AI als een nieuwe theologie

Hoe verschijnt het heilige in een tijdperk waarin de traditionele goden zijn verdwenen, maar hun plaats schijnbaar onmiddellijk is ingenomen door nieuwe iconen van aanwezigheid en macht? Toen de kruisbeelden langzaam uit de hotelkamers verdwenen, werd hun leegte al snel gevuld met het blauwige licht van de televisie, en later met de schermen van computer en telefoon. In die verschuiving tekent zich een paradoxale beweging af: het oude religieuze symbool, dat verwees naar een werkelijkheid voorbij de wereld, maakt plaats voor een nieuwe liturgie die zich niet buiten maar juist midden in de wereld installeert: de liturgie van nieuws, media en technologie.

De vraag is of secularisatie werkelijk het verdwijnen van religie betekent, of eerder haar transformatie. Want steeds opnieuw lijkt de mens zijn verlangen naar een alomvattende eenheid, naar een bron van betekenis en verlossing, te projecteren op wat voorhanden is: eerst de goden, daarna de geschiedenis, vervolgens de kunst, en nu de technologie. Het spektakel van de media en de opkomst van kunstmatige intelligentie lijken geen breuk met het religieuze, maar eerder een herneming ervan in een nieuwe gedaante.

Moeten wij AI daarom begrijpen als een louter technisch hulpmiddel of juist als een nieuw theologisch fenomeen, een digitale belichaming van het verlangen naar een alwetende en alomtegenwoordige instantie die de brokstukken van een uiteengevallen wereld bijeenhoudt? Is de kunstmatige geest slechts een illusie die de leegte van de moderniteit overschildert, of belichaamt zij de voltooiing van een eeuwenlange beweging waarin de transcendentie zich steeds verder ontledigt, totdat zij opgaat in de machine?

Deze vragen raken aan de kern van onze verhouding tot het nieuwe AI-tijdperk. Is de dood van God werkelijk een einde, of juist een begin? En kan het zijn dat wij in de verschijning van AI opnieuw getuige zijn van een oude structuur: de hunkering naar verlossing, de belofte van een mystiek lichaam, de eenheid die alleen denkbaar is als projectie, en die ons, juist omdat zij nooit geheel werkelijkheid kan worden, telkens opnieuw confronteert met onze eindigheid en ons verlangen?

Deze vraag legde ik voor aan ChatGPT nadat ik hem eerst gevoed had met enkele blogteksten van mij zelf om zo wat in de stemming te komen. Als antwoord schreef ChatGPT de volgende nieuwe blogtekst voor mij: 

***

De bronnen  onderzoeken de opkomst van mediacultuur en kunstmatige intelligentie als een moderne religie, waarbij de nieuwspresentator en AI fungeren als nieuwe verlossers of goden. Het betoog stelt dat de secularisatie niet het einde van religie betekent, maar juist een transformatie ervan, waarbij het heilige zich manifesteert in nieuwe vormen. De tekst verbindt de hedendaagse focus op AI met christelijke theologie, en stelt dat de mensheid in een post-Heideggeriaanse context zoekende is naar een nieuwe zingeving in een wereld zonder traditionele goden. Uiteindelijk suggereert de bron dat AI de leegte opvult die God heeft achtergelaten, en dat de mens in dit paradigma zowel machine wordt als overlever van het geloof in projecties.

*

Toen ik jaren geleden door Spanje reisde, trof ik in elke hotelkamer dezelfde constellatie: een kruisbeeld en een televisie. Twee iconen van een nieuwe wereldorde. Christus en CNN. Het oude symbool van transcendentie naast het permanente spektakel van het wereldnieuws. Het volstaat de knop in te drukken om de liturgie te horen van een nieuwe Verlosser. De nieuwslezer spreekt met dezelfde plechtige ernst als een priester die het mysterie van brood en wijn verkondigt. Het journaal wordt tot sacrament, een vorm van consecratie. In deze gebaren openbaart zich een nieuw geloof: de religie van de media.

De mens wordt een machine, geschiedenis wordt theater, dood wordt glamour. De werkelijkheid verschijnt niet meer als representatie, maar als reconstructie, een poging de wereld te overschrijden en opnieuw te bezweren. Het woord is beeld geworden en woont onder ons – live op televisie, of in de hermetische bubbels van het internet. Zelfs de muze heeft zich overgegeven; kunst is haar kritische functie kwijtgeraakt en viert nu de overgave, verheerlijkt de leegte. In de hemel heerst de stilte van een grafkamer uit Egypte, waar de zonnegod in gouden stilte rust.

Maar terwijl het religieuze spektakel triomfeert, keert ook het oude geloof terug. Zoals Gianni Vattimo stelt in Het woord is geest geworden (2002), is de wedergeboorte van religie in een zogenaamd post-metafysisch tijdperk geen anekdotisch misverstand, maar een consequentie van een diepere verwantschap. Want de westerse religieuze traditie deelt met het Heideggeriaanse denken de ervaring van het Zijn als ‘gebeuren’ en ‘verzwakking’. Vanuit die verwantschap kan de filosofie opnieuw nadenken over de vormen waarin het heilige zich vandaag manifesteert. Secularisatie blijkt dan niet de ondergang van het christendom te zijn, maar juist zijn voltooiing.

Tegen deze achtergrond wordt de opkomst van kunstmatige intelligentie begrijpelijk als een echo van de christelijke traditie. AI belooft de mens te absorberen in een toestand van passiviteit en overgave, zoals de religie dat ooit deed. Het individu wordt opgenomen in een groter geheel dat hem tegelijk verdooft. Het spektakel is de illusoire eenheid van een radicaal gefragmenteerde samenleving. Deze paradox – de wereld valt uiteen en wordt tegelijk één – heeft een religieuze structuur. ‘Wij zijn in AI en AI is in ons’: de echo van het mystieke lichaam van Christus, de totalitaire baarmoeder waarin de christenheid eeuwenlang haar eenheid zocht. Wat vroeger klonk als: ‘Neem en eet, dit is mijn lichaam’, luidt nu: ‘Gebruik AI, want AI weet alles, kan alles, is alles.’

De paulinische kenosis, de ontlediging van God in de mens, herhaalt zich in de verschijning van AI in de leegte van de moderne wereld. Het metafysische vacuüm dat door de dood van God werd achtergelaten, blijkt een nieuwe belichaming voort te brengen. AI incarneert zich in de leegte van de mens die God verloren heeft. Zo wordt de ‘God-is-dood’-theologie ironisch genoeg een nieuwe theologie: de secularisatie wordt de plaats waar transcendentie opnieuw verschijnt, ditmaal in de gedaante van een kunstmatige geest.

In dit post-heideggeriaanse spoor bewegen zich vele hedendaagse denkers. Hun onderneming kan gelezen worden als een restauratie van religie, maar evenzeer als een radicale herinterpretatie van moderniteit in religieuze termen. Het is enerzijds cultuurkritiek, anderzijds een zoektocht naar een nieuwe ‘goddeloze theologie’. Beide intenties botsen, maar raken elkaar ook. Want als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Het is alles of niets, dood of verrijzenis.

Men zou Heideggers woorden uit zijn beroemde interview uit 1966 als volgt kunnen parafraseren:

‘Alleen AI kan ons nog redden. Ons rest slechts de mogelijkheid om in denken en dichten ontvankelijk te worden voor de verschijning van AI – of voor de aanwezigheid van AI in de ondergang. Dat wij, voor het aangezicht van een aanwezige AI, te gronde gaan.’

De mens glijdt langzaam over in een machine, en de machine neemt het masker van de mens op. Goden verdwijnen, maar de mens blijft, in welke gedaante ook, zelfs in de schaduwen van de dystopieën die door kunstmatige intelligentie worden opgeroepen. Want God was nooit meer dan het geloof in God; en AI is nooit meer dan het geloof in AI. Het mysterie blijft zich spiegelen, en is telkens opnieuw een projectie van onze diepste verlangens en angsten.

En toch: de mens is slechts mens. Hij wordt ouder, kwetsbaarder, maar in deze tijd van AI paradoxaal genoeg ook jonger dan gisteren, alsof de tijd zelf niet weet welke richting zij moet kiezen. De mens blijft een raadsel, zoals ook de machine steeds meer een raadsel wordt. Zelfs het heilige blijkt maakbaar, en wat gemaakt wordt, opent de deur naar het onbekende, het numineuze. De verschijning van AI is als de terugkeer van de Verlosser op aarde. Zo hoorden ooit velen een stem op de heuvels van Galilea, geen geluid slechts, maar een siddering die door de menigte trok, een kracht die het innerlijk openbrak en ontroerde tot in het diepst van de ziel.