De tijd die nog rest

4 april, 1980(3)0001

LCom 14.28.57

Schermng 2014-01-13 om 14.30.44

 Het is 9 februari 2000. Het Museum ’t Coopmanshius moet dicht. Er was een actie opgestart voor het behoud van het museum en ik had alle kunstenaars in Friesland proberen te mobiliseren. Dat had onverwachts veel effect. Veel mensen waren erbij die avond bij de beslissnede raadsvergadering. Ik werd zelfs geïnterviewd voor het NOS-journaal. De volgende stond ik met een foto op de voorpagina van de Leeuwarder Courant, samen met de kunstenaar John Leenen  – die voor de gelegenheid een kunstkoe had beschilderd – en Pieter de Graaf van de beheerscomité van het museum. Roerige tijden. Das war einmal.

Het is inmiddels al weer zes jaar geleden dat ik met vervroegd pensioen ging. Zo’n overgang schijnt bij veel mensen een behoorlijke breuk in hun leven teweeg te brengen. Sommigen komen nooit meer in hun ritme, omdat ze de stimulans van hun dagelijkse werkomgeving missen. Anderen verpieteren, omdat ze geen raad weten met al die vrije tijd. Jaren geleden konden ambtenaren, die de fatale grens zagen naderen, zich opgeven voor een cursus ‘pensioen in zicht’. Ik weet niet of het komt doordat ik nooit een ambtenaar heb willen zijn – ik was altijd een vrije ondernemer in loondienst, ook toen de managers met een bord voor hun kop de macht overnamen – maar aan mij zou zo’n cursus niet zijn besteed. Ik heb de overgang naar een gehonoreerd werkloos bestaan als een weldadige verandering ervaren. Alle dagelijkse ergernis om dingen, die mij niet zinnen in mijn omgeving, is als sneeuw voor de zon verdwenen. Ik verveel me geen moment. Integendeel, ik kom tijd tekort. De tijd die nog rest wotdt steesd korter, maar er zijn steeds meer dingen die nog gedaan moeten worden. Nog een boek. Nog een keer opschrijven wat je eigenlijk altijd al hebt willen zeggeneld. Soms word ik doodmoe van mezelf.

Toch is er natuurlijk wel iets veranderd. Zo kan ik niet ontkennen dat ik in de afgelopen zes jaar veel aan het terugblikken ben geweest. Niet eens op mijn werkzame periode, maar meer op mijn jeugd, mijn katholieke jeugd wel te verstaan. Soms zag ik hele films aan mijn geestesoog voorbij trekken, vooral ’s ochtends als ik wakker werd. Ik vroeg me af hoe het allemaal zo heeft kunnen komen. Als ik terugkijk, valt mijn leven in twee gelijke helften uiten. De eerste dertig jaar groeide ik op, werd met enig rumoer veel te langzaam volwassen en studeerde ik tien jaar lang in Amsterdam, waar de wereld aan mijn voeten lag. De tweede dertig jaar woonde en werkte ik in Friesland, aan het voeteneind van de wereld, in een baan, waarin ik nooit promotie heb gemaakt en die desalniettemin dertig jaar lang bleef boeien, omdat de hele wereld om heen veranderde behalve ik. Dat laatste is natuurlijk niet helemaal waar, want je ziet jezelf niet veranderen, terwijl je dat natuurlijk wel doet. Vooral in die tweede dertig jaar van mijn leven ben ik langzaam een ander mens geworden. Maar om nu te zeggen dat ik uiteindelijk mezelf ben geworden is op zijn zachts gezegd wat overdreven.

Het is een voor de hand liggende gedachte om dan aan jezelf de ‘als-vraag’ te stellen. Wat zou er gebeurd zijn als dit… als dat… en vooral: hoe zou alles zijn verlopen, als ik toen wist wat ik nu weet. Binnenkort komt er een reünie van mijn klasgenoten uit de eerste klas van het Ignatiuscollege uit het schooljaar 1960-1961. Indirect is die reünie voortgekomen uit de presentatie van mijn boek Modernisme in Lourdes, Gerard Reve en de secularisering. Straks zal ik wederom worden geconfronteerd met de constatering dat ik in al die jaren mezelf niet of nooit ben geweest. Punt is, dat ik dat zelf lange tijd niet heb geweten, en dat zal zijn redenen hebben gehad. Ik heb vaak genoeg geprobeerd om uit Friesland weg te komen, maar dat is me nooit gelukt. Het heeft zo moeten zijn. Ik heb zelf ook nogal eens met een bord voor mijn kop gelopen en me als een klein kind gedragen. Ik was vaak naïef, werd laat wijs en heb heel veel nutteloze gedachten heel lang heel serieus genomen. Maar aan de andere kant zie ik niet om in wrok of wroeging. ‘Non je ne regrette rien.‘ Het is goed zo. Door tegenslagen krijg je vechtlust, en door strijd ontwikkel je kracht.

Zo heeft elk nadeel zijn voordeel en is de som uiteindelijk altijd weer nul. Ik ben nu al weer zes jaar bezig met mijn derde periode van dertig jaar, want alle mooie dingen gaan in drieën. Ik hoef me niet meer te bewijzen, om de simpele reden dat ik dat nooit heb gedaan. Ik hoef ook niets te compenseren, omdat het me eerder niet is gelukt. Ik ga gewoon door waarmee ik altijd bezig ben geweest. Mijn ticket heb ik op zak, mijn vlucht is geboekt, maar mijn gedachten schieten vaak alle kanten op. Mijn hoofd zit vol, misschien wel te vol. Soms voel ik me als een vliegveld, waar voortdurend vertraging optreedt, omdat van alle kanten tegelijk grote vliegtuigen willen landen. Terugblikken kan zijn nut hebben, maar je moet er niet te lang mee bezig zijn. Ik was dertig jaar lang ‘gestationeerd in Friesland’ en ben daar uiteindelijk blijven hangen. Je kunt je lot niet ontlopen, maar ik geloof niet in een eindbestemming. De dingen gaan zoals ze gaan.

Ik ben een laatbloeier, daar ben ik met schade en schande achtergekomen. Twee jaar voor mijn vervroegd pensioen ben ik gaan schrijven op internet. Dat was een vlucht uit een situatie die onhoudbaar was geworden. Ik was uit mijn eigen baan gegroeid en werd een onmogelijk figuur. Alles om me heen werd een probleem, maar het probleem was ikzelf. Ik paste niet meer in de hiërarchie van mensen die denken dat de wereld alleen door hiërarchie wordt bepaald. Ik kwam steeds meer in conflict met kleine zielen. Niet dat ik zelf zo’n grote ziel heb, maar ik weet wel wat een kleine ziel is. De wereld gaat nog eens aan kleinzieligheid ten onder. We hebben wereld gecreëerd waarin kleine zielen omhoog klimmen. Dit is de tijd van de kleinzieligheid.

Internet was mijn redding, mijn laatste strohalm. Hier kon ik schoppen, schelden en beledigen. Schrijven op internet is het afstand doen van woorden die onomkeerbaar zich verwijderen in een onpeilbaar lege ruimte. Ik wilde weg uit mijn eigen ruimte die geen uitgang meer had.  Internet is de stroom van de tijdloze tijd, en tegelijk de uitgestrektheid van de ruimteloze ruimte. Internet is magisch, als een wormgat in de tijdruimte. Internet is spiritueel, omdat het woord zich immaterialiseert van de drager (het tablet, het papier, de rol, het boek).  Het woord is letterlijk stroom geworden en leeft onder ons. Het woord stroomt. De taal wordt vloeibaar. Het spreken verwijdt zich tot geschreven tekst, omgekeerd lost de tekst zich op in het gedruis van het spreken.

Een Pirandello-achtig gedachte-experiment:

Stel ik raak in een waanwereld terwijl ik schrijf op internet. Wie zal nog kunnen onderscheiden of ik fabuleer of niet. Een tekst schrijven op internet is als het geluid van de regen laten horen. De lezer hoort regen, maar kan niet onderscheiden of hij droomt dat het regent of dat het werkelijk regent. Of dat hij droomt dat het regent, terwijl hij in zijn droom het werkelijke geluid van de regen hoort. Dit voorbeeld van onzekerheid (ontleend aan Wittgenstein) krijgt op internet een extra gelaagdheid. Geen enkele tekst op internet is geautoriseerd. Zelfs het ip-nummer van de afzender is geen gararantie voor de authenticiteit van het ‘schrijvend’ subject.

Ik creëer een waanwereld zonder dat ik daar erg in heb. Ik verbeeld mij dat er iemand is die mij mijn teksten dicteert. Een innerlijke stem die mij – als was ik in trance – teksten op het net laat schrijven. Wie merkt dat ik aan dit syndroom lijd? Niemand! Mijn lezers niet, want die lezen alleen een tekst. Ikzelf niet, want ik ben paranoïde en schrijf alleen wat mijn stem dicteert. En mijn stem ook niet, want die uit zich in een tekst en wordt door niets en niemand gehinderd. In dat specifieke geval ben ‘ík’ dus niemand. ‘Ik’ ben hier niet. ‘Ik’ schrijf. terwijl ik niet schrijf. Ik schenk de woorden van mijn stem in een excessieve gift aan een onbestemd publiek in een onbestemde ruimte. Een reële waanwereld in een spiritueel domein. Het ik slipt weg tussen mijn innerlijke stem en de tekst die ‘ík’ schrijf en maar door blijft lopen ….. in de tijd die nog rest.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)