De beste blogs van Mous

Mijn grafsteen ontworpen door ChatGPT. In werkelijkheid ben ik 4,5 maand eerder geboren. Volgens ChatGPT ben ik al 2,5 jaar geleden overleden.

Onlangs kreeg ik een mailtje van een uitgever met de vraag of ik een boek wilde laten maken van mijn blogs. Niet allemaal natuurlijk, maar een selectie, een bloemlezing zogezegd. Ik heb het aanbod beleefd afgeslagen. Ik zag het al voor me: De beste blogs van Mous. Een herdenkingsboek. De mensen zouden denken dat ik al dood ben, of in een andere wereld ben beland: de echte wereld. In mijn blogs leef ik namelijk niet in de zogeheten ‘echte wereld’, maar in de parallelle wereld van het internet. Als ik daaruit zou moeten vertrekken, zou ik dat ervaren als een vorm van ontworteling. Als ik mag kiezen, blijf ik waar ik ben. Kortom: geen keuze dus. Geen bloemlezing.

Maar er is nog een andere reden waarom ik dit voorstel heb afgewezen. Daarvoor moet ik even een omweg maken via de moderne natuurkunde, die op een vreemde manier ook een vorm van bloemlezen bedrijft. De kwantummechanica vertelt ons namelijk niet dat een deeltje zich hier of daar bevindt, maar dat het tegelijkertijd in vele mogelijke toestanden bestaat. Pas wanneer wij kijken, lijkt één mogelijkheid werkelijkheid te worden. Maar wat gebeurt er dan met al die andere mogelijkheden? Worden die weggegooid, zoals blogs die de bloemlezing niet halen? Of bestaan ze nog ergens, in stilte, in een andere versie van de wereld?

Hugh Everett, een jonge fysicus die niet geloofde in het idee dat de natuur zomaar mogelijkheden weggooit, stelde voor dat alle mogelijkheden bewaard blijven. Niet in onze wereld, maar in talloze parallelle werelden die bij elke waarneming ontstaan. De natuur kiest niet, zij vertakt. Door interacties met de omgeving raken die vertakkingen van elkaar los, alsof een kosmische boom zich voortdurend verder opsplitst in takken die elkaar nooit meer raken. Wij zijn slechts één tak, en omdat wij mee-verdeeld zijn met die tak, kunnen we de andere takken nooit meer ervaren. Dat proces heet de-coherentie: de verdwijntruc van de natuur, die niets laat verdwijnen.

Stel dat God een uitgever is die bloemlezingen maakt van blogs die door anderen geschreven zijn. Op het moment dat Hij De beste blogs van Mous uitgeeft, verschijnen in andere werelden alle bloemlezingen die Hij níét uitgeeft. In één wereld staan de blogs alfabetisch, in een andere staan er drie omgekeerd, in weer een andere ontbreekt precies dat ene blog dat ik zelf het best geslaagd vond. In één universum wordt de bloemlezing een succes, in een ander universum blijft hij vergeten in een doos liggen. De lezer ziet slechts die selectie die in dit universum tot stand is gekomen, maar elders in de kosmos bestaan alle mogelijke edities naast elkaar, als een oneindige reeks boekenplanken die zich uitstrekken voorbij elke horizon.

Dat idee van talloze werelden is niet alleen een literair curiosum. Het biedt ook een mogelijke oplossing voor een van de hardnekkigste raadsels van de natuurkunde: waarom hebben de natuurwetten precies die waarden die het bestaan van sterren, planeten, leven en lezers mogelijk maken? De constante van Planck, de lichtsnelheid, de sterkte van de zwaartekracht – het lijkt alsof ze nauwkeurig zijn afgesteld. Is dat pure toevalligheid? Of een vorm van intelligent ontwerp? Het antropisch principe zegt dat wij nu eenmaal alleen dat universum kunnen zien waarin wij kúnnen bestaan, maar dat is een antwoord dat voelt als een cirkelredenering: wij lezen De beste blogs van Mous en concluderen dat het inderdaad de beste blogs moeten zijn, omdat we nu eenmaal precies in dat universum leven waarin deze selectie is gemaakt.

De moderne kosmologie heeft nog een ander antwoord: het inflationaire multiversum. Dat stelt dat ons heelal in zijn vroegste moment een extreme, bijna explosieve uitzetting doormaakte, waarbij door toevallige quantumfluctuaties voortdurend nieuwe ‘bellen’ van ruimte ontstonden waarin de inflatie stopte. Elke bel was een afzonderlijk universum, met zijn eigen natuurconstanten, eigen geschiedenis, eigen vorm van fysica. In sommige bubbels ontstaan geen sterren; in andere branden de sterren zo snel op dat leven onmogelijk is. Wij wonen simpelweg in die ene bubbel waar alles precies goed is uitgevallen. Niet omdat iemand het zo heeft gewild, maar omdat alle andere mogelijkheden elders gerealiseerd zijn.

Hoe het ook zij, het heeft er alle schijn van dat een eventuele bloemlezing van mijn beste blogs slechts één mogelijkheid zou laten zien in een universum dat wemelt van andere versies. En er is nog iets: op het moment dat de bloemlezing verschijnt, splitst de wereld zich opnieuw. Telkens wanneer iemand het boek De beste blogs van Mous opslaat, klooft zich een tak af waarin die gebeurtenis plaatsvindt, en een tak waarin het níét gebeurt. Niet ikzelf splits, maar het patroon van mijn teksten – het spoor dat ik in taal heb achtergelaten en dat door elke interactie opnieuw wordt gekopieerd, vervormd, gerepliceerd in werelden die ik nooit zal zien.

Misschien is dat wat mijn ziel geworden is: geen eeuwig, innerlijk, onsterfelijk iets, maar een patroon dat zich vertakt, een schaduw die zich verspreidt door een onvoorstelbare hoeveelheid werelden. Als al die werelden op hun beurt weer werelden voortbrengen, ontstaan er labyrinten van vertakkingen, bibliotheken van bibliotheken, uitgebreide netwerken van bloemlezingen waarin mijn blogs verschijnen, verdwijnen, of in een andere volgorde weer opduiken. Borges zou zeggen dat de kosmos een bibliotheek is. De moderne natuurkunde zegt dat de bibliotheek zichzelf voortdurend herschrijft.

Verbazing bevangt mij hierover. Verbijstering grijpt mij aan.

In wezen is dat ook de reden waarom ik geen bloemlezing wil. Niet omdat ik bang ben dat men mij dood waant, maar omdat ik weet dat in talloze werelden die bloemlezing al bestaat. In weer andere ben ik inderdaad dood. En in dit universum, op dit moment, blijf ik liever bij losse blogs. Eén wereld tegelijk is al verwarrend genoeg.