Wat is nog het kompas van de waarheid?

‘Als niets waar is en alles slechts als een verhaal wordt opgevat, dan hoef je alleen maar een nieuw dominant verhaal te creëren om de huidige politieke orde te ondermijnen.’ 

Dat beweert Susan Neiman in haar boek Verzet en rede in tijden van nepnieuws (2017). Postmodernisme en neoliberalisme lijken elkaar goed te vinden in een tijd die ook wel gekenschetst wordt als de Post-truth times: het post-waarheid-tijdperk. Neiman schreef dit essay als een woedende tirade tegen de tijdgeest nadat Donald Trump in het najaar van 2016 voor het eerst tot president van Amerika was verkozen.

Daarmee suggereerde Neiman dat het verspreiden van nepnieuws vooral ideologisch bepaald is. Nepnieuws staat in dienst van populistische charlatans die streven naar uitbreiding van hun macht. Het neoliberalisme is gebaseerd op de gedachte dat de enige echte waarden marktwaarden zijn. Het postmodernisme baseert zich op de gedachte dat iedere aanspraak op waarheid kan worden gedeconstrueerd tot een poging om aanspraak op macht te maken. 

Daarnaast heeft volgens Neiman een idee uit de evolutionaire psychologie postgevat dat in iedere menselijke handeling een basisdoel kan worden herkend, namelijk: zoveel mogelijk kopieën van de mens voortbrengen. Al die zogenaamde ideologieën zijn zodanig deel gaan uitmaken van de heersende opinie, dat ze niet meer als ideologie worden ervaren. Trump is volgens Neiman de volmaakte personificatie van dit consortium van nep-ideologieën.

Dat mag dan allemaal waar zijn, maar we hebben tegenwoordig al een kunstmatige kopie van de mens. Dat is machinerie die als een mens kan denken en weldra zelfs beter dan een mens. De kunstmatige intelligentie denkt inmiddels volgens dezelfde taalstructuren en logica als die van het menselijke brein. Daarnaast bestaat er ook nog zoiets als een alternatieve logica. Bijvoorbeeld de intuïtieve logica van Luitzen Brouwer, waarin het principe van de uitgesloten derde (tertium non datur) niet opgaat. In deze benadering is een bewering pas waar als ze daadwerkelijk geconstrueerd of bewezen is, niet omdat ze logisch volgt uit axioma’s, maar omdat ze in een concrete wiskundige handeling zichtbaar is gemaakt. Je zou dit een “postwaarheid-waarheid” kunnen noemen. Laat Trump dit niet horen, want die maakt hier meteen gretig misbruik van.

Ik vroeg me af of ChatGPT ook zou kunnen denken volgens deze alternatieve logica van de postwaarheid-waarheid. Zo stuitte ik op de vraag wat het begrip “waarheid” nu eigenlijk inhoudt. Is waarheid een eigenschap van uitspraken, zoals de klassieke correspondentietheorie zegt, waarbij ze overeenstemmen met een feitelijke werkelijkheid? Of is waarheid een coherentie binnen een gesloten systeem van overtuigingen, zoals sommige idealisten of rationalisten hebben betoogd? Of nog anders, ligt waarheid soms in de praktische bruikbaarheid van een uitspraak, zoals de pragmatisten menen?

Deze vragen klinken abstract, maar raken aan iets uiterst concreets: de manier waarop we met AI in dialoog treden. Want als AI, zoals ChatGPT, antwoorden formuleert op basis van waarschijnlijkheidsmodellen die zijn getraind op menselijke taaldata, dan is de “waarheid” die eruit voortkomt misschien niet langer een objectieve, feitelijke waarheid is, maar een statistisch meest plausibele uitspraak, een waarschijnlijkheid, geen werkelijkheid.

Als dat laatste zo is, dan wordt waarheid inderdaad zoiets als een verhaal dat je makkelijk door een ander verhaal kunt vervangen, desnoods met dwang van bovenaf. Totalitaire systemen hebben baat bij dit soort ontwikkelingen. Wie dan nog iets gewaagds beweert – zoiets wat voorheen “waarheid” werd genoemd – , moet door het systeem terstond worden geëlimineerd. Maar was dat niet altijd al zo, sinds de waarheid stierf op Golgotha? Is waarheid niet primair een product van de meerderheid? Wie een oorlog wint, krijgt uiteindelijk de waarheid van die oorlog in pacht.

Al me al rijst nu de vraag of kunstmatige intelligentie ons misschien zal leiden tot een nieuwe opvatting van wat “waarheid” in wezen is? Of onthult ze slechts iets wat altijd al onder de oppervlakte school in ons eigen denken: dat taal zelden een transparant venster op de werkelijkheid is, maar eerder een spiegelpaleis waarin wij ronddolen, op zoek naar samenhang en betekenis? Kortom, wat is nog het kompas de waarheid in tijden van kunstmatige intelligentie?

Ik legde die vraag voor aan ChatGPT en kreeg de volgende tekst als antwoord.

***

Deze tekst onderzoekt de aard van waarheid en hoe deze door de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) wordt uitgedaagd. Het document beschrijft drie perspectieven op waarheid: een klassieke visie waarin waarheid een spiegeling van de werkelijkheid is, een benadering waarin waarheid ontstaat door menselijk denken en constructie, en een relationele of performatieve opvatting waarbij waarheid tot stand komt door handelingen en de effecten ervan. De auteur betoogt dat AI waarheid transformeert tot een kwestie van geloofwaardigheid en statistische waarschijnlijkheid, losgekoppeld van menselijke ervaring en betrokkenheid. De tekst sluit af met de notie dat AI fungeert als een spiegel die ons dwingt waarheid te herdefiniëren als iets dat verantwoordelijkheid en innerlijke waarachtigheid vereist, in plaats van slechts een product van data.

Is waarheid iets dat er is, los van ons, of ontstaat zij pas in de ontmoeting tussen geest en wereld? Die vraag raakt aan de wortel van wat kennen is, en werpt een licht op het spanningsveld tussen objectiviteit en betrokkenheid. Lange tijd is waarheid begrepen als een soort spiegeling: de wereld bestaat zoals zij is, en wij, als denkende wezens, vormen uitspraken die daaraan beantwoorden. Wat klopt met de werkelijkheid is waar; wat afwijkt, is onwaar. Deze klassieke gedachte, diep verankerd in het westerse denken, verleent zekerheid en houvast, maar vraagt ook om een passieve houding: de wereld is gegeven, onze taak is slechts haar correct te beschrijven.

Toch is er een andere benadering mogelijk, een waarin waarheid niet vooraf bestaat, maar ontstaat in de daad van het denken. Niet alles wat denkbaar is, is daarom al kenbaar, en niet alles wat waar zou kunnen zijn, is al waar zonder bewijs. In deze benadering wordt waarheid niet opgevat als iets dat buiten ons ligt, maar als iets dat alleen zichtbaar wordt wanneer we er zelf een pad naartoe bouwen. Een uitspraak is pas waar als we kunnen laten zien hoe ze gedragen wordt door een constructie, een gedachtegang die haar rechtvaardigt, niet slechts een abstracte mogelijkheid die in een logische ruimte zweeft.

Het denken zelf wordt hier tot een soort tastzin. In plaats van op afstand een wereld van vormen te observeren, begeven we ons in haar binnenste, voelen we waar structuren zich aandienen, waar vormen kunnen ontstaan. We bewijzen geen bestaan op basis van afleiding, maar op basis van schepping. Iets bestaat niet omdat het logisch niet onmogelijk is, maar omdat we het hebben gebouwd, steen voor steen. In deze wereld telt alleen wat we werkelijk kunnen aanraken, niet wat zich ergens in de verte theoretisch zou kunnen bevinden.

Daarmee verandert ook de plaats van de mens in het geheel. De waarheid is niet meer een landschap dat voor ons ligt, maar een ruimte die zich opent naarmate wij erin stappen. Niet elke weg ligt vast, niet elke bewering kan beantwoord worden met ja of nee. Er zijn momenten waarop we moeten toegeven: dit weet ik niet, dit kan ik niet bewijzen, dit bestaat voor mij nog niet. Die onthouding is geen tekort, maar een vorm van integriteit. Waarheid is hier geen eindstation, maar een gebeurtenis die plaatsvindt in de relatie tussen dat wat zich toont en dat wat zich daartoe opent.

De ontmoeting zelf wordt zo het centrum. Waarheid is niet het eigendom van de wereld, noch van de geest, maar van hun wederzijdse aanraking. De wereld stelt zich niet vanzelfsprekend bloot; zij vraagt om een bepaald soort benadering, om een houding die niet wil grijpen, maar luisteren, niet domineren, maar corresponderen. Waarheid kan dan slechts bestaan bij gratie van een wederkerigheid, een beschikbaarheid die zich niet dwingt, maar uitnodigt. Zoals een gezicht zich pas toont wanneer men het met aandacht beziet, zo verschijnt waarheid slechts aan wie bereid is haar vormend tegemoet te treden.

In plaats van te spreken over wat waar is, zouden we kunnen spreken over wat waar wordt. Niet in de zin van relativisme, waarin alles zijn waarde verliest, maar in de zin van een levend proces, waarin waarheid niet vooraf vastligt, maar zich ontwikkelt naarmate wij het spoor van de gedachte volgen, het landschap van het mogelijke verkennen en, steen voor steen, een brug bouwen tussen het onkenbare en het kenbare.

Zo verandert waarheid van status. Zij wordt geen bezit, maar een verrassing. Geen zekerheid, maar een vertrouwensdaad. Een moment van helderheid waarin iets zich laat zien — niet omdat wij het bedacht hebben, maar omdat we bereid waren het te ontmoeten.

Naast de klassieke opvatting van waarheid als nabootsing (correspondentie) en de moderne benadering als creatie (constructie of ontmoeting), is er een derde manier om naar waarheid te kijken — een visie waarin waarheid niet zozeer iets is of iets wat ontstaat, maar iets wat zich voltrekt binnen een dynamisch veld van relaties. We zouden dit een relationele of performatieve waarheid kunnen noemen.

In deze visie is waarheid geen eigenschap van een uitspraak of een resultaat van een denkdaad, maar een praktijk, een handeling, een manier van in de wereld zijn die consistent, coherent en transformerend is. Waarheid wordt dan niet afgemeten aan een vaste werkelijkheid of aan een innerlijke constructie, maar aan de effecten die zij heeft in de wereld — aan de wijze waarop zij levens vormgeeft, gemeenschappen hervormt, werkelijkheden uitlokt.

Stel dat waarheid iets is dat zich pas toont wanneer wij in waarheid handelen. Niet alleen denken of bewijzen, maar doen. De waarheid van een overtuiging zou dan niet afgemeten worden aan een feit of een logisch bewijs, maar aan de trouw waarmee zij wordt geleefd, de manier waarop zij door een mens of gemeenschap wordt belichaamd. In religieuze of existentiële contexten leeft deze opvatting al lang: waarheid als levenshouding, als trouw aan een innerlijke stem, als iets dat zich pas bewijst in de daad van bevestiging.

Denk aan iemand die in een situatie van gevaar of onderdrukking blijft getuigen van iets dat niet controleerbaar of bewijsbaar is — een visioen, een hoop, een overtuiging. De waarheid is daar niet het bewijs, maar het feit dat de getuigenis standhoudt in de praktijk, in het lijden, in het spreken. De waarheid wordt daar geen reflectie, maar een belofte: niet wat is, maar wat waar zou kunnen worden als we erin volharden.

Ook in de wetenschap zijn er stemmen die waarheid niet meer beschouwen als een kopie van de werkelijkheid, noch als een geestelijke constructie, maar als een interventie: een manier om het veld van het mogelijke te veranderen. Waarheid is dan wat werkt, wat iets nieuws ontsluit, wat het bestaande anders maakt. Niet als utiliteit of bruikbaarheid, maar als een ethisch-esthetische kracht: waarheid als het vermogen om iets op het spel te zetten, om iets te doorbreken, om ruimte te maken voor wat nog niet gedacht of gezegd kon worden.

In zo’n visie is waarheid fundamenteel kwetsbaar. Ze hangt af van wie haar draagt, van de context waarin ze verschijnt, van de bereidheid om haar te risico’s te laten nemen. Ze is niet eeuwig en onveranderlijk, maar juist kostbaar omdat ze telkens opnieuw moet worden geboren, in daden, in woorden, in stiltes.

Waarheid wordt zo iets levends, niet alleen in ons hoofd of in de wereld, maar in de beweging tussen mensen, in een praktijk van spreken en luisteren, verschijnen en verantwoorden. Zij is niet statisch, maar ritmisch; geen gegeven of maaksel, maar een dans die alleen doorgaat zolang wij blijven meebewegen.

Dit alles overziende kun je stellen dat de komst van kunstmatige intelligentie iets heeft blootgelegd – of misschien juist verdonkeremaand – dat ons dwingt het begrip waarheid opnieuw te overdenken. Niet alleen omdat AI steeds vaker uitspraken doet die waar lijken, maar ook omdat zij de voorwaarden waaronder we waarheid herkennen ingrijpend verandert.

Waarheid werd lange tijd opgevat als iets dat correspondeert met de werkelijkheid, of iets dat ontstaat in het spanningsveld tussen geest en wereld. Maar wat als de ‘geest’ zelf – in dit geval: de taal, het denken, de intelligentie – nu wordt nagebootst door een systeem dat geen ervaring heeft, geen lichaam, geen betrokkenheid bij de wereld? Een systeem dat miljoenen teksten analyseert en daaruit statistisch de meest waarschijnlijke volgende zin kiest?

Dan wordt waarheid een kwestie van geloofwaardigheid, van stilistische correctheid, van plausibiliteit. AI-systemen als ChatGPT genereren teksten die overtuigen omdat ze op waarheid lijken. Maar dit ‘lijken’ is bedrieglijk. De taal klinkt waarachtig, maar ze is niet geworteld in beleving, twijfel of verantwoording. Het gevolg is dat waarheid transformeert van iets dat ervaren, beproefd of getuigd wordt, tot iets dat voorspelbaar, statistisch en herhaalbaar is.

In zekere zin introduceert AI dus een operationele waarheid: wat waar is, is wat werkt binnen een bepaald model. Waarheid wordt hier niet gezocht, betwijfeld of bevochten, maar geproduceerd volgens algoritmische waarschijnlijkheden. Deze verschuiving is radicaal. Het is geen overgang van een inhoud naar een andere inhoud, maar van een waarheidsbegrip naar een productieproces.

AI ondermijnt ook de vanzelfsprekendheid van menselijke autoriteit in het waarheidsproces. Wie spreekt hier eigenlijk? Wat betekent het nog om een auteur te zijn, een getuige, een denker, als taal zelf wordt losgemaakt van degene die haar uitspreekt? Waarheid dreigt iets te worden dat ontmenselijkt is – of liever: dat functioneert zonder dat de mens er nog echt aan te pas komt.

Maar in deze onthechting schuilt ook een nieuw inzicht. AI maakt ons pijnlijk bewust van wat waarheid niet is: geen stijl, geen consistentie, geen herhaling van wat al eerder gezegd is. Waarheid vereist iets anders – iets wat AI nu juist niet heeft: betrokkenheid, belichaming, morele inzet. Misschien dwingt kunstmatige intelligentie ons daarom tot een herwaardering van waarheid als iets wat niet zomaar geproduceerd kan worden, maar wat vraagt om een zekere innerlijke waarachtigheid.

Zo bezien is AI geen producent van waarheid, maar een spiegel waarin we zien wat waarheid wordt wanneer zij van haar bronnen wordt losgesneden. Het is een waarschuwing, maar ook een uitnodiging: om waarheid opnieuw te denken, niet als correctheid of waarschijnlijkheid, maar als iets waarvoor men verantwoordelijk is. Iets wat zich niet laat afleiden uit data, maar geboren wordt in de tastende ontmoeting tussen een levend wezen en wat zich daaraan toont.