In februari 2023 verscheen mijn boek Het algoritme van de waan. Naoorlogse geschiedenis van een babyboomer. Precies een jaar eerder was Rusland Oekraïne binnengevallen. Ter gelegenheid van die actualiteit schreef ik – ook om mijn boek onder de aandacht te brengen – een artikel voor de Leeuwarder Courant, dat op 4 februari 2023 tevens werd overgenomen door het Dagblad van het Noorden. De krant gaf het stuk de kop: ‘Poetin lijkt minder op Hitler dan velen menen’. Die titel was overigens niet van mijn hand, maar een redactionele keuze. Zelf had ik er een andere titel boven gezet: ‘Complotdenken heeft Poetin met Hitler gemeen’.
Sindsdien zijn inmiddels tweeënhalf jaar verstreken. De oorlog in Oekraïne duurt onverminderd voort, en iedere hoop op een snelle oplossing is vervlogen. Trump en Poetin hebben intussen weliswaar een ontmoeting gehad in Alaska, maar die leverde geen doorbraak op. Poetin gaat onverdroten verder met het afvuren van raketten, alsof elk gesprek slechts een schijnbeweging is die hem tijdelijk extra speelruimte verschaft.
Dat bracht me ertoe mijn oude artikel nog eens terug te lezen. Hoe actueel is mijn analyse van destijds eigenlijk nog? Zijn de parallellen die ik toen trok tussen complotdenken, waan en macht inmiddels achterhaald, of blijken ze juist opnieuw hun scherpte te tonen? Uit nieuwsgierigheid vroeg ik ChatGPT mijn artikel uit 2023 te actualiseren: niet door de kern van mijn betoog te veranderen, maar door de huidige situatie als vertrekpunt te nemen. Het resultaat leest als een vervolg op mijn oorspronkelijke tekst, een spiegel die tweeënhalf jaar later opnieuw wordt voorgehouden. ChatGPt bedacht ook een nieuwe titel: Poetin en Hitler: de leegte en de waan.
Het besluit van Poetin om Oekraïne binnen te vallen werd destijds door velen in verband gebracht met Hitlers inval in Tsjechoslowakije, alsof de geschiedenis zich in cycli herhaalt en telkens opnieuw haar demonen loslaat. Maar de werkelijkheid laat zich niet zo eenvoudig spiegelen. Iedere vergelijking schuurt, en toch blijft er een hardnekkig vermoeden dat er eenzelfde kern is die telkens oplicht wanneer macht zich loszingt van werkelijkheid. Ian Kershaw sprak al over de dictatuur als een gestolde obsessie: meedogenloos, wraakzuchtig, egocentrisch, en vooral bezeten door een fixatie op macht. Dat profiel lijkt, hoe verschillend de contexten ook zijn, bij Poetin opnieuw te verschijnen.
Wat hem onderscheidt van de totalitaire monsters van de twintigste eeuw is misschien juist zijn leegte. Hitler leefde in een mythologische waan, doordrenkt met raciale en pseudo-religieuze beelden. Poetin lijkt vooral de man zonder gezicht te zijn, zoals Masha Gessen hem beschreef: zonder ideologie, zonder partij, zonder utopie. Een lege kern die niettemin verwoestend is, omdat hij slechts één obsessie kent—meer macht, meer gebied, meer controle. Het is een honger die nooit gestild wordt, een pleonexia die alles wat buiten hem ligt als roofgoed beschouwt. In die zin is zijn macht niet de projectie van een droom, maar van een leegte die alles naar zich toetrekt.
Toch openbaart ook bij hem de waan zich in taal. Wie de woorden verandert, herschrijft de werkelijkheid. Poetin noemde zijn invasie geen oorlog, maar een “speciale militaire operatie.” Het klinkt bureaucratisch, bijna administratief, alsof het slechts een procedure betrof. Maar juist in die verschuiving voltrekt zich iets fundamenteels: de metafoor wordt letterlijk, de taal verliest haar ademruimte en krimpt samen tot een instrument van macht. Bij Hitler gebeurde iets soortgelijks, toen hij Joden niet langer als vijanden maar als bacillen benoemde. Op dat moment wordt het denken biologisch, de metafoor een feit, en de werkelijkheid zelf een koortsige constructie. Klaus Conrad beschreef deze omslag als het begin van de waan: een vernauwing van de beleving, een toneel waarop angst en verwachting zich zo verdichten dat iedere interpretatie fataal wordt.
Het recente overleg tussen Trump en Poetin in Alaska leek even een opening te bieden, alsof een onverwachte ontmoeting de knoop van de oorlog kon losmaken. Maar wat resteerde was stilte en teleurstelling. Poetin keerde huiswaarts met de schijn van gelijkwaardigheid, Trump met de blik van een verslagen man. Europa keek met groeiende argwaan toe, en de suggestie van een bufferzone langs de Oekraïense grens werd niet meer dan een papieren illusie. Terwijl diplomatie haar weg zocht, ging de oorlog door. Steden vielen, dorpen werden verlaten, lijnen verschoven. Achter iedere officiële verklaring schuilt het geratel van wapens en het geruis van mensen die opnieuw op de vlucht slaan.
Zo ontstaat een dubbel beeld: aan de ene kant de geopolitieke schaakstukken die in Alaska op tafel werden gelegd, aan de andere kant de vernauwde innerlijke wereld van een machthebber die zijn eigen taal tot werkelijkheid verheft. In die zin is Poetin niet alleen een politieke figuur, maar ook een symptoom. Hij belichaamt de traditie van paranoia die Rusland al eeuwen vergezelt: de overtuiging tegelijk slachtoffer én redder van de wereld te zijn. Een messianistisch minderwaardigheidscomplex, zoals Tom Nichols het noemde. Daarin resoneert de echo van de Europese complotkoortsen—van Illuminati tot QAnon, van viruswaan tot populistische demagogie. Het complotdenken is de hedendaagse taal geworden waarin macht zichzelf rechtvaardigt.
De vergelijking met Hitler is verleidelijk en gevaarlijk tegelijk. Het Pentagon stelde al in 2008 vragen bij Poetins geestestoestand, zoals de OSS dat in 1943 over Hitler deed. Maar de geschiedenis herhaalt zich niet letterlijk. Het verschil is dat Hitler zichzelf nog als verlosser zag, iemand die symbool stond voor een groot verhaal. Poetin belichaamt iets anders: de leegte van een macht die zich voedt aan haar eigen spiegelbeelden. Geen mythische belofte, maar een kale logica die alles opslokt.
Wat ons rest, is een wereld die steeds nauwer lijkt te worden, zoals in Conrads beschrijving van de psychotische beleving. De taal vernauwt, de mogelijkheden verschralen, de werkelijkheid verandert in een koortsig schema waarin ieder gebaar geladen is met dreiging. De mislukte top in Alaska is daarin niet zomaar een diplomatiek incident, maar een symptoom van een tijd waarin leiders gevangen lijken in hun eigen verbeelding. De waan is niet langer een afwijking van de werkelijkheid, maar de werkelijkheid zelf geworden.
Dat is meteen ook de meest verontrustende conclusie. Waar Hitler zich nog hulde in de groteske symboliek van zijn eigen waan, ontleent Poetin zijn kracht juist aan de afwezigheid van symbolen. Zijn macht is naakt, onthecht van iedere betekenis, en juist daarom dodelijk. Wat geen verhaal meer nodig heeft, is niet te bestrijden met verhalen. Het is een stilte die alles opslokt.

