Ad Maiorem Dei Gloriam

Schermafbeelding 2016-04-27 om 17.22.41
(foto: Nationaal Archief, fotograaf onbekend)

Het is 27 juni 1969. Plaats van handeling: de kapel van het Sint Ignatiuscollege te Amsterdam. Jos Vrijburg, pater jezuïet en leraar godsdienst aan het Ignatiuscollege, trouwt met Anemiek Reymer. Het was voor het eerst dat een katholieke priester in het huwelijk trad zonder de intentie om uit het ambt te treden. De kwestie liep hoog op. Enkele maanden later, tijdens de slotzitting van het Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout, in januari 1970, werd een motie aangenomen die de opheffing van het celibaat bespreekbaar wilde maken.

Het Nederlands episcopaat distantieerde zich niet van deze motie en daarmee was het conflict met Rome op scherp gesteld. Een dreigend schisma kon slechts door diplomatiek optreden van kardinaal Alfrink worden voorkomen. Nog jaren nadien kreeg Katholiek Nederland het zwaar te verduren. Het Vaticaan hanteerde ‘de kromstaf als wapen’, zoals fraai beschreven is in het gelijknamige boek van Richard Auwerda. De foto markeert een historisch moment op een voor mij historische plek.

Pater Jos Vrijburg was mijn godsdienstleraar in mijn examenjaar op het Ignatiuscollege (1966-1967). Hij gaf les op een was ongebruikelijke manier. Zo herinner ik mij dat hij een keer bij de aanvang van de les het woord ‘God’ op het bord schreef. Iedereen mocht het woord noemen dat als eerste hij hem opkwam. Toen het bord bijna vol was, en ieder zijn zegje had gedaan, keek Vrijburg mij aan. Ik had mijn vinger nog niet opgestoken. Er was ook niets wat bij mij opkwam. Om toch aan zijn verzoek te voldoen noemde ik het woord ‘illusie’.

Dat werd meteen opgeschreven en de hele verdere les draaide de discussie om dit ene woord dat opeens niet meer weg te denken leek. Het ene na het andere woord werd met de wisser weggeveegd. Alleen het mijne bleef staan: illusie. Ik had er niets een zo over nagedacht. Kort tevoren had ik een boekje gelezen over Freud. Vandaar. Het moet gezegd, bij Jos Vrijburg was alles bespreekbaar, wat de gevolgen ook konden zijn. Dat gold bij hem kennelijk ook voor het celibaat.

Ach, waar zijn ze gebleven die paters jezuïeten? Pater Verhofstadt die alles beter wist, pater Mercx die als rector boven alles verheven was, pater Minderop de half doof was, pater Lorié die een beetje gestoord was, pater Hirsch die de functie van ‘minister’ had, zelf dikke sigaren rookte en belast was met de foeragering. En dan had je nog die pater Jansen die Nederlands gaf en aan wie ik veel te danken heb. Hij ging opeens grijze pakken dragen met een witte boord en was verdwenen voor je het wist. En ja, pater Vrijburg die ging trouwen, net als even later  Huub Oosterhuis.

En dan had je natuurlijk nog pater van Kilsdonk, die ik later nog eens in een ingezonden brief in de Volkskrant beticht heb van ‘intellectuele prostitutie’, wat voor hem overigens geen reden was om het contact met mij te verbreken. Ach de jezuïeten, ze wisten alles van God, mens en wereld, alles behalve de ontluikende seksualiteit. Dat proces speelde zich af op een andere planeet. In duistere bioscoopzalen waar je goed moest opletten om te zien wat er precies gebeurde daar op dat betoverend witte doek.

Telkens weer verbaas ik mij over de werking van het geheugen. Wat een vreemd apparaat is dat toch. Het lijkt wel een zwevend tapijt. Je vliegt ermee van hot naar her als in een sprookje van Duizend en een Nacht. Vannacht kon ik de slaap niet vatten. Mijn gedachten dwaalden rond in het Amsterdam van het begin van de jaren zestig. Zo werden spoken wakker geroepen uit een ver verleden, dwalende gestalten uit mijn jeugd die je maar liever niet meer tegen wilt komen. Meestal vervagen ze weer even snel als ze gekomen zijn, maar echt verdwijnen doen ze nooit.

Toch was het een zorgeloze wereld, die jaren op het Ignatiuscollege. Alles gebeurde tot meerdere glorie van God. Ad maiorem Dei gloriam. Dat was ook de lijfspreuk van Ignatius van Loyola. A.M.D.G., die afkorting stond rechts bovenaan het papier van elk proefwerk dat je inleverde. Het hele leven was volledig dichtgetimmerd. Je ging op school naar de Mis. De Mariacongregatie was op woensdagmiddag. Voetballen deden we in Amstelveen. En in de vakantie gingen we op zomerkamp. In Dorst in 1961 en in Vilsteren in 1962.

Als ik bovenstaande foto zie van het huwelijk van pater Vrijburg, kan ik een gevoel van weemoed niet onderdrukken. Dat komt niet zo zeer door het gelukkige bruidspaar dat hier de trap af schrijdt, als wel door de treden waarop ze naar beneden komen. Over deze trap ben ik zelf jarenlang honderden malen van beneden naar boven gelopen en vice versa. Elke dag opnieuw. Het rare is dat ik dit destijds al heel bijzonder vond. Zo herinner ik mij, dat ik in de eerste klas mij een beeld in de geest prentte, terwijl ik naar boven liep. ‘Dit beeld zal ik mij mijn leven lang blijven herinneren’, zo dacht ik bij mezelf. Waarom ik dat dacht weet ik niet.

CIMG2741
Tappenhuis van het voormalige St. Ignatiuscollege, (eigen foto)

Feit is dat ik me dat moment inderdaad nog steeds herinner. ‘Laat alle hoop varen, gij die deze trap oploopt’, zou ik met een variant op een beroemde uitspraak van Gerard Reve kunnen zeggen. Maar dat dacht ik niet, al komt het achteraf beschouwd misschien wel op hetzelfde neer. Het katholicisme, dat mij hier met de paplepel werd ingegoten, had geen lang leven meer voor de boeg. Achteraf denk ik wel eens, dat de meeste jezuïeten het destijds ook niet meer zo zagen zitten, maar – zeker in de eerste jaren – lieten ze daar niets van blijken. Integendeel, ze doceerden en zongen tot meerdere ere van God dat het een lieve lust had. En wij zongen mee.

In 1962 werd een kleine grammofoonplaat opgenomen met liederen gezongen door het koor van het Ignatiuscollege. Ambrozijn en Groggelgijn, zo luidde de titel. (zie hier) Dat is inmiddels zestig jaar geleden. Ik was toen veertien jaar oud en zong mee als sopraan. Wie heel goed luistert kan tussen al die begeesterde koorknapen wellicht mijn stem nog horen. Absurdisme en lichte tonen, dat was het geluid van het Ignatiuscollege. Het was het vruchtwater van de liturgie-vernieuwing die achteraf bezien het begin van het einde zou zijn. 

Reageren is niet mogelijk.