‘De wil gaat in de liefde op, maar weet niet hoe hij bemint. Begrijpt het verstand, dan weet het niet hoe het verstaat. Naar mijn mening kan het niet begrijpen, het begrijpt niet eens zichzelf, en ik kom er ook niet toe mij een begrip ervan te vormen.’
Dit zijn woorden van Teresa van Avila. Woorden die niet uitleggen, niet overtuigen en geen beleidsadvies bevatten. Woorden die zich gedragen alsof ze geen haast hebben. Speaking words of wisdom. Let it be. Zo zouden ze vandaag misschien worden aangekondigd, al klinkt dat inmiddels bijna ironisch. Want wijze woorden zijn schaars geworden. Ze zijn niet trending, leveren geen clicks op en laten zich slecht samenvatten in een soundbite van acht seconden. In een wereld waarin iedereen spreekt en niemand zwijgt, klinkt wijsheid al snel als een vorm van verlegenheid.
Wat Teresa benoemt, is geen mystieke curiositeit, maar een ervaring die verdacht actueel aandoet: het uiteenvallen van de vanzelfsprekende samenhang tussen willen, begrijpen en handelen. De wil wil wel, het verstand begrijpt iets, maar geen van beide weet nog precies wat het doet of waarom. Het lijkt op die momenten waarop je midden in een zin vergeet waar die begon. Of waarop je denkt: there will be an answer…, maar de stilte langer duurt dan comfortabel is. Let it be, zeggen we dan — niet zozeer uit vertrouwen, maar uit een lichte vorm van uitputting.
Zo voelt ook de wereld van vandaag. Europa weet niet meer op wie het rekenen kan. De vanzelfsprekende bondgenoot aan de overkant van de Atlantische Oceaan is bezig met zichzelf — een vorm van zelfliefde die grenst aan ziekelijk narcisme — terwijl in het oosten een macht staat die vilein glimlacht en ondertussen laat zien dat vredesverdragen een houdbaarheidsdatum hebben. Trump en Poetin hebben Europa ieder op hun eigen manier de wacht aangezegd: de een met veel woorden en weinig consistentie, de ander met weinig woorden en veel dreiging. Het effect is hetzelfde. De grond onder onze voeten voelt minder vast. When I find myself in times of trouble… maar er verschijnt niemand die woorden van wijsheid spreekt, laat staan zegt wat we nu eigenlijk moeten doen.
Voor je het weet raak je dan je vertouwde evenwicht kwijt. Heel af en toe heb ik er zelfs moeite mee dat ik rechtop loop. Niet figuurlijk, maar letterlijk. Dan zie ik de wereld alsof hij een kwartslag is gedraaid. Ik loop niet over een horizontaal vlak, maar omhoog, alsof ik tegen een muur oploop. Het wonderlijke is dat ik die ervaring niet overal heb. De stad blijkt wat dat betreft selectief kantelbaar. In de Bagijnestraat in Leeuwarden bijvoorbeeld krijg ik steevast het gevoel dat ik niet op straat loop, maar horizontaal in de ruimte hang. Als ik dan naar mijn voeten kijk, zie ik ze vóór me, niet onder me. Alsof de zwaartekracht even met iets anders bezig is. Ik raak dan letterlijk los van de wereld.
En juist in die onbestemde toestand kan niemand mij ervan overtuigen dat dit niet klopt. Dat de grond beneden zit en niet van voren, is geen natuurwet, maar een afspraak waar we ons aan conformeren. Een afspraak die in taal is vastgelegd. We hebben ooit besloten dat ‘onder’ onder is en ‘boven’ boven. Niet omdat het logisch is, maar omdat het zo het beste uitkomt. Taal ordent de wereld, maar de taal doet dat met een lichte morele bijsmaak. ‘Onder’ wordt al snel minderwaardig, ‘boven’ verheven. Zo bouwen we met woorden een moreel en politiek landschap dat vanzelfsprekend lijkt, tot iemand per ongeluk de kaart een kwartslag draait. Whisper words of wisdom… maar de woorden fluisteren vooral wat wij al dachten te weten. Veronderstelde wijsheid is in wezen braaf conformisme,
Zodra je ervan uitgaat dat de grond vóór je voeten zit, gaat alles schuiven en raakt in de war. Ons hele denken is op dat talige coördinatenstelsel gebaseerd. Links en rechts, boven en onder, vooruitgang en achteruitgang ….het zijn ruimtelijke metaforen die doen alsof ze neutraal zijn. Maar wat als dat stelsel niet meer klopt? Wat als Europa niet langer ‘leunt’ op wat altijd als een vanzelfsprekendheid werd gezien, maar zich ineens bevindt in een ruimte zonder duidelijk coördinatenstelsel? Dan blijkt hoe wankel onze oriëntatie is. Dan lopen we niet meer vooruit, maar lijken we voortdurend omhoog te moeten, alsof onze morele inspanning een permanente klim is geworden, een loop tegen de klippen op.
Als de grond vóór mijn voeten zit, dan loop ik altijd naar boven. Op zich klinkt dat hoopvol. Het zou dan steeds beter met mij gaan. Totdat ik misschien ga vliegen. Dat lijkt me weer wat overdreven. Ook Europa heeft soms de neiging te gaan zweven, losgezongen van vaste zekerheden, van gedeelde waarden die ooit zo vanzelfsprekend waren dat niemand ze hoefde uit te leggen. Dan wordt vooruitgang een abstract begrip en vertrouwen iets wat men vroeger had, net als lange zinnen of goede programma’s op televisie. Maar we zijn met zijn allen gaan zweven. Doei !!! Weg met alle zekerheden!
En precies daar, in die modus van het permanente zweven, ontstaat een merkwaardig verlangen om weer gewoon met beide voeten op de grond te staan. Op de grond onder onze voeten, niet ervoor en niet erboven. Niet op een moreel hoogtepunt, maar op een tastbare werkelijkheid waarin we opnieuw kunnen voelen waar we zijn, en met wie. Om nog maar te zwijgen waarom. Dat is vandaag nog de enige wijsheid die geloofwaardig klinkt: niet de grote woorden van weleer, maar het vermogen om niet te panikeren en de verwarring uit te houden… en vooral niet in complotten te gaan geloven.
Speaking words of wisdom. Let it be.
Ja ja ….Maar hou het wel klein. Spreek wijze woorden niet als oplossing, maar hooguit als ironische geruststelling. Dat zou al heel wat zijn om mee te beginnen. Licht uit. Spot aan…. here we go!
