De Kringloop in het kwadraat

(foto: Huis aan Huis)

Estafette gaat op de nieuwe locatie een ‘conceptstore’ in de vorm van een ‘recycle boulevard’ creëren. Dit betekent een unieke en inspirerende plek waar naast kringloopliefhebbers ook ondernemers, studenten en andere innovators met hart voor duurzame en innovatieve recycle-initiatieven elkaar kunnen vinden. De ‘recycle boulevard’ past binnen het nieuwe concept van Omrin om haar kringloopwinkels in te richten tot ruime en moderne multifunctionele omgevingen.

Dit las ik vorige week in in de buurtkrant Huis aan Huis. Het zijn de wervende zinnen waarmee Omrin haar nieuwe Estafette-Boulevard in Leeuwarden aankondigde: inmiddels de grootste kringlooopwinkel van het land. De taal van de transitie-managers heeft de kringloopwinkels bereikt. Gisteren ben ik er met Renate en Rikkert een kijkje gaan nemen. Ik was niet de enige die op dat idee was gekomen. Het zag er zwart van de mensen. Als je iets wilde kopen stond je een kwartier in de rij bij de kassa. Maar dan had je ook wat. Er waren mensen bij die een hele kar hadden volgeladen.

Ik trof de altijd fleurige Anneke Douma, die zou gaan optreden op het centrale podium van deze nieuwe Boulevard. Ze vertelde me dat ze het razend druk had en even later door moest naar het Zaailand, waar de PvdA-campagne met de altijd fleurige Lutz Jacobi op haar wachtte. Lutz, die toen ik haar ooit tegen het lijf liep, mij begroette met de historische woorden: “Ha daar hebben we Huub Cultuur!” Anneke en Lutz, het is een paar apart. Niet te stoppen die twee! Van de Kringloop naar het Zaailand. Een kleine stap voor Anneke, een grote sprong voor de PvdA.

Die partij, zo dacht ik bij mezelf, zou ook wel een transitiemanager kunnen gebruiken. Vorige keer heb ik er nog op op ze gestemd, maar meer uit mededogen dan uit overtuiging. Toch kan ik niet anders zeggen: Anneke en Lutz, het zijn twee zonnetjes in huis. Twee stralende vocalisten met een vuurrood hart. Afijn, wie was er niet, gisteren in de Estafette Boulevard. Vele bekende gezichten trokken aan mij voorbij. De jaren dat mensen zich geneerden wanneer ze betrapt werden in een kringloopwinkel liggen inmiddels ver achter ons.

Zelf ben ik een liefhebber van het eerste uur. Een hele kast boeken heb ik vanuit dit soort kringloopwinkels bij elkaar vergaard, waaronder het verzamelde werk van Jung, Vestdijk, Slauerhoff… noem maar op, maar daarnaast ook elektrische apparaten, heiligenbeelden, grammofoonplaten, kitsch-parafernalia uit de souvenir-industrie, glas uit Murano, keramiek van Plateel, complete jaargangen van De Katholiek Illustratie, niervormige bijzettafeltjes uit de jaren vijftig, een ingelijst Lourdes-tafereel dat van binnenuit licht geeft, Verkade-albums en andere boeken met plakplaatsjes zoals Van Zee tot Zee van Captain Grant met alle oceaanstomers van weleer, gedenkborden van huwelijken en jubilea binnen het Koninklijk Huis, een drinkbeker ter herinnering aan het huwelijk van Pins Charles en Lady Diana, een twintigdelige reeks met alle pauselijke decreten en encyclieken, een fotoalbum uit de jaren twintig met vakantiekiekjes van een reisje langs de Rijn, alle naoorlogse jaarboeken van het Keesings Historisch Archief, opgeprikte vlinders en insecten in een lijstje, een opgezette kop van een bok voor aan de muur boven de schoorsteen, limonadeglazen met blote vrouwen erop, een wijwatervat… afijn, wat ik al niet aan bijzonderheden an andere goedbedoelde rotzooi mijn benarde veste heb binnengesleept.

Toen ik tien jaar geleden met vervroegd pensioen ging, heb ik een container voor mijn huis laten komen, om al die vergaarde troep in een keer weg te kunnen sodemieteren. Dit was wat je noemt puinruimen. Mijn huis dreigde compleet dicht te groeien en ik was rijp voor het tv-programma Mijn leven in puin. Inmiddels leven we een decennium later later en begint de troep zich in mijn huis weer aardig op te hopen.

Ach, waarom ook niet. Ik hou van een beetje rotzooi om me heen, en je kunt het altijd weer de deur uit doen. Transitie heet zoiets, de kringloop in het kwadraat. Loslaten is de kunst van het leven. Sterven is dat ook. Het leven zelf is een kringloop, een eeuwige cirkelgang. Ook mijn moeder zaliger was ooit een fleurig zonnetje in huis. ‘Schep vreugde in het leven,’ placht zij te pas en te onpas zeggen, ‘anders krijg je de mot in de maag.’

Reageer

Pauze

De achtertuin vanuit het bovenraam, gisterochtend 11.00 uur

Reageer

Thierry Baudet en de rechtsfilosofie

John Rawls wordt alom beschouwd als een autoriteit op het gebied van een – op de Verlichting georiënteerde – rechtsfilosofie. In zijn boek A Theory of justice (1971) heeft Rawls geprobeerd de grondslagen van een ethisch liberale staat zo objectief mogelijk te formuleren. Hij ging daarbij uit van gedachten en methoden ontleend aan de Verlichtingsfilosoof Kant en de hedendaagse speltheorie in de wetenschap. Rawls benadrukte daarbij dat een rechtvaardige samenleving niet gebaseerd kan zijn op een metafysische theorie van de menselijke natuur. Rawls stelt dat hij – anders dan Kant – niet meer in staat is een soort metafysisch liberalisme als een alles omvattende filosofische visie aan te hangen.

De rechtsfilosofie van Rawls gaat uit van een ideale beginsituatie van autonome individuen, van waaruit een consensus over basisrechten kan worden geformuleerd, niet op basis van onderhandelingen, maar los van gegeven machtsposities of natuurlijke of biologische ongelijkheden. Het gaat bij hem niet om gelijkheid omwille van de gelijkheid zelf, maar om een een eerlijke verdeling waarbij ongelijkheid niet is uitgesloten, als de zwakste het maar zo goed heeft als binnen de gegeven omstandigheden mogelijk is. Dat klinkt allemaal mooi en heel pragmatisch. Maar ook Rawls moet erkennen dat er een metafysische kern aanwezig blijft in zijn benadering.

De ‘lege plaats van de macht’ zou vrij moeten zijn van levensbeschouwelijke beginselen, heeft John Rawls beweerd. Maar de islam zijn intrede doet in de westerse samenleving valt niet te miskennen dat de kern van elk rechtssysteem bepaalde levensbeschouwingen bevordert en andere ontmoedigt. De Algemene Verklaring van de Rechten van de Mens is geen vanzelfsprekende verworvenheid van de mensheid, maar een fundament van menselijke beschaving dat voortdurend bevochten moet worden. Het zijn zo op het oog nobele gedachten, maar heeft John Rawls ook gelijk?.

Toen ik het boek De aanval op de natiestaat van Thierry Baudet las, dacht ik steeds: wanneer komt hij met Rawls op de proppen. En ja hoor, daar kwam hij met zijn aanval. Hoe aanlokkelijk dit idee van Rawls ook moge ook moge lijken, voor Baudet berust deze onderneming op een aanname die mensen vaak over het hoofd zien en die volgens hem uiterst problematisch is.

Rawls veronderstelt dat al die verschillen tussen mensen, 
of die nu van sociale, economische, culturele of religieuze aard zijn, een plek kunnen krijgen in een en dezelfde samenleving waar zijn ‘universele’ wetten en regels gelden. Dat universele denken gaat volgens Baudet voorbij aan het compromis dat juist de natiestaat probeert te verwezenlijken, waarbij het begrip ‘universeel’ een betekenis heeft voor alle burgers, terwijl dat begrip anderzijds de uitdrukking 
is van ‘een specifiek volk, wonend op een specifiek grondgebied, met een specifieke geschiedenis en een specifiek geheel 
van waarden en gebruiken’.

Menselijke verlangens en strevingen zijn volgens Baudet niet universeel. Er is ook nog zoiets , een gemeenschappelijke lotsbestemming van een natie die wordt omkaderd door de grens van de natiestaat. Er is zoiets als een ‘gedeelde geschiedenis’ van zo’n natiestaat die zijn beslag krijgt in de ‘kern-identeit’. die weliswaar voortdurend bediscussieerd wordt, maar daarom wel degelijk bestaat. Baudet spreekt over een ‘pre-politiek sociaal fundament’. Dat is een metafysisch begrip, dat ik niet goed kan duiden, tenzij je accepteert dat dit ‘pre-politiek sociaal fundament’ ook Blut und Boden zou kunnen zijn.

Maar daar wil Baudet nu juist weer niets van weten. Het kwalijke van Hitler was niet zijn nationalisme. Nationalisme is een groot goed, wat dacht je! Het was Hitlers ongebreidelde imperialisme dat verachtelijk was en een voortzetting heeft gevonden in het streven naar Europese eenwording dat als geheime agenda van de EU te herkennen valt. Bij dit soort gedachtesprongen gaan bij mij de rolluiken dicht. Hitler viel in katzwijm für Deutschland, en niet voor Europa, voor zover ik weet. Maar laat ik de sprongen van Baudet volgen tot het eind.

Nationaliteit en loyaliteit zijn volgens Baudet niet van elkaar te scheiden. Een dubbel paspoort is zo bezien een verwerpelijke zaak. Maar het belangrijkste is: in een universeel contract kun je geen recht doen aan de verschillen van de natiestaten. Het verschil met andere naties is wat ons Nederlanders bindt en wat aan onze wet en onze rechters ten grondslag ligt. Recht ligt verankerd in  een mens van vlees en bloed, dat wil zeggen: een mens die herkenbaar is en wezenlijk tot hetzelfde cultuurgoed behoort waar ook jij toe behoort.

Je kunt ook niet een betere wereld verkrijgen door almaar betere regels op te stellen. Of zoals T.S. Eliot ooit beweerd: ‘We dromen van systemen die zo volmaakt zijn dat niemand een goed mens zal hoeven te zijn.’ Kortom, er is dus niet zoiets als een algemeen, transnationaal contract mogelijk, waarin het recht ten alle tijde kan worden vastgelegd, geldig voor alle naties en alle volkeren. Daarmee staat de opvatting van Baudet haaks op die van Rawls. Wie heeft er nu gelijk?

Maar nu iets heel anders. De arabist Martin Janssen (niet de verwarren met de inmiddels overleden arabist Hans Janssen) schreef in december 2010 in een opiniestuk in de Volkskrant het volgende:

‘De Algemene Verklaring van de Rechten van de Mensen (AVRM) en de islamitische 
sharia zijn principieel onverenigbaar omdat ze twee diametraal tegenover elkaar staande uitgangspunten hebben. De AVRM gaat uit 
van de fundamentele gelijkheid van 
alle mensen terwijl de sharia niet is 
gebaseerd op de principiële ongelijkheid van mensen. De ongelijkheid namelijk tussen 
moslim en niet moslim en de ongelijkheid tussen man en vrouw, die 
ook en vooral gestalte krijgt in de juridische sfeer. Zo heeft het getuige
is van een niet moslim voor een is
lamitische rechtbank slechts de 
helft van de waarde van het getuige
nis van een moslim, wat het voor 
een niet moslim vrijwel onmogelijk 
maakt zijn recht te halen . Terwijl ook het getuigenis van een 
vrouw slechts 50 procent van de 
waarde heeft van dat van een man. 
De sharia is een allesomvattend juri
disch systeem dat alle aspecten van 
het leven bepaalt van zowel mos
lims als niet moslims, waarbij het 
uitgangspunt steeds de fundamen
tele ongelijkheid tussen beiden is. Artikel 22A van de verklaring van 
Caïro benadrukt nog eens, dat de 
mens recht heeft op meningsvrij
heid in zoverre deze niet in strijd is 
met de sharia.’

Martin Janssen woonde destijds in Damascus, maar ik weet niet of hij daar nu nog woont. Hoe dan ook, destijds waarschuwde hij ervoor dat er steeds openlijker wordt getwijfeld aan de universele mensenrechten. Het is inmiddels bijna 70 jaar geleden dat deze AVRM door de Verenigde Naties werd afgekondigd. De universele mensenrechten bestaan dus bijna zo lang als ik leef. In zekere zin zijn ze een voortzetting van het Joods-christelijke gedachtegoed dat diep in onze hedendaagse cultuur is ingedaald. Dat is ook precies het verwijt dat moslims maken tegen deze – in hun ogen – niet universele mensenrechten. Het Westen zou misbruik maken van haar hegemonie om dit zogenaamd universele erfgoed van de westerse beschaving aan alle culturen – dus ook de islamitische cultuur – op te leggen.

Volgens Martin Janssen werd er sinds 1980 – het begin van de wereldwijde islamitische revolutie- de aanval op de universele mensenrechten op twee fronten ingezet. Enerzijds vanuit de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC) de die 57 islamitische landen vertegenwoordigt, en anderzijds door de vergadering van de zogeheten niet gebonden landen. Recentelijk nog kwam dit tot uiting op  6 november 2010.

Op die dag nam een commissie van de Algemene Vergadering van de VN een resolutie aan over ‘on-juridische en arbitraire executies.’ Hierbij werd – in tegenstelling tot voorheen en op aandringen van de hierboven genoemde landen – niet expliciet melding meer gemaakt van executies vanwege ‘seksuele oriëntatie’. Het komt er in feite op neer dat homoseksuelen sinds 16 november j.l door ed VN niet langere beschermenswaardig worden geacht.

Behalve dit artikel van Martin Jansen kan ik in de laatste jaren geen publicatie herinneren, waarin dit toch redelijk schokkende feit wordt gememoreerd, laat staan wordt bekritiseerd. In deze zaak kwam een principieel punt aan de orde. Hoe universeel kunnen mensenrechten eigenlijk zijn? Zijn deze rechten ook daadwerkelijk ‘universeel’, als ze door een meerderheid van landen zijn vastgesteld? Heeft deze meerderheid dan het universele gelijk in pacht?

Dit soort vragen raken niet alleen aan de bestaansgrond van de democratie, maar ook aan de ultieme grond waarop het begrip rechtvaardigheid gebaseerd is, of überhaupt gebaseerd kan zijn. Bestaat er eigenlijk wel zoiets als een universeel mensenrecht? Op welke basis – anders dan een democratische meerderheid – kan zo’n recht gebaseerd zijn?

Kortom, Baudet of Rawls, wie heeft er gelijk? Met de eigenaardigheden van de islam voor ogen, mag je blij zijn dat er inmiddels zoets bestaat als Algemene Verklaring van de Rechten van de Mens. Maar als je Baudet mag geloven is onze enige thuishaven de natiestaat en dient elk universeel en transnationaal rechtsstreven gewantrouwd te worden. Al met al is het een verwarrende discussie, waarbij allerlei automatismen en vooroordelen een rol gaan spelen.

Waar het werkelijk om gaat is een rechtsfilosofisch probleem. De vraag namelijk of je het basiscontract voor een gemeenschap kunt opstellen zonder een expliciete verwijzing naar een religieus georiënteerde morele traditie of een ander metafysisch gedachtegoed. De liberale moraalfilosofie die uitgaat van een autonoom individu, dat niet belemmerd wordt door een ideologische of culturele verbondenheid met andere individuen, zegt van wel.

De sociale (of communitaristische) moraalfilosofie, die er van uitgaat dat een individu nooit op zichzelf staat, maar altijd deel uitmaakt van een (morele) gemeenschap in wording, zegt van niet. In deze hele discussie kun je het woord ‘God’ tussen haakjes plaatsen en vervolgens elimineren. Het gaat in feite helemaal niet om God, maar om het beeld van de mens. Anders gezegd: het is een botsing tussen het post-metafysische autonome mensbeeld van de moderniteit en het metafysische, relationele mensbeeld van de (religieuze) traditie.

Toch is het een misvatting om dit debat als een achterhoedegevecht van de oprukkende moderniteit te beschouwen. Mensen die een hoge pet op hebben van de ratio en de Verlichting menen vaak dat met een scherpe scheiding van kerk en staat alle problemen zijn opgelost. Heilige boeken hoef je niet thuis te laten als je politiek gaat bedrijven, als je anderen maar niet uit je eigen heilige boek de les gaat lezen.

Recht en politiek worden gevormd op basis van een consensus die in een voortdurende dialoog tot stand komt. Maar de basis van die dialoog is nu juist een consensus over iets waar iedereen het bij voorbaat met elkaar eens moet zijn. Welnu, die basisconsensus is hier in het geding. Een radicale scheiding tussen kerk en staat – hoe rationeel en redelijk die ook moge zijn – is dus geen afdoende argument. Het gaat immers om het fundament van de staat (of de gemeenschap) zelf die buiten iedere discussie moet staan.

Het is dus geen strijd tussen een religieus wereldbeeld dat op zijn retour is en een het Verlichtingsdenken dat zijn laatste obscure belemmeringen uit de weg moet ruimen. Het gaat om een kwestie die dieper grijpt. Ook het Verlichtingsdenken immers zit nog altijd met een probleem.

De opvatting van de mens als een autonoom individu in wezen een metafysische constructie die in laatste instantie een historisch karakter heeft. De definitie van de mens ligt niet voor eeuwig vast, noch in de metafysica, noch in het individu. Het fundamentele debat over dit soort vragen – dat in onze tijd van globalisering en botsende wereldbeelden opnieuw oplaait- raakt de kern van de mens zelf.

De laatste vraag die oprijst is de volgende. Is de mens een autonoom individu dat als een atoom in het universum op rationele wijze zijn weg vindt? Of is de mens een relationeel wezen dat – in transcendente zin – niet alleen op de gemeenschap van alle mensen, maar ook op een hogere werkelijkheid – of je die nu ‘God’ noemt niet of niet – is gericht.

No man is in island entire of itself, dichtte John Donne aan de vooravond van de Verlichting. In laatste instantie gaat dit hele debat om de vraag of recht en moraal te funderen zijn op een mensbeeld dat gebaseerd is op het individu dat beperkt is tot zichzelf. Voor alles wat betrekking heeft op vrijheid en gelijkheid is de Verlichting vaak een uitstekende wegwijzer gebleken.

Met broederschap – het derde ideaal van de Franse revolutie – is het nadien wat minder goed gegaan. Juist daar ligt de achilleshiel van de liberale rechtsfilosofie die velen tegenwoordig zo hoog in het vaandel hebben. Die zwakke plek wordt door elke transcendente religie – van welke signatuur dan ook – nog altijd pijnlijk aan het licht gebracht. In dat perspectief worden ook de gedachtesprongen van Thierry Baudet wat meer begrijpelijk.

Maar wat Baudet vooronderstelt als een  ‘pre-politiek sociaal fundament’… Tja, dat fundament is semi-religieus van aard, zonder dat hij dit zelf door heeft. Dat is precies de valkuil waar het nationaalsocialisme in viel. De natiestaat werd een religie. Voor Baudet ook, maar hij ziet het niet.

Reageer

Het geweld zelf is religie geworden

Aan het einde van de stormachtige periode tussen 1880 en 1920, toen avant-gardekunst en terroristisch geweld Europa gelijktijdig overspoelden, vond – toevallig of niet – in Europa ook de eerste schoolshooting plaats. Dat was op 20 juni 1913 in een meisjesschool in Bremen, waar vijf meisjes variërend van zeven tot acht jaar werden neergeschoten door een overspannen onderwijzer. De dader werd nooit berecht maar verdween in een gesticht, waar hij in 1932 overleed. In boeken over de geschiedenis van de psychiatrie, zoals die van Foucault en Shorter, wordt geen melding gemaakt van dit soort gewelddadige incidenten. De opkomst van de psychiatrie wordt doorgaans gerelateerd aan de opkomst van de middenklasse in de tweede helft van de negentiende eeuw. Freuds denkbeelden bleken een codificatie te zijn van het zoeken naar zelfinzicht van de burgerij, dat ook in het ontstaan van de moderne kunst herkenbaar is. ‘De psychoanalyse’, zo stelt Shorter in zijn boek Een geschiedenis van de psychiatrie (1997), ‘verhield zich tot de therapie als het expressionisme tot de kunst: allebei waren het schitterende voorbeelden van het zoeken naar inzicht.’

Dit is een passage uit mijn boek Jihad of verstandsverbijstering dat binnenkort verschijnt. In de Leeuwarder Courant van vrijdag j.l. las ik een interview met Birgit Pfeifer naar aanleiding van haar proefschrift ‘School shooting. Existential concerns and impliciet religion.’ Haar betoog raakte mij, vooral haar stelling: ‘Het is niet de religie die gewelddadig is, maar het geweld zelf dat religie is geworden.’ Ik herkende in dit betoog een parallel met mijn boek Jihad of verstandsverbijstering . Interviews met Birgit Pfeiger verschenen vorige wee in meerdere dagbladen. In Metro-nieuws las ik het volgende:

Pfeifer spitte duizenden pagina’s van dagboeken, afscheidsbrieven en notities van school shooters (bijvoorbeeld de daders van de shooting op Columbine High School) en lone wolves (bijvoorbeeld Anders Breivik) door. „Wat ik heb opgemerkt is dat ze stuk voor stuk worstelen met levensvragen. Ze maken hun eigen verhalen, waarin zij de helden zijn. Sommigen noemen zich God en praten zichzelf aan dat ze het recht hebben te beslissen over wie mag leven en wie moet sterven. Ze zijn onoverwinnelijk en onsterfelijk.” Daarnaast constateerde Pfeifer dat de daders allemaal de sterke behoefte hebben hun werkwijze te delen. Ook zien ze zichzelf als een martelaar die zich opoffert voor de strijd tegen het kwaad. Deze drie elementen, respectievelijk de transcendente ervaring, het delen van rituelen en het creëren van een mythe, zijn ook kenmerken van traditionele godsdiensten. De shooters bedenken als het ware hun eigen impliciete religie.

Mijn boek Jihad of verstandsverbijstering richt zich op het grijze gebied dat recentelijk is ontstaan tussen verschillende vormen van psychotisch geweld en terroristisch geweld. Maar vooral ook op het vreemde zwijgen van de psychiatrie over dit soort nieuwe manifestaties van het kwaad. In mijn boek wijs ik uitdrukkelijk op de transcendente ervaringen die massshooters, religieus geïnspireerde terroristen en psychotische geweldplegers met elkaar gemeen hebben. In het geseculariseerde Nederland is het een beetje een taboe om dit zo openlijk te beweren. Auteurs als Jessica Stern en Karen Amstrong hebben hier eerder op gewezen.

Van de week heb ik Birgit Pfeifer benaderd en haar op deze parallel gewezen. Ik stuurde haar ook de korte videofilm waarin ik het persoonlijk verhaal vertel dat aan mijn boek ten grondslag ligt. Deze videofilm is gemaakt door het kunstenaarsduo Martin en Inge Riebeek en is momenteel te zien in het Fries Museum in Leeuwarden. Ook de inhoud van deze videofilm komt aardig overeen met de centrale stelling van het proefschrift van Birgit Pfeifer.

Still uit de videofilm The Essential van Martin en Inge Riebeek, nu te zien in het Fries Museum (zie trailer:  hier)

Gisteren stuurde Birgit Pfeifer mij de tekst van haar proefschrift toe. Ik ben zeer benieuwd en ga het lezen. Wellicht kom ik hier binnenkort op terug. Deze materie is uiterst actueel, niet alleen door de recente massshooting in Amerika, maar ook door het onbegrip dat de secularisering teweeg heeft gebracht voor de religieuze dimensie die zich niet alleen kan aandienen in psychotische ervaringen, maar ook geweldsexplosies van adolescenten die in een existentiële crisis verkeren. Of er nu sprake is van psychotisch geweld, massshooting, schoolshooting of islamitisch geïnspireerd terrorisme, in al dit soort geweldsexplosies steekt een religieuze dimensie telkens weer de kop op.

Achteraf bezien wordt het steeds onbegrijpelijker dat het Fries Museum mij niet de ruimte heeft willen bieden om een lezing te houden over dit thema, maar dan toegespitst op de relatie tussen terrorisme en esthetica zoals die ook in mijn boek aan de orde komt. Het museum is een glazen stolp die over de werkelijkheid wordt geplaatst, zeker als die werkelijkheid in datzelfde museum als kunst wordt getoond. Het museum is een compleet gedesinfecteerde ruimte, waar de kunst alleen autonoom mag zijn, ook al gaat die kunst over de gewelddadige wereld van nu.

Als u dit niet begrijpt…. Call Kris Callens! Hij kan het u allemaal haarfijn uitleggen en geeft u tot slot ook nog een slap handje.

Zie ook mijn blog: In het Fries Museum is kunst kunst.

In het Fries Museum is kunst kunst

Reageer

Ik ben een hotel

Gisteren was ik geveld door de griep. Elk jaar na de griepprik krijg ik de griep. Zoiets heet het paard achter de wagen spannen. Hoe dan ook, het leek me verstandig om maar eens een dagje het bed te houden. Zo kon ik dan eindelijk het boek Aanval op de natiestaat van Thierry Baudet uitlezen. Op bed met Baudet. Geen slecht boek, dat wel. Hoewel, soms wat wijdlopig. Onlangs las ik zijn boek Oikofobie dat veel beknopter en ook overtuigender is, vind ik. Oikofobie verscheen in 2012 en De aanval op de natiestaat in 2017.

Vreemd is dat Baudet hele hoofdstukken uit Oikofobie haast letterlijk heeft overgenomen in zijn nieuwe boek. Als lezer voel je dan een beetje bekocht. Het gaat om de hoofdstukken over de supranationale organisaties. Soms is er wat tekst aan toegevoegd, maar niet veel. De doublures worden ook niet vermeld in een verantwoording aan het slot. Zelfplagiaat heet zoiets. Niet zo netjes voor een auteur,

Soms is zelfplagiaat haast niet te vermijden. Zelf kwam ik voor het dilemma te staan bij mijn boek over Gerard Reve, Modernisme in Lourdes, dat in 2013 uitkwam. Mijn bijdrage aan het boek Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose, dat twee jaar eerder verscheen, maakte aanvankelijk deel uit van het manuscript van mijn Reve-boek. Ik moest mij daarna in allerlei bochten wringen om niet in doublures te vervallen. Waar dit niet te vermijden was, heb ik dat keurig verantwoord aan het slot. En ook in mijn boek De Fries die in de toekomst sprong heb ik in de verantwoording vermeld welke hoofdstukken eerder als artikel in een tijdschrift zijn verschenen.

Hoe dan ook, ik ben nu wel een beetje klaar met Thierry Baudet. Om vijf uur ’s middags ben ik weer opgestaan en heb het bed opgemaakt met schone lakens. Toch blijf ik het vreemd vinden dat je in Friesland zo weinig over Thierry Baudet hoort. Veel van zijn ideeën over het nieuwe Europa en de EU staan haaks op de propaganda-bla-bla die in de kringen van de manifestatie Lwd 2018 de ronde doen.

Hoewel je in Baudets pleidooi voor een ‘multicultureel nationalisme’ ook wel een parallel kunt zien met het motto ‘iepen mienskip’ van Lwd 2018. Deze ideologisch geïnspireerde manifestatie is politiek gezien eerder rechts dan links. Hoewel, rechts en links ontlopen elkaar niet zoveel vandaag de dag. De globalisering heeft de polarisering in het politieke spectrum totaal overhoop gegooid. Populisme en uiterst links raken elkaar als het om de Europese eenwording gaat. Wij zijn verweesd, maar dat zei Pim Fortuyn al.

Al met heb ik door deze twee boeken van Thierry Baudet wel wat meer begrip gekregen voor de huidige kritiek op de EU en de Europese eenwording. Niet dat ik nu bekeerd ben tot anti-Europeaan. Ik zal nooit op zijn partij stemmen, net zo min als ik al jaren niet meer op de SP stem, vanwege hun kwalijke visie op de EU. Ik voel me meer Europeaan dan Fries. En zelfs meer Europeaan dan Nederlander. Hoewel, eerlijk gezegd heb ik eigenlijk niets met dat hele begrip ‘identiteit’. Ik ben een verwaaid nest. Alles vliegt bij mij in en uit. Ik ben een hotel. Ik ben een mens, die Huub Mous heet, en dan pas……whatever.

Als je ooit katholiek bent geweest, dan heb je wat identiteit betreft zo’n beetje alles wel gehad. Ik begrijp ook niet waarom Thierry Baudet zo weinig aandacht besteedt aan het post-religieuze karakter van de hedendaagse identiteitspolitiek. Identiteit is een nieuwe religie geworden. Identiteit is het substituut voor de dood van God. Maar dat het verdwijnen van de natiestaat een gevaar inhoudt voor de democratie. Tja… daar moet ik hem wel een beetje gelijk in geven. Thierry Baudet heeft een punt zogezegd. Zelf verwoordt hij dit gevaar als volgt:

Het belangrijkste punt dat ik maak in dit boek is dat de democratische rechtsstaat een natiestaat veronderstelt. Door de 
huidige aanval op de natiestaat ondermijnen de Europese landen dus die democratische rechtsstaat. Supranationalisme en
 multiculturalisme zijn onverenigbaar met de democratische rechtsstaat omdat ze de overkoepelende loyaliteit en de uiteindelijke, centrale besluitvormingsmacht ondermijnen. We hebben grenzen nodig, want precies zoals Paul Scheffer het stelt: zonder ‘wij’ gaat het niet.

(Zie ook mijn blog: Thierry Baudet en het Friese modernisme )

Reageer