Syndroom van Stockholm

Gisteravond waren op allerlei televisiezenders beelden te zien van Natascha Kampusch. Op 10-jarige leeftijd werd zij ontvoerd en vastgehouden in een kelder in Wenen. In een interview vertelde ze ruim een halfuur lang over haar acht jaar durende opsluiting.

Ik heb er gefascineerd naar zitten kijken. Nog afgezien van de uitzonderlijke ervaringen, waar hier verslag van werd gedaan, was het vooral de wonderbaarlijke zelfbeheersing die mij trof van dit meisje dat geen meisje meer is. Het meest gruwelijke van zo’n opsluiting werd heel aannemelijk gemaakt in afgewogen en raak geformuleerde zinnen. Het betoog was rationeel, maar de emotie was steeds tussen alle woorden voelbaar, al was het maar door de subtiele lichaamstaal (geklemde vingers) die niets te raden overliet.

Het viel me op dat op de Belgsche televisie dieper op de zaak werd ingegaan dan in Nederland. Kennelijk heeft men daar de verschrikkingen van de zaak Dutroux nog vers in het geheugen. Op Canvas was een gesprek te zien met een psychiater die de beelden analyseerde. Daarbij werd uitvoerig ingegaan op het zogeheten Stocholmsyndoom, waar ook dit meisje aan zou lijden.

Het Stockholmsyndroom kan tot ontwikkeling kan komen in situaties waarbij de gijzelnemer absolute controle over de gegijzelde kan uitoefenen en zodoende kan voorzien in de basisbehoeften van het slachtoffer. Voor de buitenwereld is dit een paradoxale situatie. Ook de gegijzelde weet immers donders goed dat hij of zij zich een afhankelijke situatie bevindt.

Toch is het de vraag of bij dit meisje wel van een dergelijk syndroom sprake is. Natascha nam het niet echt op voor haar gijzelnemer. Ze keurde zijn motieven duidelijk af, hoewel ze begreep dat hij behept was met een gebrek. Ze maakte zich vooral zorgen voor zijn familie voor wie zijn schijnwereld ooit volledig in zou storten, als zij eenmaal zou ontsnappen. Ze realiseerde zich dat haar ontsnapping onvermijdelijk tot zijn dood (zelfmoord) zou leiden. Vandaar ook dat zij een groot schuldgevoel moest overwinnen alvorens voor haar eigen vrijheid te kunnen kiezen.

Dat laatste is misschien wel het meest paradoxale wat een mens kan overkomen. Je schuldig voelen omdat je kiest voor je eigen vrijheid. Tegelijk realiseerde ik mij dat dit dilemma – weliswaar in minder dramatische vormen – een heel herkenbaar probleem is. Het syndroom van Stockholm is niet alleen bij gegijzelden geconstateerd, maar ook bij slachtoffers van incest. Mensen die dit overkomt kunnen de verschrikkelijke gevolgen daarvan soms extreem rationaliseren en zelfs relativeren. Door allerlei verwrongen redeneringen kan een dergelijke situatie door eigen toedoen zelfs jarenlang mede in stand worden houden als een soort gekoesterde onvrijheid.

Misschien is het zelfs zo dat ieder mens – op een of ander wijze – lijdt aan het Stockholmsyndroom. Iedereen zwemt wel eens als een goudvis rond, terwijl er helemaal geen kom is te zien die het water afsluit. Het laatste wat een vis ontdekt is het water waarin hij zwemt. Het laatste wat een mens ontdekt is de onvrijheid waarin hij leeft. Misschien heeft heeft ieder mens wel een relatie opgebouwd met zijn eigen onvrijheid. Hoeveel huwelijken en werksituaties zitten zo niet in elkaar? Angst voor de vrijheid heeft veel van doen met liefde voor je eigen gijzelnemer.

Ook Friezen – die altijd de mond vol hebben van vrijheid – lijden misschien aan een Stockholmsyndroom. Gekoesterde miskenning is immers in wezen niets anders dan gekoesterde onvrijheid.

Misschien is Fryslân wel mijn eigen Stockholmsyndroom.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)