar hoe het wordt getemd.

Misschien is de beste democratie niet die zonder charisma, maar die welke charisma kan opnemen zonder eraan ten onder te gaan. Een democratie die ruimte laat voor bezieling, maar grenzen stelt aan persoonsverheerlijking. Die leiders waardeert, maar burgers niet infantiliseert. Die weet dat inspiratie nodig is, maar checks and balances noodzakelijker.

Kennedy is de geschiedenis ingegaan als een charismatisch leider met enkele schaduwzijden in zijn persoonlijke leven. Een van die schaduwen voert ons terug naar Adolf Hitler. In de zomer van 1945 bracht de toen 28-jarige Kennedy een bezoek aan Duitsland en in zijn dagboek beschreef hij hoe hij dacht over Hitler. Hij schatte in dat Hitler binnen een paar jaar uit de haat die hem omringde tevoorschijn zou komen als een van de belangrijkste leiders die ooit hebben geleefd. In navolging van Shakespeares, die ooit geschreven had over ‘de stof waar dromen van gemaakt zijn’, schreef Kennedy: ‘He had in him the stuff where legends are made of ’. Kennedy kende zijn klassieken, en over die kennis beschikte ook de tekstschrijver van zijn inaugurale rede. 

Zo ontdekte ik in het boek Heidegger en het nazisme (1987) van Victor Farias, dat de beroemdste zin uit die inaugurale rede, met de stijgende spanning van een steeds groter wordende tijdspanne van dagen en jaren, eerder gebruikt werd door Heidegger in 1933, het jaar dat Hitler aan de macht kwam. Heidegger gebruikte deze stijlfiguur in een rede met als titel Over de fundamentele vraag van de filosofie, waarin hij sprak over de Bestimmung en de geestelijke missie van het Duitse volk. Ook aan die missie moest ooit worden begonnen… met zijn allen…. ongeacht hoe lang dat zou moeten gaan duren. Twaalf jaar in dit geval… Drie decennia voor Kennedy sprak Heidegger de volgende woorden: 

‘Als we daar willen komen, als we dit geestelijk rijk moeten bouwen, niet in een dag, niet in een jaar, zelfs niet in een paar decennia, maar misschien in een eeuw, dan moeten we de wil hebben om te beginnen met bouwen en ons stellen in slagorde om die tweede grote strijd te leveren van onze intellectuele confrontatie met onze hele geestelijke geschiedenis tot op heden.’ 

Ondertussen tonen de spreeuwen hoog in de lucht nog altijd dat vrijheid ook zonder bevel kan bestaan. De menselijke wereld zal echter altijd ingewikkelder blijven dan die van de vogels. Wij spreken, dromen, herinneren ons, twijfelen en vergissen ons. Juist daarom zullen wij steeds opnieuw op zoek gaan naar charismatische figuren die richting, troost of houvast beloven. Maar wanneer de roep om een redder te luid klinkt, is het goed de blik omhoog te richten naar de vogels. Zij herinneren ons eraan dat orde ook zonder verlosser kan ontstaan, dat samenhang niet altijd een leider behoeft. Alleen de vogels blijven onophoudelijk vliegen in vrijheid. Dat deden zij al toen de Berlijnse Muur nog overeind stond, en dat doen zij nog steeds, nu elders in de wereld nieuwe muren verrijzen.