Kijk goed, dombo Kijk goed Ver aan de horizon Daar tussen het riet Tussen molens en de hemel Daar komt een man Die ik niet ken Kijk goed, dombo Kijk goed
Is het een verre buur Een verdwaalde reiziger Iemand die terugkeert van de oorlog Een vertegenwoordiger in kant Is het een priester Met oud nieuws Dat ons helpt bij het ouder worden Is het mijn broer Die ons komt zeggen Dat het tijd wordt Om wat minder te haten Of is het slechts de wind Die het zand wiegt En luchtspiegelingen vormt Om de tijd te verdrijven
Kijk goed, dombo Kijk goed Ver aan de horizon Daar tussen het riet Tussen molens en hemel Het is niet een buurman Zijn paard is te trots Om zoiets te zijn Of van de oorlog terug te keren
Het is niet een priester Zijn paard is te schamel Om van een parochiaan te zijn Het is geen koopman Zijn paard is te licht Zijn mantel te wit En geen enkele reiziger Is meer de brug gepasseerd Sinds de dood van vader Laat staan dat hij onze voornamen kent
Kijk goed, dombo Kijk goed Ver aan de horizon Daar tussen het riet Tussen molens en hemel Daar komt een man Die ik niet ken Kijk goed, dombo Kijk goed
Het is niet mijn broer Zijn paard zou hinniken Nee, ‘t is niet mijn broer Hij zou niet meer durven Er is hier niemand meer Die hem nog van dienst kan zijn Nee, ’t is niet mijn broer Mijn broer heeft kunnen sterven Deze schaduw van de middag Zou meer smart hebben Als het om hem zou gaan
Misschien is het toch de wind Die wiegt met het zand Om de tijd te verdrijven
Kijk goed, dombo Kijk goed Op de vlakte in de verte Daar tussen het riet Tussen molens en hemel Vertrekt een man Die wij niet zullen kennen Kijk goed, dombo Kijk goed
Je moet je tranen drogen Een man vertrekt Die wij niet zullen kennen Je kunt de wapens opbergen