Een porseleinen stilte

Simancas, Spanje, 1964 (eigen foto) 

In mei 2004 maakte ik een rondreis per bus door Spanje en Portugal. Op de lange stukken snelweg las ik het prachtige boek van Chris van der Heijden Zwarte renaissance, Spanje en de wereld 1492-1536. Het gaat over de opkomst van het machtige Spanje in de nazomer van de Middeleeuwen, een land dat onder Karel de Vijfde uiteindelijk uitgroeide tot een wereldrijk, waar de zon nooit onderging. Niet de ratio maar het geloof stond in dit imperium centraal. Overal moest eenheid zijn, eenheid in verscheidenheid, want echte verschillen konden er niet zijn op deze wereld. Ieder mens maakte immers deel uit van het Mystieke Lichaam van Christus, waarover Paulus had geschreven en dat Erasmus centraal had gesteld in zijn vrome leerboek Enchiridion.

Dat Spanje werd later duister genoemd, in de eeuwen na de Verlichting. Het was een land dat de Italiaanse Renaissance niet had gekend en in één keer van de Gotiek in de Contrareformatie was gegleden. In zijn boek toont Van der Heijden overtuigend aan, dat dit beeld niet klopt. Daarvoor heeft hij uitgebreid onderzoek gedaan in de Spaans archieven, vooral in het staatsarchief in Simancas, dat daar sinds 1540 ligt opgeslagen een voormalig Moors kasteel.

Simancas is een klein plaatsje van nog geen 5000 inwoners, dat ligt op de weg tussen Salamanca en Burgos. Het toeval wilde dat de bus daar langs kwam. Zonder dat ik daar op uit was, keek ik plotseling uit het raam en zag het kasteel liggen. Ik had niet eens op de kaart gekeken, ik zag het gewoon in een flits voorbij schieten. Ik moest even denken aan al die opgeslagen documenten, waarin de geschiedenis was stilgezet. Opeens herinnerde ik mij dat ik hier eerder was geweest. Ik zag een foto voor me.

In augustus 1964 kampeerde ik met mijn ouders twee dagen op de kleine camping van Simancas aan de oever van de rivier. De snelweg en de grote brug weg waren er toen nog niet. Al het verkeer ging over de middeleeuwse brug. Het stadje was veel kleiner dan nu en telde nog geen 1400 inwoners.

Urenlang heb ik toen op mijn luchtbed rondgedreven op het water, dagdromend over heden, verleden en toekomst. De tijd leek stil te staan en ik wilde dat dit altijd zo zou blijven. Stilte, rust, het water onder mij, de zon hoog aan de hemel en mijn ouders aan de oever. Het was een eeuwig moment in de tijd. O eenzame gelukzaligheid. O gelukkige eenzaamheid. Ik was gelukkig. Glorieus gelukkig. 

Ik had een droom vannacht en zag mezelf terug, voor eeuwig drijvend op dat luchtbed. Opeens kwam mijn oude moeder de slaapkamer binnen en deed het licht aan. Ik was niet bang en moest denken aan een gedicht van Gerard Reve:

Vannacht verscheen mij in een droomgezicht mijn oude moeder/ eindelijk eens goed gekleed:/ boven het woud waarin zij met de Dood wandelde / verhief zich een sprakeloze stilte. 

Ik vroeg mijn moeder of ze mijn vader nog wel eens zag, maar daar gaf ze geen antwoord op. Ze deed het licht uit en vertrok weer in dezelfde porseleinen stilte waarin zij gekomen was.  

4-april-19803000148

Op die camping in Simancas maakte ik in 1964 een zwart-wit foto van mijn moeder. Ze zit daar naast mijn vader, stil voor zich uitkijkend in haar jurkje van C&A. Achter haar campingstoeltje is de opstaande stok van de tent te zien. Naast haar staat haar schoudertas die zij nooit uit het oog verloor. Mijn vader heeft de mouwen opgestroopt. Zijn blik is op de brug gericht. Mijn vader en mijn moeder kijken zwijgend langs elkaar heen. Wellicht mijmeren ook zij over heden, verleden en toekomst.

De wereld van 1964 bestaat niet meer. De aarde heeft inmiddels 56 keer om de zon gedraaid en de zon heeft misschien een nog wonderlijker spiraal door het heelal afgelegd. Als ik met een gigantische telescoop van de aarde kon wegkijken naar de plek die op deze  foto staat afgebeeld zou ik zien dat deze locatie zich met een duizelingwekkende snelheid van mij verwijdert.

Dat alles schoot voorbij toen ik in 2004 nog één keer met de bus over die brug reed. Ik zag die foto terug in mijn herinnering. Op dat moment vermoedde ik even wat de dichter Vasalis ooit bedoelde met ‘dit eeuwig gespleten heden’. Weer leek de tijd stil te staan. Het was of ik diep in mijzelf het geluid van de stilte terug hoorde, sprakeloos en ver weg in tijd.

Reageren is niet mogelijk.