Gepasseerd station

Voormalig station van Abcoude, gezien vanaf de weg langs het Gein, 9 juni j.l.

Reageer

Echter dan echt

‘Mijn naam is Huub Mous. Ik ben geboren en getogen in Amsterdam en woon sinds veertig jaar in Friesland. Ik groeide op in een traditioneel katholiek milieu, dat midden jaren zestig aan sterke veranderingen onderhevig was….’

Zo begon mijn tekst van zo’n 500 woorden die ik gisteren om 09.15 uur ’s ochtends ‘op camera’ (zoals dat tegenwoordig heet) moest voordragen, staande op het plaveisel van de Lange Marktstraat in Leeuwarden. Ik moest de tekst uit mijn hoofd uitspreken, zonder autocue. Het was nog een hele toer om dat goed te doen. Het ging wel zes keer over. Het moest niet alleen zonder haperingen of versprekingen, maar ook van binnenuit. In feite diende ik als een acteur mezelf te spelen, zo authentiek en echt mogelijk. Sterker nog, echter dan echt.

Aanleiding voor dit gebeuren is een project van Martin & Inge Riebeek. Dat zijn twee beeldend kunstenaars uit Breda die werken aan het videoproject The Essential, waarover ik al eerder berichtte in mijn blog van 18 juli j.l. De verbijstering van het verstand. In de afgelopen jaren hebben Martin & Inge Riebeek over de hele wereld korte videoportretten van mensen gemaakt. Ze vragen daarbij naar de essentie van het leven, een gebeurtenis die bepalend is geweest in hun leven.  Het Fries Museum heeft deze kunstenaars uitgenodigd om in oktober a.s. een presentatie te verzorgen van dit project.

Mijn verhaal gaat over de vervagende grenzen tussen enerzijds fenomenen als radicalisering en terrorisme en anderzijds psychiatrische ontsporingen bij adolescenten. Dat vertel ik vanuit het perspectief van de psychose die mijzelf trof toen ik nog adolescent was. Dat is ook het onderwerp dat mij het afgelopen jaar heeft bezig gehouden. Het is een verhaal over dood en verschrikking dat helaas met de dag actueler wordt.

Het is trouwens niet de eerste keer dit jaar dat ik in een film mezelf moest spelen als een acteur. Echter dan echt, net als in de film. Misschien is zoiets ook wel ongemerkt met de werkelijkheid zelf aan de hand. De essentie in deze ontwikkeling zou zijn dat er een fake-versie van de wereld ontstaat die het bewustzijn gaat bepalen. Iedereen maakt in zo’n intensieve mate deel uit van de illusoire werkelijkheid van het systeem dat het onmogelijk is geworden om nog buiten dat systeem om te kunnen denken. Iedereen wordt gegijzeld door de leugen. Nep wordt dan echt en omgekeerd.

Misschien is dat ook wel de oorzaak an een nieuwe vorm van terrorisme die ons in toenemende mate bedreigt. Geen terrorisme 2.0, maar een absurde vorm van terrorisme, bijna de keerzijde daarvan, een anomalie, alsof er iets volstrekt ongerijmds aan het licht komt, iets wat totaal ‘over the top’ is en dat zich niet voegt in welk duidingskader dan ook. In The spirit of terrorism and requiem for the Twin Towers (2002) schreef Jean Baudrillard het volgende:

‘This is terror against terror,­ there is no longer any ideology behind it. We are far beyond ideology and politics now. No ideology, no cause not even the Islamic cause can account for the energy which fuels terror. The aim is no longer even to transform the world, but (as the heresies did in their day) to radicalize the world by sacrifice’

Reageer

Modeshow op het balkon

Het is zomer 1966. Marijke zit op de leuning van het achterbalkon van haar ouderlijk huis aan de Pythagorasstraat. Ze is net vijftien geworden. Op de achtergrond is de gashouder aan de Ringdijk te zien die kennelijk tot de nok toe vol zat en boven de huizen uittorent. De geraniums vormden het domein van haar vader. Die werden zeer zorgvuldig door hem onderhouden. Elke avond plukte hij er de dode blaadjes uit. Ook Marijke hield van geraniums. Ze kocht ze elk jaar voor de bloembakken in onze achtertuin.

Het lijkt erop of ze op deze foto een mini-jurk draagt, maar ik heb daar zo mijn twijfels over. Ten eerste waren er volgens mij nog geen mini-jurken in 1966. Die kwamen pas het jaar daarop in de mode, tijdens The Summer of Love. De echte doorbraak van de mini-jurk was het huwelijk van een van de Beatles, Paul McCartney, toen hij in 1969 trouwde met een in witte mini-jurk geklede Linda Eastman, zo lees ik op Wikipedia.

Nee, de mini-jurk op deze foto lijkt me eerder een pyjama. Bovendien bestaat er een tweede foto die waarschijnlijk diezelfde dag is genomen en waar Marijke duidelijk een pyjama draagt, maar nu een lange. Ik denk dat haar moeder die dag twee pyjama’s voor haar gekocht had. Die kon ze dan thuis passen en degene die ze niet mooi vond, bracht haar moeder dan terug naar de winkel. Zoiets deed ze wel meer. Het is dus een modeshow op het balkon. Ik weet niet welke pyjama Marijke gehouden heeft. Beide leverden in ieder geval een mooi plaatje op.

Marijke was fotogeniek. Ze wist ook hoe ze kijken moest als ze op de foto ging. Eind jaren zestig is meerdere keren door een fotograaf gevraagd voor een fotoshoot, maar ze heeft altijd nee gezegd. Ik weet niet waarom. Of misschien ook wel. Ze wist altijd precies hoe ver ze te ver kon gaan. Voor je het weet kom je in de Playboy terecht, en wat dan?… zei ze wel eens. Ooit kon ze komen werken bij een modefotograaf die een studio had op de Willemsparkweg. Dat had ze graag gewild, maar haar moeder vond dat niet goed. Ze moest eerst haar INAS-opleiding afmaken. Daarna kwam het er niet meer van.

Ze werd een wilde meid, leerde alle discotheken kennen van Amsterdam, ging om met Provo’s en Kabouters, rookte marihuana en slikte zo nu en dan wat LSD. Altijd ging dat goed, maar één keer ging het mis. Ze werd veroordeeld tot een maand voorwaardelijke gevangenisstraf omdat ‘een vriendje’ haar er ingeluisd had met een pakketje marihuana dat ze kreeg toegestuurd uit Afghanistan. Ze zat zelfs een nacht vast in een politiecel op het hoofdbureau in de Marnixstraat. Op dat strafblad is ze altijd trots geweest. Het was haar relikwie uit the sixties. Altijd op de rand… walking on the wild side…

Met sommige van haar vriendjes uit die tijd liep het slecht af. Ze raakten aan de harddrugs of verdwenen zomaar van het toneel. Jan verongelukte tijdens een brommervakantie in Frankrijk, Frans overleed aan een overdosis. En Woutje pleegde uiteindelijk zelfmoord door zijn polsen door te snijden en van de trap af te vallen. Dat gebeurde even verderop in de Pythagorasstraat nummer 24, in het voormalig ouderlijk huis van Vincent. In 1980 is Marijke nog op de Woutjes begrafenis geweest waar pater van Kilsdonk de uitvaart leidde.

De tweede helft van de jaren zestig was een roerige tijd, ook voor Marijke. Dat was tussen haar vijftiende en twintigste jaar. Op die leeftijd was ze zeer mager en juist daarom uiterst geschikt als fotomodel. Ze was het mooiste meisje van de buurt. In alles was ze wat ik in die tijd niét was. Het is dan ook een godswonder dat ze uiteindelijk in mijn armen belandde.

Zie ook: The day before you came

Reageer

Op weg naar de kiosk

Het is zomer 1964. Marijke staat in de tuin bij haar vriendin Hennie Fokker die bij haar aan de overkant woonde in de Pythagorasstraat. De lagere school zat er op en na de zomer zou zeaar de Mulo bij de nonnen op het Linnaeushof. Ze is een meisje van dertien, niet zo gelukkig, zoals Paul van Vliet later zou zingen. De jurk die ze draagt is wat stijfjes. Ook deze was waarschijnlijk door haar moeder gemaakt. Graag wilde ze wat ouder lijken dan ze was en daar lijkt ze in deze outfit ook wonderwel in te slagen.

Weldra zou dat allemaal anders worden. De hormonen ging al vroeg opspelen. Kort daarna raakte ze voor het eerst ongesteld. Het meisje werd een jonge vrouw. Het poesiealbum, waarin Hennie Fokker op 8 januari van dat jaar nog een gedichtje had achtergelaten, raakte in het slob. Marijke kreeg andere interesses. Jongens bijvoorbeeld. De vriendjes, die ze vanaf haar dertiende jaar heeft versleten, zijn niet op twee handen te tellen. Op vier waarschijnlijk ook niet. Dat ik uiteindelijk de liefste was is iets – om met een andere cabaretier te spreken – wat mij nog altijd verwondert.

Hoe dan ook, na haar dertiende jaar ging Marijke op haar kamertje naar popmuziek luisteren. Ze kocht toen wekelijks blaadjes als Muziek express, Kink, Muziekparade of Tuny Tunes. Die haalde ze bij de kiosk op het pleintje op de hoek van de Linnaeusstraat en de Pretoriusstraat. De teksten van van haar favoriete liedjes knipte ze uit en plakte ze vervolgens in schriftjes. Later zouden deze populaire muziekbladen plaatsmaken voor Hitweek en Aloha. Al die nummers van Hitweek heeft ze altijd bewaard. Een paar jaar geleden heb ik ze nog eens laten inbinden, als een historisch document van haar jeugd.

De muziekbladen van Marijke (een selectie)

Op weg naar die kiosk in de Linnaeusstraat kruiste Marijke dan het open terrein bij de Polderweg waar de houten noodgebouwen stonden. Daar heeft ze nog een jaar lang in de schoolbanken gezeten, toen de Mulo van de Clara Feij school hier haar toevlucht had gezocht. Eens per jaar werd op dat open terrein kermis gehouden. In de jaren vijftig ging ik daar wel eens naar toe aan de hand van mijn vader.

Aan de Polderweg stond ook nog het Bureau voor kinder- en zuigelingenzorg, het gebouw waarin later de NVSH zich vestigde. Nog altijd was er toen een deur met het opschrift: ‘Kamer voor hoestende zuigelingen’. In dat gebouw ben ik vaak ingeënt. Ik ben er ook heel wat keren door mijn moeder uitgekleed en door een dokter op mijn borst geklopt.

Op weg naar de kiosk, op de hoek van de Polderweg en de Linnaeusstaat passeerde Marijke dan de synagoge. Daartegenover ongeveer woonde Rob de Nijs, wiens vader een autorijschool had aan de Linnaeusstraat, en die in 1963 een daverende hit scoorde met Het ritme van de regen. Even verderop aan de Polderweg stond een driejarige HBS.

Hier gaf Gerard Reve op 18 maart 1964 een lezing, waarbij ‘een zestienjarige jongen, met donker sluik haar, gekleed in een zwart katoenen truitje een goed passende broek van fijn geweven, min of meer glanzend zwarte stof’ (…) drie kleine amateurfotografietjes met gegolfde randjes had getoond met de mededeling dat zijn moeder die gevraagd had om ze aan hem te laten zien, Lietje B, was.’

Dat gegeven bracht bij Reve een stroom van herinneringen op gang aan ‘ontelbare nutteloze geschiedenissen die geen begin of einde hebben, maar als kankers in elkaar uitgezaaid, aan elkaar vastzitten. Het maakt nauwelijks verschil, waar men begint en waar men eindigt’. Die stroom van herinneringen heeft een plaats gekregen in de Brief uit het verleden, die is opgenomen in Nader tot U (1966), waaronder ook een herinnering aan de kunstenaar Karl Carvalho, die in 1972 is overleden en in de Pythagorasstraat woonde, net als Marijke, de straat waar later ook Theo van Gogh kwam te wonen in een benedenwoning, een paar huizen verderop van de bovenwoning, waar ik op 23 augustus 1971 – volgende week exact 46 jaar geleden – Marijke leerde kennen.

Theo van Gogh werd op 2 november 2004, de dag van Allerzielen, vermoord in de Linnaeustraat, vlak bij de Polderweg, voor de deur nota bene van het voormalige Burgerziekenhuis, waar op 8 mei 1966 mijn vader overleed…

‘O weemoed van een verloren tijd die voor eeuwig stilstaat,’ zou de oude Reve zeggen als hij nog in leven was. Toch heb ik een vermoeden –  misschien tegen beter weten in – dat er niets verloren gaat. Toen Marijke het leven liet, is ze uit de tijd gestapt, en daarmee ook uit de ruimte. Maar iets in het binnenste van mijn ziel is daar nu ook. Buiten de tijd en buiten de ruimte… op weg naar de kiosk.

Reageer

Zoals het altijd was

Het is 1 maart 1974. Marijke en ik zijn net getrouwd, een uur geleden wel te verstaan, in het stadhuis van Diemen. De fotograaf maakte deze foto in de voortuin van Huize Frankendael, het zeventiende-eeuws landhuis aan de Middenweg in Amsterdam Watergraafsmeer. Ik heb dit altijd een hele mooie foto gevonden. Het lijkt wel een portret van de Engelse schilder Dante Gabriel Rosetti, een van de oprichters van de 19de-eeuwe schildersgroep de prerafaëlieten. Het is zo’n gestalte die een schilder tot leven weet te wekken en waar je eeuwig verliefd op kunt worden, zelfs als de vrouw die is uitgebeeld niet meer in leven is. Liefde kent de grens niet van de dood.

De kleren die Marijke draagt zijn ook Engels en ontworpen door Laura Ashley. Zij was een Britse modeontwerpster die in de jaren zeventig wereldwijde bekendheid kreeg. Al in de jaren vijftig was zij begonnen met het met het herdrukken van lieflijke gebloemde 19de-eeuwse stofontwerpen. In the seventies werd die retromode opeens actueel. Laura Ashley werd hot. ‘Het naar haar genoemde mode- en interieurmerk,’ zo lees ik op Wikipedia, ‘wordt gekenmerkt door de melancholische, behoudende stijl, die een mix is van ‘de goede oude tijd’ met het comfort van het heden.’ Een mooiere beschrijving van Marijkes smaak destijds is nauwelijks denkbaar.

Het boek van Jaap Kruizinga over de geschiedenis van de Watergraafsmeer. Op de cover een luchtfoto van het Linnaeushof begin jaren dertig in aanbouw met bovenin de Martelaren van Gorkum. Huize Frankendael ligt links net buiten beeld. Helemaal rechts bovenin is nog net het latere woonhuis van Marijke haar ouders – Pythagorasstraat 57 – te zien.

Even later zouden we ook nog voor de kerk trouwen in de Martelaren van Gorkum, op het Linnaeushof om de hoek. Huize Frankendael verkeerde destijds in een abominabele staat. De tuinbeelden lagen er in brokstukken bij. Tegenwoordig is alles keurig gerestaureerd. Iets te keurig misschien. Heel wat bomen zijn inmiddels gekapt en zelfs de reigers zijn vertrokken die hier altijd hun nesten hadden.. Er is tegenwoordig een restaurant – Restaurant Merkelbach – dat zelfs naam heeft gemaakt in het buitenland. Merkelbach was in de vroege jaren zestig een van de laatste bewoners van Huize Frankendael. Hij was stadsarchitect van Amsterdam en bouwde onder meer het voormalige GAK-gebouw in Amsterdam-West.

Menig Amsterdammer liet in die tijd zijn trouwfoto’s maken in de tuin van Huize Frankendael. Het was een rustieke plek, romantisch door de sfeer van verval, melancholie en de geur van een voorbije tijd. Dat soort romantiek is nu verdwenen om plaats te maken voor een ander decor. Even onecht wellicht als de melancholie van de jaren zeventig. Alles verandert, maar alles komt het ook terug. Zo gaat het met de mode, maar eigenlijk ook met alles. Qu’y a t’-il de changé, zong Marie Laforêt al in 1968.

De Watergraafsmeer, waar ik geboren ben, is een van de oudste polders van Nederland. In 1629 werd het Diemermeer aan de oostzijde van Amsterdam ingepolderd. Zodoende kwam er een gebied van circa 600 hectare land droog te liggen op vier meter onder NAP. In 1651 deed een zware storm bij volle maan en springvloed de dijken van de polder bezwijken zodat men weer opnieuw kon beginnen. Maar van begin af aan was deze polder een geliefd buitengebied voor de welgestelde Amsterdammers in de zeventiende eeuw die hun vermogen hadden verdiend bij de VOC.

Rembrandt zwierf hier rond en maakte etsen van het uitzicht vanaf de dijk. Er ontstonden verschillende buitenplaatsen of lusthoven. In totaal werden er in die tijd in de Watergraafsmeer tachtig nieuwe buitenhuizen gebouwd. De meeste daarvan zijn inmiddels gesloopt. Maar Huize Frankendael is een van de oudste buitenverblijven die nog overeind staat.

Een paar jaar geleden ben ik hier nog eens met Marijke terug geweest. Toen hebben we nog even aan de overkant van de Middenweg op het terras gezeten van het voormalige Café Nieuw-Rozenburgh, waarover ik schreef in mijn blog Een Middenwegwind. Eigenlijk, zo bedacht ik bij mezelf, moet je niet te vaak terugkeren naar de plekken van je jeugd. In nostalgie kun je niet wonen, zeg ik altijd maar. De plaats klopt nog, maar de tijd niet meer. De tijd vliegt en is onherroepelijk.

Terug in deze buurt, waar ik ben opgegroeid, is het alsof ik in een andere laag van de tijd ben beland. En toch, in de bodem van deze oude polder lijkt iets onveranderd te zijn gebleven. Zoals ook in de diepste grondlaag van de ziel soms iets opduikt wat blijft zoals het altijd was. Alles verandert, maar alles komt ook terug… Qu’y a t’-il de changé.

Reageer