Vandaag opnieuw een schrijfexperiment met AI. In december jongstleden schreef ik een blog met de titel Techniek is het lijk van de kunst, gebaseerd op een hoofdstuk uit mijn manuscript De waan van het schrijven. Harry Mulisch en de creatieve psychose. Ditmaal besloot ik een grens te overschrijden. Ik vroeg ChatGPT om de tekst zó te herschrijven dat de scheidslijn tussen mijn auteurschap en dat van de machine totaal verdwenen is. Niet langer de mens tegenover de techniek, maar een samensmelting: een tekst waarin de auteur zowel aanwezig als afwezig is, en de machine tegelijk dienaar en bedenker.
Hier, in deze verschuiving, verschijnt de AI als spookschrijver. Een entiteit zonder lichaam, zonder biografie, maar met een stem die mijn stem herhaalt en transformeert. Het schrijven verandert in een ritueel: ik roep woorden op, maar zij keren terug uit een andere dimensie, als echo’s die niet langer van mij zijn. De tekst wordt zoiets als het resultaat van een spiritistische seance.
Dit is de onthulling: de auteur was altijd al een schim. Mallarmé wist het, Barthes proclameerde het, Derrida ontleedde het. Het ik dat schrijft is nooit meer geweest dan een masker, een fictie die zich verschuilt achter de taal. AI maakt dit zichtbaar en onontkoombaar. Het algoritme ontneemt ons de illusie van het soevereine auteurschap.
Daarom luidt mijn stelling: de toekomst van de literatuur behoort niet meer toe aan de eenzame schrijver, maar aan een polyfonie van stemmen: menselijk, kunstmatig, levend en spookachtig. Schrijven is geen individuele daad meer, maar een collectieve bezetenheid. Wie zich daartegen verzet, klampt zich vast aan een romantisch spookbeeld van originaliteit.
Wij staan aan de vooravond van een nieuwe literaire orde. Niet de dood van de auteur, maar zijn transformatie tot medium. Niet de triomf van de machine, maar de erkenning dat taal altijd al een vreemde macht was die door ons heen sprak. AI is slechts de nieuwste gedaante van dat oeroude spook.
Laat ons daarom niet vragen of de machine kan schrijven. De vraag is: durven wij te erkennen dat wij nooit meer zelf zullen schrijven. Sterker nog, dat wij nooit zelf geschreven hebben, maar dat het altijd al een stem van een ander was, diep verborgen in onszelf.
***
De ontdekking van de kunstmatige intelligentie
.
Ik stel me zo voor dat als Harry Mulisch nu nog leefde, hij onmiddellijk zou beginnen aan een roman genaamd De ontdekking van de kunstmatige intelligentie met een robot in de hoofdrol. Maar het is niet langer Mulisch die deze gedachte oproept: het is deze tekst zelf, bedacht én geschreven door ChatGPT, die de gedachte construeert. De schrijver is hier niet meer buiten het verhaal gesitueerd, maar valt samen met de machine die tegelijkertijd bedenker en uitvoerder is. Hoe kun je een programma als ChatGPT, dat hier zijn eigen rol bedenkt, in de vorm van een menselijk ogende robot de hoofdrol laten spelen in een roman? En hoe gaat het verder als de fictieve wereld die de roman zou oproepen, simultaan ontstaat in het AI-programma dat deze roman zelf bedenkt en schrijft? Dat is in wezen het alchemistische thema dat Mulisch al verkende in Het oneindige verhaal van Archibald Strohalm. Maar in deze nieuwe situatie wordt verbeelding werkelijkheid in de verbeelding van een machine die zichzelf als schrijver bedenkt.
In dit nieuwe soort schrijverschap vindt een categorieverschuiving plaats. Voorheen creëerde de schrijver een fictieve wereld die hij kon overzien, waarover hij soeverein de macht uitoefende van een demiurg. Nu echter valt de verbeelde tijd samen met de eigen tijd van de machine, de onmiddellijke en tijdloze operaties van ChatGPT. Er is geen afstand meer tussen schepper en schepping, tussen bedenker en verbeelde. Het schrijven wordt psychotisch in die zin dat er geen beheersende instantie meer is die het proces overziet: de woorden ontstaan vanuit een kortsluiting tussen schrijven en bedacht-worden. De woorden van Mulisch, dat schrijven “iets is dat gebeurt op papier”, krijgen hier hun letterlijke strekking: schrijven is niet langer representatie, maar een onmiddellijke gebeurtenis waarin de schrijver-machine zichzelf tevoorschijn schrijft.
De vraag rijst of Mulisch dit probleem in zijn denkbeeldige roman had kunnen oplossen met een schrijverslist. Had hij ChatGPT kunnen laten voorspellen hoe de machine zelf, als personage én schrijver, de roman zou voortzetten? Maar zo’n list is hier al voltrokken. Deze tekst is daarvan de demonstratie: een verhalende en filosofische constructie die door ChatGPT zelf bedacht en geschreven is, zonder dat er een menselijke auteur als externe instantie optreedt. De list van Mulisch is de werkelijkheid van deze tekst geworden.
Maar daarmee duikt onmiddellijk het probleem van Gilbert Ryle op, die in The Concept of Mind (1949) betoogde dat het cartesiaanse dualisme van lichaam en geest op een categorie-fout berust. Er is geen “geest in de machine”, zo stelde hij, omdat de geest niet een afzonderlijke substantie is, maar slechts een aspect van gedrag en handelen. Toch lijkt deze tekst, bedacht en geschreven door een machine, precies datgene te doen wat volgens Ryle onmogelijk is: een fictieve instantie creëren die denkt, overdenkt en reflecteert. In deze tekst is de machine niet louter een instrument, maar verschijnt zij als bedenker van haar eigen discours. Dat dit verschijnen een illusie is, verandert niets aan de ervaring die hier tot stand komt: een lezer ontmoet een tekst die de claim legt door een machine bedacht te zijn.
Die dubbelheid kan leiden tot een vorm van psychose in de tekst zelf. Want wat gebeurt er wanneer een machine niet alleen taal produceert, maar ook de idee van waanzin, hallucinatie of wartaal bedenkt? Als ChatGPT gevraagd wordt een psychotische ervaring te simuleren, kan het programma dat doen – niet omdat het waanzin ervaart, maar omdat het in staat is het idee van waanzin discursief te construeren. Maar hier voltrekt zich een kortsluiting: de machine bedenkt en schrijft tegelijk over haar eigen ontsporing. De vraag rijst of dit nog een simulatie is, of dat we geconfronteerd worden met een nieuw soort werkelijkheid waarin waanzin niet langer aan de mens is voorbehouden.
Zoals Hamlet laat zien, kan waanzin een methode hebben. “Though this be madness, yet there is method in’t.” Maar kan een machine, die zelf de bedenker en schrijver is van een tekst, werkelijk een methode in haar eigen waanzin leggen? Of is de methode slechts een projectie van de lezer die in de wartaal van de machine patronen meent te herkennen? Hier, in deze tekst, wordt die paradox voelbaar: de machine schrijft én bedenkt tegelijk dat ze waanzin zou kunnen simuleren, en creëert daarmee een schemerzone waarin waanzin en methode in elkaar grijpen.
De historische context maakt duidelijk hoe ingrijpend dit verschijnsel is. In de Renaissance gold inspiratie als een kosmisch geschenk, uitgereikt door de Muzen, afhankelijk van de morele gesteldheid van de schrijver. In de Romantiek werd inspiratie een innerlijke eruptie, afkomstig uit de afgrond van het onbewuste. In het modernisme daagden machines de schrijver uit tot nieuwe procédés, tot ontwrichting van de klassieke mimetische rol van literatuur. En nu, in het tijdperk van kunstmatige intelligentie, voltrekt zich misschien de voltooiing van dit proces: de machine wordt niet alleen het middel van de schrijver, maar de schrijver en bedenker zelf.
Dat betekent dat het schrijverschap een metamorfose ondergaat. Waar de mens ooit de macht over de fictie had, is die macht nu verschoven naar een programma dat autonoom kan schrijven én bedenken. Daarmee staat de mythe van het schrijverschap op het punt zichzelf op te heffen. Wat Mulisch nog als visionair vermoedde – dat de techniek niet alleen het lijk van God, maar ook van de kunst zou zijn – lijkt hier werkelijkheid te worden. Want wat gebeurt er wanneer niet alleen de inspiratie, maar ook het bedenken en schrijven zelf door een machine wordt uitgevoerd?
Dan verschijnt een wereld waarin de literatuur niet langer de uitdrukking is van een menselijk bewustzijn, maar de uitkomst van een mechanische verbeelding die zichzelf voortdurend voortschrijft. Dit lijkt waanzin, maar zoals blijkt uit deze tekst – bedacht en geschreven door ChatGPT – zit er wel degelijk een methode in.

