In hoeverre beïnvloeden collectieve en historische trauma’s het ontstaan en verloop van internationale conflicten? In de huidige geopolitiek lijkt Israël in de oorlog tegen Hamas te reageren vanuit een gelaagd trauma: de acute schok van de aanval van 7 oktober 2023 wordt ingebed in de diepere herinnering aan de Holocaust. Evenzo beroept Vladimir Poetin zich in de oorlog tegen Oekraïne op het trauma van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de vernedering van de jaren negentig. Deze patronen roepen parallellen op met de manier waarop het trauma van Versailles in Duitsland bijdroeg aan de politieke radicalisering en de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog.
Bestaat er binnen disciplines zoals psychologie, psychiatrie, politicologie en memory studies een onderzoeksveld dat zich systematisch richt op de rol van collectieve trauma’s in internationale betrekkingen en gewapende conflicten? En zo ja: welke empirische bevindingen zijn er tot nu toe bekend over de mechanismen waardoor collectief trauma binnen generaties wordt doorgegeven, politiek wordt geïnstrumentaliseerd en maatschappelijk doorwerkt in steun voor oorlog of verzet tegen verzoening?
Deze vraag stelde ik aan ChatGPT. Dit was het antwoord.
***
Trauma en de loop van de wereldgeschiedenis
Over Israël, Rusland en de politiek van collectief leed
1. Inleiding
In de huidige wereldpolitiek lijken oorlogen en conflicten steeds vaker gestuurd te worden door de nasleep van trauma. Israël reageert op de aanval van Hamas van 7 oktober 2023 vanuit een diepe wond, die niet alleen die dag zelf betreft maar teruggrijpt op de herinnering aan de Holocaust. Rusland, onder leiding van Vladimir Poetin, voert oorlog tegen Oekraïne gedreven door het gevoel van vernedering en verlies na de implosie van de Sovjet-Unie. Het is een patroon dat doet denken aan de rol die het trauma van Versailles speelde in het Duitsland van het interbellum, dat rechtstreeks de Tweede Wereldoorlog voedde. De centrale vraag is: in welke mate kan collectief trauma — herinnerd, doorgegeven en geïnstrumentaliseerd — daadwerkelijk de loop van de wereldgeschiedenis bepalen?
2. Wat is collectief trauma?
Psychologen en sociologen spreken van collectief trauma wanneer een gemeenschap een schokkende gebeurtenis ervaart die de fundamenten van haar identiteit, veiligheid en toekomst aantast. Het gaat niet om enkelvoudige individuele trauma’s, maar om wonden die ingebed raken in het culturele geheugen. Zoals Gilad Hirschberger stelt, is collectief trauma niet alleen een psychologische ervaring, maar ook een sociaal geconstrueerd narratief dat identiteit vormgeeft en politieke houdingen beïnvloedt (Hirschberger 2018).
Belangrijk is dat trauma niet eindigt bij de directe getuigen. Onderzoek naar Holocaust-overlevenden laat zien dat hun kinderen en kleinkinderen vaak verhoogde stressreacties en dreigingsgevoeligheid vertonen (Yehuda et al. 2016). Collectief trauma werkt dus intergenerationeel en vormt een reservoir dat in tijden van crisis opnieuw kan worden aangesproken.
3. Israël: van de Holocaust tot 7 oktober
Israël is een casus waarin de doorwerking van trauma uitvoerig is bestudeerd. Experimentele studies van Daphna Canetti en Gilad Hirschberger tonen aan dat herinneringen aan de Holocaust — bijvoorbeeld via symbolische prikkels of herdenkingsmomenten — politieke houdingen kunnen verschuiven. Wanneer respondenten primed worden met Holocaust-herinneringen, neemt de steun voor harde militaire maatregelen toe en vermindert de bereidheid tot compromissen met Palestijnen (Canetti et al. 2017).
De aanval van Hamas op 7 oktober 2023 heeft dit mechanisme in extreme vorm zichtbaar gemaakt. In publieke debatten en regeringsretoriek werd de gebeurtenis al snel vergeleken met de Holocaust, niet zozeer qua schaal maar qua symboliek: de herhaling van existentiële bedreiging. Klinische observaties bevestigen dat de aanval acute psychologische gevolgen had: Israëlische psychiaters spreken van een golf van PTSS- en angststoornissen, bovenop de reeds bestaande gevoeligheid in een samenleving die door oorlogservaring en herinnering aan vervolging getekend is (Neria et al. 2025).
Zo zien we hoe een nieuw trauma zich onmiddellijk inbedt in een oud narratief. De Holocaust fungeert als prisma waardoor de huidige dreiging wordt geïnterpreteerd. Dit versterkt politieke steun voor radicale maatregelen en bemoeilijkt de mogelijkheid tot verzoening.
4. Rusland: het trauma van 1991
Ook in Rusland is de rol van collectief trauma cruciaal. Poetin heeft meermaals het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 bestempeld als “de grootste geopolitieke catastrofe van de 20e eeuw”. Voor veel Russen stond de overgang van communisme naar liberalisering gelijk aan verlies van status, chaos en armoede. De vernedering van de jaren ’90 — gekenmerkt door dalende levensverwachting, economische instorting en internationale marginalisering — werd ervaren als nationaal trauma.
Politicoloog Adam Lerner spreekt in dit verband van de “politics of victimhood”: staten die zichzelf zien als slachtoffer van historisch onrecht, zijn geneigd hun buitenlandse politiek te baseren op herstel en revanche (Lerner 2019). Voor Rusland betekent dit dat het heroveren van invloedssferen en het herschrijven van de internationale orde wordt voorgesteld als een noodzakelijke genezing van de wond van 1991.
Recente analyses van het Wilson Center en War on the Rocks laten zien hoe Poetin systematisch teruggrijpt op herinneringen aan de Grote Patriottische Oorlog (1941–1945) én aan de vernedering na 1991 om zijn beleid te legitimeren. Oekraïne wordt daarin niet alleen voorgesteld als geopolitieke tegenstander, maar als symbool van het trauma zelf: de plek waar verlies zichtbaar werd en waar herstel moet beginnen.
5. Trauma als politiek wapen
De parallellen tussen Israël en Rusland zijn recent in kaart gebracht in een vergelijkende studie: Weaponising Collective Trauma: The Case of Russia and Israel (Kalstein et al. 2024). De auteurs laten zien hoe politieke elites trauma inzetten als retorisch en symbolisch middel. Trauma wordt een wapen in de strijd om publieke steun, waarbij slachtofferschap en existentiële dreiging voortdurend benadrukt worden.
Deze instrumentalisering betekent niet dat de trauma’s zelf verzonnen of onbelangrijk zijn — integendeel, hun authenticiteit en emotionele diepgang maken ze juist effectief. Maar de manier waarop ze politiek worden gekanaliseerd, bepaalt in hoge mate de dynamiek van conflict en oorlog.
6. Van Versailles tot nu: een historisch patroon
Dat trauma de loop van de geschiedenis kan sturen, blijkt niet alleen in het heden. Het verdrag van Versailles (1919) werd door velen in Duitsland ervaren als nationale vernedering. Historici als Ian Kershaw en Richard Evans hebben overtuigend laten zien hoe deze ervaring van verlies en onrecht rechtstreeks bijdroeg aan de opkomst van Hitler en de radicalisering van de Duitse politiek.
Vandaag zien we vergelijkbare dynamieken. Net als Versailles voor Duitsland, fungeert 1991 voor Rusland als referentiepunt van verlies, en de Holocaust voor Israël als referentiepunt van bedreiging. In al deze gevallen bepaalt het collectieve geheugen van trauma niet alleen hoe de samenleving zichzelf begrijpt, maar ook hoe ze reageert op actuele gebeurtenissen.
7. Grenzen en nuances
Toch is voorzichtigheid geboden. Onderzoek van Nadav Shelef en anderen wijst erop dat de relatie tussen collectief trauma en conflict niet uniform is. Onder bepaalde omstandigheden kan het besef van slachtofferschap juist leiden tot empathie en solidariteit, in plaats van tot agressie. Context, framing en leiderschap zijn cruciale factoren.
Bovendien is er altijd een spanningsveld tussen psychologische diepte en politieke instrumentalisering. Wat voor individuen een reële wond is, kan door elites worden gebruikt als legitimerend narratief. Dit roept ethische vragen op: in hoeverre is het toelaatbaar om trauma te mobiliseren voor politieke doeleinden, zeker wanneer dat nieuwe geweld rechtvaardigt?
8. Conclusie
Collectieve trauma’s zijn geen restanten van het verleden, maar levende krachten die de koers van staten en volkeren mede bepalen. Israël en Rusland laten zien hoe diep de sporen lopen: de Holocaust en de aanval van 7 oktober 2023 vormen in Israël een gelaagde wond die militaire hardheid legitimeert, terwijl in Rusland het trauma van 1991 en de herinnering aan WOII de basis vormen voor Poetin’s expansieve politiek.
Net als het trauma van Versailles in het interbellum, laten deze voorbeelden zien dat de wereldgeschiedenis vaak gestuurd wordt door herinneringen aan verlies en vernedering. Voor wetenschappers, psychiaters en beleidsmakers ligt hier een belangrijke uitdaging: te begrijpen hoe trauma werkt — psychologisch, cultureel en politiek — en manieren te vinden om deze energie niet te laten uitmonden in destructieve herhaling, maar in vormen van verwerking en transformatie.
