Nooit meer ‘Ne me quitte pas’

BERL!.jpg
Gistermiddag werd in Galerie BAS in Sneek de tentoonstelling geopend van Hannie Kamstra en Bartle Laverman. Bartle had mij gevraagd voor deze gelegenheid een liedje te zingen. Niet zomaar een liedje, ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel. Het leek hem leuk dat ik samen met Abe de Vries een kunstje zou doen. Abe een gedicht en ik een chanson. Acht jaar geleden heb ik dit lied al eens eerder live gezongen in de grote zaal van De Harmonie in Leeuwarden. Dat was destijds mijn debuut. Met enige trots bewaar ik nog altijd een vergeeld krantenknipsel, waarin Sikke Doele (God hebbe zijn ziel) de meest lovende woorden over mij schreef die ooit uit de pen van een LC-journalist zijn gevloeid: “De grote openbaring was het doorleefde optreden van kunstcoördinator Huub Mous die met een gekwelde blik Jacques Brels ‘Ne me quitte pas’ voor het voetlicht bracht.”

Mijn optreden destijds – dat deel uitmaakte van een benefietconcert voor de gedupeerde kunstenaars door de brand in de Infirmerie – was bedoeld als ‘once in a life time’. Ik moest dus wel even nadenken toen Bartle me vroeg om dit kunstje nog één keer over te doen. Een mythe moet je koesteren en niet door herhaling laten verbleken. Uiteindelijk heb ik toegestemd, maar wel onder één voorwaarde: er zou professionele begeleiding moeten komen. Dat laatste was snel geregeld. Vorige week toog ik op de fiets naar Raerd om daar naast de piano van Johan van Erp de zaak nog eens door te nemen. Alles verliep prima. Deze week heb ik de tekst, die na acht jaar behoorlijk was weggezakt, nog eens goed in mijn hoofd gestampt. Op gezette tijd ging ik een uurtje fietsen om onderweg luid schallend ‘Ne me quitte pas’ te zingen. Zo kon het gebeuren dat menig verdwaalde voorbijganger moet hebben gemeend een zingende gek op een fiets te hebben gezien.

Gisteren was het dan zover. Vooraf was ik niet eens zo zenuwachtig. Dat had misschien een veeg teken moeten zijn. Toen ik de expositieruimte van BAS vol zag lopen met vele bekende en onbekende gezichten, kreeg ik het langzaam spaans benauwd. Plankenkoorts! Stagefright! Ik probeerde dat panisch gevoel onder controle te krijgen door mijn ademhaling in het gareel te houden, maar het kwaad was inmiddels geschied. De eerste maten gingen nog, maar al na vier regels was ik finaal mijn tekst kwijt. Na een hopeloze blik in de zaal, verontschuldigde ik mij met de woorden dat ik dit maar ééns in de tien jaar doe. Daarna begon ik opnieuw, maar na twee coupletten verloor ik opnieuw mijn tekst. ‘Dit is nu een seniorenmoment’, zei ik om het publiek wat gerust te stellen. Vervolgens gleed de stress een beetje van me af en zong ik uiteindelijk zowat de longen uit mijn lijf.

‘Dit nooit meer!’, zo dacht ik na afloop bij mezelf. Hoewel allerlei mensen me gerust probeerden te stellen door me te complimenteren, was ik het liefst stilletjes door de achterdeur weggekropen. Een lesje in nederigheid, zo zal ik mij dit optreden blijven herinneren. Misschien was dat het ook wel wat de oude Brel – die vanachter de wolken op ons neerkeek – nog één keer mij bij wilde brengen. ‘Ne me quitte pas’ staat bekend als zijn meest spraakmakende chanson, waarmee hij in 1959 heel Parijs aan zijn voeten kreeg. Edith Piaf merkte destijds op, dat dit lied eigenlijk ongepast en weekhartig is. Zover hoort een man immers niet voor een vrouw door het stof te gaan in een smeekbede om hem niet te verlaten. ‘Laat mij je schaduw van je schaduw worden, de schaduw van je hond”. Brel zat er niet mee. Het vlakke land, waar de grijze lucht als leisteen is, had hem immers geleerd wat nederigheid kan zijn.

BREL3.jpg

Daarna ging alles verder van een leien dakje. Abe de Vries nam het woord met een vlekkeloze voordracht van één van zijn gedichten, waarna de spanning was gebroken en de sfeer niet meer stuk kon. De avond mondde uit in een copieuze, en met veel drank besprenkelde maaltijd in een plaatselijk etablissement in aanwezigheid van de kunstenaars. Hannie en Bartle konden terugkijken op een zeer geslaagde opening en daar was het uiteindelijk om te doen. Maar één ding is zeker: Ik zing nooit meer ‘Ne me quitte pas’.

brel4.jpg

8 Reacties »

  1. Henk van der Veer

    28 oktober 2006 op 12:08

    Allienech de groaten durve openlek hun minder geslaagde optredens openbaar te maken. Hemelsbreed nòch gyn 300 meter fan mij fandaan, singt Huub Mous en ik sit doadleuk te werken an un foetbaljubileumboek. Fergemy wêrom hew ik dat nou wear mist??

  2. Huub Mous

    28 oktober 2006 op 13:07

    Kan gebeuren Henk. Bij mij beviel gisteren een kat in de tuin, en dat heb ik weer gemist.

  3. Henk van der Veer

    28 oktober 2006 op 14:05

    Nòch altyd beter as un kater…

  4. smots fan 'e proms

    28 oktober 2006 op 16:13

    Je hiene Akke Ratsma ek freegje moatten no?

  5. josse

    28 oktober 2006 op 20:07

    Hee Smots, net sa synysk oer Akke Radsma bliksem. In frou ut ien stik, ien mei in rechbonke, in frou dy’t mei har kollems ‘Oer de hage’ heel wat tsjintwurdige blogs op side sette soe.

    Wy fan de KU soene de kollems fan Radsma utjaan begjin 70-er jierren, we hiene se lezen, it kontrakt wie hast klear. Doe skille se my:
    ‘Josse, moatst ris even hearre, ik haw in oanbod fan in grutte utjouwer krigen om myn ferhaaltsjes by har ut te jaan. Se garandearje in oplage fan 10.000, in foarskot fan 5000 gune, en se sille elke wike reklame meitsje. Wat fynst derfan?’

    Ik: ‘Wat fynst sels?’
    Radsma: ‘Om earlik te wezen, ik hald net fan sokke underkrupers. Ik haw har sein dat ik mei jim yn petear bin, en dat ik net omlizzen gean foar grof jild. Boppedat, in frou in frou, in wurd in wurd. Ik woe it dy witte litte, want dan witst even wat der geande is.’

    Alle Radsma Smots – wat in wiif, wat in mentaliteit. Do silst it mei dyn izeren prinsipes fest understreekje. As sij utnoadige west hie dan hie Huub de stipe krigen dy’t er even noadich hie. Koesto dy net jaan?

  6. Henk van der Veer

    28 oktober 2006 op 22:29

    Reagear nou us even blik appelsmots!

  7. Henk van der Veer

    29 oktober 2006 op 19:24

    Nou Smots, komt der nòch wat fan??

  8. smots fan 'e proms

    31 oktober 2006 op 11:01

    Hey Josse Henk

    Ik lês dyn andert te let Josse,
    Ik wit net oft dat sa is, dat ik stipe jaan koe, en ik koe dy hiele Akke net, allinnich fan namme .
    Mar eh ja Josse, it giet hjir noch om jild noch om namme. Jild is it minste wer ik my om bekroadsje kin. Nee ik wol minsken om my hinne hawwe dy’t ynspiraasje biede kinne en net in diktaat ôfkundigje, fan sa dogge wy it.
    Ik bin ik, en gjin wy no?

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)