It giet oan !

Met dank aan alle 52 voorintekenaars!

Hoe ontstaat een complottheorie precies? In welke fasen verloopt zo’n proces? En wat is de eerste trigger waardoor zo’n proces op gang komt? Dat zijn de vragen die ik mezelf heb gesteld. Ik ben op zoek gegaan naar het algoritme van de waan, niet alleen in de tijd van het nationaalsocialisme, maar ook in de naoorlogse periode, in de tijd van de wederopbouw, toen het godsbeeld van het christendom sleets begon te worden. In de jaren zestig, toen de babyboomers het heden heilig verklaarden, en ik zelf in een psychose belandde. 

En tenslotte, in het hedendaagse complotdenken, dat wonderlijk genoeg soms een nieuwe verschijningsvorm van de religie lijkt te zijn, een pseudo-religie in tijden van goddeloosheid. Dat alles in het licht van de het brede betekenisveld dat het woord ‘waan’ kan hebben: van waanidee tot waanwereld, van religieus geloof tot het geloof in een totalitair leiderschap of zelfs een complottheorie. Bestaat er soms een basisstructuur die al deze vormen van waan met elkaar verbindt?’

Twee jaar geleden hebben Egbert Tellegen en Daan Muntjewerf met de gedachte gespeeld om gezamenlijk een vervolg te schrijven op ons boek Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose (2011), maar dat is er om verschillende redenen niet van gekomen. Mijn nieuwe boek Het algoritme van de waan is niet letterlijk een vervolg, maar het zet het verhaal van mijn psychose in 1966 wel in een historisch kader, namelijk: de ‘nawerking’ van de oorlog bij de generatie van de babyboomers en de veranderende visie op het (eventuele) ziektebeeld van Adolf Hitler. 

Een hoofdstuk werd onder de titel De schutkleur van de waan als artikel opgenomen in de bundel Impressies uit het grensgebied van psychiatrie en filosofie, die in 2022 werd uitgebracht door de Stichting Psychiatrie en Filosofie.  Egbert Tellegen schreef een recensie op die bundel, waarbij hij zich als volgt uitliet over mijn bijdrage:

Tenslotte de bijdrage van Huub Mous. Zoals gezegd de enige auteur die ik persoonlijk ken, wat misschien ten koste gaat van de nodige distantie bij het beoordelen van deze bijdrage. Maar ook als hij mij onbekend was zou ik wel kunnen zeggen dat het buitengewoon interessant is om de psychiatrische kijk op mensen los te laten op de figuur van Hitler, wat inmiddels, zoals uit de tekst van Huub blijkt, al vaak is gedaan. Ik zou dan ook wel gezegd hebben dat deze tekst één van de beste, zo niet de beste, geschreven teksten van de bundel is. Er is veel moed voor nodig om de eigen Messias – of roepingswaan van weleer te noemen in verband met wat er met Hitler aan de hand was.’

Reageren is niet mogelijk.