Is er een ‘ware les’ van Auschwitz?

‘De fascinatie ging niet uit van Stalins en Hitlers vaardigheid in de kunst van het liegen, maar wel van het feit dat ze in staat waren om de massa’s te organiseren tot een collectieve eenheid die hun leugens met luister omgaf. Wat voor geleerden simpele leugens waren leek door de geschiedenis zelf bekrachtigd te worden, en wel op het moment dat de hele marcherende werkelijkheid van de bewegingen erachter ging staan en beweerde daaruit de noodzakelijke inspiratie voor hun actie te halen.’ 

Deze woorden van Hannah Arendt, afkomstig uit haar boek The Origins of Totalitarianism (1951), klinken  – zoals veel van haar woorden – opvallend actueel. Vervang Stalin en Hitler door Poetin en Trump en de passage lijkt zijn waarheid grotendeels te behouden. Juist in dat mechanisme van collectieve zelfbevestiging zag Arendt het werkelijke gevaar van het totalitarisme: niet alleen de leugen zelf, maar het moment waarop hele samenlevingen haar gaan beleven als historische noodzaak. Tegen die achtergrond kreeg de naoorlogse uitspraak “Nooit meer Auschwitz” haar diepe morele betekenis: als waarschuwing voor wat er kan gebeuren wanneer kritisch denken, individuele verantwoordelijkheid en menselijkheid oplossen in de roes van een collectief gelijk.

De woorden “Nooit meer Auschwitz” kwamen niet voort uit politieke profilering of actuele verontwaardiging, maar uit een diep besef dat de beschaving zelf had gefaald. Auschwitz stond niet alleen voor de industriële vernietiging van miljoenen mensen, maar ook voor het failliet van rede, vooruitgang en humanisme. “Nooit meer” betekende toen: nooit meer mag een samenleving zo ver afglijden dat mensen systematisch worden ontmenselijkt, geregistreerd, afgevoerd en vernietigd terwijl de meerderheid toekijkt, zwijgt of meewerkt.

Juist daarom had die uitspraak gewicht. Zij verwees naar iets uitzonderlijks, iets waarvan men hoopte dat het buiten de geschiedenis zou vallen omdat het elke maat van menselijke ervaring te buiten ging. Auschwitz was geen algemeen symbool voor “groot onrecht”, maar een historisch dieptepunt dat zich niet zomaar laat vergelijken met hedendaagse conflicten, hoe ernstig die ook zijn.

Tegenwoordig klinkt steeds vaker de leus: “Nooit meer is nu.” Vooral rond de Dodenherdenking werd die kreet gebruikt om actuele politieke kwesties rechtstreeks te verbinden met de herinnering aan de Holocaust. De bedoeling daarvan is begrijpelijk: men wil laten zien dat herdenken niet vrijblijvend mag zijn en dat morele waakzaamheid ook betrekking moet hebben op het heden. Maar in die slogan schuilt tegelijk een merkwaardige kortsluiting van verleden en actualiteit.

Want zodra “Nooit meer Auschwitz” verandert in “Auschwitz is nu”, dreigt het verleden zijn eigen historische betekenis te verliezen. Dan wordt Auschwitz geen uniek ijkpunt van beschavingserosie meer, maar een flexibel moreel instrument dat telkens opnieuw kan worden ingezet om hedendaagse conflicten van absolute morele helderheid te voorzien. De geschiedenis verandert dan in een onmiddellijk bruikbare metafoor. Maar juist daardoor verdwijnt het besef van afstand, nuance en historische singulariteit.

Misschien zou daarom de omkering passender zijn: “Nu is nooit meer.” Die woorden klinken paradoxaal, maar ze drukken iets wezenlijks uit. Ze herinneren eraan dat het heden niet het definitieve morele centrum van de geschiedenis is. Elke generatie heeft de neiging zichzelf te zien als uitzonderlijk bewust en moreel superieur. Men denkt eindelijk te begrijpen wat eerdere generaties niet zagen. Maar precies dat gevoel van morele zekerheid is gevaarlijk. Ook de mensen uit het verleden beschouwden zichzelf meestal als redelijk, humaan en beschaafd.

“Nu is nooit meer” betekent dan ook: wees voorzichtig met het onmiddellijk gelijkstellen van actuele gebeurtenissen aan Auschwitz. Niet omdat hedendaags leed onbelangrijk zou zijn, maar omdat Auschwitz méér was dan een willekeurig voorbeeld van geweld of onderdrukking. Het was een systematische vernietigingsmachine, georganiseerd door een moderne staat, ondersteund door bureaucratie, wetenschap, techniek en ideologie. Wie dat unieke karakter voortdurend oplost in actuele vergelijkingen, loopt het risico zowel het verleden als het heden verkeerd te begrijpen.

Bovendien ontstaat er in onze tijd een merkwaardige vorm van morele haast. Alles moet onmiddellijk worden geduid, veroordeeld, vergeleken en gepositioneerd. Sociale media versterken die dynamiek: geschiedenis wordt gereduceerd tot slogans, beelden en parallellen die vooral emotionele overtuigingskracht moeten hebben. Maar herdenken vraagt juist vertraging. Stilte ook. De erkenning dat sommige gebeurtenissen niet volledig kunnen worden toegeëigend door hedendaagse agenda’s.

“Nu is nooit meer” kan daarom gelezen worden als een pleidooi voor historische bescheidenheid. Niet om weg te kijken van onrecht in het heden, maar om te voorkomen dat de herinnering aan Auschwitz haar diepte verliest door inflatie van vergelijkingen. Want wanneer alles Auschwitz wordt genoemd, verliest Auschwitz uiteindelijk zijn betekenis.

Mondiaal gezien is het fenomeen oorlog met al zijn onmenselijkheden nog lang niet voorbij. Zelfs het begrip “genocide” is anno 2026 nog niet uit de wereld verdwenen. In Sudan (Darfur) waarschuwen VN-onderzoekers voor geweld met “genocidale kenmerken” tegen etnische minderheden. In Myanmar loopt een internationale genocide-zaak vanwege de vervolging van de Rohingya. Tegen Poetin loopt een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof wegens vermeende oorlogsmisdaden in Oekraïne. Daarnaast is nog geen definitief internationaal oordeel over genocide in Gaza. Het Internationaal Gerechtshof behandelt de zaak nog, maar oordeelde wel dat de beschuldigingen ernstig en “plausibel” genoeg zijn om verder te onderzoeken.

Wat zegt al deze rampspoed over de ware les van “Nooit meer Auschwitz”? Mocht er zo’n ‘ware les’ bestaan dan ligt die ligt niet in het voortdurend projecteren van het verleden op het heden, maar in het ongemakkelijke besef waartoe mensen in staat zijn – ook gewone mensen, ook beschaafde samenlevingen, ook wijzelf. Dat besef vraagt minder om morele zelfverheffing dan om zelfonderzoek. Dat zou uiteindelijk herdenken moeten zijn in de wereld van nu: geen podium voor actuele gelijkhebberij, maar een oefening in waakzaamheid tegenover de verleidingen van simplificatie, groepsdenken en morele zekerheid.

Het gevaar van de geschiedenis is niet alleen dat zij zich herhaalt, maar ook dat wij te snel denken haar te herkennen. Dat gevaar dreigt juist dan, als een collectief haar eigen morele zekerheden begint te beleven als een door de geschiedenis bekrachtigde waarheid.