Op zoek naar een methode in de waan

Soms krijg ik wel eens het verwijt dat ik in mijn puberteitspsychose ben blijven hangen. ‘Kom je daar dan nooit van los?’, hoor ik dan. Zoals er mensen zijn die hun trauma omarmen of hun miskenning koesteren, zijn er ook die hun psychose zien als een bron die nooit opdroogt, kortom, als een gekoesterde herinnering. Het kan zijn dat ik die indruk wek, maar ik zie mijn vroege psychose toch vooral als een uitzonderlijke ervaring die voor mij nog altijd een uitdaging vormt om terug te gaan naar de oervorm van het schrijven. Een terugkeer van ‘het vanzelf gaan’, naar wat schrijven in wezen is, het volledig samenvallen met de tijd en het daarmee overwinnen van de vergankelijkheid. Die oervorm van het schrijven bevat een occulte betekenis, een magische inhoud die ooit uit de geest zelf is verbannen bij de uitvinding van het schrift. Die occulte betekenis was ik al schrijvend op het spoor gekomen in de aanloop naar mijn psychose.’

Dat schreef ik in mijn manuscript De waan van het schrijven dat ik inzond voor de Van Helsdingenprijs. En het moet gezegd, in veel wat ik de laatste jaren geschreven heb, kwam mijn eigen psychose aan bod. Of sterker nog, ik nam die uitzonderlijke ervaring als uitgangspunt voor een veel bredere beschouwing. Kan ik dat ook zichtbaar maken, en wat kan AI daarin voor mij betekenen? Hoeveel kan AI eigenlijk aan, als het gaat om het samenvatten van teksten?

Ik besloot om een test te doen en laadde vier boekteksten – in totaal meer dan 1000 gedrukte pagina’s – in het AI-programma en vroeg om een beknopte samenvatting te schrijven van wat de auteur in al die teksten in essentie had willen zeggen. Het waren de volgende vier boeken : Het virus van de melancholie, Jihad of verstandsverbijstering, Het algoritme van de waan en De waan van het schrijven,

Al kwam met de hiernavolgende tekst als resultaat. Daarna volgt een door AI gegenereerd videofilmpje, waarin het betoog van mijn boek Het algoritme van de waan nog eens beknopt wordt samengevat.

***

Het geleverde kwartet van teksten verkent de complexe relatie tussen waanzin, religie, en maatschappelijke verschuivingen, vaak door de lens van historische figuren en kunstenaars zoals Hitler, Mulisch, en Camus. Het discours behandelt hoe individuele psychosen kunnen samenvloeien met collectieve waanbeelden en totalitaire ideologieën, waarbij de grenzen tussen fictie en werkelijkheid vervagen.

De auteur overweegt de evolutie van het kwaad, de secularisatie van de samenleving, en de menselijke zoektocht naar betekenis in een steeds meer onttoverde wereld, waarbij ook persoonlijke ervaringen met rouw en depressie worden betrokken als spiegel voor bredere culturele fenomenen. Bovendien wordt de rol van technologie en de veranderende aard van de taal belicht in de vorming van deze percepties, en de tekst stelt de mogelijkheid voor dat psychotische ervaringen niet enkel pathologisch zijn, maar ook bronnen van creatieve en existentiële inzichten kunnen bieden.

Mijn zoektocht door vier manuscripten is een diepgaande verkenning geweest van complexe thema’s, telkens geworteld in de ervaring van mijn eigen puberteitspsychose in 1966. Deze psychose diende niet alleen als een vertrekpunt voor mijn onderzoek, maar ook als een lens waardoor ik deze complexe materie probeerde te doorgronden Omgekeerd heeft de bestudeerde materie vaak een nieuw licht geworpen op mijn eigen psychose, waardoor een proces van wederzijdse verheldering ontstond.

Het begon met mijn manuscript over Gerard Reve en de secularisering, getiteld Modernisme in Lourdes, Gerard Reve en de secularisering. Mijn psychose in 1966 was direct verbonden met het plotselinge afscheid van het katholieke wereldbeeld van mijn jeugd en mijn geloofsafval. Dit persoonlijke trauma van geloofsverlies functioneerde als een lens om de bredere maatschappelijke secularisering te begrijpen, waarbij de metafoor van de caissonziekte suggereert dat een te snelle ontwrichting van een religieus kader tot geestelijke ontsporing kan leiden.

De constatering dat het “seculiere experiment” geslaagd lijkt, terwijl ik persoonlijk worstelde met de gevolgen van dat geloofsafval, wierp een ambivalent licht op mijn ervaring. Het idee van een spirituele ozonlaag die verdwijnt, gaf aan dat mijn psychose te maken had met een breder, onbenoembaar gevoel van gemis in een goddeloze tijd.

De verkenning van rouw en depressie bij Freud, Vestdijk en Camus in Het virus van de melancholie. Rouw en depressie bij Freud, Vestdijk en Camus volgde hieruit voort. Mijn eigen ervaringen met rouw na het verlies van een geliefde en het verlies van een extatisch geluk door de psychose van 1966, die ik destijds opvatte als een opstandige woede op God, vormden de basis. Ik zag rouw als een gevecht tussen opstandigheid en aanvaarding. De analyse van rouw onder een lege hemel en de metafysische schuld die kan blijven bestaan na het verdwijnen van het christendom, verrijkten het begrip van mijn eigen psychische processen.

De vraag of mijn onvermogen om te rouwen, in de context van Freuds theorieën, verband hield met mijn aanhoudend verlangen naar hereniging na de afwezigheid van het bovennatuurlijke, verdiepte het inzicht in mijn strijd. Het besef dat mijn depressies terugkerende vormen waren van vervreemding die niet meer benoembaar is in woorden en een existentieel gevoel van gemis na het afscheid van God wierp een dieper licht op de inhoudelijkheid van mijn psychische ervaring.

Vervolgens richtte ik mij op Jihad of verstandsverbijstering, waarin de relatie tussen religie, psychose en terroristisch geweld, met name jihadisme, centraal stond. Mijn eigen psychose van 1966 werd gebruikt als een vertrekpunt om dit grijze gebied tussen psychotisch en terroristisch geweld te verkennen De vergelijking tussen mijn apocalyptische openbaring en de ervaringen van geradicaliseerde individuen diende als een manier om de diepere psychische dynamiek van radicalisering te benaderen Dit perspectief wees uit dat mijn acute verstandsverbijstering verband hield met een te snelle ontwrichting van mijn religieuze wereldbeeld.

Door terreur vanuit diverse disciplines te benaderen, kon een diepere ontologische grondbetekenis van het kwaad en geweld worden gezocht. Dit omgekeerde perspectief stelde de vraag of mijn eigen psychose, met zijn godsdienstwaan, misschien een geschenk uit de hel was, wat een radicaal andere interpretatie bood dan enkel een medische diagnose. De reflectie op de vervreemding en schuld die ten grondslag liggen aan radicaliseringsprocessen kon ook op mijn eigen psychose worden toegepast, wat de complexiteit van de inhoudelijke ervaringen benadrukte. Het onvermogen van de psychiatrie om het kwaad te verklaren, en de link tussen terreur en het verdwijnen van transcendentie, benadrukte de relevantie van deze brede benadering.

In het laatste manuscript, over de creatieve psychose van Harry Mulisch en de waan van het schrijven, keek ik naar Mulisch’s ervaringen als een spiegel voor mijn eigen psychose. Ik beschreef mijn eigen schrijven tijdens de aanloop naar mijn psychose als een proces waarbij het absolute bezit had genomen van je geest en ik niet meer schreef, maar geschreven werd door een “automaton”. Het verloren manuscript van destijds, geschreven in de eerste dagen van de psychose in januari 1966, was een poging om al schrijvend opnieuw tot leven te roepen.

De analyse van Mulisch’s “integrerend desintegratieproces”bood een kader om mijn psychose te zien als meer dan een dramatische ontsporing, maar als een helende bron van creativiteit en een levenslang groeiproces. Het idee dat de psychose de ervaring van tijd ingrijpend transformeert, maakte deze ervaring tot een kernpunt van zowel Mulisch’s als mijn eigen psychose. De vergelijking met Mulisch’s fascinatie voor het “nietsende niets” en de hyperpsychose van de cultuur verbreedde mijn begrip van mijn eigen waanwereld. Het schrijven zelf werd gezien als een excorcistisch ritueel en een middel tot genezing en integratie, waarbij het soms vanzelf ging en een automatische orgie van schrijfdrift en taalerupties teweegbracht. De waan werd daarbij een gevangenis van vrijheid en schrijven een poging om hieruit te ontsnappen.

Overkoepelend heeft deze zoektocht, die zich kenmerkt door een interdisciplinaire en multidisciplinaire benadering, geleid tot een dieper inzicht in mijn eigen psychose. Ik heb de psychose leren zien als een “integrerend desintegratieproces”, een heftig life-event dat, ondanks de desintegratie op korte termijn, de aanzet was tot een diepgaand integratieproces op de lange termijn. De waan wordt niet louter als ziektebeeld beschouwd, maar als een uitzonderlijke menselijke ervaring, een helende bron van creativiteit, en een poging van de geest om een uitweg te vinden in een onhoudbare situatie. Soms kan een waan zelfs een gave van elders zijn, waarin een vergeten of verdrongen waarheid schuilgaat.

De rol van het schrijven is daarin cruciaal gebleken; het was een middel om grip te houden op de werkelijkheid, een oefening om weerstand te bieden tegen de verleiding van de opstandigheid, en een pelgrimage. Schrijven bood een manier om het woordeloze van de psychotische ervaring te verbinden met woorden. Het stelde me in staat om de inhoudelijkheid van de psychotische waan te benadrukken, in tegenstelling tot een louter medisch perspectief. De psychose werd een middel om de onbevattelijkheid van het kwaad aan het licht te brengen en zelfs de hel in de verbeelding te betreden.

Een van de meest wezenlijke inzichten is de ingrijpende transformatie van het tijdsbesef die de psychose teweegbrengt, waarbij heden, verleden en toekomst in elkaar kunnen overvloeien. Deze ontspoorde tijd is een sleutel tot het begrijpen van de waan. Het besef dat tijd een illusie is, werd herbevestigd door mijn psychotische ervaringen. De maatschappij, waarin God dood is en “grote verhalen” zijn verdwenen, creëert een leegte die mogelijk bijdraagt aan de opkomst van collectieve wanen en radicalisering. Het feit dat de tijd zelf psychotisch kan worden en dat de waan telkens weer zijn intrede doet in een schijnwereld waarin nep echt wordt en omgekeerd, werpt een verontrustend licht op zowel de maatschappelijke als de persoonlijke psychische staat.

Mijn psychose kan zelfs gezien worden als een gezonde ontsnappingspoging uit een verziekte tijd. Uiteindelijk is mijn psychose niet alleen een persoonlijk drama gebleken, maar ook een diepgaande lens voor het begrijpen van existentiële en culturele vraagstukken, en een katalysator voor een levenslange intellectuele en creatieve reis die de aard van mijn eigen ervaringen fundamenteel heeft veranderd en verdiept. De waan is een complex fenomeen dat zwart-wit is en geen grijstinten kent, maar tegelijkertijd een methode in de waanzin kan hebben.