De erectie van Christus

 

Op 13 maart j.l. overleed Leo Steinberg. De Nederlandse media hebben daar weinig aandacht aan besteed, terwijl hij toch gerekend kan worden tot de belangrijkste Amerikaanse kunstcritici van de vorige eeuw. Ik leerde zijn werk kennen tijdens mijn studie kunstgeschiedenis. Mijn doctoraalscriptie in 1977 wijdde ik aan de Amerikaanse kunstkritiek in de jaren zestig, en dus kon ik niet om Leo Steinberg heen. In Nederland is vooral zijn grote opponent Clement Greenberg bekend geworden. Steinberg was een fervent tegenstander van Greenbergs formalistische kunsttheorie. Hij was daarentegen zeer geïnteresseerd in de intentie van de kunstenaar en de inhoud van het kunstwerk, die  volgens hem nooit eenduidig, maar altijd dubbelzinnig was. Steinberg was ook de eerste kunstcriticus die de term ‘postmodernisme’ hanteerde op het terrein van de beeldende kunst. Zie mijn log: Postmodernisme en het brein van de stad.

In 1983 baarde Steinberg internationaal opzien door zijn boek The sexuality of Christ and the modern oblivion. Het was hem opgevallen dat op veel schilderijen uit de Renaissance Christus wordt afgebeeld met een erectie. Maerten van Heemskerck bijvoorbeeld heeft meerdere Ecco Homo’s geschilderd, waarin Christus duidelijke een stijve heeft. In deze schilderijen werd de seksualiteit van Christus niet verbloemd, integendeel: de stijve werd openlijk getoond. Steinberg noemde dat het ‘ostential genitalium.’ Kunsthistorici waren daar tot dan toe geheel aan voorbij gegaan. Over zoiets schrijf je immers niet, het is te gênant voor woorden.  Steinberg ging er vanuit dat deze zo overduidelijk weergegeven erectie van Christus niet te herleiden is tot een obsessie van de kunstenaar, maar zijn oorsprong had in de christelijke theologie. De stijve penis van Christus duidde erop dat de zoon van God ook echt mens geworden was, van top tot teen, inclusief die stijve pik.

De vraag waar feitelijk het om ging was de volgende: Was de mens geworden Christus ook bevrijd was van de erfzonde? Theologisch gezegd: Moest de penis van Christus op een schilderij worden afgebeeld in een pre-lapsarische of een post-lapsarische staat? Dat wil zeggen: vóór de zondeval of na de zondeval? Hiervoor is enige theologische toelichting nodig. Volgens Augustinus bestond voor Adam in het paradijs alleen ‘drift op bevel van de wil’. Adam kon dus zelf beslissen of hij een erectie zou krijgen of niet. Na de zondeval kwam de drift  los van wil te staan. Daardoor ontstond de schaamte. Adam en Eva gingen sindsdien hun geslachtsdelen bedekken met een vijgenblad. Dat was voor de zondeval niet nodig geweest. Seks stond toen nog los van enig zondebesef.

Maar er was nog een vraag die hiermee annex was. Het is een bekend gegeven dat een mens die wordt opgehangen een erectie krijgt voordat hij zijn laatste adem uitblaast. Maar voor de christelijke geloofsleer is wie lijdt los van zonde. Ook al was Christus als mens belast met de erfzonde, door zijn intense lijden was hij juist van alle zonde bevrijd, want alleen zijn lijden was mateloos en onbegrensd. Het wel of niet afbeelden van de erectie van Christus was dus in feite een theologisch dilemma, waar in die tijd ook druk over gedelibereerd werd.

In onze seculiere tijd zijn dergelijke problemen bijna ondenkbaar geworden. Toch heeft deze problematiek ook een actuele dimensie. Als je ziet hoe de hedendaagse media zich verlustigen aan een terroristische aanslag in Noorwegen, dan is er in tweeduizend jaar nog niet zo veel veranderd. Hoe je het ook wendt of keert. Het menselijk lijden is nog altijd een lust voor het oog, zeker in onze hedendaagse beeldcultuur. In haar boek Kijken naar de pijn van anderen (2003) maakt Susan Sontag onderscheidt tussen pijn en lijden in een seculiere en een religieuze cultuur. In de moderne tijd is het lijden van de mens verbonden geraakt met het toeval en het noodlot. Lijden is tegenwoordig annex met het tragische: een ongeluk, een terreuraanslag of een daad van geweld. Het overkomt je zonder dat je er iets aan kunt doen.

In het religieuze denken was het menselijk lijden verbonden met begrippen als verlossing, opoffering en extase. Pijn en lijden behoren van oorsprong tot een religieus register, maar het zijn ook antropologische en culturele fenomenen. Iedere tijd en cultuur heeft zijn eigen pijn. De christelijke lijdensmystiek is voor ons grotendeels onbegrijpelijk geworden, maar met het verdwijnen van de christelijke lijdensideologie heeft de cultivering van de pijnervaring zich verlegd naar andere sectoren van de cultuur, zoals sport, fitness en lifestyle. Het afscheid van de pijn door toedoen van de medische wetenschap gaat gepaard met een opleving van de zelfopgelegde pijn in de lichaamscultuur, maar ook in fenomenen als tatoeage, piercing en de vaak pijnvolle varianten van cosmetische chirurgie. En niet te vergeten de fascinatie voor pijn en geweld in film, tv, computergames en andere vormen van beeldcultuur.

Maar de representatie van het lijden van Christus blijft nog altijd de ultieme verbeelding van pijn en lijden. Protestanten hebben nooit veel opgehad met kruisbeelden, waarin Christus halfnaakt hangt te creperen met een bloedende steekwond in zijn zij. Terwijl juist de kunst van de Contrareformatie het theatrale effect van de kruisigingscène tot extreme hoogtepunten heeft gevoerd. In feite kun je geen filmisch beeld tonen over Golgotha zonder bewust of onbewust te citeren uit een beeldentrommel van tweeduizend jaar schilderkunst die iedereen in zijn hoofd heeft zitten.

Mels Gibson’s film The Passion of the Christ, die in 2004 veel opzien baarde, is in feite een filmische verwerking van de schilderkunst van de Barok, waarin het lijden van Christus voor het eerst als een spektakelstuk in beeld werd gebracht. Vandaag de dag is het lijden van Christus in feite niet meer te verbeelden op een authentieke of geloofwaardige wijze, en zeker niet in een spektakelfilm. De religieuze lading van het script wordt ongemerkt door het spektakel zelf tot iets heel anders getransformeerd. We leven tegenwoordig letterlijk in een ‘spektakelmaatschappij’, een door media beheerste wereld, waarin de narcotische werking van de massamedia op zichzelf een religieuze dimensie heeft gekregen.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)