Lebensraum in tijden van Poetin en Trump

De behoefte aan Lebensraum was eigen aan Hitlers geopolitieke onvrede en veroveringsdrang. Deze zouden onder meer hun wortels vinden in het boek Volk ohne Raum (1926) van Hans Grimm, dat in de jaren twintig een bestseller was, en de daarop aansluitende geopolitieke ideeën van Karl Haushofer (1869-1946) bij wie het begrip Lebensraum een centrale plaats innam. Dat begrip ontleende hij aan Friedrich Ratzel (1844-1904) en aan Rudolf Kjellen (1864-1922). Een en ander wordt uiteengezet in het boek van Perry Pierik: Hitlers Lebensraum (1999), waar ik naar verwezen heb in mijn eigen boek: Het algoritme van de waan. Naoorlogse geschiedenis van een babyboomer (2023).

Maar er was nog een ander aspect aan deze opkomst van het begrip Lebensraum in het interbellum, en dat was het medium radio. In zijn boek Understanding Media typeert Marshall McLuhan het fenomeen Hitler als dat van een slaapwandelaar, daarbij gaat het hem minder om zijn uitzonderlijke psychologie dan om de impact van het medium radio. Hitler belichaamde volgens McLuhan een nieuw soort bewustzijn dat door de radio werd voortgebracht: diep geïnvolveerd, affectief geraakt, collectief gesynchroniseerd. De radio schiep een intieme nabijheid op massale schaal en veroorzaakte zo een implosie van het bewustzijn, waarin het onderscheid tussen binnen en buiten, tussen individu en massa, begon te vervagen. 

In dat mediale klimaat kreeg de behoefte aan Lebensraum een nieuwe intensiteit. De ervaren engte was niet uitsluitend geografisch of economisch, maar werd mede opgewekt door een medium dat het centrale zenuwstelsel ‘verwijdde’ en tegelijk de ervaringsruimte vernauwde. Lebensraum was, in die zin, niet alleen een geopolitiek programma, maar ook een antwoord op een door media versterkte claustrofobie.

Die mediale dimensie van het fenomeenLebensraum maakt het begrip relevanter voor de hedendaagse geopolitiek dan vaak wordt aangenomen. De Russische expansiepolitiek onder Vladimir Poetin laat zich niet begrijpen als louter een strategische reactie op NAVO-uitbreiding of veiligheidsbelangen. De oorlog tegen Oekraïne en de expliciete dreiging richting de Baltische staten wijzen op een dieper liggende behoefte aan herstel van een verloren ruimte, niet alleen territoriaal, maar ook historisch en symbolisch. Het gaat om het her-bezetten van een ervaringsruimte waarin Rusland zichzelf nog als imperium kan herkennen. De Sovjet-implosie heeft niet alleen grenzen verschoven, maar een leegte achtergelaten in het collectieve bewustzijn, een ruimteverlies dat vraagt om compensatie.

In het huidige medialandschap, waarin staatsmedia, digitale propaganda en algoritmisch versterkte narratieven samenvallen, wordt die compensatie niet alleen met tanks en raketten nagestreefd, maar met verhalen, beelden en mythen. Oekraïne fungeert daarbij als scharnierpunt: wie Oekraïne controleert, controleert niet alleen een bufferzone, maar ook de historische betekenis van ‘Rusland’ zelf. De dreiging richting Estland, Letland en Litouwen moet in dat licht worden begrepen als meer dan militaire intimidatie. Zij markeert de grens van een symbolische Lebensraum, waarin afwijkende geschiedenissen en alternatieve loyaliteiten niet worden geduld. De ruimte die wordt opgeëist is een gesloten ruimte, waarin pluraliteit als existentiële bedreiging verschijnt.

Opmerkelijk is dat aan de andere kant van het politieke spectrum, in een geheel andere culturele context, een verwante ruimtelijke logica opduikt bij Donald Trump. Zijn herhaald uitgesproken wens om Groenland in te lijven, gelegitimeerd met ‘defensieve overwegingen’, lijkt op het eerste gezicht absurd. Maar ook hier gaat het om een vorm van Lebensraum-denken die zich heeft losgemaakt van klassieke imperiale retoriek en zich presenteert als noodzaak binnen een veranderend veiligheids- en mediatijdperk. Groenland verschijnt niet als leefruimte voor een volk, maar als strategisch platform, als vooruitgeschoven post in een wereld waarin ruimte opnieuw schaars wordt, nu niet door bevolkingsdruk, maar door technologische versnelling, klimaatverandering en geopolitieke rivaliteit.

Bij Trump is Lebensraum nauwelijks nog verbonden met land in de traditionele zin. Het gaat om controle over routes, grondstoffen, observatiepunten en vooral: over aandacht en dominantie binnen het mondiale discours. Zijn politiek voltrekt zich primair in een gemedialiseerde arena waarin macht gelijkstaat aan zichtbaarheid en verstoring. Sociale media hebben hier de rol van de radio overgenomen, maar met een cruciaal verschil: waar de radio het bewustzijn synchroniseerde, fragmenteren digitale media het tot concurrerende werkelijkheden. De expansiedrift richt zich dan niet op bevolkingsgroepen of culturen, maar op informatiestromen en narratieve hegemonie.

In dat opzicht is het interbellum-denken rond Lebensraum, zoals geformuleerd door Karl Haushofer en voorafgegaan door Volk ohne Raum, minder achterhaald dan het lijkt. Wat verdwenen is, is de biologische metaforiek; wat gebleven is, is het gevoel van tekort, van insnoering, van een wereld die te klein is geworden voor de ambities, angsten en zelfbeelden van politieke leiders én hun achterbannen. Het volk zonder ruimte is getransformeerd tot de mens zonder wereld: verstoken van een gedeeld symbolisch kader, opgesloten in echo­kamers, vatbaar voor mythische compensaties.

Zo bezien vormt de hedendaagse geopolitiek geen breuk met het verleden, maar een herhaling op een ander niveau. De implosie van het bewustzijn waar McLuhan over sprak, voltrekt zich vandaag niet meer via één dominant medium, maar via een permanente botsing van mediawerelden. In die botsing ontstaat een nieuwe vorm van Lebensraum-politiek, waarin territoriale expansie, defensieve claims en mediale overheersing in elkaar grijpen.

De wereld wordt opnieuw te klein ervaren, niet omdat zij objectief is ingekrompen, maar omdat het bewustzijn haar niet langer kan dragen in een tijd waarin nieuwe digitale media het bewustzijn overheersen met een overvloed aan prikkels. Totdat een verzadigingspunt is bereikt in de basale regionen van het brein die zich onttrekken aan de ratio. En telkens wanneer dat punt wordt bereikt, dient zich de verleiding aan om nieuwe ruimte te creëren — desnoods met geweld.

Dit mechanisme wordt nog eens versterkt als het zich voltrekt in een gestoord brein. Bij Trump gebeurt dit in een narcistisch brein dat wordt voortgedreven door een gemankeerd charisma, wat als combinatie een uiterst gevaarlijke cocktail oplevert. Poetin heeft totaal geen charisma, maar lijdt daarentegen aan pleonexia: een zeldzame stoornis die zich uit in het onverzadigbare verlangen te willen hebben wat anderen toekomt. Beide stoornissen zijn even gevaarlijk. Het is maar net of je door de hond of de kat wordt gebeten.