Seks en charisma

Dat is wellicht zijn opdracht: te blijven worstelen, te blijven zoeken. Hij wil zowel deelheb ben aan het sublieme als aan de diepste inferioriteit en beseft dat die niets betekenen zolang ze niet met elkaar verbonden zijn. SM fascineert hem, al zegt hij het niet te praktiseren. Maar het liefst wordt hij toch geprezen door degenen die hij kritiseert. In dark rooms weet hij zich on derdeel van een realiteit die groter is dan hijzelf. Hij kan daar eenzelfde extase beleven als tijdens mooie momenten in de rooms-katholieke liturgie. ‘In die duistere ruimte valt een groot deel van je identiteit weg, je wordt teruggebracht tot een essentie.’ Maar ook daar is hij een buitenstaander. Hij blijft zichzelf, wat beangstigend is. Hij houdt zichzelf onder con trole, wat afstoot. Hij is in staat plotseling het grote licht aan te doen, waardoor alle aanwezi- gen in hun naaktheid te kijk staan.
Helderheid wil hij, maar tege lijk is hij gefascineerd door het duistere en morsige in de mens. Hij wil ontmaskeren, analyse ren, verhelderen, doorprikken. Hij combineert de vrije associ atie, de intuïtie, met de rationele benadering. Als socioloog wil hij tegelijkertijd wegzinken in het geheimzinnige menselijke bedrijf als ook daar een heldere verklaring voor geven. Al dit paradoxale maakt dat men hem niet begrijpt en maakt hem on grijpbaar. Hij is een intellectue le terrorist die mensen vernielt; een geestelijke exhibitionist die het achterste van zijn tong tracht te tonen; hij is een incon tinente auteur die alles uit zijn hoofd laat lopen.
Hij ziet zijn leven religieus, als een vertelling. Hij wil een kud de leiden, wat zijn preken ver klaart. IJdel genoeg om uniek te willen zijn, is hij nu uitgesloten van geluk, respect en een maat schappelijke positie. Daar heeft zijn gevecht tegen de elites hem gebracht.
Deze typering van het fenomeen Pim Fortuyn is een passage uit een portret dat Bas van Kleef in 1997 schreef in De Volkskrant. Pim Fortuyn nam het artikel integraal op in zijn in 1998 verschenen boek ‘Babyboomers, autobiografie van een generatie. Kennelijk herkende hij zichzelf in deze woorden. In de tweede druk, die kort na zijn dood in 2002 verscheen onder de titel ‘Autobiografie van een babyboomer’, komt dit portret echter niet meer voor. Voor de nabestaanden legden deze woorden kennelijk een al te pijnlijk verband tussen Fortuyns hang naar een charismatisch leiderschap en de duistere kant van zijn seksualiteit. Hoe zit dat met charisma en seks? Ook Joh F. Kennedy en Martin Luther King neukten er driftig op los, terwijl zij ook heel begeesterd een menigte konden toespreken. Een tomeloos libido gaat kennelijk samen met een hang naar ‘mindfucking with the millions’. Misschien ligt een ongebreidelde seksuele drift wel aan de basis van het charisma. De seksualiteit kan onderdrukt zijn of overmatig gesublimeerd – zoals bij het geval Hitler – maar het kan ook zo zijn dat seks en charisma beide simultaan een uitweg zoeken.
Kennedy en Fortuyn hebben veel gemeen. Ook Fortuyns drang naar seksuele ontladingen is legendarisch. De psychoanalyse, waaraan hij na een kortstondige ziekte begon, brak hij vroegtijdig af, waardoor de beheersing van zijn libido nooit geheel op orde is gekomen. Zijn coming out als gevoelsmens was slechts een dekmantel voor zijn honger naar seks een aandacht. Of zoals Bas van Kleef schreef: ‘Uitzenden kan hij, maar niet ontvangen. Overal vormt hij direct het centrum, want hij is nadrukkelijk en opzichtig aanwezig en zoekt voortdurend aandacht. En dan volgt de meest vileine typering die ooit van het fenomeen Fortuyn is gegeven: ‘Hij werd de Emile Ratelband van de rede, de Willem Oltmans van het publieke debat en de Jan des Bouvrie van de staatsinrichting.’ Het knappe is dat deze woorden geschreven werden vijf jaar voordat de ware coming out van Pim Fortuyn als charismatisch leider zijn beslag zou krijgen.
Waar ligt de link tussen de hoogste vormen van inspiratie en de duistere krochten van de lust? ‘It was God who gave us the flesh, but the devil cooked it.’ Van Kennedy is bekend dat hij vrouwen verslond alsof hij zijn neus snoot. Zelfs een tussendoortje op het toilet van een luchthaven vormde geen uitzondering in dit obsessieve paringsgedrag. Het verhaal gaat dat hij aan drie vrouwen per dag ternauwernood voldoende waren om zijn lusten te bevredigen. Op de lijst van zijn veroveringen staan illustere namen als Marilyn Monroe, Audrey Hepburn, Jayne Mansfield, en Angie Dickenson. Er gaan zelfs geruchten dat hij ook met zijn waanzinnig hitsige echtgenote zo af en toe seks had. Kortom, Kennedy was een seksuele veelvraat, voor wie de bodem nooit in zicht kwam. Maar deze bodemloze lust ging niet alleen gepaard met een uitzonderlijk charisma, maar ook met een net van complotten en samenzweringen, waarin hij zelf steeds meer verstrikt raakte.

Dat hij niet kieskeurig was in zijn seksuele voorkeuren en af en toe ook een vriendinnetje van een maffiabaas te grazen nam, heeft waarschijnlijk tot zijn ondergang geleid. Enige jaren geleden doken er beelden op, waarop te zien zou zijn dat JFK orale seks heeft met Marylin Monroe. Het filmpje werd direct voor anderhalf miljoen dollar opgekocht door anoniem gebleven miljonair. Alle complottheorieën rond Kennedy’s dood zijn mogelijk te herleiden tot een ongelukkige kortsluiting tussen zijn seksuele escapades en afrekening vanuit de maffia die hem genadeloos chanteerde. De speech die Kennedy kort voor zijn dood wijdde aan de complot-samenleving – ‘the secret societies’ – zou deze theorie ondersteunen. Kennedy kwam in het nauw doordat hij chantabel werd door seks.
Hoewel voor deze theorie veel te zeggen valt, acht ik zelf versie die Don DeLillo in zijn boek Libra geeft van de moord op Kennedy altijd nog het meest geloofwaardig. De aanslag op Kennedy had eigenlijk moeten mislukken, maar het complot van de CIA, die zo’n mislukte aanslag als enige uitweg zag om een oorlog met Cuba te beginnen, liep jammerlijk uit de hand, waardoor Kennedy uiteindelijk onbedoeld alsnog de dood vond. De laatste berichten wijzen erop dat de moordaanslag – al dan niet bedoeld om te mislukken – werd voorbereid op Amerikaanse Ambassade van Cuba met medeweten van Fidel Castro. Hoe dan ook, na de uit de hand gelopen moordaanslag durfden de Amerikanen geen represailles meer te nemen uit angst voor een kernoorlog. Als dit allemaal waar is, dan heeft de moord op Kennedy wellicht onbedoeld een Derde Wereldoorlog voorkomen.
Daarmee komt een oude waarheid aan het licht. Als het libido van Kennedy ietsje kleiner was geweest, dan had de wereld er vandaag de dag heel anders uitgezien. Dat is een variant op de de beroemde uitspraak van Pascal, dat ‘de wereldgeschiedenis heel anders verlopen was, als de neus van Cleopatra iets korter was geweest. De mens neukt, maar God beschikt. Kennedy had één zwakke plek en die hing tussen zijn benen. Ook Pim Fortuyn wist heel goed dat daar zijn achilleshiel voor een kwaad willende buitenstaander te vinden was. Om daarop te anticiperen deed hij in zijn autobiografie vergaande onthullingen over zijn seksuele leven. De uitspraak van Bas van Kleef over zijn ervaring van het sublieme in de duisternis van de dark room zat er waarschijnlijk niet ver naast. Who killed the Kennedy’s? Het was de duivel zelf die in de extase van het charisma met het noodlot aan de haal ging. Op de bodem van de lust ligt de amor fati. Het is zoals Nietzsche schreef:
Lust – tiefer noch als Herzeleid:
“Weh spricht: Vergeh!
“Doch alle Lust will Ewigkeit
“will tiefe, tiefe Ewigkeit!
kirsten
16 mei 2008 op 12:34
libido is levensenergie, het manifesteert zich op allerlei manieren.. levensenergie is voortplanting van het bestaande, het lichaam wil bestendiging, en de psyche ook, genen en ideeën, allen streven naar onsterfelijkheid.
maar leven is niet zonder sterven, en ontkenning van de dood geeft leven aan vele excessen, één van die excessen is het idee van ‘de duivel’.. met alle gevolgen van dien..
Huub Mous
16 mei 2008 op 12:45
De grootste list van de duivel is dat hij ons doet denken dat hij niet bestaat. Als gevolg daarvan kwam het het rampzalige idee in de wereld dat de mens in wezen goed zou zijn. De mens is geneigd tot het kwaad. Dat is de erfzonde, de zondeval. Elke theorie die de erfzonde ontkent loopt uit op onderdrukking en terreur, omdat de duivel zelf wordt ontkend. De duivel slaapt op het hoofdkussen van de utopie. De radicale Verlichting heeft de utopie voortgebracht als een duivelse vlucht vooruit.
kirsten
16 mei 2008 op 14:02
wow huub.. verder alles goed ?
kirsten
16 mei 2008 op 14:46
de erfzonde, de zondeval, is een mentaal gebeuren als gevolg van het zelfbewustzijn, onbegrijpelijk dat de gods- en duivelsgedachte zo standhoudt.. het bewijst maar weer dat ook ideeen streven naar onstervelijkheid.. en dat we grote moeite hebben met de acceptatie van vergankelijkheid.
je hebt gelijk dat de utopie een vlucht is, het is opnieuw een idee, een vervreemding van de realiteit.
Huub Mous
16 mei 2008 op 15:13
Het bestaan van de duivel is een probleem geworden in deze tijd van radicale secularisering. Ook voor veel christenen is de duivel geen vanzelfsprekend fenomeen meer, dat wil zeggen: Iets dat bestaat als een zelfstandig wezen of een afzonderlijke kracht. Het ontkennen van het bestaan van duivel kan echter niet zonder zelfverloochening. Het christendom raakt door het ontkennen van de duivel in een spagaat. Want zonder duivel komt het kwaad in de wereld uiteindelijk op rekening van God. Het probleem van de theodicee, de rechtvaardiging van God, hangt nauw samen met het probleem van de duivel. Over dit probleem is door alle grote theologen van de vorige eeuw nagedacht. Volgens Karl Barh is de duivel een leegte, een irrealiteit, een leugen, een non-persoon. Rudolf Bultmann zag de duivel is als een mythe en meende dat de vooruitgang van wetenschap het geloof in geesten en demonen verdreven heeft. Paul Tillich tenslotte vatte de duivel op als en mentale structuur.
Ook binnen de Rooms katholieke geloofsleer heeft het denken over de duivel in de vorige eeuw een wonderlijke ontwikkeling doorgemaakt. De Nieuw Katachismus van 1966 stelde dat het bestsaan van de duivel nooit een dogma is geweest. Maar daarna keerde het tij ten gunste van de duivel. In de Katachismus van 1992 wordt de traditionele leer over bestaan duivel opnieuw bevestigd. In 1999 werden zelfs het ritueel van het exorcisme door het Vaticaan vernieuwd. Ook hedendaage filosofen houden zich overigens nog altijd bezig met het probleem van de oorsprong van het kwaad in de wereld. Rüdiger Safranski schreef er zelfs een dik boek over: ‘Het kwaad’. Daarin legt hij ook een verband tussen het probleem van het kwaad en de hedendaagse kunst. Zo schrijft hij over het theologisch probleem van de theodicee onder meer het volgende :
“Laten we de klassieke formulering van dit vraagstuk van Job tot Leibniz in herinnering roepen. Deze luidt: hoe kunnen we ons bij het zien van het kwaad van de wereld nog een God voorstellen. Na het verdwijnen van de oude God wordt de vraag van de theodicee aan de kunst gericht en luidt ze: hoe valt bij het zien van het kwaad in de wereld de luxe van de kunst te rechtvaardigen.”
fred van der wal
16 mei 2008 op 16:44
Ik vind het allemaal maar vieze praat alhoewel ik het niet heb gelezen!
sjoerd
16 mei 2008 op 16:54
De Duitse charismatische Joseph Ratzinger herinnert zich vast nog het spreekwoord: an der Nase eines Mannes erkennt man seinen Johannes. Vooral toen hij onlangs de “amor fati” in de V.S. ging uitleggen.
Huub Mous
16 mei 2008 op 19:09
‘Bij het nieuwe jaar.- Nog leef ik, nog denk ik: ik moet nog leven, want ik moet nog denken. Sum, ergo cogito: cogito, ergo sum. Vandaag veroorlooft zich iedereen, zijn wens en liefste gedachten uit te spreken: nu, dan wil ook ik zeggen, wat ik mij vandaag van mij zelf wenste en welke gedachte dit jaar voor het eerst mijn hart be ving – welke gedachte voor mij basis, borg en heerlijkheid van heel mijn verdere leven zijn moet! Ik wil steeds meer leren, het noodza kelijke aan de dingen als het schone beschouwen – zo zal ik een van diegenen zijn, die de dingen schoonheid verlenen. Amor fati: dat zij van nu af aan mijn liefde! Ik wil geen oorlog voeren tegen al wat lelijk is. Ik wil niet aanklagen, ik wil niet eens de aanklagers aan klagen. Voorbijzien zij mijn enige ontkenning! En, alles bij elkaar en in het groot: ooit wil ik nog eens uitsluitend iemand zijn, die ja zegt! ‘
Friedrich Nietzsche, De vrolijke wetenschap
jp
16 mei 2008 op 19:54
ik las het artikel ‘Eindelijk weer eens Fries bloed in provinciehuis’[; in het NRC van vandaag.
N.a.v. de foto – mondhoeken, wenkbrouwen, haarinplant – flitst het even door mij heen: zijn Hubertus Mous en Johannes Jorritsma wellicht familie van elkaar?
Jeltsje
16 mei 2008 op 21:23
@ jp
Intellectueel katholiek ouwehoeren en zaken doen gaan wat moeilijk samen in één familietraditie.
Hoewel tegenwoordig ….
Geen nadeel is tenminste dat hij geen familie is van ….
....
16 mei 2008 op 21:39
hoezo?
Jeltsje
16 mei 2008 op 21:51
Ja, wat moet je…?
Zo gemakkelijk gaat dat hier nu ook weer niet.
jp
16 mei 2008 op 21:52
komkom jeltsje, al die negatieve ontkenningen, daar kan niemand iets mee en dat geldt ook voor al die puntjepuntjes.
@te
16 mei 2008 op 21:59
Beste Huub,
Hierbij even een wat gedachten m.b.t. het duivel/kwaad/theodicee-verhaal:
Zou je het kwaad niet kunnen definiëren als ‘afwijkend van goed’? God wordt doorgaans als ‘volmaakt goed’ omschreven. Het is daarentegen niet nodig om de duivel als ‘volmaakt kwaad’ te omschrijven. Men kan volstaan door te constateren dat hij behoorlijk van het goede afwijkt…
En om in dat verband ook nog even aan de theodicee te refereren: zou de aanwezigheid van het kwaad te rechtvaardigen zijn door te constateren dat we zonder het kwaad niet zouden weten wat ‘goed’ is?
Huub Mous
16 mei 2008 op 22:05
Mooi stukje van die Karin de Mik in de NRC. Met zoveel lovende woorden kan het alleen nog maar tegen vallen met die Jorritsma. Ik zag hem zojuist Factor Freed. Hij lijkt me inderdaad een tikkeltje ijdel. Zoals hij over zijn Haagse netwerk spreekt, daar straalt de zelfgenoegzaamheid van af. Verder heeft hij kennelijk de ballen verstand van beeldende kunst, anders had hij wel wat zinnigers weten te zeggen over dat bespottelijke misbaksel op het Zaailand. Vreemd trouwens dat iemand die als klein kind slechts zes jaar in Friesland heeft gewoond – en geen woord Fries spreekt – door Jan en alleman mteen als een echte Fries wordt bestempeld. Ik heb zelf een Friese vader gehad en woon hier al dertig jaar, maar geen mens die op het idee zou komen dat ik een echte Fries ben. Niet dat ik daar wakker van lig. Integendeel. Maar het valt me op hoe raar dat toch in elkaar zit met dat Fries zijn. Wie is eigenlijk een raszuivere Fries? Misschien moeten ze de Neurenberger rasbepalingen maar weer eens gaan invoeren, want zo lijkt het nergens naar.
Jeltsje
16 mei 2008 op 22:18
Pas maar op, Huub.
Soms word je er door sommigen met de haren bijgesleept als je niet standvastig genoeg in je schoenen blijft staan.
Huub Mous
16 mei 2008 op 22:43
@ @te
Zo ongeveer dacht Augustinus over het kwaad. Het kwaad is de afwezigheid van het goede. Volgens Augustinus wordt de menselijke ervaring van het kwaad gekenmerkt door ‘gewoonte’ (consuetudo). Dat is de gebondenheid van de mens aan de zonde die uiteindelijk zijn oorzaak vindt in de vicieuze cirkel van de overgeërfde straf na de zondeval (de erfzonde). Die erfzonde heeft de wil van de mens van God afgewend. Het kwaad is dus het afgewend zijn van het goede en de natuurlijke geneigdheid tot vervulling van begeerte. Dit leidt tot een voortdurende innerlijke onrust.
Daarin verschilt de theorie van Augustinus niet zoveel van die van Freud. De mens moet zich opnieuw richten naar het goede (= God bij, Augustinus). Freud zou zeggen: hij moet sublimeren. Wat drift was moet beheersing worden. Er zit volgens Augustinus in de mens een intrinsieke neiging om te rebelleren tegen God en dus tegen het goede. Onder invloed van de Manichaeërs was Augustinus ‘de gewoonte’ (consuetudo) vooral op gaan vatten als een vorm van lichamelijke begeerte (libido). Daarin stond hij overigens niet allen want veel laat-klassiek denkers hadden weinig op met het lichamelijke van de mens, laat staan met het driftleven.
Hoe dan ook, Augustinus deed afstand van het idee dat het universum wordt gekenmerkt door een tweestrijd tussen twee krachten – goed en kwaad – waarbij het goede uiteindelijk zal winnen. Het dualistische idee van het kwaad is in het augustinische christendom overwonnen. De liefde van God en de goddelijke genade zijn de redding voor de mens. Ik denk dat veel van deze gedachten nog steeds voortleven, ook buiten het christendom. Ieder mens heeft ergens een opvatting hoe het in wezen zit met het kwaad. Het beroerde is dat door het wegvallen van God dat hele denken in termen van erfzonde en zondeval absurd is geworden. Wanneer je dan teveel gaat denken dat de mens een van nature goed wezen is, dan gaat er iets grondig mis.
Het begrip ‘erfzonde’ is geen fossiel uit een primitief stadium van het menselijk denken. Het begrip erfzonde staat voor een wezenlijke opvatting over de vraag naar de oorsprong van het kwaad (unde malum). Als de theologische context van het begrip erfzonde wegvalt – en dat gebeurt in het proces van de radicale secularisering – dan ontstaat de geneigdheid om de mens zelf in wezen goed te verklaren of zelfs te vergoddelijken (Nietzsche). De erfzonde is dus een wezenlijk probleem – veel wezenlijker dan het al dan niet bestaan van de duivel – een probleem dat in ideologieën als communisme en socialisme schromelijk wordt onderschat.
kirsten
16 mei 2008 op 23:02
doordat we ons bewust zijn van ons bestaan, ontstaat er tegelijkertijd een schuldgevoel, daar komt het idee van de erfzonde vandaan, het valt samen met de existentie, ik besta dus ik zondig, een logische mentale constructie die totaal over de kop is gegaan middels gods-beleving en duivels-creatie waardoor de essentie van de existentie volkomen uit zicht, en op drift, is geraakt.
Huub Mous
16 mei 2008 op 23:08
Waar komt dat schuldgevoel dan vandaan?
kirsten
16 mei 2008 op 23:22
de ruimte die je inneemt gaat ten koste van iets anders, het is onvermijdelijk.
E. HETT
16 mei 2008 op 23:25
US HEIT
neffens de filosoof fan it Kwea
Georges Bataille.
“O Us Heit, dy’t op ierde is,
It Kweade dy’t yn Jo is ferslost my.
Jo binne de fal foar de fersiking dy’t ik bin. Beskimp my, sa’t k beskimp har dy’t my leafha.
Jou my it deistich brea fan bitterheid.
Myn wil is net foarhannen,
Lykas yn de himelen, sa ek op ierde.
Lit wat sonder kreft is my yn ‘e hingels slaan.
Neatsizzend is myn namme.
Wifkjend, betize, antwurdzje ik
– It is sa. ”
‘De Innerlijke Ervaring,’ s. 168
===
“It meast onearlik is men tsjin syn God: men jout him net it rjocht te sundigjen.”
Nietzsche, ‘Foarby Goed en Kwea’, s. 55. Oers. E.H.
@te
17 mei 2008 op 11:43
@ Kirsten: mag ik uit je woorden concluderen dat je net als Laplace ‘die hypothese’ (d.w.z. God) niet nodig hebt om de boel om je heen te verklaren?
@ Huub: Ook al bedacht door Augustinus, dus. (Ik dacht al: zo origineel kan dat idee toch niet zijn
)
Toch durf ik het enigszins met hem oneens te zijn. Door te stellen dat het kwade de afwezigheid van het goede is, poneer je eigenlijk dat er zoiets als absoluut kwaad bestaat, dat wil zeggen: volledig verstoken van iets goeds. Maar wat moet ik mij daarbij voorstellen? De duivel mag dan de belichaming van het kwaad zijn, maar door hem zo te beschrijven, heb je al iets goeds (of op z’n minst: iets neutraals) in de definitie gebracht, nl. ‘belichaming’. De duivel kán niet het volmaakte kwaad zijn, simpelweg omdat hij ooit goed is geweest (en afhankelijk van hoe je hem (of het) beschouwt ook kenmerken als ‘ratio’, ‘wil’ etc. heeft; zaken die ‘an sich’ niet goed of kwaad zijn).
‘Afwezigheid van het goede’ heb ik ook wel eens horen gebruiken als een definitie van de hel. Daar zou God dan na het laatste oordeel niet meer te vinden zijn (wat op zich al vreemd is voor de Alomtegenwoordige). Ook daar kan ik me weinig bij voorstellen. Is absoluut Kwaad dan hetzelfde als absoluut Niets?
Nee, ik zie meer heil in de gedachte: kwaad is afwijking (en dus niet: afwezigheid) van goed. En het is noodzakelijk om tot een verhaal te komen. Zonder kwaad is er namelijk geen (scheppings)verhaal, geen gevaar, geen conflict, geen avontuur, geen tegenstellingen en dus geen leven.
Huub Mous
17 mei 2008 op 13:58
Je kunt inderdaad als mogelijkheid nemen dat het absolute kwaad niet bestaat. Deze opvatting heeft met name postgevat in onze postmoderne tijd. In elk kwaad zit wel iets goeds. In elk goeds schuilt wel iets kwaads. Kortom, het is altijd wat. ‘Anything goes’. Dit hyperrelativisme kom je ook tegen bij de aartsvader van het postmoderne denken: Paul Feyerabend. In zijn recent verschenen autobiografie ‘Tijdverspilling, de autobiografie vam Paul Feyerabend’ vond ik een mooi voorbeeld van een dergelijk relativisme. Feyerabend stelt het volgende:
‘Het probleem is dat de wijze waarop goed en kwaad in de wereld verdeeld zijn, niet eenvoudig vast te stellen is, in elk geval niet voor mij. Mededogen, altruïsme en liefde kunnen in het hart van het kwaad worden aangetroffen. Ik begrijp niet waarom dit zo moet zijn, ik weet alleen zeker dat het zo is. Maar als dit is hoe de wereld in elkaar steekt, dan leidt een heldere morele visie tot simplificaties en daarmee tot daden van wreedheid en onrechtvaardigheid’
Ik denk zelf dat er veel waars steekt in deze woorden. Hannah Arendt heeft terecht gewezen op ‘de banaliteit van het kwaad’. George Steiner verbaasde zich erover dat de nazistische kampbeulen ‘s avonds Schubert op de piano speelden. Hitler schijnt heel lief te zijn geweest voor kinderen en moeder Theresa zal ook wel eens een rot bui hebben gehad, waarbij ze onuitstaanbaar was voor anderen.
Toch kan dit relativisme tot gevaarlijke conclusies leiden, als je hieruit concludeert dat het echte kwaad in feite niet bestaat. Een probleem van onze cultuur is dat wij – buiten de traditionele religies om – geen metafysische fundering meer hebben voor het kwaad. Het kwaad lijkt daardoor onbeduidend te worden. De duivel wordt dan een schertsfiguur. Niet dat er zoiets als een duivel bestaat. Dat geloof ik niet. Maar het begrip ‘duivel’ symboliseert wel iets. De duivel is het hart van de duisternis. Ergens klopt het leven niet. ‘Life is not fair’, zoals Kennedy zei.
kirsten
17 mei 2008 op 15:52
@te, ja mag,
en volgens mij is het gods-idee en de daaraan gepaard gaande duivels-gedachte juist ontstaan uit die drang om te verklaren, we ontwikkelden taal, en concepten, om dat waar we ons bewust van zijn, in kaart te brengen.. en nu turen we naar die kaart, en vergeten te kijken naar hoe de wereld zich op dit moment aan ons openbaart.
@te
17 mei 2008 op 20:56
@ Huub: Het Ying-Yangconcept dus. Volgens velen in strijd met de gedachte dat er volstrekt geen duisternis in God is. Wat overigens maar zeer de vraag is bij de OT God (zie o.a. Jesaja 45:7 en Amos 3:6).
Overigens ben ik het met je eens dat het relativisme dat je beschrijft kan leiden tot een ontkennen van het kwaad en een ontslaan van morele verantwoordelijkheid. In dat verband heb ik ook moeite met de gedachte ‘wat kwaad is voor jou, kan wel goed zijn voor mij, dus stel je op buiten de moraal!’ (idd: Nietzsche’s Jenseits von Gut und Böse).
@ Kirsten: Een gekleurde bril, dus. Ja, dat gevaar ligt idd altijd op de loer. Toch kan ik me goed vinden in de hierboven door Huub geformuleerde gedachte dat het begrip ‘duivel’ wel degelijk iets symboliseert. Want als ik jouw raad opvolg en dus ga kijken hoe de wereld zich op dit moment aan mij openbaart, dan zie ik weliswaar geen met drietand gewapend, gehoornd en roodgekleurd heerschap, maar wel ‘het hart van de duisternis’.
kirsten
17 mei 2008 op 22:50
jawel @te, maar als je dan blijft kijken, ook naar dat wat je ‘het hart van de duisternis’ noemt, dan zie je de realiteit, en dan zie je waar de symboliek toe leidt, dan zie je hoe je zelf met die symboliek aan de haal gaat, en snap je hoe dat ook bij ieder ander werkt, en dan snap je ook dat ‘het hart van de duisternis’ in het hoofd zit, en dat de wereld waarin we leven een resultaat van dat hoofd is, en dat we er met z’n allen een godsgruwelijke bende van hebben gemaakt..
@te
17 mei 2008 op 23:34
Volledig mee eens, Kirsten. Als ik het goed begrijp zoek jij het Kwaad dus ín de mens en niet als een zelfstandige entiteit búiten ons zelf?
Maar hoe komt dat daar dan? Op het eerste gezicht lijkt dat toch weer naar de door Huub opgevoerde erfzonde te voeren…
kirsten
18 mei 2008 op 01:18
kip en ei zoals zovaak, ergens ontstaat ons zelfbewustzijn, het besef van identiteit met tegelijk het ontstaan van de schaduw, die schaduw, die we niet willen kennen, waar we ons van afkeren met behulp van afleidende symbolen, die we graag in één klap zogenaamd onschadelijk maken met het predikaat ‘het kwaad’.. daarvanuit ontstaan ideeen als erfzonde, duivelse machten, en inderdaad iets ‘buiten onszelf’.. en dus voelen we ons belaagd.
peter bastiaanssen
18 mei 2008 op 20:11
“ergens klopt het leven niet”, schrijf je , Huub
“Life is not fair”, heeft kennedy nog
ge-one-linerd, volgens jou.
Heel apart , deze plotse aanval, van duisternis.
trouwens het leven is wat het is
Het leven hoeft toch niet te kloppen?
het verhaal over het leven zouden we graag kloppend krijgen. maar dat gaat niet lukken.
Ook niet als je er de duvel zelve bij sleept.
Huub Mous
18 mei 2008 op 23:13
Ook Andy Warhol zei iets dergelijks: ‘Life is not okay’. Ik moet zeggen dat ik het daar grondig mee eens ben.