Op komst in het nieuwe jaar

Wat gebeurt er wanneer schrijven zichzelf begint te schrijven? Wanneer taal loskomt van een menselijk bewustzijn en verandert in een autonoom systeem dat betekenis produceert zonder ervaring, zonder lichaam, zonder schuld?

Dit boek vertrekt vanuit een ongemakkelijke stelling: kunstmatige intelligentie is geen neutraal hulpmiddel, maar de uiterste consequentie van een proces dat in aanleg al zichtbaar was in de psychose. Zowel de psychotische ervaring als AI tonen wat er gebeurt wanneer taal zich mechaniseert, wanneer ordening en creativiteit zich losmaken van een stabiel ‘ik’. De waan wordt reproduceerbaar. Het schrijven wordt geautomatiseerd.

Centraal staat het werk van Harry Mulisch, die al vroeg de figuur van de machinemens zag opdoemen en schrijven begreep als een vorm van ‘autocreatie’: een proces waarin de mens zichzelf herschept via taal. Wat bij Mulisch nog literair en existentieel was, wordt in AI technisch en schaalbaar. De creatieve waan verliest haar menselijke alibi.

Dit boek legt een oncomfortabele parallel bloot. In de psychose produceert het bewustzijn taal alsof het een machine is geworden: dwingend, circulair, onontkoombaar. AI doet hetzelfde — maar zonder bewustzijn, zonder lijden, zonder sterfelijkheid. Het resultaat is taal die overtuigt zonder te voelen, betekenis die circuleert zonder waarheid, inspiratie zonder ervaring.

Het boek is zelf onderdeel van dat probleem. Het is doelbewust met behulp van AI herschreven. Wat begon als een essay over de creatieve psychose van Harry Mulisch – een tekst die in 2025 werd bekroond met de Van Helsdingenprijs – werd in tweede instantie een experiment in co-auteurschap. Schrijven veranderde van expressie in interactie. Wat altijd al het geval was — herschrijven, verschuiven, ordenen — werd zichtbaar als een circulair proces waarin mens en machine elkaar aftasten.

Dat proces heeft ook een keerzijde. Waar Mulisch sprak over de machinemens, dreigt nu een mechanisering van de waan zelf: taal die bezieling simuleert zonder ervaring, ordening zonder bewustzijn. Toch kan wie AI principieel negeert niet om de verschuiving heen die zich hier voltrekt. Niet de creativiteit verdwijnt, maar het auteurschap verandert van gedaante. De creator wordt een curator 

Via Mulisch — en via mijn eigen psychotische ervaring — onderzoek ik het moment waarop schrijven zichzelf begint te schrijven, waarop de auteur door zijn eigen tekst wordt ingehaald. Dit boek kun je zien als een verslag van die verschuiving. Het is niet geschreven in de klassieke zin, maar ontstaan in een proces waarin taal zichzelf organiseert, in samenwerking tussen mens en machine.

Hier wordt geen nostalgisch pleidooi gehouden voor het ‘echte’ schrijven. Evenmin wordt AI gevierd als vooruitgang. Dit is een onderzoek naar een kantelpunt: het moment waarop creativiteit haar belichaming verliest en de waan zichzelf voortzet in algoritmen.

Via Mulisch en via een persoonlijke psychotische ervaring volgt dit boek het spoor van een ontwrichtende vraag: wat blijft er over van het schrijvende subject wanneer taal zichzelf kan genereren? En wie spreekt er nog, wanneer niemand meer hoeft te spreken?

Dit is geen geruststellend boek. Het beschrijft een verschuiving die niet meer terug te draaien is — en dwingt de lezer zich af te vragen of wat wij creativiteit noemen, niet altijd al gevaarlijk dicht bij automatisme, waan en magie heeft gestaan.

De titel van dit boek verwijst naar De dageraad der magiërs van Pauwels en Bergier. Zoals daarin werd gezocht naar een verzoening van wetenschap en het irrationele, zo verschijnen AI-systemen nu als eigentijdse automaten die het grensgebied tussen algoritme en inspiratie blootleggen. Niet als louter machines, maar als figuren die — net als de alchemist van weleer — opereren in het onzekere domein waar ordening, waan en creativiteit elkaar raken.