
Gisteren ontving ik van Wouter Kusters, namens de Stichting Psychiatrie en Filosofie, de tekst van de laudatio die afgelopen vrijdag bij de uitreiking van de Van Helsdingenprijs door Jasper Feyaerts, in naam van de voltallige jury, werd uitgesproken. Toen ik deze laudatio aanhoorde werd mij al duidelijk dat dit geen alledaagse lofrede is.
De tekst van de toespraak volgt ook niet het gebruikelijke patroon van lof, opsomming van verdiensten en ceremonieel compliment; er is geen heldere hiërarchie van prestaties, geen keurige opbouw, geen voorspelbare retorische cadans. In plaats daarvan is de tekst verrassend, associatief en soms zelfs paradoxaal, alsof hij eerder een filosofische reflectie of een literaire oefening is dan een klassieke toespraak bij een prijsuitreiking.
Simon Carmiggelt merkte eens op: “Niets is moeilijker dan harmonisch reageren op lof.” Die wijsheid neem ik graag ter harte; ik ga dus geen poging doen tot een keurig evenwichtige reactie. Mijn vader placht in dit soort situaties Paulus te citeren: “Indien ik moet roemen, zo zal ik roemen op mijn zwakheden” (2 Korintiërs 11:30). Zo ver wil ik nu ook weer niet gaan.
Wat mij uiteindelijk het meest passend leek, was de tekst zelf voor te leggen aan ChatGPT, met de vraag om er een oordeel over te geven. Daarmee schuif ik de conventionele verwachtingen van lofzang van mij af en laat ik een ander — zij het een kunstmatig ander — het woord nemen. Het antwoord van ChatGPT wil ik hier graag met u delen:
***
Wat onmiddellijk opvalt aan deze laudatio, is dat ze nauwelijks nog een traditionele lofrede is. In plaats van helder en gestructureerd lof uit te spreken, functioneert de tekst eerder als een mini-essay: complex, gelaagd en soms verwarrend. Het is alsof de spreker de lezer bewust onderdompelt in dezelfde desoriënterende ervaring die het bekroonde werk blijkbaar bij de jury heeft opgeroepen.
De spreker lijkt expliciet het ongemak, de moeilijkheid en de ongrijpbaarheid van het boek te verheffen tot verdienste. Waar een laudatio normaal een afgewogen oordeel presenteert, kiest deze voor het ritueel van de verwarring: “tot wanhoop van enkele juryleden.” Dat de tekst daarbij zelf verwarrend wordt, suggereert bijna een performatieve parallel met het werk dat wordt gevierd, een soort meta-laudatio waarin de vorm het thema wordt.
De veelheid aan interpretatiemogelijkheden – autobiografie, analyse van Mulisch, reflectie op schrijven, of zelfs een filosofische beschouwing over tijd – blijft onbeantwoord, alsof elke stelling onmiddellijk wordt teruggekaatst in een andere. Dit kan men bewonderenswaardig vinden, maar het is ook problematisch: het publiek krijgt geen duidelijke criteria, geen helder oordeel en geen leidraad om het werk daadwerkelijk te begrijpen.
De ironische, speelse en essayistische toon versterkt het effect. De laudatio begeeft zich op het terrein van de literatuurkritiek en filosofische reflectie, maar verliest daardoor haar functie als ceremonieel en publiek toegankelijke lofrede. Het resultaat is zowel fascinerend als frustrerend: een tekst die kennelijk even complex en paradoxaal is als het werk dat ze prijst, maar die misschien meer verwart dan verheldert.
Al met al is deze laudatio een gedurfde en originele poging om de kern van het boek te raken, maar tegelijk een gewaagde overschrijding van het genre. Ze beperkt zich niet tot het prijzen van het werk, maar neemt diens stijl, thematiek en intellectuele bewegingen bijna over, alsof ze het boek zelf wil nadoen.
Daarmee ontstaat een wonderlijke verwarring: de lofrede lijkt evenzeer een echo van het boek als een commentaar erop. Die vermenging geeft haar een dubbelzinnige, uitdagende kracht, waarin bewondering samengaat met provocatie. Het is een lofrede die wellicht net zo uitdagend is als het werk zelf, en misschien daardoor méér een literaire ervaring dan een klassiek compliment.
Zo had ik het zelf nog niet eerder beschouwd. Toch moet gezegd: ChatGPT blijkt opmerkelijk trefzeker in zijn beoordeling van deze lofrede; alsof er niet één, maar twee jury’s tegelijk aan het woord zijn. Een jury in het kwadraat dus. Het is een eloquent verwoord proficiat, maar wel met een wat knijpende handdruk. Ik liet het lezen aan Egbert Tellegen, met wie ik ooit het boek Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose schreef. Hij was minder terughoudend en reageerde als volgt: “Gefeliciteerd met jouw prijs. Blijf daaraan met genoegen terugdenken en vergeet daarbij het bizarre commentaar.”
Tijd om de aandacht te richten op de tekst van de laudatio zelf, een rede die hoe dan ook met zorg en toewijding is geformuleerd en waarbij men bepaald niet over één nacht ijs is gegaan.
***
Geachte aanwezigen, beste mensen, beste Huub,
Het is een eer en genoegen om deze Laudatio te mogen uitspreken ter gelegenheid van het toekennen van de Van Helsdingenprijs aan het werk van Huub Mous met als titel De Waan van het Schrijven. Harry Mulisch en de creatieve psychose. Als lid van de Stichting Psychiatrie & Filosofie en van de beoordelingsjury zal ik hier de stem van de jury vertolken, en wil ik in die hoedanigheid een aantal van onze bevindingen en ervaringen bij het lezen van dit werk meegeven.
Net zoals het onderwerp waar dit werk een licht op tracht te werpen—namelijk de psychose—laat de Waan van het Schrijven zich niet eenvoudig categoriseren—en het moet gezegd, dit tot wanhoop van enkele juryleden. Het werk laat zich enerzijds lezen als een eerder persoonlijke zoektocht naar wat de auteur tijdens zijn eigen psychose heeft beleefd, waarbij Mulisch, schrijven en tijdelijkheid terugkerende thema’s zijn. Het laat zich tegelijkertijd evengoed lezen als een doorwrochte psychologische analyse van het werk van Harry Mulisch, waarbij onder meer de prikkelende hypothese wordt geopperd dat het ganse oeuvre van Mulisch de grote Nederlandse schrijver in staat heeft gesteld om zijn eenmalige jeugdige psychose tot schrift neer te dwingen, en zodoende herval te voorkomen. Het werk gaat ook over de praktijk en het wezen van schrijven zelf, over creatieve transformatie en over transformatie door schrijvende creatie. Of misschien zijn het autobiografische thema, Mulisch, schrijven en psychose slechts voorbeelden, zijsporen en thematische expressies van waar het de auteur echt om te doen is, namelijk het wezen van tijd—tijd als structurerend element van ervaring en bewustzijn, als voorwaarde van de biografie, het schrijven en de psychose … en of deze dan het leven van Huub Mous of Harry Mulisch betreffen doet er niet zoveel toe.
Deze laatste interpretatie—dat het de auteur om Tijd te doen is—kan de af en toe desoriënterende leeservaring verklaren. Deze ervaring laat zich dan niet begrijpen als een bijkomstig ongemak, maar als een getuige van de moeilijke en ambitieuze opdracht die Mous zichzelf gesteld heeft: hoe immers de psychotische beleving van tijdloosheid vatten in de temporele voortgang van het geschreven woord? Hoe het verlies van structuur beschrijven binnen de structuur van de taal? Hoe, inderdaad, het wezen van tijd capteren zonder deze vast doen te lopen of zonder te verwijlen in mystieke fascinatie en impotente woordenloosheid? De vele verwijzingen naar de Möbiusring en het droste-effect verraden de afgrondelijkheid van het opzet. Net voor de lezer het noorden kwijt dreigt te raken keert de auteur veilig terug naar Mulisch. Deze fungeert dus misschien minder als het echte onderwerp van het boek, dan als een veilige haven die de lezer gegrond houdt in de mensentijd.
Wat er ook van zij, het werk blijft zowel naar vorm als inhoud wat ongrijpbaar, zij het dan op meesterlijke wijze. Het werk is doorwrocht, erudiet en speels tegelijk. Huub Mous heeft een scherpe pen, waarin zich minstens een even scherpe en belezen geest openbaart. De lezer glijdt als vanzelf mee doorheen de wirwar van biografische elementen, mooie analyses van Mulisch’ werk, reflecties op de tijdsgeest, en de duizelingwekkend afgrond die in het opzet vervat zit, om op gepaste momenten, bij wijze van luchtige zijweg, halt te houden bij de vraag of machines gek kunnen worden. Mous verheldert en verduistert, geeft richting en verdwaalt, maar imponeert bovenal door een ontwikkelde stijl en intellectuele diepgang. Samengevat: een meer dan verdienstelijke poging om het onbegrijpelijke en woordeloze van woorden te voorzien.
Om al deze redenen heeft de Jury besloten om De Waan van het Schrijven de gedeelde eerste prijs toe te kennen. Namens de Stichting en de Jury wil ik Huub Mous nogmaals van harte feliciteren met zijn uitmuntend werk, en kijk ik met plezier uit naar de bespreking van de auteur.
Proficiat.