De digitalisering van het wereldbeeld

In 2011 werd ik uitgenodigd om een lezing te houden op de Nacht van de Filosofie. Als onderwerp koos ik De schoonheid van het echte leven (op internet). Gezien de huidige ontwikkelingen met AI – met vervagende grenzen tussen echt en onecht – lijkt mijn verhaal van destijds ineens opvallend actueel.  In de aanloop van mijn lezing publiceerde ik dagenlang verhalen op mijn blog om alvast wat in de stemming te komen. Ik had mijn eigen ervaringen als blogger als uitgangspunt genomen om de intensieve veranderingen in de realiteitservaring te verkennen. Niet alleen mijn wereld bleek veranderd door de digitale ontwikkelingen, ook mijn wereldbeeld bleek gedigitaliseerd. Zo zag de powerpoint-presentatie bij mijn lezing er uit:

Gisteren vroeg ik aan AI om al die verhalen voorafgaand aan mijn lezing om te smeden tot een sluitend betoog. Met daar achteraan de gebruikelijke dialoog tussen een man en een vrouw. 

***

De onderstaande tekst verkent de complexiteit van “het echte leven” in het digitale tijdperk, waarbij de auteur zijn eigen ervaringen met webloggen als uitgangspunt neemt. Het bespreekt hoe internet de identiteit beïnvloedt, anonimiteit aantast en virtueel exhibitionisme stimuleert, terwijl het ook fungeert als een middel voor zelfexpressie en zingeving. Er wordt een vergelijking gemaakt tussen de postmoderne mens en historische periodes, zoals de jaren ’50 en de opkomst van het schrift, om de verschuiving in perceptie van de werkelijkheid en authenticiteit te analyseren. De bron reflecteert op de illusie van eerlijkheid in geschreven communicatie, de transformatie van taal naar een vloeibare, beeldgedreven vorm door internet, en de filosofische implicaties van cyberspace als een nieuwe “werkelijkheid” of zelfs een surrogaat voor transcendentie. Tot slot wordt de relatie tussen technologie, bewustzijn en de zoektocht naar betekenis in een steeds meer gemedialiseerde wereld kritisch onderzocht.

Toen ik in 2006 met het schrijven van een dagelijks blog begon, had ik geen benul in welke werelden een weblog je allemaal kan brengen. Vaak voelde ik alsof ik een eigen medium had gecreëerd, wat leidde tot onverwachte contacten en toeschrijvingen van deskundigheden die ik niet bezit. Wat ik echter enorm heb onderschat, zijn de psychologische effecten die een eigen weblog op je kan hebben. Het kan een ware ballast worden, waardoor je je door iedereen bekeken voelt, wat bij mij zelfs tot een lichte vorm van paranoia kan leiden. Soms moest ik stoppen met bloggen, maar de drang keerde altijd terug. Het is een heuse verslaving geworden, waar ik bang ben nooit meer vanaf te komen. Dit blog is een gezonde uitlaatklep en een bron van voldoening, en toch: door mijn weblog ontstond een imago dat niet altijd overeenkomt met wie ik werkelijk ben. Maar wie ben ik eigenlijk werkelijk?

“Het echte leven ontglipt ons, hoe meer we ons virtueel manifesteren op weblog, Facebook en Twitter”. Deze gedachte heeft me vaak beziggehouden. Moet ik nu ook zo’n somber verhaal ophangen over identiteitsverlies? We leven in een tijd van het ‘dikke ik’, getypeerd door filosoof Harry Kunneman als het moderne ego dat alle waarden uit zichzelf moet halen, resulterend in een ‘verlies van horizon’. Dit kan leiden tot een gevoel van vertwijfeling, als een ‘ziekte van Narcissus’.

Dit gevoel van onthechting is niet nieuw. Elias Canetti en Baudrillard spraken al van een punt in de geschiedenis waarop de realiteit ophield te bestaan, en we sindsdien in een schijnwereld leven, een ‘onecht leven zonder exit-strategie’. Het gevoel dat hierbij hoort, is landerigheid – een structurele verveling, een houding van zinloosheid. Sociologen als M.L. Langeveld zagen naoorlogse jongeren gedrag van films imiteren, waardoor de film de norm werd voor het echte leven, en ‘het echte leven steeds meer een film’. Deze observatie doet me denken aan mijn eigen jeugd, waar elk woord hol en onecht klonk, alsof ik een marionet was in een filmscène. 

De naoorlogse literatuur, vaak gekenmerkt door mistroostigheid en landerigheid, toonde een onmacht om de ander te bereiken en een gekoesterde eenzaamheid. “Het echte leven” werd een dekmantel voor een afgrondelijke leegte; de ervaring van echtheid een ontkenning van het ontbreken van houvast in de werkelijkheid. Ook vandaag de dag blijft het leven onecht als de verbeelding te veel ruimte krijgt. Nietzsche en Freud hebben de waarheid niet langer als tegenpool van de verbeelding gezien, en in onze postmoderne tijd verklaren we elke waarheid nietig om onszelf als ‘echte’ buitenstaander te positioneren. Het postmoderne levensgevoel is dat van Truman in The Truman Show: de gewaarwording dat ‘het echte leven’ aan je voorbijgaat.

De paradox van online identiteit is pijnlijk duidelijk. Een weblog creëert een eigen werkelijkheid. Je anonimiteit wordt aangetast, je wordt ‘publiek bezit’. Compleet onbekende mensen menen alles van je te weten. Een weblog is fictie in de werkelijkheid zelf, een soort roman. Al schrijvend neem je ongemerkt een pose aan. Dit heeft iets fascinerends, maar is niet zonder gevaar: je weet niet precies wat je doet, en de effecten zijn onoverzienbaar. Het internet tast ons gevoel van identiteit aan door de mogelijkheid om onszelf eindeloos te representeren en reproduceren, waardoor het probleem van Descartes – het onderscheid tussen ‘ik’ en ‘de wereld’ – in een nieuwe, schizoïde gedaante terugkeert. Volgens Marc de Kesel lijken we in het tele-technische netwerk ‘op een rare manier vervreemd van onszelf’, alsof elke mail die we versturen het bericht van onze eigen dood verzendt.

Eerlijk schrijven over jezelf is een illusie. Stine Jensen stelt dat sociale media het lekken van ‘intiem kapitaal’ enorm faciliteren, wat leidt tot virtueel exhibitionisme en een pervers genoegen om onze intimiteit in een ‘zwart gat’ te laten verdwijnen. De diepste westerse verlangens naar transcendentie, naar overschrijding van fysieke grenzen, vinden hier een onverwachte uitlaatklep. Maar is eerlijkheid überhaupt mogelijk zodra je jezelf in de publieke ruimte manifesteert? Een mens schrijft over zichzelf om zichzelf te verhullen, niet om zich te tonen. De geschreven ‘ik’ is per definitie een leugen. “Wie ‘ik’ schrijft, is die ‘ik’ niet, nooit geweest ook” Mijn eigen weblog zie ik dan ook als een mengeling van bekentenis en maskerade, waar feit en fictie voortdurend vermengen. Ik speel voortdurend een spel met mezelf en word elke dag weer iemand anders.

Hedendaagse hersenwetenschap, met figuren als Dick Swaab en Victor Lamme, stelt dat de vrije wil mogelijk een illusie is. Alles waartoe we besluiten, is al binnen het brein besloten, en de bewustwording van dit besluit komt altijd achteraf, waarna de voorgeschiedenis wordt gewist om de illusie van autonoom gedrag te creëren. Met dit besef kan een mens niet leven. Toch beweerde Ivan Wolffers: ‘De mens is een verhaal en geen voorschors.’ Het verhaal dat we over onszelf vertellen, daar gaat het uiteindelijk om. Dit weblog is mijn verhalenmachine, mijn ‘babbelbox’. Het is een poging om de wereld te vangen in een web van verhalen en om de breuklijnen in mijn eigen levensverhaal te lijmen.

Het internet werkt ook zo. Het is één grote verhalenmachine, net als mijn brein en dit weblog. Kleine verhalen knopen zich vast aan grotere, tot één groot verhaal, en zo ontstaat een bezield verband. Het bewerken en combineren van reeds bestaande teksten, een soort détournement, leidt tot een ‘verhalenmachine van nieuwe verhalen’. Het internet is een gigantisch brein dat op het punt staat geboren te worden, een organisch gegroeid weefsel van teksten. Dit doet denken aan symbiogenese, een fenomeen waarbij nieuwe organismen ontstaan door symbiotische samensmeltingen, een alternatief voor Darwins evolutietheorie. Het bewustzijn zelf blijft echter in laatste instantie onverklaarbaar. Het brein is een ‘Russisch ei’ dat zich eindeloos laat uitpakken, maar nooit laat ontraadselen; in elk ei zit een nieuwe black box.

De willekeur waaruit een vraag of antwoord kan voortkomen – de contingentie van het denken – is wonderlijk. Een briljante gedachte kan ontstaan door een absurde confrontatie, zoals bij de moleculair bioloog S.E. Luria die zijn Nobelprijs-idee kreeg bij een gokautomaat. Dit is volslagen irrationeel, en toch ontstaat er een hyperrationeel verband.

De digitale transformatie van ons wereldbeeld is diepgaand. Jos de Mul spreekt over de ‘digitalisering van het wereldbeeld’. Dit proces creëert een nieuw ‘oer-format’ waarin mensen denken en fantaseren. Net zoals de boekdrukkunst onze manier van denken veranderde door ons letterlijker te laten denken, zo maakt internet ons weer ‘beeld-denkers’. Structuur en beeld worden belangrijker dan letterlijke tekst. De ‘generatie Einstein’ slaat feiten over en focust op het herkennen van patronen en het maken van nieuwe verbindingen, aangezien feiten met een simpele zoekopdracht op internet te vinden zijn. Eruditie verandert van aard; oude geletterdheid belemmert de creatieve geest.

De dominantie van het beeld is een kenmerk van onze tijd, wat Vilém Flusser beschrijft door te stellen dat beelden geen vensters meer zijn, maar vlakken die alles in ‘connectiviteiten’ omzetten. Ze zijn magisch geworden, maar tegelijkertijd verliezen ze hun authentieke waarde door manipulatie en overvloed. Dit leidt tot een ‘beeldindigestie’. In deze maalstroom is de taak van de kunstenaar om beelden te produceren die weerstand bieden en wrijving geven. Kunst wordt mediakritiek, en mediakritiek wordt kunst. De esthetische dimensie van weleer verplaatst zich naar ‘het echte leven’ – het leven dat als ‘echt’ ervaren moet worden, maar dat allang niet ‘echt’ meer is. De cultivering van het esthetische in het bestaan is een substituut geworden voor een gebrek aan teleologie, aan zin en bestemming.

In een post-God tijdperk, waar de grote verhalen zijn verdwenen, keert de levenskunst terug. Het leven moet een kunstwerk worden, een esthetische ervaring. De vraag is hoe je gelukkig kunt leven als het bestaan absurd is en er geen hiernamaals of God meer is. Deze moderne levenskunst is een kunstvorm zonder doel, losgezongen van theologie en teleologie.

Internet biedt een nieuwe vorm van transcendentie. Margaret Wertheim vergelijkt cyberspace met het Nieuwe Jeruzalem, een immateriële, tijdloze ruimte die openstaat voor iedereen met een computer en internettoegang. Het is een technologische versie van de wereldgemeenschap. Internet herinnert ons echter ook aan de aloude gewaarwording dat het hier en nu een fictie is.

De opkomst van internet en sociale media gaat gepaard met mondiale machtsverschuivingen, vergelijkbaar met de val van Rome en de opkomst van het christelijk ruimteconcept. De media, met name de interactieve media, doorbreken de passiviteit van Debord’s ‘spektakelmaatschappij’, vooral in totalitaire regimes. Wat de impact is op het ‘geïntegreerde spektakel’ van de laat-kapitalistische maatschappij, is echter nog onbekend. Het ‘mystieke lichaam van internet’ geeft zijn laatste geheimen nog niet prijs. “The future is not ours to see”.

Mijn persoonlijke ervaringen met het weblog bevestigen de diepere veranderingen die het internet teweegbrengt. Het is een medium dat ons dwingt onze eigen identiteit, de aard van de werkelijkheid, en de concepten van ruimte en tijd constant te herdefiniëren. We ervaren een ‘gelijktijdigheid van het ongelijktijdige’, waarbij alles tegelijk gebeurt en niets meer te missen valt. De technologie heeft elke vluchtweg afgesneden; een e-mail komt altijd aan, een uitzending kan altijd opnieuw bekeken worden. Dit leidt tot het besef dat het ‘hier en nu’ zijn urgentie verliest. De wereld versplintert en wordt één, een vreemde paradox.

“Alleen op internet kan ik wonen,” schreef ik. Maar tegelijkertijd is het een onmogelijk verlangen om in een gedicht of op het internet te wonen, want ‘het leven valt niet samen met de literatuur’. Internet stelt ons de vraag wie de baas is in ons brein, en of we wel buiten onze representaties bestaan. Het is een continue zoektocht, een eindeloze gedachtegang van vraag naar vraag.

In deze constante stroom van informatie en beelden, waar het woord ‘stroom is geworden’ en de taal vloeibaar, blijft de vraag: hoe eindigt ons verhaal? Of is het al geschreven, omdat “alles er immers al is”? Het internet is een reële waanwereld in een spiritueel domein, waarin ons ‘ik’ wegglipt tussen innerlijke stem en de tekst die ‘ik’ schrijf. Het dwingt ons tot een voortdurende navelstaren, terwijl de grens tussen binnen en buiten vervaagt, en ons lichaam een ‘gemediatiseerd apparaat’ wordt om te overleven in de werkelijkheid. Buiten media bestaat er niets.

De droom van www is zowel een belofte als een benauwenis. Het is een nieuwe hemel en tegelijkertijd de bron van een existentiële crisis. We leven in een tijd die ons misschien opnieuw confronteert met de fundamentele, niet op te heffen tragiek van het menselijk bestaan. En als blogger blijf ik schrijven, navigerend op die ene golf tussen structuur en chaos, gewoonte en vernieuwing. “Het echte leven ontglipt ons. Uiteindelijk is echt alleen echt als er echt op staat”.