Fryslân DOK nu al op YouTube

De documentaire van Gryt van Duinen ‘Touwtrekken om de Culturele Hoofdstad’, die zondag a.s. om 15.25 uur wordt uitgezonden op Nederland 2, is nu al te zien op YouTube.

Zie en huiver:

 

2 Reacties

Als Reve in Frankrijk

Dieulefit (Drôme) in de jaren zeventig

  ELVIS OP MIJN  LOG ‘ALS GOD IN FRANKRIJK

In een ver verleden (eind jaren 70) toog ik met wat vrienden in een oude citroen HY bus naar Frankrijk om druiven te plukken. (A. den Doolaard hadden we tenslotte bijna allemaal gelezen voor Nederlands) We belandden bij een boer die woonde in een gehucht tussen Valreas en Vinsobres.
De boer staarde ‘s morgens vroeg langdurig in de lucht om te bepalen wanneer er geplukt kon worden. Alles hing af van de (lucht) vochtigheid. Als het ‘s nachts had geregend dan kon er pas geplukt worden als de zon was opgekomen en minimaal een uur lang die verrekte aanhangende regendruppels had beschenen. (Water bij de wijn, daar houden die boeren niet van) Als de regen nog in de lucht zat dan haalde de boer met wilde gebaren een soort enorme vuurpijlen uit een houten schuurtje. Vanaf een trekker schoot hij die pijlen de wolken in om de regen te verjagen dan wel om het water juist te lokken. Vraag me niet hoe het kan maar af en toe ging het na zo’n oorverdovende schietpartij nog regenen ook.
De pluk was zwaar. We plukten van de vroege ochtend tot een uur of 2 in de middag. We hadden een korte pauze (7 minuten) om 10 uur, voor een kop koffie en een lange pauze (15 minuten) om 12 uur, voor een stuk stokbrood met ham. De korte pauze was overigens alleen maar ingesteld voor die doetjes van Hollanders (‘les chiffes molles’), iets wat de boer iedere korte pauze met een humeurige kop steeds opnieuw benadrukte. De pluk werd vervolgd van 6 tot 9 ‘s avonds.
De mooiste momenten van de hele ‘vakantie’ waren de 5 liter fles huisgemaakte wijn die we iedere avond na het werk kregen (daar kon geen Chateau Mouton Rothschild tegen op) en de vrije uren tussen 2 en 6. Meestal reden we dan naar Valreas om op een terrasje andere druivenplukkers te ontmoeten. We herkenden elkaar zonder enig probleem: bruine koppen, bewalde ogen en zwarte handen met pleisters. (Plukken’ is eigenlijk een raar woord, de druiven worden met een heel scherp tangetje geknipt. Het is dus feitelijk de ‘druivenknip’.)
Hoe dan ook, het was daar in Valreas, om een uur of 4 in de middag dat er naast ‘ons’ terras een lichte citroen HY stopte. Bij een magasin de tabac. En een man die een krant kocht. Een knorrige man met warrig haar. We zagen eerst de citroen HY en vergeleken die met de onze. De onze was veel mooier vonden we. We groetten de man toen hij weer naar buiten kwam met een Telegraaf onder zijn arm. Hij gaf een kort knikje in onze richting. Pas toen de HY alweer uit het straatbeeld was verdwenen beseften we dat we een knikje hadden gekregen van Gerard Reve. Wij waren god in Frankrijk.

4 Reacties

Het engagement van Paul Panhuysen

‘Een kunstenaar moet leven in zijn werk en wanneer hij zijn werk integer doet, kan het hem mogelijk zijn in zijn overige leven een bijzonder maatschappelijk mens te zijn. Zijn werkelijkheid is alleen van belang, wanneer hij de werkelijkheid, die hij om zich heen waarneemt, toetst aan de werkelijkheid die hij persoonlijk ervaart. Het spanningsveld tussen deze beide werkterreinen is zijn werkterrein; daar stelt hij zijn vragen en krijgt hij zijn antwoorden, die nieuwe vragen oproepen. Hij maakt niet wat hij van zich zelf verwacht, evenmin wat de samenleving van hem verwacht: een nieuwe werkelijkheid ontstaat in een haptisch conflict tussen mens en wereld, in het spanningsveld tussen beide. Door dit werken wordt de kunstenaar zelf werkelijk mens, en wordt de wereld waarachtiger. Zo verandert de kunst met de persoon van de maker en met het gezicht van de samenleving.’

Paul Panhuysen, 1965

Beeldend kunstenaar Paul Panhuysen krijgt dit jaar de Gerrit Bennerprijs, de prijs voor beeldende kunst van de provincie Fryslân. Panhuysen, die van 1963 tot 1965 directeur was van de kunstacademie Vredeman de Vries in Leeuwarden, krijgt de prijs voor zijn gehele oeuvre. In 2008 zond Omrop Fryslân de documentaire De Kleur van Friesland uit, die werd samengesteld door Geart de Vries. Hiervoor sprak ik met Paul Panhuysen in het pand in Harlingen, waar hij in 1965 met zijn Bende van de Blauwe Hand exposeerde. Bij dit gesprek was ook Meindert de Vries aanwezig, die destijds student was op de Academie Vredeman de Vries.  Het gesprek komt na ongeveer 15 minuten in beeld.

.
.

Reageer

De zomer van 1960

Een foto uit 1960. Hij is gemaakt in de Beijenkorf in Amsterdam. Oorspronkelijk maakte hij deel uit van een reeks van 24 pasfoto’s die samen op één vel papier waren afgedrukt. Elke foto had een andere gelaatsuitdrukking en op elke foto keek ik een andere kant uit. In het tweede deel van de Reve-biografie van Nop Maas staat een vergelijkbare reeks van 24 pasfoto’s die Reve in 1962 in de Beijenkorf liet maken. Ik kan me nog herinneren dat ik vlak voor de fotosessie naar de kapper was geweest. Zelf was ik helemaal niet tevreden over het resultaat. Ik vond mijn haar veel te netjes zitten. Het was nog nat van de spuit. Dat was zo’n zilveren bol met een sproeier erop en een slang met rode rubberen bal waar je in kon knijpen. In dat jaar 1960 kwam ik van de lagere school. Ik kan me nog herinneren dat ik geen toets hoefde te doen, want ik had vier achten voor taal, rekenen, geschiedenis en aardrijkskunde. Dus kon ik meteen naar het IG. De grote wereld van Grieks en Latijn, wiskunde en wetenschap.

Het werd een lange, mooie zomer. Ik ging in die tijd veel naar het honkballen kijken. Die sport was toen heel populair in de Watergraafsmeer sinds de Europese kampioenschappen twee jaar daarvoor op het terrein van OVVO op de sportvelden bij de Kruislaan. Ook ging ik wel eens naar een honkbalwedstrijd naast het Ajaxstadion. De naam van de club die daar speelde ben ik vergeten. GAHVV of zoiets. Ik weet nog dat ik daar was op een mooie zonnige middag, toen ik op een transistorradio hoorde dat Ajax met 5-1 van Feijenoord had gewonnen. Het was een beslissingswedstrijd om de landstitel die gespeeld werd in het Olympisch stadion. Dat was 26 mei 1960. Wim Bleijenberg werd de held van de middag. Hij verkeerde al in zijn nadagen. Het hele seizoen was hij verbannen geweest naar het tweede elftal, maar nog één keer mocht hij meedoen. Hij scoorde een hattrick, zodat Ajax voor de tiende keer landskampioen werd.

Op 2 juli 1960 overleed Beppe. Ze was toen 87. Ook die dag kan ik me nog goed herinneren. Er kwam ’s ochtends vroeg telefoon uit Friesland. Mijn vader stond nog in zijn borstrok. Hij was enigszins ontdaan toen hij de telefoon weer op de haak legde. Mijn moeder troostte hem. We zijn nog samen naar de begrafenis geweest, met de boot van Enkhuizen naar Stavoren, zoals mijn vader en ik wel meer hadden gedaan. Mijn moeder bleef thuis voor de kinderen. Daar hoorde ik nu even niet bij. Als stamhouder diende ik immers aanwezig te zijn bij deze voorname gebeurtenis, ook al was ik pas twaalf jaar oud. Toen we aankwamen in Bakhuizen, lag Beppe nog in de voorkamer opgebaard in de kist, met de oorijzers nog op. De gouden helm, noemden wij dat. Ik neem aan dat ze daarmee niet het graf in is gegaan, maar je weet het maar nooit.

Het was een raar jaar 1960. Rudy Carrel zong ‘Wat een geluk dat ik een stukje van de wereld ben’ op het Eurovisiesongfestival. Chubby Checker maakte de wereld gek met een nieuwe dans, de twist, en ging er daarna met de Hollandse Miss World Rina Lodders vandoor. De Olympische Spelen werden die zomer in Rome gehouden, waar Abebe Bikila uit Ethiopië op blote voeten de marathon won en Wilma Rudolph als een adembenemende, zwarte gazelle naar drie gouden medailles draafde. Een paar maanden later zou John F. Kennedy tot president van Amerika worden gekozen. De Koude Oorlog was kouder dan ooit. De Russen schoten een Amerikaans spionagevliegtuig uit de lucht, maar de wereld draaide gewoon door. Wat heet, What a wonderful world van Sam Cook werd een wereldhit in de zomer van 1960.

.

1 Reactie

Eieren

Reageer