Ik heb niet in Nijmegen gestudeerd en ben dus ook nooit in de verleiding gekomen om de ideologie van Rome in te verwisselen voor die van Marx of Lenin. Ik heb nooit wat gehad met het Havanna aan de Waal. Een goede schoolvriend van mij werd in zijn studententijd redactielid van het marxistisch-theologisch tijdschrift Tegenspraak, dat in Nijmegen werd uitgegeven. Maar destijds voelde ik mijzelf allerminst gehinderd door de Weltschmerz van de zogeheten post-roomse ontwikkelingsfase, waarin elke adolescent die geestelijk gevormd was door de paters jezuïeten maar al te gauw de Internationale ging zingen en de boeken van Wilhelm Reich ging lezen.
Maar het moet gezegd, toen ik in de jaren zeventig in Amsterdam studeerde, las ook ik allerlei ingewikkelde theoretische boeken over het ontstaan van het fascisme, de schaduwzijden van het kapitalisme en niet de te vergeten: de onderdrukking van de seksualiteit – en vooral de irreguliere varianten daarvan – onder invloed van totalitaire systemen. Waar is deze linkse maatschappijkritiek gebleven nu er sprake is van een wereldwijd opkomend populisme, een hang naar autocratische structuren en een stelselmatige onderdrukking van allerlei seksuele en transgender-varianten?
Veel anti-transwetten in Amerika worden tegenwoordig verkocht onder het mom van ‘bescherming van kinderen’. Trans-lichamen worden voorgesteld als verwarrend of zelfs bedreigend voor de jeugd. Drag shows worden gelijkgesteld aan seksuele perversie, en dus verboden bij aanwezigheid van minderjarigen. Foucault zou dit duiden als een biopolitiek regime: via wet, zorg en onderwijs wordt bepaald wie een “veilig” lichaam is en wie een “gevaarlijk” lichaam, en dus wie mag leven zoals die is. Het recht om jezelf te zijn wordt niet ontkend, maar gerationaliseerd, gesegmenteerd en geconditioneerd. Bijvoorbeeld: “je mag trans zijn, maar niet zichtbaar in de openbare ruimte of op school”.
Herbert Marcuse, net als Reich een Freudo-Marxist, stelde in Eros and Civilization (1955) dat de kapitalistische maatschappij niet alleen repressief is, maar ook verleidt om verlangens te kanaliseren in productieve, onschuldige of commerciële vormen. In plaats van openlijk te onderdrukken, absorbeert het systeem vormen van afwijking — zolang ze ongevaarlijk blijven voor de status quo.
In de jaren 2010 werd er binnen neoliberale contexten een beperkte aanvaarding van LHBTIQ+-identiteiten zichtbaar (denk aan Pride-sponsoring door multinationals, Netflix-representatie, enz.). Maar dat was volgens Marcuse’s analyse een vorm van ‘repressieve tolerantie’: je mag anders zijn, zolang je niet de economische of sociale orde in vraag stelt. De huidige backlash onder Donald Trump moet daarentegen begrepen worden als: een conservatieve tegenreactie op wat wordt ervaren als ‘overdaad aan tolerantie’, maar ook als een herbevestiging van patriarchale en kapitalistische structuren waarin seksualiteit weer strikt moet worden genormeerd.
Ook de theorie van Wilhelm Reich over de politieke functie van seksuele onderdrukking blijkt opvallend actueel in het Amerika van Trump. De kern van zijn stelling — dat de controle over verlangen essentieel is voor autoritaire macht — laat zich vandaag herkennen in de pogingen om LHBTIQ+-lichamen, -verhalen en -levens te de-legitimeren. In combinatie met Foucaults analyse van macht en Marcuse’s kritiek op schijnvrijheid kunnen we zeggen: Zolang verlangen wordt gereguleerd via angst, schuld en controle, blijft autoritaire politiek niet alleen mogelijk, maar ook aantrekkelijk.
Reich ontwikkelde in zijn werk — met name in Die Massenpsychologie des Faschismus (1933) — een psychoanalytische en marxistische theorie over de opkomst van het fascisme, waarin hij een centrale rol toekende aan de repressie van seksualiteit. Hij stelde dat autoritaire systemen floreren door de onderdrukking van het verlangen, vooral van niet-conforme seksuele verlangens, en dat deze onderdrukking al van jongs af aan via gezin, religie en cultuur wordt geïnternaliseerd. Seksuele repressie leidt volgens Reich tot angst, volgzaamheid en de bereidheid om zich te onderwerpen aan autoriteit — psychologische voorwaarden voor fascistische massavorming.
In lijn met Reich kunnen we stellen dat de anti-LHBTIQ+ retoriek en wetgeving die in het Trump-tijdperk opgang maken, niet alleen moreel of religieus gemotiveerd zijn, maar ook een functie vervullen in het disciplineren van het verlangen. Door niet-heteronormatieve levensvormen te stigmatiseren, wordt een orde bevestigd waarin seksuele vrijheid gevaarlijk en subversief is. Dit bevordert conformiteit, vooral binnen het kerngezin, dat door Reich werd gezien als het psychologische kweekbed van autoritaire onderwerping.
Reich betoogde dat het “autoritaire karakter” — een persoonlijkheidstype gevormd door onderdrukking van spontaniteit en seksualiteit — vatbaar is voor nationalistische en reactionaire ideologieën. In het hedendaagse Trumpisme zien we een heropleving van dat autoritaire karakter: fixatie op hiërarchie, discipline, nationalisme, militarisme en de cultus rond een mannelijke leidersfiguur. Anti-LHBTIQ+-politiek maakt deel uit van deze ideologische constellatie: afwijkende identiteiten en lichamen worden ervaren als bedreigingen voor een orde die afhankelijk is van traditionele gender-rollen en familiale structuren.
Reich zag de seksuele energie als een bevrijdende kracht. De angst voor seksuele vrijheid — vooral in haar niet-reproductieve vormen — is volgens hem een angst voor de potentie van menselijk verlangen dat zich buiten controle kan ontwikkelen. In de backlash tegen LHBTIQ+ zien we deze angst terug: drag shows, trans-lichamen, queer relaties worden niet louter afgewezen vanwege een begrip als “moraliteit”, maar omdat ze alternatieven belichamen voor het gecontroleerde, gerationaliseerde bestaan waarop het autoritaire systeem drijft.
In het huidige discours over gender en trans-rechten is het lichaam een politiek strijdtoneel geworden. Reichs visie op het lichaam als drager van orgastische energie en spontane expressie contrasteert sterk met de manier waarop conservatieve politiek het lichaam tot object maakt dat gecontroleerd, genormeerd en gedisciplineerd moet worden. Wetgeving die medische trans-zorg verbiedt of LHBTIQ+-onderwijs censureert, is in die zin een vorm van Reichiaanse “pantsering” – het inperken van de vitale expressie van het lichaam.
Ten slotte begreep Reich dat onderdrukking niet alleen van bovenaf werkt, maar ook via het verlangen van mensen om hun eigen onderwerping te rationaliseren. De haat tegen LHBTIQ+-personen functioneert als afleiding, als collectieve projectie: een maatschappelijk ressentiment dat zich niet richt op de werkelijke bronnen van sociale onvrede – zoals kapitalistische uitbuiting of verlies van autonomie -, maar op “de ander” die het bestaan van alternatieven belichaamt.
Kortom, de heropleving van transgender-repressie en anti-LHBTIQ+-beleid in het Amerika van Donald Trump – maar ook de varianten daarvan in het voormalige Oostblok- kan vanuit Reichs theorie worden begrepen als een terugkeer van fascistische tendensen, waarin seksuele controle, autoritair verlangen en angst voor vrijheid met elkaar verknoopt zijn. Reich zou stellen: zolang verlangen wordt georganiseerd rond angst en schuld, zullen mensen zich vrijwillig onderwerpen aan systemen die hun eigen bevrijding blokkeren.
