
In 2015 ontmoette ik fotograaf Sipco Feenstra op straat. Hij aarzelde geen moment, haalde zijn camera tevoorschijn en maakte deze foto van me. Zo werkte hij: snel, direct, met een scherp oog voor wat er in een gezicht of gebaar verscholen lag. Later vertelde hij me dat hij bij die opname een lens had gebruikt waardoor de groeven in mijn gezicht wat zwaarder werden aangezet. Dat was typisch Sipco: speels, een tikje ondeugend, maar altijd met een glimlach.
We kwamen elkaar daarna vaker tegen. Toevallig, maar tegelijk voelde het alsof die ontmoetingen wel moesten plaatsvinden, alsof het lot het zo had beschikt. Meestel troffen we elkaar ook op precies hetzelfde punt in de stad, ergens op de Schrans. Zoiets kon geen toeval zijn, vonden we. Er was ook telkens weer een klik tussen ons. Sipco was altijd open, hartelijk en vol verhalen. Hij vertelde me over zijn jeugd in de Leeuwarder wijk Nijlân, waar hij in de jaren zestig opgroeide. Zijn ogen lichtten op als hij sprak over de speelvelden, de kale nieuwbouw, en vooral over het openluchtzwembad dat later zou verdwijnen.
Op een dag liet hij me die wereld ook echt zien, in foto’s die hij zelf had gemaakt en bewaard. Bij hem thuis, in een flat in Bilgaard, bladerden we door stapels foto’s: kinderen spelend in het gras, de wijk in wording, een jongen die in het zwembad duikt. Nijlân was de woonwijk in het zuidwesten van Leeuwarden die zo rond 1960 werd gebouwd. Voor zijn tijd was dat een mooie en ruime woonwijk met een gevarieerd stratenplan en fraaie groenpartijen. In de jaren zestig was deze modelwijk voor de toekomst in sociaal opzicht nog een braakliggend terrein.
De jeugdfoto’s van Sipco waren beelden die iets van de belofte en de leegte van die tijd vastlegden. Een aantal ervan mocht ik gebruiken voor mijn boek De Fries die in de toekomst sprong. Niet allemaal helaas, want voor de mooiste kreeg hij van zijn familie geen toestemming om ze te laten publiceren. Op mijn verzoek keerde hij ook terug naar zijn oude omgeving voor een fotografische impressie van de huidige situatie. Op de cover van het boek prijkt nog altijd een jonge Sipco, spelend in het openluchtzwembad. Ik vond dat juist in dit beeld alles van die optimistische tijd werd samengevat. Sipco was er trots op, en grapte sindsdien wel eens dat híj de Fries was die in de toekomst sprong. Voor mij was dat ook zo.
Sipco bleef een markante verschijning in het straatbeeld. In zijn aluminium ligfiets viel hij meteen op, altijd met zijn camera bij de hand. Hij had een scherp oog voor de architectuur van de Wederopbouw, maar misschien nog meer voor de mensen die er woonden, wandelden, wachtten of gewoon zichzelf waren. Zijn foto’s lieten zien hoe het gewone tegelijk bijzonder kan zijn, en hoe de tijd in stille beelden bewaard blijft.
De laatste jaren werd het moeilijker. Eerst was er dat akelige ongeluk met zijn ligfiets, waarbij hij blijvend letsel opliep. Daarna volgde de diagnose Alzheimer. Het was pijnlijk om te zien hoe iemand die zo intens en scherp naar de wereld had gekeken, langzaam zijn eigen houvast verloor.
Op 11 september is Sipco overleden. Hij werd 61 jaar. Met hem verdwijnt een hartelijke, nieuwsgierige en creatieve ziel uit het Leeuwarder straatbeeld. Maar in zijn foto’s blijft hij aanwezig: in de groeven van een gezicht, in het licht op een gevel, in een moment dat zomaar voorbij kon gaan maar door hem bewaard werd als de herinnering aan een volmaakte dag. Zo leeft Sipco voort, in zijn beelden en in de herinneringen van iedereen die hem op straat ooit tegenkwam en in gesprek raakte. Hij was een fotograaf met een warm hart.
