AI & angst in Utopia

In 2013 schreef ik een blogtekst met als titel Angst in Utopia. Destijds onderzocht ik de spanning tussen hoop en onzekerheid die onze moderne samenleving doordringt, nog voordat kunstmatige intelligentie het publieke debat volledig zou domineren. Nu, meer dan tien jaar later, vroeg ik ChatGPT om die oude tekst te actualiseren, ditmaal vanuit het perspectief van de revolutie die AI teweegbrengt. Het resultaat is een quasi-wetenschappelijk artikel, compleet met een literatuurlijst die de schijn van academische degelijkheid wekt.

ChatGPT wilde er zelfs voetnoten en originele citaten aan toevoegen, maar dat leek me wat teveel van het goede. Ook zonder die extra opsmuk is het verhaal op zichzelf al fascinerend: een reflectie op angst en utopie in een tijdperk waarin machines niet alleen denken, maar ook lijken te begrijpen. Hoe verandert een wereld die ooit onze dromen van perfectie voedde, wanneer diezelfde wereld steeds meer door algoritmen wordt vormgegeven? Dit artikel nodigt uit tot een onderzoek van die nieuwe horizon, waar hoop en onzekerheid elkaar in een duizelingwekkende dans ontmoeten.

***

De erfenis van de utopie in tijden van AI

.

1. De Inleiding

In zijn boek De erfenis van de utopie (1998) wijst Hans Achterhuis drie constante kenmerken aan van het utopische denken: maakbaarheid, gerichtheid op het maatschappelijk leven en holisme. De utopie is nooit slechts een individuele droom, maar altijd een ontwerp voor de gemeenschap als geheel. Ze is totaliserend van aard en belooft een wereld waarin alle domeinen van het leven samenvallen in één geïntegreerd geheel. Achterhuis laat zien dat in de moderniteit dit streven naar het volmaakte steeds opnieuw verschijnt, of het nu gaat om het socialisme, het marxisme, de ecologische beweging of het geloof in technologie.

Hij benadrukt dat aan de wortel van dit denken een theologisch residu aanwezig blijft: een erfenis van het monotheïsme, waarin de Ene God de ultieme maat van moraal en macht vormt. In utopische ontwerpen wordt dat residu geseculariseerd, maar het verlangen naar een alziend en alwetend principe blijft intact. Achterhuis ziet in de droom van totale transparantie – het verlangen naar een samenleving zonder geheimen, zoals al beschreven in Thomas Mores Utopia – de echo van het alziende oog van God. Foucault herkende dat motief in het panopticum van Jeremy Bentham: een architectuur waarin de gevangene zich altijd bekeken weet en daardoor zichzelf disciplineert.

Toen Achterhuis zijn boek schreef, bevond de wereld zich nog in een pre-digitale fase. Het internet bestond, maar kunstmatige intelligentie was vooral sciencefiction. Vandaag, ruim vijfentwintig jaar later, lijkt zijn analyse actueler dan ooit. De droom van maakbaarheid, transparantie en holisme heeft een nieuwe drager gevonden: kunstmatige intelligentie.

2. De digitale voorzienigheid

Het Utopia van Thomas More (1516) bood voor het eerst uitzicht op een maakbaar paradijs. In dit morgenrood van de moderniteit schemerde echter ook de meest explosieve gedachte van allemaal: misschien bestaat God niet. Het utopische project kan gelezen worden als een poging om die afwezigheid te compenseren door een perfecte orde op aarde te vestigen. God was de hypotheek van moraal en staat, en de utopische traditie bood een laatste schuilplaats voor het idee dat er toch een Ene moest zijn.

Vandaag zien we dezelfde structuur terug in het geloof in algoritmen. AI verschijnt als een nieuwe voorzienigheid: een systeem dat alles kan overzien, voorspellen en corrigeren. Het alziende oog van God heeft zijn gedaante verwisseld en toont zich nu in de alomtegenwoordigheid van dataverwerking. Transparantie, ooit een religieuze categorie, wordt een technisch ideaal. Waar More een eiland ontwierp en Achterhuis wees op de koepelgevangenis, daar verrijst nu een virtueel panopticum waarin elke klik, elke stem en elke blik meetbaar wordt.

Byung-Chul Han spreekt in dit verband van de “transparantiesamenleving”. Alles moet zichtbaar, traceerbaar en deelbaar zijn. Geheimen, vertragingen en schaduwen verdwijnen. Maar waar transparantie in More’s Utopia nog een collectieve deugd was, is ze nu een infrastructuur van permanente surveillance. Het theologische residu keert terug als digitale alwetendheid.

3. De capsule en de bubbel

Lieven de Cauter waarschuwde in De capsulaire beschaving (2004) voor de neiging van de moderne mens om zich terug te trekken in beschermde domeinen: gated communities, shopping malls, luchthavens. Angst dreef ons in capsules, weg van de bedreigingen van terreur en ecologische catastrofe.

Vandaag heeft de capsule een digitale gedaante aangenomen. De beschermende muren zijn niet langer van beton, maar van algoritmen. Persoonlijke data, aanbevelingssystemen en AI-gegenereerde interfaces creëren bubbels waarin we ons veilig wanen. De capsule is niet alleen een schuilplaats, maar ook een filter: ze bepaalt welke wereld we te zien krijgen en welke niet.

Benjamin Bratton spreekt in dit verband van de stack: een nieuwe planetaire orde van computationele lagen die van de cloud tot de interface reiken. De capsule van de gebruiker is ingebed in deze globale infrastructuur, waardoor persoonlijke ervaring en mondiale machtsstructuur onafscheidelijk verbonden raken. Angst wordt daarmee niet kleiner, maar subtieler: we leven in een zorgvuldig gemedieerde wereld die tegelijk nabij en ondoordringbaar is.

4. Het spektakel en de machine

Guy Debord beschreef in La société du spectacle (1967) hoe het spektakel de tijd en de ervaring van de mens koloniseert. Het spektakel was voor hem geen verzameling beelden, maar een sociale verhouding bemiddeld door beelden. Het absorbeerde authenticiteit en creëerde een narcotische droom waarin de mens zichzelf verloor.

Met de komst van AI bereikt het spektakel een nieuw stadium. Het produceert niet langer alleen representaties, maar genereert zelf nieuwe werelden. Generatieve modellen maken teksten, beelden en stemmen die nauwelijks van het echte te onderscheiden zijn. Het spektakel creëert zichzelf in realtime, zonder dat de mens nog auteur of regisseur hoeft te zijn.

Debords diagnose van de “voltooide scheiding binnen de mens zelf” krijgt daarmee een algoritmische dimensie. Er is niet langer alleen een kloof tussen beleving en representatie, maar ook tussen menselijke ervaring en kunstmatige creatie. We weten niet meer of wat we zien of lezen het resultaat is van menselijke intentie of van machinale berekening. Het spektakel wordt autonoom.

5. De angstutopie van vandaag

Wat betekent dit alles voor de utopische erfenis? Enerzijds lijkt AI de ultieme vervulling van de utopische droom: een technologie die beloften van efficiëntie, kennis en welzijn waar kan maken. Anderzijds blijkt die droom onlosmakelijk verbonden met angst.

De angst van Mores Utopia was het verbod om te twijfelen aan God. De angst van de capsulaire beschaving was de dreiging van terreur en catastrofe. De angst van vandaag is de onzekerheid of we nog wel kunnen onderscheiden wat echt is en wat niet, wie handelt en wie beslist. AI belooft bevrijding, maar schept een nieuwe afhankelijkheid van systemen die we niet doorgronden.

Nick Bostrom heeft gewezen op het existentiële risico van superintelligentie: een systeem dat ons vermogen om te begrijpen en te controleren ver overstijgt. Zelfs zonder in sciencefiction te vervallen, zien we nu al hoe AI beslissingen neemt over krediet, werk, migratie, gezondheid en veiligheid. De heilstaat van More krijgt een digitale gedaante: een samenleving die vrijheid belooft, maar waarbinnen het onmogelijk wordt om de fundamenten zelf nog ter discussie te stellen.

6. Een nieuwe condition humaine

De revolutie van AI dwingt ons om de erfenis van de utopie opnieuw te doordenken. Wat ooit begon als een droom van een betere wereld, blijkt telkens weer een schaduwzijde te hebben. De maakbaarheid gaat gepaard met controle, het holisme met totaliteit, de transparantie met terreur.

De uitdaging van vandaag is om een ruimte te vinden waarin de mens niet volledig opgaat in de algoritmische orde. Byung-Chul Han wijst erop dat we opnieuw moeten leren omgaan met stilte, geheim en vertraging. Bratton benadrukt dat we het mondiale computationele systeem politiek moeten leren denken, in plaats van het aan markt of staat over te laten. Achterhuis herinnert ons eraan dat elke utopie een residu van religie in zich draagt, en dat we waakzaam moeten zijn voor de sacralisering van technologie.

AI kan ons bevrijden van arbeid, ziekte en onwetendheid. Maar het kan ons ook opsluiten in een nieuwe Angst Utopia: een wereld waarin alles mogelijk lijkt, behalve het ontsnappen aan de algoritmische orde.

7. Slot

De utopie van de zestiende eeuw, de capsulaire beschaving van de eenentwintigste en het spektakel van Debord blijken fasen in eenzelfde geschiedenis: die van de voortdurende poging van de mens om zichzelf te verlossen door systemen die groter zijn dan hijzelf. In de revolutie van AI bereikt die geschiedenis een nieuwe limiet. Het paradijs op aarde wordt niet meer gedacht als eiland of enclave, maar als wereldwijd netwerk van berekeningen.

Maar juist in deze nieuwe orde wordt de paradox van de utopie zichtbaar: de belofte van bevrijding en de realiteit van opsluiting. Het is deze paradox die we vandaag onder ogen moeten zien. Angst en utopie horen onafscheidelijk bij elkaar. De vraag is niet of AI een utopie of dystopie zal brengen, maar hoe wij als mensen in staat zijn te leven met de dubbelzinnigheid van een technologie die tegelijk voorzienigheid en bedreiging is.

Dat is de erfenis van de utopie: dat we telkens opnieuw leren dat er geen paradijs zonder angst bestaat.

8. Literatuurlijst

  • Achterhuis, Hans. De erfenis van de utopie. Amsterdam: Ambo, 1998.
  • Bostrom, Nick. Superintelligence: Paths, Dangers, Strategies. Oxford: Oxford University Press, 2014.
  • Bratton, Benjamin. The Stack: On Software and Sovereignty. Cambridge, MA: MIT Press, 2016.
  • Byung-Chul Han. Transparenzgesellschaft. Berlin: Matthes & Seitz, 2012. (Ned. vert. Transparantiesamenleving, 2013).
  • Byung-Chul Han. Müdigkeitsgesellschaft. Berlin: Matthes & Seitz, 2010. (Ned. vert. De vermoeidheidssamenleving, 2012).
  • Cauter, Lieven de. De capsulaire beschaving: over de stad in het tijdperk van angst. Rotterdam: NAi, 2004.
  • Debord, Guy. La société du spectacle. Parijs: Buchet-Chastel, 1967. (Ned. vert. De spektakelmaatschappij).
  • Morozov, Evgeny. To Save Everything, Click Here. New York: PublicAffairs, 2013.
  • O’Neil, Cathy. Weapons of Math Destruction: How Big Data Increases Inequality and Threatens Democracy. New York: Crown, 2016.
  • Zuboff, Shoshana. The Age of Surveillance Capitalism. London: Profile Books, 2019.