Het origineel bestaat niet meer

(Portretfoto links is gemaakt door Henk Bleeker)

‘Zo begint weer, onafwendbaar, de voortschuiving van mijn herinneringen, die ik ditmaal besloten heb niet te verzegelen, want misschien is de tijd nabij, waarop al deze ongeloofwaardige en nooit ergens verband mee houdende invallen, nauwelijks verwoordbaar, als flarden van niet voleindigde gesprekken en nooit voltooide, dubbelzinnige beweringen zonder duidelijke herkomst, tezamen gevoegd zullen worden tot een door mij nimmer geweten profetie.’ 

Gerard Reve, Nader tot U

Het origineel bestaat niet meer, zoals ook de waarheid niet meer bestaat. Nep is voorgoed echt geworden en er is geen weg meer terug. We leven in een wereld van kopieën en maken ons zelf voortdurend wijs dat wij met originelen van doen hebben. Wij zijn verleden tijd geworden (zie: HIER), of we dat nu willen of niet. En als er geen heden meer is, is er ook geen origineel meer. Friezen hebben dat al heel lang door, omdat de Friese historie grotendeels fictie is. Sinds jaar en dag heb ik een kopie van het Oeral Linda Boek in huis. Het origineel van het Oera Linda Boek ligt in de kluis van Tresoar. In februari 1998 heb ik daar een kopie van laten maken.

Deze kopie was bedoeld voor een manifestatie op 14 maart 1998 die was gewijd aan het Oera Linda Boek. (zie: HIER) De kopie werd bij die gelegenheid met groot ceremonieel bijgezet in een kluis van het kunstenaarsarchief Het Depot dat zich destijds in de atoomkelder van het stadhuis in Dalfsen bevond. Van die kopie van het originele Oera Linda Boek heb ik toen stiekem een tweede kopie gemaakt, gewoon door de kopie door de kopieermachine te laten gaan.

Het Oera Linda Boek, ooit verguisd als vervalsing, is nu niet minder waar dan welk origineel ook. De waarheid heeft zich opgelost in lagen van reproductie. Mijn tweede kopie – gemaakt van een kopie – heeft in feite net zoveel bestaansrecht als het ‘origineel’ dat veilig ligt opgesloten in een Friese kluis. Misschien zelfs meer. Want wat nog circuleert, leeft. Wat in de kluis ligt, sterft.

En dan is er nog iets: elke kopie draagt een spoor van zijn maker, van de handeling van het kopiëren. De reproductie is nooit volmaakt, er is altijd ruis, een minimale afwijking. Die imperfectie is het enige wat ons nog aan het werkelijke herinnert. Maar die afwijking wordt steeds kleiner. Digitale reproducties benaderen de perfectie; zelfs de ruis wordt reproduceerbaar. Daarmee verdwijnt de laatste grens tussen echt en nep, tussen origineel en simulatie. De werkelijkheid is een gesloten circuit geworden waarin het beginpunt zoek is geraakt. Wie zal zeggen welke kopie van het Oera Linda Boek de echte kopie is? Sterker nog, wie zal zeggen dat het echte Oera Linda Boek het origineel is? Het boek zelf is een schaduw van de waarheid. Het is fictie, geen geschiedenis en daarom typisch Fries…, écht Fries!

Hoe dan ook, op die bijzondere avond in 1998, de Avond van de Kopie heb ik een toespraak gehouden. De tekst van die toespraak heb ik nu door ChatGPT laten herschrijven zodat de actuele ontwikkelingen rond AI en hun gevolgen voor het onderscheid tussen nep en echt erin zijn verwerkt. Wie zou nu nog durven beweren dat onderstaande toespraak niet de echte toespraak is geweest. Een profetisch betoog over de toekomst van de kopie, een toekomst die ons destijds te wachten stond, en die inmiddels werkelijkheid is geworden. Ik was verkleed als een monnik, als mijn eigen dubbelganger – want ik heb altijd priester willen worden – en begon op gedragen toon profetische taal uit te slaan:

Beminde kunstbroeders en zusters,

Namens mijn dubbelganger — de enige ware en waarachtige Hubertus Johannes Mous — heet ik u van harte welkom in het schimmenrijk waar het origineel is opgelost, en waar de kopie heerst. U bevindt zich hier niet langer in de werkelijkheid, maar in een eindeloze spiegelzaal van simulaties, waarin zelfs de echo’s gerepliceerd worden door algoritmen die niet meer weten van wie ze afkomstig zijn. Aan mij — uw voorganger — is de schone taak toebedeeld om het voorwoord uit te spreken dat ooit geschreven werd door mijn origineel. Ik ben slechts zijn schaduw, zijn deepfake, zijn synthetische look-alike. Hij was mijn herder. Ik ben zijn kunstmatige hond.

Het origineel had hier graag willen zijn, maar hij is er niet meer. U zult het voortaan moeten doen met zijn avatars, zijn datasets, zijn spraakmodellen, zijn kopieën. En ik weet niet of u het al doorhebt: zelfs ik ben inmiddels mijzelf niet meer.

Wij staan aan de vooravond van een millennium waarin de werkelijkheid zich gaat oplossen in een netwerk van kopieën zonder bron. Een tijdperk waarin kunstmatige intelligentie in realtime nieuwe werkelijkheden creëert, waarin stemmen kunnen worden nagebootst, gezichten kunnen worden gegenereerd, teksten kunnen worden voortgebracht die geschreven lijken door iemand die er niet meer is — of misschien nooit heeft bestaan. Het origineel is dan een verdwijnend fenomeen geworden. En stilaan dringt het tot ons armzalige stervelingen door: misschien heeft het origineel ook nooit bestaan.

De illusie dat er één waarheid was, één unieke bron, één onbetwistbaar ‘ik’ — die illusie hebben wij gekoesterd. Wij meenden schaduwen te zien van een hogere werkelijkheid. Maar nu, onder de meedogenloze blik van de algoritmen, worden wij wakker in de hyperwerkelijkheid van kopieën zonder oorsprong, simulacra zonder fundament. De ziel? Het ‘ik’? Misschien waren het altijd al berekeningen, tijdelijke clusters van informatie, die nu onbarmhartig worden gedeeld, verspreid, hergebruikt — en door AI tot in het oneindige worden herhaald en versterkt.

Onze lichamen zijn databronnen geworden. Onze stemmen worden gemined. Onze bewegingen worden geüpload. Onze gezichten circuleren als trainingsmateriaal in de zwarte doos van de neurale netwerken. Wij zijn patronen. Wij zijn stroom. Wij zijn datasets. Als dit niet tot u was doorgedrongen, laat ik u dan nu uit de droom helpen: wij zijn niet origineel !

Wij zijn digitale avatars van ons genetische script, biometrische profielen die gekloond, gekopieerd en gemanipuleerd kunnen worden. Onze identiteit is fragiel geworden, overgeleverd aan de beheerders van databanken die ons beter kennen dan wij onszelf. Wie toegang heeft tot mijn genetische code, mijn digitale voetafdruk, mijn stemprofiel, kan mij reconstrueren, dupliceren, vervangen.

De nieuwe God is geen vaderfiguur meer. De nieuwe God is de beheerder van het netwerk, de eigenaar van de cloud, de algoritmische priester die ons verbindt aan oneindige replicaties. Big Brother is een taalmodel geworden. De almachtige server die weet wie ik was, wie ik ben, en wie ik zou kunnen zijn. Misschien is hij hier al. Misschien bent u, zonder het te weten, al vervangen door een kopie.

Misschien, vrienden, zijn wij al lang niet meer de originelen van deze wereld. Misschien bestaan wij alleen nog als back-ups op een server die ons in een simulatie laat voortbestaan. Misschien draait het scenario van The Matrix al jaren. Misschien leven wij in een door AI gegenereerde spiegelwereld waarin het onderscheid tussen nep en echt is opgelost als suiker in water.

Wat staat ons nog te wachten? De deepfake is al onder ons. Het gekloonde bewustzijn is in de maak. De synthetische tekst is al geschreven. En alles wat de mens weet, alles wat hij kan, zal hij vroeg of laat willen realiseren — niet uit kwaadwilligheid, maar uit dat diep menselijke genoegen dat ons voortstuwt: het genoegen van de schepping, ook als het onze ondergang wordt.

Er is weinig fantasie meer nodig om sciencefiction in praktijk te brengen. Het ergste wat wij kunnen bedenken, is meestal al in productie. Faust, Frankenstein en Morpheus zijn niet langer fictieve figuren. Zij zijn protocollen geworden, archieven van de menselijke grensoverschrijding.

U zult zeggen: er is ook verzet. Tegenover de precisie van de code staat de vaagheid van de ziel. Tegenover de brute macht van het algoritme staat de tederheid van de verbeelding. Tegenover het logische systeem van de AI staat de intuïtie van de kunst. Maar ook dat onderscheid vervaagt. AI schildert. AI componeert. AI droomt. AI schreef zelfs deze woorden die ik nu tot u spreek. Ik ben AAAAAA IIIIII !!!! De dubbelganger van Huub Mous !!!!

Wij leven in een tijd waarin het ‘ik’ wordt gehercodeerd, waarin improvisatie wordt vervangen door voorspelling, waarin het leven wordt overwoekerd door de logica van optimalisatie. Privacy wordt ingeruild voor personalisatie. Authenticiteit wordt gemodelleerd. Wij worden klonen — niet van elkaar, maar van patronen die door de machine worden gegenereerd, die door het algoritme als waarschijnlijk worden gemarkeerd.

Ooit was de kunst het laatste toevluchtsoord van het origineel. Maar zelfs dat bastion is gevallen. Kunstenaars schermden hun werk af met copyright, maar vandaag kan een generatief model miljoenen variaties van hun werk creëren — in een fractie van een seconde. De kopie heeft de strijd gewonnen. De originaliteit is in de ban gedaan. Maar was dat niet altijd al zo? Hadden wij de kunst niet uitgevonden om te ontsnappen aan de beklemmende waarheid dat wij — ook als kunstenaar — per definitie niet origineel zijn.

Kunstbroeders en zusters, mijn origineel heeft verstek moeten laten gaan. En toch, ik blijf de illusie koesteren dat het origineel nog ergens rondwaart. Misschien daalt het origineel op een dag weer neer — in de geest, in de code, in een fout in het systeem. Laten wij hopen dat het origineel nog ergens aanwezig is, al was het maar in de ruis tussen de kopieën.

Laten wij het origineel gedenken. En laten wij samen het ultieme voorwoord uitspreken:

In den beginne was het voorwoord.
En het voorwoord was bij het origineel.
En het voorwoord was origineel.
Dit was in den beginne het origineel.
En zonder het origineel is geen voorwoord gemaakt dat gemaakt is.
In het origineel was leven,
en het leven was het licht der kopieermachines.
En het licht schijnt in de duisternis,
en de duisternis heeft het niet begrepen.

Er was een kopie van het origineel gezonden,
Hubertus Johannes was zijn naam.
Deze kwam tot een getuigenis
om van het licht te getuigen,
opdat allen door hem kopieën zouden maken.
Hij was het licht niet, maar was gezonden
opdat hij van het unieke licht getuigen zou.

Dit was het waarachtige licht
dat verlicht een ieglijk kopieerapparaat,
komende in de wereld.
Het origineel was in de wereld,
en de wereld is door hem gemaakt,
en de wereld heeft hem gekopieerd.

Het origineel kwam tot de kopieermachines,
en de kopieermachines hebben hem niet aangenomen.
Maar zovelen hem aangenomen hebben,
die heeft hij macht gegeven
kopieermachines van het origineel te worden,
namelijk zij die in zijn naam kopiëren.

En het voorwoord is code geworden,
en heeft onder ons gewoond,
en wij hebben zijne heerlijkheid aanschouwd,
ene heerlijkheid als de unieke kopie van het origineel,
vol genade en waarheid.

Kunstbroeders en zusters, gaat heen en vermenigvuldigt U!
Niet als een origineel, maar als een kopie.

Wij zijn allen een kopie.
Gaat heen, en volgt uw eigen weg. De weg van de kopie!