De tattoo is de toekomst van de kunst, althans dat fluisterde iemand mij toe alsof het een beursadvies betrof, en sindsdien vermoed ik dat ook esthetische theorieën tegenwoordig worden verhandeld op derivatenmarkten waar schoonheid geen toekomst heeft en ironie goede aandelen heeft. Men zegt dat kunst per definitie nutteloos is, maar misschien bedoelt men slechts dat kunst zich niet hoeft te gedragen als een spreadsheet met kwartaalcijfers. Of misschien bedoelt men dat kunst verplicht is nutteloos te lijken, zoals een miljardair verplicht is bescheiden te doen op sociale media. De vrijheid van de kunst is dan geen vrijheid maar een dresscode: men moet autonoom zijn zoals men op een gala verplicht een rokkostuum draagt. Dat is de paradox van onze tijd: autonomie als uniform, rebellie als abonnement, subversie als servicepakket met maandelijkse updates.
Ik kreeg deze kwestie voorgelegd na een discussie waarin ik voorzichtig opperde dat kunst misschien niet nutteloos is, waarop men mij aankeek alsof ik had beweerd dat schapen een pensioenregeling hebben. Toch geloof ik niet in opgelegde autonomie. Vrijheid die moet is geen vrijheid maar een beleidsregel. De moderne kunstenaar is immers allang veranderd in een wandelend symbool, een logo met polsslag, een QR-code met gevoelens.
Een eeuw lang heeft de kunst zich laten leiden door theorieën die zo ondoorgrondelijk waren dat zelfs de theoretici zelf ze niet meer begrepen. Men dacht dat moeilijke kunst een dam kon zijn tegen barbarij, maar de barbarij bleek een afvalbak te hebben. De avant-garde groef loopgraven, maar het water van de beeldcultuur steeg sneller dan de subsidies konden worden aangevraagd. Terwijl musea zich omvormden tot ervaringsparken met cappuccinobars en augmented-reality-souvenirwinkels, veranderde het kunstwerk in een selfie-achtergrond met curatoriële wifi.
In enkele decennia werd het museum een attractiepark waar men niet kijkt maar bevestigt dat men gekeken heeft. Engagement keerde terug als modewoord, zoals vinylplaten en snorren terugkeren, maar niemand weet nog wat het betekent; het is een woord dat applaudisseert voor zichzelf. De jaren zestig zijn een mythisch tijdperk geworden, zoals Atlantis of een privacybeleid dat werkelijk wordt gelezen. Kunst moet niets en mag alles, zegt men, maar tegelijk moet zij nutteloos zijn, want anders zou zij per ongeluk iets doen. Dat idee klinkt tijdloos, maar tijdloze waarheden blijken vaak gewoon oude meningen met goede PR. Sinds Immanuel Kant wordt de esthetische ervaring graag voorgesteld als belangeloos, een doelmatigheid zonder doel, een activiteit die zo zinloos is dat zij bijna efficiënt wordt. Het is een verbluffend concept: doelgericht doelloos zijn, zoals een algoritme dat willekeur simuleert volgens een strikt protocol.
De gedachte dat kunst nutteloos is, is dus geen eeuwige waarheid maar een historische gewoonte, zoals pruiken of faxapparaten. Sommige kunstenaars houden eraan vast omdat zij heimelijk denken dat de Romantiek nog steeds live wordt uitgezonden. Gerard Reve geloofde bijvoorbeeld heilig in de nutteloosheid van kunst, wat hij deed met een ernst die tegenwoordig alleen nog voorkomt bij mensen die hun wachtwoord hardop dicteren aan hun telefoon. Voor hem was het een dogma, al lijkt een esthetisch dogma op een religieus dogma zoals een horoscoop op een weerbericht: beide voorspellen iets onvermijdelijks, maar slechts één beweert daarbij satellieten te hebben. Een dogma behoort tot de mythos, terwijl natuurwetten tot de logos behoren; het verschil is dat de logos meet en de mythos meent.
Toch kan het geloof in de nutteloosheid van kunst ook ontstaan uit verzet tegen mensen die juist beweren dat kunst nuttig moet zijn. Wie zich afzet tegen propaganda, kan eindigen met een vlag waarop staat dat betekenis verboden is. In dat opzicht had Reve gelijk in zijn tegendraadse jubel over vrijheid en dood, want de nutteloosheid van de contramine is nog altijd productief. Maar stel dat kunst werkelijk nutteloos is in een tijd waarin elk mens een zender is en elk ontbijt een contentstrategie. Dan betekent het dat de geschiedenis voort dendert zonder esthetische rem, dat beschaving oplost als een app die niet langer wordt geüpdatet. Kunst is nutteloos zou dan betekenen: wij staan machteloos, maar wel in hoge resolutie.
De stelling wordt pas gevaarlijk wanneer men haar loszingt van haar filosofische oorsprong en behandelt als natuurwet. Binnen het esthetische reservaat van Kant was nutteloosheid een subtiel begrip, geen marketingsticker. Maar zodra slogans het overnemen, wordt zelfs nutteloosheid nuttig. Dan rijst de vraag: is een tattoo kunst? Is een tattoo van Kazimir Malevich kunst? Of is de vraag of een tattoo van Malevich kunst is zelf een performance die gesponsord wordt door een streamingdienst? Kurt Schwitters zei dat alles wat een kunstenaar uitspuugt kunst is, en tegenwoordig spuugt iedereen constant online, dus leven we blijkbaar in een permanente tentoonstelling zonder sluitingstijd. Toch moet ergens een grens liggen, al is het maar omdat ook oneindigheid administratief lastig is.
En toch, hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik vermoed dat de tattoo inderdaad de toekomst van de kunst is. Niet omdat zij nutteloos is, maar omdat zij niet kan doen alsof zij dat is. De tattoo is een teken dat geen afstand duldt: zij is tegelijk symbool, document, contract en litteken. Zij is een index zoals rook vuur verraadt, maar ook een wachtwoord dat in vlees is gegrift. In een wereld waarin identiteiten worden gewisseld als profielfoto’s, is de tattoo een zeldzaam analoog feit. Zij verbindt teken en betekenis zoals bliksem donder verbindt, onontkoombaar en zonder algemene voorwaarden.
Dat is ook de reden waarom de toekomst van de kunst niet in musea ligt maar op de huid: omdat de huid het enige scherm is dat niet kan worden weggeklikt. En als dat zo is, dan zal de kunstgeschiedenis ooit worden herschreven door dermatologen, en zal de mensheid uiteindelijk begrijpen dat de ware avant-garde niet schildert op doek maar op zichzelf, met naalden die zoemen als drones boven een wereld waarin zelfs de ziel een interface is geworden
