Venetië en het irrationele

De aantrekkingskracht van Harry Mulisch op het irrationele en het mystieke is legendarisch. Hij zocht zijn inspiratie in een breed spectrum aan bronnen: van het oude Egypte met zijn sfinxen en piramides, tot alchemie, occultisme, mystiek, getallensymboliek en synesthesie. Daarbij verdiepte hij zich in paradoxen, synchroniciteit, de vervaging van grenzen tussen tijd, ruimte en persoonlijkheid, en een diepe verbondenheid met gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis. Deze fascinaties lijken op het eerste gezicht een theater van het irrationele, een gevaarlijke dans op de rand van charlatanerie. Maar wie Mulisch’ werk en manier van schrijven beter onderzoekt, ziet dat zijn interesse in het irrationele juist een methode is om het rationele beter te begrijpen. Het laat zien dat elk wereldbeeld een samenspel is van logisch gestructureerde kennis en intuïtieve associaties. Zelfs het hyper-rationele draagt een element van waan in zich: het is een systematische poging tot ordening die de eigen beperkingen verbergt.

Mulisch’ schrijfmethode weerspiegelt dit samengaan van rationaliteit en irrationele intuïtie. Hij benadrukte vaak dat schrijven een proces is dat ‘vanzelf’ moet gaan, dat de auteur zichzelf volledig moet laten verdwijnen achter zijn tekst. Dit proces van laten gebeuren roept de vraag op of het vanzelfsprekende schrijven niet slechts een soort chaotische opeenstapeling van woorden is. Het doet denken aan de manier waarop een AI-systeem als ChatGPT werkt: losse elementen worden gecombineerd op basis van statistische waarschijnlijkheid, zonder dat er sprake is van begrip of een semantisch wereldbeeld. Toch zijn er cruciale verschillen. Mulisch werkte wel degelijk met schema’s en structuren, zoals blijkt uit de tekeningen die hij maakte om zijn romans op te bouwen. Zijn ‘losse woordjes’ werden niet willekeurig bij elkaar gezet, maar zorgvuldig samengebracht tot een alchemie van taal waarin tijd, ruimte en betekenis herschikt konden worden

Dit proces van herschikking vereist een speels ingrijpen in de perceptie van tijd en ruimte. Mulisch nam afstand van het alledaagse begrip van tijd, suggereerde andere frames waardoor gebeurtenissen zich anders voordoen dan in het gewone leven. Het dwalende, meditatieve schrijven dat hij beoefende, doet soms denken aan Marcel Proust, die herinneringen en indrukken volgde zoals een slaapwandelaar zijn onbekende pad. De schrijver laat zich leiden door het onderbewuste, door toevallige associaties, en ontdekt in dit innerlijk dwalen een nieuwe ordening. Het schrijven wordt zo een spel van zelfverlies en heruitvinding: verdwalen om het irrationele te verkennen dat tegelijk een hogere orde kan onthullen.

In De procedure beschrijft Mulisch een moment van transcendentie in Venetië, waarbij de hoofdpersoon wordt losgemaakt van zijn eigen leven en geplaatst in een ruimte waarin verleden en toekomst geen betekenis meer hebben: de ultieme ‘chrono-stasis’, een ervaring van stilstand en absolute aanwezigheid. Dergelijke momenten reflecteren Mulisch’ verlangen naar een absolute gewaarwording van het zelf, los van alle historische en persoonlijke ballast. Dit is een ervaring die ook bekend is uit psychotische toestanden, waarin tijd vertraagt of volledig stilvalt en het subject zichzelf ogenschijnlijk kan verliezen in een leeg heelal. 

Hetzelfde verlangen naar stilstand en vervreemding van het alledaagse komt tot uiting in Mulisch’ jaarlijkse zomervakanties op het Lido van Venetië. Daar logeerde hij op dezelfde plek waar Thomas Mann Der Tod in Venedig schreef. Deze reizen werden voor hem  een ritueel van introspectie en confrontatie met de tijd zelf. Zijn laatste roman, aanvankelijk Het literaire offer, later De tijd zelf, weerspiegelt deze obsessie met de tijd en de relatieve betekenis ervan. In dit werk schrijft hij: “‘Als je ‘nu’ zegt, dan is ‘n’ op een bepaald moment al in het verleden, terwijl de ‘u’ nog in de toekomst is, dus allebei zijn ze nergens.’” Hierin ligt een kern van zijn literair-filosofische project: de tijd is geen lineair gegeven, maar een construct dat voortdurend kan worden doorbroken en herzien.  Venetië biedt daarvoor het decor bij uitstek. 

Venetië speelt dan ook een sleutelrol in Mulisch’ verkenning van tijd en irrationaliteit. In Paul Morands Venetiës keert de stad steeds terug als metafoor voor het labyrint van het leven, een plek waar tijd stil lijkt te staan, in cirkels ronddraait of volledig vervloeit tot iets anders.  Venetië is de  stad van de maskerade, een plaats waar de werkelijkheid wordt verhuld en tegelijkertijd onthuld. Mulisch beschrijft hoe in maskers een vrijheid schuilt, een ruimte waarin het irrationele en het culturele elkaar ontmoeten. Schrijven zelf kan worden opgevat als een vorm van maskerade: woorden verbergen de auteur, terwijl ze tegelijkertijd nieuwe werkelijkheden creëren. Zelfs de waan, zo stelt hij, kan tot een onpeilbare hoogte een gespeelde waan zijn. De maskerade van het irrationele wordt zo een middel om inzicht te verwerven in de aard van de werkelijkheid en van het zelf.

Deze fascinatie voor het irrationele roept de vraag op naar de verhouding tussen gevoel, intuïtie en rationaliteit. Mulisch hechtte groot belang aan het irrationele, maar hij liet zich er niet door meeslepen zonder toezicht. Zoals Rudy Kousbroek ooit formuleerde, zijn alle niet-rationele ervaringen slechts geldig indien ze worden gelegitimeerd door de ratio; alles wat daaraan ontsnapt, blijft onderhevig aan willekeur en lichamelijkheid. Mulisch balanceerde tussen deze polen: hij verkende het irrationele om het rationele te verdiepen, maar hij deed dat binnen een gecontroleerd artistiek en intellectueel kader.

In dit licht dient zich een vergelijking op met AI. Systemen als ChatGPT hebben geen subjectief wereldbeeld, geen ervaring van tijd of zelfbewustzijn. Het verschil met Mulisch is cruciaal: hij zocht in zijn irrationele exploraties een diepere ordening en betekenis, een synthese van intuïtie en inzicht, terwijl AI slechts een oppervlaktepatroon reproduceert. Toch werpt de opkomst van dergelijke systemen vragen op over de aard van de rationaliteit en de waan. Wanneer een machine al ‘hallucinerend’ irrationele combinaties kan produceren die voor het verstand toch coherent lijken, hoe onderscheiden we dan nog wat een intrinsiek begrip is van louter statistische simulatie? Hier wordt de grens tussen rationeel en irrationeel vloeibaar, een grens die Mulisch juist probeerde te onderzoeken in het menselijke bewustzijn en in de structuur van de roman.

Venetië, met zijn labyrinthische straten en eeuwig stilstaande tijd, illustreert dit samenspel van rationeel en irrationeel vaak op treffende wijze. De stad nodigt uit tot dwalen, tot innerlijke dialogen met schaduwen en echo’s van het verleden, zoals Mulisch zelf ook ervoer. In Venetië wordt het irrationele tastbaar, concreet en tegelijk ongrijpbaar. Het is een plaats waar de logica van het dagelijks leven vervaagt en waar intuïtie, herinnering en verbeelding telkens weer de overhand krijgen. Dit soort ervaringen in Venetië, van het contemplatieve dwalen tot het beschouwen van maskers en maskerade, tonen hoe de mens zich in een context van chaos en irrationele structuren een gevoel van betekenis kan eigen maken. Dwalen kan ook tot inzicht leiden en Venetië fungeert daarbij als een gids die heden en verleden samenbrengt, maar ook het verstand en het irrationele . 

Het schrijven van Mulisch kan worden gezien als een voortdurende interactie tussen het rationele en het irrationele. De schrijver, en met hem de lezer, leert dat waan, droom en intuïtie niet tegenstrijdig hoeven te zijn aan logisch denken, maar er juist een dieper inzicht aan kunnen toevoegen. In de context van AI wordt deze verhouding nog urgenter. De verleiding bestaat om machines als ChatGPT als autonome auteurs  te zien, terwijl ze slechts simulaties van menselijke taal produceren. Ze hebben geen toegang tot de innerlijke ervaring van tijd, verlies, stilstand of extase die het schrijven van Mulisch kenmerkt.  En toch verleiden ze ons om grenzen te overschrijden. Hun output en de menselijke interpretatie daarvan kunnen de grenzen van rationaliteit en waan opnieuw ter discussie stellen. 

Een AI kan irrationele verbanden leggen die de menselijke geest niet bewust bedenkt, maar zonder intentie of betekenis. Dit confronteert ons met een paradox: het rationele in de machine genereert irrationele structuren; het irrationele in de mens kan gestructureerd rationeel worden gemaakt. Het is een spiegel van de complexiteit die Mulisch zelf onderzocht in zijn fascinatie voor het occulte , mystieke en paranormale. 

Het irrationele, het onbenoembare, de maskerade van tijd en ruimte, vormen de kern van Mulisch’ literaire en filosofische zoektocht. Zijn werk laat zien dat het menselijk bewustzijn een voortdurende interactie is tussen ratio en intuïtie, tussen structuur en toevalligheid, tussen het zichtbare en het verborgen.  AI-systemen kunnen zulk soort processen simuleren, maar nooit ervaren. Het maakt duidelijk dat het irrationele geen randverschijnsel is, maar een fundamentele dimensie van het menselijk denken en bestaan. Zoals Mulisch momenten van chrono-stasis aantonen, zoals hij die in Venetië kon ervaren, ligt in het irrationele de sleutel tot een poëtische en filosofische verkenning van de werkelijkheid die rationele systemen nooit volledig kunnen bevatten.

In die zin blijft Mulisch’ literaire verkenning een praktijk waarin het ogenschijnlijk chaotische, het mystieke en het speelse hand in hand gaan met begrippen als structuur, overzicht en intellectuele precisie. De maskerade, het dwalende schrijven, de tijdloze momenten in Venetië: het zijn allemaal strategieën om het irrationele te kanaliseren, om betekenis te scheppen uit een ogenschijnlijke chaos, om het hyper-rationele te ontmaskeren als potentieel waanzinnig. AI kan deze patronen nabootsen, maar mist de emotionele resonantie die Mulisch tot literatuur wist te verheffen. Venetië lijkt een ideale metafoor te bieden voor al dit soort processen. 

De machine kan patronen en combinaties genereren, maar alleen de mens kan de innerlijke ervaring van tijd, het masker van het zelf en de alchemie van het irrationele werkelijk beleven. In dat samenspel van rationaliteit en waan ligt de kern van Mulisch’ artistieke en filosofische nalatenschap, een erfenis die inzicht biedt in wat het betekent om mens te zijn in een tijd van steeds meer gesimuleerde intelligentie.