Stil de tijd

steek dus het licht aan
dat de toekomst nog uitspaart, spreek
het brood aan dat nog niet doof is, maak
de taal waar achter zijn tekens, spel
het vlees, stil de tijd, leef nog even

Gerrit Kouwenaar

Ooit werd ik verliefd op een vrouw, terwijl ik niet wist dat in haar hart de tijd was stil blijven staan. Ze droomde van een huis met een slotgracht. Ze wilde, als ze ooit zou sterven, helemaal alleen zijn, als een olifant die zich terugtrekt in het oerwoud. Stil de tijd. Dat is geen leven voor de liefde.

De dagen worden stroperig en soms lijkt de tijd stil te staan.

Gisteren vond ik deze foto terug. Ik was de boekenkast aan het uitmesten en hij viel zomaar uit een boek. Het was oktober 1964. Andere tijden. President De Gaulle kondigde aan dat Frankrijk uit de NATO zou treden. In de Sovjet Unie werd Nikita Chroesjtsjov afgezet en vervangen door Leonid Brezjnev.  Jean-Paul Sartre kreeg de Nobelprijs voor Literatuur, maar weigerde deze te aanvaarden. En in Tokio werden er Olympische Spelen gehouden. Die gingen gewoon door. Geen Corona.

Wel Werra. Ik had zojuist een camera gekocht, een Werra. Dat was destijds een Oost-Duitse camera die zeer goed bekend stond. Hij had een Jena-lens. De prijs was 99 gulden en ik had er lang voor gespaard. Het statief had ik van mijn vader gekregen. Eigenlijk zou ik dat statief pas voor mijn verjaardag krijgen, maar toen mijn vader zag dat ik van oude traproeden zelf een statief in elkaar ging knutselen, heeft hij het me alvast gegeven. Hij had het al gekocht, want het was een aanbieding. ik was dus de koning te rijk.

Die Werra-camera heb ik nog steeds en hij doet het ook nog. Hij staat nu als een nostalgisch reliek uit een ver verleden op het antieke bureautje in mijn werkkamer. 

De Werra-camera, gisterochtend 10.30 uur

Het bijzondere van deze camera was dat er een hele snelle sluitertijd op zat: 1/750 seconde. Die zat toen alleen op hele dure camera’s. De lens was jammer genoeg niet verwisselbaar. Dat type had je wel bij Werra, maar dan betaalde je twee keer zoveel, en dit was al een rib uit mijn lijf. Bovenstaande foto is gemaakt in de slaapkamer van mijn ouders. Daar had je een linnenkast met een grote spiegel.

Ik heb niet geflitst. Het zijlicht komt van een grote schemerlamp. De foto is waarschijnlijk met 1/2 seconde sluitertijd genomen, met een groot diafragma want er is weinig scherpte-diepte. Hoe dan ook, ik mocht me absoluut niet bewegen. Mijn houding oogt dan ook bevroren. Dat komt niet zozeer door de klik van de camera, maar vooral door de katatonische pose die ik zelf heb aangenomen. Ik was destijds zestien jaar en zat in de vijfde klas van het gymnasium. Een rimpelloze tijd, of beter gezegd: de stilte voor de storm. Die stropdas droeg ik al vanaf mijn twaalfde. Mijn haar was kortgeknipt. Beslist geen Beatles-kapsel, terwijl  die toch al aardig bezig waren.

Roland Barthes heeft eens beweerd dat elke foto een ‘studium’ en een ‘punctum’ heeft. Het studium is de doelbewuste compositie. Die is op deze foto wel duidelijk. Ik had alles van tevoren zo bedacht. Het  punctum daarentegen is iets dat onbedoeld ‘door het beeld heen breekt’ en je bewustzijn binnendringt. Dat punctum is nooit vooraf geregisseerd en is vaak voor iedereen anders. Het is een soort vishaakje in het beeld dat in het onbewuste blijft vastzitten.

Voor mij is het punctum van deze foto de vage vlek op de achtergrond rechts van mijn linkerarm. Het is een wijwatervaatje dat naast het bed aan de muur hing. Zulke dingen zie nog wel eens op rommelmarkten. Maar destijds zat er gewijd water in. Je kon er ’s ochtends en ’s avonds je vingers indopen voordat je een kruisteken maakte. Na Palmpasen zat er een palmtakje in. Dit was wat je noemt het Rijke Roomse leven, zelfs nog in 1964.

Fotograferen was destijds een hobby van me. Ik kan me herinneren dat ik met dit toestel nog foto’s gemaakt heb van Ard Schenk en Kees Verkerk op de Jaap Edenbaan. Ik wilde die snelle sluitertijd wel eens uittesten. Vanuit het raam van de slaapkamer van mijn ouders kon je trouwens ’s avonds de lichten van de Jaap Edenbaan zien. Ik herinner mij een woensdagmiddag op de Jaap Edenbaan. Anneke Grönloh had het in haar hoofd gehaald om even te komen schaatsen. Ze had een lichtblauwe slobbertui aan en van die mooie witte kunstschaatsen. Nog geen minuut stond ze op het ijs of ze had een hele meute tieners om zich heen. Het was geen doen. Eén rondje en ze moest al weer van het ijs af.

Ook bouwde ik van oude brillenglazen een voorzetlens, waarmee ik macro-opnamen kon maken. In de vijfde klas kreeg je optica met natuurkunde en zo kon ik de vereiste onderlinge afstand van de lenzen berekenen. De zomer daarop nam ik de camera mee op vakantie samen met mijn ouders in de Fiat 500 D. Die reis heb ik beschreven in het verhaal Het was in Nevers.

De aarde is inmiddels 56 keer om de zon gedraaid. God weet wat voor een wonderlijke spiraal zij beide in al die tijd door het heelal hebben afgelegd. Nu ik deze foto terugzie, realiseer ik mij dat dit spiegelbeeld voorgoed achter het glas van de spiegel verdwenen is.

Wie weet wat de tijd ons zal brengen… 

De tijd kruipt voort. Maar de tijd is ook bevroren. Misschien staat de tijd wel stil en is het leven een illusie. Het  leven, zei Goethe, is de jeugd van de eeuwigheid. 

1 Reactie »

  1. Jos Heitmann

    28 maart 2020 op 02:11

    Deze camera was ook voor Oostduitsers een ware belegging. Maar meer konden ze niet maken. De markt stortte ineen toen de Japanse camera’s verschenen met transistoren.
    Onlangs gehoord op de Deutschlandfunk.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)