Mijn fascinatie voor het occulte is niet begonnen met een vast geloof, maar met het vermoeden dat de werkelijkheid niet samenvalt met wat zichtbaar is. Al vroeg had ik het gevoel dat onder het oppervlak van de dingen een tweede wereld schuilging, een wereld van tekens, echo’s en verborgen verbanden. Oude huizen leken herinneringen vast te houden, bepaalde voorwerpen straalden iets uit wat zich niet rationeel liet verklaren, en soms kon een geur of een droom een bijna tastbare aanwezigheid oproepen. Later heb ik geprobeerd zulke ervaringen psychologisch of rationeel te begrijpen, maar er bleef altijd een rest over die zich aan iedere verklaring onttrok. Juist dat ongrijpbare trok mij aan.
Het occulte had voor mij nooit alleen betrekking op magie, spiritisme of geheime rituelen. Het ging eerder om het besef dat de werkelijkheid niet volledig transparant is voor zichzelf. Het woord ‘occult’ betekent ook verborgen, en misschien is dat wat mij altijd heeft gefascineerd: het idee dat er lagen bestaan die zich niet onmiddellijk prijsgeven. In een wereld waarin alles meetbaar, controleerbaar en verklaarbaar moet zijn, oefent het verborgene een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit.
Die fascinatie werd sterker toen ik begon te schrijven. Hoe meer ik schreef, hoe meer ik het gevoel kreeg dat de taal niet alleen iets zichtbaar maakt, maar ook iets oproept. Schrijven heeft iets bezwerends. Woorden lijken soms een eigen leven te gaan leiden. Alsof er tijdens het schrijven een stem spreekt die ouder is dan het bewuste denken. Daarom heb ik schrijven nooit als een puur intellectuele bezigheid ervaren. Het heeft ook iets lichamelijks, iets duisters bijna. Je drijft al schrijvend iets uit wat anders in jezelf zou blijven rondwaren.
Soms denk ik dat de mens zijn onschuld verloor op het moment dat hij begon te schrijven. Het schrift creëert afstand. Zodra woorden worden vastgelegd, raken ze los van degene die ze uitsprak. Ze krijgen een eigen bestaan. Misschien verklaart dat waarom oude culturen vaak een bijna magische betekenis toekenden aan letters en tekens. Woorden konden zegenen of vervloeken, genezen of vernietigen. Ook nu nog gedragen wij ons vaak alsof taal besmet kan zijn met een charismatische kracht. Een enkele zin kan een leven veranderen of een menigte in vervoering brengen.
Het moderne rationalisme heeft die magische dimensie van taal grotendeels verdrongen. Woorden zijn primair instrumenten geworden om informatie over te dragen. Maar onder dat rationele oppervlak leeft nog altijd iets voort van het oude geloof in de kracht van tekens. Misschien verklaart dat waarom ik mij altijd aangetrokken heb gevoeld tot rituelen en esoterische tradities. Niet omdat ik letterlijk geloofde in bovennatuurlijke krachten, maar omdat zulke systemen uitdrukking geven aan een diep menselijk verlangen naar een ultieme samenhang.
De moderne wereld is uiteengevallen in losse fragmenten. Wetenschap, techniek en rationaliteit hebben ons veel gebracht, maar tegelijk ook iets afgenomen. De werkelijkheid werd objectief, meetbaar en efficiënt, maar verloor tegelijk ook haar bezieling. De mens werd steeds meer een waarnemer die tegenover de wereld staat in plaats van er deel van uit te maken. Juist daarom duikt het verlangen naar mysterie telkens opnieuw op. Er lijkt sprake van een verbroken contract met de werkelijkheid. De intrinsieke band die de taal daarin onderhield, lijkt gesprongen. Wij zijn niet verdreven uit het paradijs, maar uit de werkelijkheid zelf.
Wat mij vooral fascineert in oude esoterische tradities is hun poging om verbanden te leggen tussen innerlijk en uiterlijk, tussen geest en materie. In de moderne wetenschap zijn die domeinen streng van elkaar gescheiden geraakt. Maar in het occulte denken correspondeert alles met alles. De buitenwereld weerspiegelt de binnenwereld en omgekeerd. Dat idee kan gemakkelijk ontsporen in waanzin of paranoia, maar het bevat ook een poëtische waarheid. Iedereen kent immers momenten waarop toeval en bijzondere betekenis krijgt, alsof de werkelijkheid plotseling antwoord geeft op iets wat zich diep van binnen afspeelt.
Ik heb altijd vermoed dat een mens niet kan leven in een volledig onttoverde wereld. Hoe rationeler de samenleving wordt, hoe sterker het verlangen zich aandient naar nieuwe vormen van betovering. Dat zie je overal terug: in spirituele stromingen, complottheorieën, alternatieve werkelijkheden en nieuwe vormen van mythologie. Zelfs de technologie heeft tegenwoordig iets occults gekregen. We leven omringd door onzichtbare krachten en systemen die bijna niemand werkelijk meer begrijpt, maar waaraan iedereen dagelijks onderworpen is. De moderne mens typt codes in zoals vroegere magiërs bezweringen uitspraken.
Mijn fascinatie voor alchemie komt voort uit dezelfde intuïtie. Niet omdat ik geloof dat lood letterlijk in goud veranderd kan worden, maar omdat de alchemie een diep inzicht bevat: iedere uiterlijke transformatie weerspiegelt een innerlijk proces. De alchemist experimenteerde niet alleen met stoffen, maar ook met zichzelf. Het verwerven van kennis was toen nog verbonden met innerlijke transformatie. Dat idee spreekt mij aan, omdat kennis in onze tijd vaak louter een opeenstapeling van informatie dreigt te worden. . Men verzamelt feiten, maar verandert zelf nauwelijks. AI recombineert feiten tot iet nieuws, maar war k naar verlang in een alchemistische transformatie die door AI teweeg wordt gebracht in het innerlijk.
Toch ben ik mij altijd bewust gebleven van de gevaren van een occulte wijze van denken. Wie overal tekens en verborgen machten gaat zien, kan uiteindelijk het onderscheid tussen werkelijkheid en waan gaan verliezen. Fascinatie kan omslaan in obsessie. Juist daarom heb ik het occulte nooit benaderd als een gesloten geloofssysteem. Wat mij aantrekt is niet de zekerheid, maar de grenservaring. Het moment waarop het bekende begint te schuiven als een op handen zijnde onthulling.
Er bestaat een diepe verwantschap tussen kunst, mystiek en waanzin. Alle drie ondermijnen zij de vanzelfsprekendheid van de dagelijkse werkelijkheid. De kunstenaar, de mysticus en de psychoticus betreden gebieden waar de normale orde instabiel wordt. Maar waar de waanzin soms iedere distantie afstand doet verliezen, probeert de kunst juist een creatieve vorm te geven aan die ontregelende eenwording. Misschien is schrijven daarom voor mij zo belangrijk geworden: het biedt een manier om de distantie te overwinnen en een proces van verbinding in gang te zetten.
Veel van wat ik geschreven heb, ontstond vanuit een behoefte om innerlijke demonen te bezweren, zoals ik onlangs op mijn blog heb beweerd. Soms letterlijk. Ik heb inderdaad ooit al mijn dagboeken verbrand, alsof vernietiging letterlijk een alchimistische vorm van zuivering kon zijn. Dat klinkt dramatisch, maar de impuls was echt. Schrijven en vernietigen liggen soms dicht bij elkaar. Beide hebben te maken met de poging grip te krijgen op iets wat groter is dan jezelf. Die toenadering is niet ongevaarlijk maar ook fascinerend.
Het demonische heeft mij altijd gefascineerd, niet als puur kwaad, maar als een kracht die groter is dan het bewuste ik. Oude culturen leken beter vertrouwd met zulke ambivalente krachten dan wij. De moderne mens wil alles indelen in gezond of ziek, rationeel of irrationeel, normaal of afwijkend. Maar het menselijk bewustzijn laat zich niet volledig categoriseren, laat staan disciplineren. Onder de oppervlakte van de rede bewegen oudere lagen van angst, verlangen en verbeelding. Het zijn de tellurische krachten van de geest die het leven voortstuwen, al zal de ratio het roer nooit mogen verliezen.
Met ‘tellurische krachten’ werden oorspronkelijk de verborgen krachten van de aarde bedoeld: ondergrondse spanningen, magnetische velden, vulkanische energieën. In de Romantiek, de mystiek en binnen het occultisme kreeg het begrip een bredere betekenis: donkere energieën die ook in de menselijke geest werkzaam zouden zijn. Het zijn de onderaardse bewegingen van het onbewuste, archaïsche impulsen en mysterieuze drijfveren die zich soms als een psychische eruptie manifesteren onder het dunne oppervlak van de rede. Alsof er onder de beschaving een ondergrondse stroom loopt die af en toe door de vloer heen breekt. Dan maakt de genealogie van de moraal plaats voor de genealogie van het kwaad. Regeringsleiders ontpoppen zich als peetvaders van de maffia: figuren die juist door hun nietsontziende machtsspel bewondering oogsten bij het volk.
Dat is mogelijk ook de reden waarom het occulte telkens terugkeert in tijden van crisis. Wanneer bestaande zekerheden instorten, groeit niet alleen de behoefte aan ongebreidelde macht, maar ook aan symbolen en verborgen betekenissen. Een mens zoekt dan opnieuw naar een ultieme samenhang. Het moge duidelijk zijn: ik geloof niet dat de oplossing voor alle wereldproblemen ligt in een naïeve terugkeer naar het magische denken. De moderne kritiek op irrationaliteit is niet onterecht. De geschiedenis laat zien hoe gevaarlijk collectieve fantasieën kunnen worden. Maar even gevaarlijk is een wereldbeeld waarin alleen nog plaats is voor rationaliteit en efficiëntie. Dan verdwijnt niet alleen het mysterie, maar ook de ziel wat dat ook moge zijn.
Ik gebruik dat woord ‘ziel’ bewust, hoewel het tegenwoordig bijna verdacht klinkt. Voor mij verwijst de ziel niet naar een religieuze substantie, maar naar de innerlijke diepte van de mens, naar datgene wat zich niet volledig laat reduceren tot hersenactiviteit. Onlangs heb ik nog eens al die dikke pillen van Dick Swaab gelezen over de werking van de hersenen. Het is fascinerende lectuur, maar het leest als een eindeloze pagina op Wikipedia. Wat is mis, is de beschouwing, de diepgang. Het occulte probeert op zijn eigen manier toegang te krijgen tot die verborgen diepte. Dromen en symbolen spreken meerdere lagen van het bewustzijn tegelijk aan. Zij laten ruimte voor dubbelzinnigheid, voor de vermenging van licht en duisternis, van orde en chaos.
Dat is uiteindelijk de kern van mijn wellicht bedenkelijke fascinatie voor het occulte: het verlangen om de werkelijkheid opnieuw als een mysterie te ervaren. Niet ondanks de rationaliteit, maar naast haar. Want een mens leeft niet van feiten alleen. Wij leven ook van onuitsprekelijke vermoedens. Het occulte herinnert eraan dat de werkelijkheid groter is dan onze rationele verklaringen. En juist daarom blijf ik schrijven. Niet zozeer om antwoorden te vinden, maar om iets zichtbaar te houden van de schaduwen die zich bewegen aan de rand van de taal.
