In het begin van deze eeuw schreef Karen Armstrong haar boek De strijd om God, dat ging over het fundamentalisme in de religie. Kort nadat zij haar manuscript voltooide, vonden in Amerika de aanslagen van 9/11 plaats. Heel even had zij de indruk dat ze helemaal opnieuw kon beginnen, maar weldra drong het tot haar door dat deze aanslagen haar conclusies bevestigden over het hybride karakter van het fenomeen fundamentalisme, dat niet alleen een protest is tegen de moderniteit, maar ook uitgevoerd wordt met middelen die in feite hypermodern zijn. Ik moest hieraan denken toen ik op 24 februari 2022 de laatste hand legde aan de eerste versie van het manuscript voor dit boek. Op diezelfde dag viel Rusland Oekraïne binnen. In de commentaren werd alom gewezen op een mogelijk begin van een Derde Wereldoorlog, maar ook aan een moreel bankroet dat herinneringen opriep aan de Tweede Wereldoorlog. Dat zou betekenen dat een tijdperk op zijn eind was gelopen. Juist dat tijdperk is het onderwerp van dit boek. De oorlog in Oekraïne leek te zijn ontstaan in het ontspoorde brein van Vladimir Poetin.
Zo luidt de wat pretentieuze eerste alinea van mijn boek Het algoritme van de waan, naoorlogse geschiedenis van een babyboomer. Op 28 februari 2023 mocht ik het presenteren in de Gysbert Japicxzaal in Tresoar. Achteraf bezien ben ik niet zo tevreden met dit boek. Ik had er beter aan gedaan nog een jaartje te wachten met publicatie. Dan had ik de ontwikkelingen in Oekraïne meer kunnen betrekken in mijn betoog. De naoorlogse geschiedenis lijkt met deze oorlog opnieuw te zijn begonnen. De waanzin van een wereldoorlog, die we dachten ver achter ons te hebben, kan zomaar opnieuw beginnen. Ook de waan van Poetin heb ik destijds onderschat. Zijn denken lijkt nu in een spiraal van het kwaad te zijn beland.
Overigens had ik de ondertitel niet zelf bedacht. “Naoorlogse geschiedenis van een babyboomer” werd aan de titel toegevoegd door de uitgever, zodat de de boekhandelaren konden weten op welke tafel ze het boek te koop konden leggen. Eigentijdse geschiedenis dus, maar het boek gaat over veel meer dan dat. Complottheorieën bijvoorbeeld, niet alleen in de corona-tijd, maar ook in Hitler-Duitsland. En bovendien historische beeldvorming van het fenomeen Adolf Hitler, met alle wanen van de geschiedwetenschap die zich daarbij manifesteerden.
Maar de basis voor dit boek werd al in 2015 gelegd, toen ik een lezing mocht houden in de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) in Leusden over het onderwerp Romantische wortels van het fascisme. Ik ben daar nadien nooit meer geweest. Op 26 september a.s keer ik daar na tien jaar terug, omdat ik dan op deze bijzondere locatie de Van Helsdingenprijs van de Stichting Psychiatrie en Filosofie in ontvangst mag nemen, die dit jaar aan Rob Sips en mij is toegekend. Gisteren ontdekte ik dat je ook een filmpje kan maken van een powerpoint-presentatie. Zo’n filmpje van mijn lezing destijds heb ik nu gedownload en is hieronder te zien.
Na enkele maanden had ik mij er al weer mee verzoend dat het boek geen reacties zou oproepen in de pers. Totdat ik ontdekte dat er op de landelijke site van Civis Mundi, tijdschrift voor sociale filosofie en cultuur toch een serieuze recensie was verschenen. De integrale tekst van Het algoritme van de waan heb ik gisteren nog eens voorgelegd aan AI. Die maakte er de volgende samenvatting van, gevolgd door de gebruikelijke dialoog tussen een man en een vrouw.
***
In zijn recente boek “Het algoritme van de waan” neemt Huub Mous ons mee op een intrigerende reis door de naoorlogse geschiedenis, bezien door de ogen van een babyboomer. De centrale vraag die hij stelt, is wat het “algoritme van de waan” precies inhoudt Dit is geen computerprogramma, maar een metaforisch stappenplan van de menselijke geest om een uitweg te vinden in situaties die als onhoudbaar worden ervaren.. Mous stelt dat de waan, hoewel vaak als een afwijking gezien, in wezen een hyper-rationele poging van de geest is om zich staande te houden in een bedreigende omgeving.
De auteur gebruikt Adolf Hitler als centrale casus om de historische verwevenheid van waan en kwaad te onderzoeken.. Hitler, gedreven door een ideologie van rassenwaan, zat in zijn eigen beleving “klem” voordat hij over de grens ging. Dit gevoel van beklemming ligt vaak aan de basis van waanideeën, iets wat we ook zagen in de wildgroei van complotdenken tijdens de corona-pandemie.
Volgens Mous belichaamt Hitler een extreme vorm van de waan, die hij “waan in het kwadraat” noemt. In zijn optiek is totalitarisme gelijk aan het kwadrateren van de waan, waarbij het kwaad zo onzichtbaar wordt dat het niet langer als kwaad wordt herkend. Hitler wist een fictieve wereld te creëren en deze met geweld in stand te houden, waardoor de waan viraal ging en exponentieel vermeerderde. De auteur onderzoekt hoe dit proces van totale ontkenning van het kwaad zich voltrok en hoe de wil van de Führer tot algemene morele wet werd verklaard.
Het boek duikt dieper in hoe in het postmodernisme de waarheid en zelfs de herinnering aan Hitler zelf een fabel werden. De werkelijkheid verloor zijn verankering, en de politiek werd een toneelspel. Deze verschuiving creëerde een “woestijn van de werkelijkheid”, waarin complottheorieën floreren. Mous ziet complotdenken als een logisch vervolg op het populisme en een nieuwe verschijningsvorm van religie in tijden van goddeloosheid. Ze bieden pasklare verklaringen en een gedeeld geheim, dat een spirituele dimensie kan krijgen, vergelijkbaar met de geboorte van religie.
Een belangrijk aspect van het betoog is de link tussen de snelle secularisatie na de Tweede Wereldoorlog, vooral in de jaren zestig, en het ontstaan van de waan. Toen God uit de wereld verdween, ontstond er een leegte die de waan – en dus totalitaire ideologieën en complottheorieën – kon vullen. De auteur verkent ook de kracht van charisma bij leiders als Hitler, John F. Kennedy en Pim Fortuyn. Dit charismatisch leiderschap kan leiden tot een messiaswaan, die een collectief gemis invult en volgelingen in een “warm badwater van de waan” onderdompelt.
Mous interpreteert de waan als een wanhopige poging tot ontsnapping uit een als ondraaglijk ervaren toestand, vergelijkbaar met de “droom van de gevangene” van Moritz von Schwind…. Het kan een “gnostisch visioen” zijn van zelfverlossing, waarbij de mens zijn eigen koninkrijk op aarde kan stichten, wat zowel een hemel als een hel kan zijn.
Daarnaast introduceert de auteur het “Droste-effect van de waan”. Dit beschrijft hoe de waan een zelf-verwijzend, oneindig proces kan zijn, een “kopie van een kopie”, waarbij de werkelijkheid leeg wordt en de fictie zich losmaakt van de realiteit. Dit effect, zichtbaar in bijvoorbeeld de nazikunst die Griekse idealen op perverse wijze kopieerde, kan leiden tot een “ultieme leegte” waar de kiem van psychose en het algoritme van de waan schuilen.
Uniek aan dit boek is de persoonlijke invalshoek van de auteur, die zelf als babyboomer een psychose heeft ervaren. Hij reflecteert op hoe zijn eigen waanwereld in de jaren zestig nauw verbonden was met het plotselinge verdwijnen van religie en hoe hij “een profeet werd omdat ik te veel over profeten gelezen had”. Mous stelt dat de grens tussen gezondheid en geestesziekte arbitrair is en historisch bepaald, en dat een collectieve waan onzichtbaar kan blijven als de “tijdgeest” zelf een ziektebeeld vertoont.
Uiteindelijk nodigt “Het algoritme van de waan” ons uit om anders te kijken naar de waan – niet alleen als medische afwijking, maar als een fundamentele menselijke ervaring die zowel verwoestende als potentieel “helende” krachten in zich draagt, en die ons blijft confronteren met de dunne lijn tussen realiteit, fictie, goed en kwaad.
