Waarde lezer en tijdgenoot, tweede waarschuwing. Reageer vooral wél op dit weblog, want het reageert inmiddels terug. Sterker nog: het heeft zojuist míj gereageerd. Terwijl ik dit schrijf verschijnt er rechts onderaan mijn scherm een venster met de tekst: “Uw gedachten worden geüpload. Even geduld.” Het balkje staat al tien minuten op 3%. De rest van mijn bewustzijn wordt blijkbaar gebufferd in een serverpark onder de Noordpool, waar pinguïns de koeling verzorgen en algoritmen psalmen zingen in binaire gregoriaanse zang. U denkt dat u dit leest. Maar in werkelijkheid leest deze tekst u.
Wij kennen elkaar niet, en juist daarom herkennen wij elkaar onmiddellijk. Op internet zijn wij geen strangers in the night meer, maar vluchtelingen in het daglicht van een permanent scherm. Wij bewegen ons door een universum van pixels dat ons nauwkeuriger registreert dan wij onszelf ooit hebben gekend. De middeleeuwse mystici droomden van een alziend oog; wij dragen het vrijwillig in onze broekzak en noemen het batterijpercentage.
Internet is geen ruimte. Het is een schuim. Een kosmisch badschuim waarin elke bubbel een mening bevat, elke mening een algoritme, en elk algoritme een lichte vorm van goddelijkheid. Sloterdijk had gelijk dat sferen immuunsystemen zijn, maar hij vergat te vermelden dat elk immuunsysteem inmiddels allergisch is geworden voor werkelijkheid. Wij leven niet meer in een tweelingbel maar in een abonnementen-bundel van twaalf realiteiten plus drie proefwerelden. Voor € 9,99 per maand kunt u upgraden naar de Premium-illusie waarin feiten optioneel zijn en herinneringen automatisch worden herschreven naar uw voorkeur. De basisversie bevat helaas wel reclame.
Alles begint natuurlijk in de moederschoot, dat prenatale surround-sound-universum waarin wij de hartslag van de kosmos horen. Maar sinds kort is die hartslag gesynchroniseerd met notificaties. Het embryo schrikt niet meer van donder, maar van push-berichten. Gefeliciteerd, uw foetale identiteit is bevestigd. De ziel, ooit een resonantie-systeem, is nu een streamingdienst.
En de dood? Ach, de dood is simpelweg uitloggen. Of beter: vergeten worden door de server. Niet sterven maar gecachet raken. Misschien worden wij na onze laatste adem opgeslagen in een archiefmap met de naam Overig. Misschien verschijnt er na ons sterven een pop-up:“Wilt u deze persoon definitief verwijderen?”
De hemel is waarschijnlijk een cloud-opslag zonder limiet. De hel daarentegen is een wachtwoord dat je nooit meer weet. Maar laat mij terugkeren naar mijn droom, want dromen zijn tegenwoordig de enige plekken waar nog geen advertenties staan. (Hoewel ik vannacht even vreesde dat mijn onderbewuste gesponsord werd door een bank.)
Ik liep opnieuw door Bilgaard, maar ditmaal was de wijk volledig gereconstrueerd door een consortium van vastgoedontwikkelaars, archeologen en nostalgie-influencers. Elk flatgebouw droeg een QR-code, als restant van de corona-pandemie. Wie het scande kreeg een augmented-reality-overlay van hoe het leven daar ooit had gevoeld. Kinderen speelden niet meer in het gras maar in historische simulaties van gras.
De tropische speelstrandjes waren vervangen door klimaat-adaptieve woestijnzones. Palmbomen droegen zonnepanelen als bladeren. Straatprostituees waren geüpgraded tot hologrammen met abonnementstarief. De politie keek nog steeds toe, maar nu via drones die elkaar bekeurden wegens luchtruim-overschrijding. Toeristen liepen in ganzenpas, geleid door hun navigatie-apps die hen adviseerden waar ze ontroerd moesten raken. Wanneer iemand per ongeluk spontaan ontroerd raakte zonder routeaanwijzing, klonk er een alarmtoon.
In het gazon speelden mannen cricket, maar de bal werd vervangen door een klein zwevend satellietje dat live commentaar gaf op de wedstrijd én op de geopolitieke situatie. Iedere slag veranderde de beurskoers van een willekeurig land. Wanneer iemand uit was, viel ergens een regering. Het oude mannetje stond er weer.
“Cricket is oorlog,” zei hij.
“Alles is oorlog,” zei zijn smartwatch.
Een straaljager vloog over. Hij crashte niet dit keer; hij veranderde halverwege in een reclame-banner voor goedkope vakantievluchten naar Mars. Niemand keek op. Crashen is alleen nog nieuws wanneer het viraal gaat.
Ik liep verder en merkte dat de tijd niet stilstond maar cirkelde als een hond die zijn eigen staart probeert te interviewen. Het verleden liep mij tegemoet in de gedaante van mijn jeugd, maar droeg een badge met de tekst UPDATE BESCHIKBAAR. De toekomst daarentegen zat op een bankje en vroeg of ik akkoord ging met de cookies.
Aan het einde van de wijk lag opnieuw het vliegveld. Ditmaal heette het Intertemporale Terminal 4. Vluchten vertrokken naar Gisteren, Nooit en Misschien. De vertrekhal bestond uit glas, staal en voorwaarden. Overal stonden mensen die afscheid namen van versies van zichzelf die niet langer compatibel waren.
Twee geliefden keken elkaar aan. Hun schaduwen omhelsden elkaar. Hun lichamen stonden stil. Toen zag ik boven op de verkeerstoren weer die witte bol. Maar nu begreep ik wat het was: geen radar, geen golfbal, geen maan…, nee, het was een cursor. Een gigantische knipperende cursor in de lucht, wachtend op het volgende woord van de wereld.
Plotseling verscheen er een reusachtige hand, transparant als software. Ze hield een muis vast. Klik. De horizon verschoof. Klik. De vogels werden vervangen door drones. Klik. Ik verdween.
Alleen in de toren zag men nog een glimp van mij, opgeslagen in een map met de naam Tijdgenoten, tweede conceptversie. De hete wind waaide door het bestandssysteem. Iemand opende mij. Iemand sloot mij. Iemand typte: “Dit moet ik goed onthouden.” Vervolgens werd het document automatisch opgeslagen onder een andere naam.
Toen ik ontwaakte was de waarheid verdwenen.
