<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Huub Mous &#187; wetenschap</title>
	<atom:link href="http://www.huubmous.nl/categorie/wetenschap/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.huubmous.nl</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Wed, 28 Jul 2010 22:01:15 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.0</generator>
		<item>
		<title>Onder professoren</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/04/15/onder-professoren/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/04/15/onder-professoren/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 15 Apr 2010 09:22:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=27761</guid>
		<description><![CDATA[&#8220;Op de dag dat zij moest getuigen voor de rechtbank, werd zij opgenomen voor klachten van psychische aard. Dat vond ik merkwaardig. Mijn timide vraag aan haar man, mijn broer Wim, of er wellicht verband was tussen de zaak Lucia de B. en Arda’s klachten wees hij resoluut van de hand. Maar doordat mijn interesse [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;">
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/HvN_capture63-525x350.jpg"><img class="size-full wp-image-27764 aligncenter" title="HvN_capture63-525x350" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/HvN_capture63-525x350.jpg" alt="" width="492" height="328" /></a></p>
<p style="text-align: center;">
<blockquote><p>&#8220;Op de dag dat zij moest getuigen voor de rechtbank, werd zij opgenomen voor klachten van psychische aard. Dat vond ik merkwaardig. Mijn timide vraag aan haar man, mijn broer Wim, of er wellicht verband was tussen de zaak Lucia de B. en Arda’s klachten wees hij resoluut van de hand. Maar doordat mijn interesse was gewekt, begonnen me  als arts ook de vreemde redeneringen over die medische aspecten van Lucia’s zaak op te vallen.&#8217;</p></blockquote>
<p>Aldus Metta de Noo gisteren in de NRC. Zij schreef samen met haar broer Ton Derksen het boek <em>Lucia de Berk: reconstructie van een gerechtelijke dwaling</em>, (2006). Dit boek leidde er uiteindelijk toe dat de zaak van Lucia de Berk werd heropend. Gisteren werd zij vrijgesproken. Ook verklaarde de rechter dat de zeven moorden op kinderen en bejaarden en de drie vermoedelijke moorden, die in de aanklacht ook nog werden vermeld, in werkelijkheid nooit hebben plaatsgevonden. Al met al is het een unieke zaak, waar inmiddels al het nodige over is gezegd en geschreven. Verkeerde beeldvorming, foute statistieken, overwaardering van deskundigen, kettingbewijs, inductie&#8230;. Kortom, alles wat mis kon gaan ging mis in deze zaak. Maar het meest wonderlijke is toch wel het familiedrama dat aan de heropening van de zaak ten grondslag ligt. De familie Derksen  is inmiddels uiteengevallen in twee kampen. Het is een familie van vermaarde professoren en wetenschappelijke onderzoekers. Hoe is het zover kunnen komen?</p>
<p>De auteur van het boek dat de zaak aan het rollen bracht, Ton Derksen, is wetenschapsfilosoof. Ton Derksen was als hoogleraar wetenschapsfilosofie (later: cognitie-filosofie) verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en de Universiteit van Tilburg. Zijn broer Bram Derksen is socioloog. Hij ontmantelde de fouten in de statistieken die een cruciaal argument vormden in de ten laste legging. Een andere broer is Wim Derksen. Hij woont in Den Haag en is een prominent PvdA-lid. Verder is Wim Derksen voormalig directeur van het Ruimtelijk Planbureau en hoogleraar  bestuurskunde in Rotterdam. In het verleden is  hij lid geweest van de WRR en was hij hoogleraar Bestuurskunde in  Leiden. Zijn vrouw dr. Arda Derksen-Lubsen is kinderarts en auteur van een standaardwerk op haar vakgebied. Zij was chef de clinique van het ziekenhuis waar Lucia de Berk werkzaam was. Zij was het ook die de verkeerde gegevens aandroeg, dat wil zeggen de rapportage van verdachte sterfgevallen op basis van selectieve samenvattingen van gegevens.</p>
<p>Wat heeft deze Arda Derksen -Lubbers bewogen om zo in de fout te gaan? Op die vraag vind je geen antwoord in de gegevens die nu in de publiciteit naar buiten komen. Zeker is dat zij werd opgenomen in een psychiatrische inrichting op de dag dat zij voor de rechter moest getuigen over Lucia de Berk. Dat bracht ook haar schoonzus op de gedachte dat dit mogelijk iets met de zaak van Lucia de Berk van doen had. Toen haar man &#8211; Wim Derksen -  deze  vraag resoluut van de hand wees, werd de argwaan bij zijn zuster alleen maar groter.  Zo kwam het familiedrama aan het rollen. De één wilde kennelijk iets afdekken, de ander iets aan het licht brengen en een derde schreef er een boek over. Maar wie is toch dat aangetrouwde lid van de familie Derksen: dr. Arda Derksen-Lubsen?  Na wat googelen op internet komen er merkwaardige beweringen over haar aan het licht. Zo wordt op het weblog <a href="http://loorschrijft.web-log.nl/verwondering_is_het_begin/2009/06/suikerlaag.html">Loor schrijft</a> het volgende beweerd:</p>
<blockquote><p>Prof. dr. Derksen van de PvdA, getrouwd met dr. Arda Derksen-Lubsen (80 keer geschokt). Deze vrouw was niet alleen min of meer de aanbrengster van de zaak van 7 fantasie-moorden, maar ook adviseur van de politie bij het onderzoek. Een mr. A. Kaptein, vriend van deze familie, wist aan hun keukentafel wat de eerste uitspraak van de HR zou zijn. De zaak werd zo politiek gevoelig, tenminste dat vond deze Dekkers, dat de hoge Pieten van de PvdA de zaak in hun huis hebben besproken (inside info).</p></blockquote>
<p>En even verderop op hetzelfde<a href="http://loorschrijft.web-log.nl/verwondering_is_het_begin/2009/08/hemel-en-aarde.html"> weblog</a>:</p>
<blockquote><p>Dr. Arda Derksen-Lubsen van HAGA-ziekenhuizen wordt 1 keer per week ge-electroshockt. Toch is zij lid van het hoogste medische college. Haar man is een PvdA-bobo. Nou dat weet je het al.</p></blockquote>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/Lucia.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-27767" title="Lucia" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/Lucia.jpg" alt="" width="415" height="311" /></a></p>
<p style="text-align: center;">De familie Derksen (powerpoint-presentatie van <a href="Richard Gill (http://www.youtube.com/watch?v=9lybhC4Bbng)"></a><a href="http://www.youtube.com/watch?v=9lybhC4Bbng">Richard Gill</a>)</p>
<p style="text-align: left;">Misschien moet Thomas Ross over dit alles maar eens spannend boek gaan schrijven. Dat boek zou van niet over Lucia de Berk moeten gaan, want daar is inmiddels al genoeg over geschreven, maar over die merkwaardige familie Derksen met dat hoge professoren-gehalte. De <em>dramatis personae </em>zijn inmiddels bekend. Het drama is nog redelijk goed afgelopen (als je die acht jaar hechtenis van Lucia de Berk en haar hersenbloeding even buiten beschouwing laat). Maar om in de toekomst dergelijke gerechtelijke dwalingen te voorkomen, zou je toch echt iets meer willen weten over wat zich achter de schermen in deze zaak allemaal heeft afgespeeld, en vooral bij die wonderlijke familie Derksen. Zo te zien was het vooral een verhaal van &#8216;onder professoren.&#8217;</p>
<p style="text-align: center;">
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.eenvandaag.nl/binnenland/30923/zaak_lucia_de_b_gerechtelijke_dwaling_">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/04/15/onder-professoren/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Intuïtie berust op een algoritme</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/03/19/intuitie-berust-op-een-algoritme/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/03/19/intuitie-berust-op-een-algoritme/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 19 Mar 2010 01:37:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=25891</guid>
		<description><![CDATA[Enige tijd geleden heb ik mij verdiept in een boek dat de ontstaansgeschiedenis behandelt van een wetenschappelijke revolutie die zich onder onze ogen voltrekt. Dit boek, De rand van chaos, over complexe systemen van M. Mitchel Waldrop (1993), heeft niets van doen met wollig holisme of modieus new age denken. Het is keiharde bètawetenschap die [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/IMAGE00016.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25911" title="IMAGE0001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/IMAGE00016.jpg" alt="" width="412" height="535" /></a></p>
<p>Enige tijd geleden heb ik mij verdiept in een boek dat de ontstaansgeschiedenis behandelt van een wetenschappelijke revolutie die zich onder onze ogen voltrekt. Dit boek, <em>De rand van chaos, over complexe systemen</em> van M. Mitchel Waldrop (1993), heeft niets van doen met wollig holisme of modieus new age denken. Het is keiharde bètawetenschap die in zulke klare taal wordt verwoord dat zelfs een eenvoudige kunsthistoricus als ik de lijn van het betoog heel aardig kan volgen. Eerder al had ik mij proberen te verdiepen in de ideeën die ten grondslag liggen aan de Ecokathedraal van Louis Le Roy in Mildam. Zo las ik twee boeken van Ilya Prigogine die wel als aartsvader van complexiteitswetenschap wordt beschouwd. Maar diens complexe beschrijvingen van wat complexe systemen nu eigenlijk zijn maakten het fenomeen er voor mij niet eenvoudiger op.</p>
<p>Wat was er zo nieuw aan al die orde in de chaos? Was de ‘onomkeerbaarheid van de tijd’ van Prigogine niet hetzelfde als de onomkeerbare stroom in de rivier van Heraclitus? Had Pascal niet al eens het vlindereffect van Lorenz ontdekt in de neuslengte van Cleopatra? Het met plaatjes verluchte boek <em>De boom der kennis, hoe wij de wereld door onze eigen waarneming creëren </em>van de Spaanse neurobiologen Maturana en Varela (1988), waarin de hele evolutie als een complex adaptief systeem werd gezien, leek mij ook wat al te ver door te draven. En toch, er was kennelijk iets anders aan de hand. Tussendoor had ik mij al eens door Jaap van Ginneken mee laten voeren in zijn opmerkelijke bundel casestudies <em>Breinbevingen ( 1999</em>), waarin snelle veranderingen in de publieke opinie worden opgevat als omslagen in complexe systemen die ver uit balans zijn. Complexe systemen rukken op, dacht ik. Daar moet ik meer van weten.</p>
<blockquote>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/provo.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25920" title="provo" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/provo.jpg" alt="" width="376" height="522" /></a></p>
<p style="text-align: left;">PROVOHUWELIJK</p>
<p style="text-align: left;">In Zaandam werd het huwelijk geregistreerd tussen topprovo Rob Stolk (19) en de twee jaar jongere Sarah Jansje Duys. Het bruidspaar was in het wit en begaf zich op een witte fiets naar jet stadhuis. Heen zat Sarah op de bagagedrager en terug op de stang. Hoewel het stel een afkeer van gezag en autoriteit heet te bezitten. liet het de ambtenaar van de burgerlijke stand toch gedwee zijn gang gaan. De trouwerij werd dor vele volgelingen en belangstellenden bijgewoond. Na afloop ging het paar onder een ereboog van fietsen door, witte natuurlijk. (uit:&#8217;Het aanzien van 1965&#8242;)</p>
</blockquote>
<p>Hoewel ik van huis uit geen alfa ben, heb ik mij door de jaren heen de kwalijke gewoonte aangewend om wiskundige formules in boeken stiekem over te slaan. Prigogine slaat de formules niet over, Mitchel Waldrop wel. Maar dat was het niet alleen waarom deze auteur mij zo boeide. Of het nu kwam door zijn heldere taalgebruik of de vernuftige opzet van zijn boek, feit is dat ik al lezende stilaan gebiologeerd raakte door het fenomeen autopoièsis. Wekenlang zag ik overal ‘complexe adaptieve systemen’, vormen van ‘convergerende emergentie’, ‘<em>lock in</em> verschijnselen’, ‘gepunctueerde evenwichten. ‘verscholen attractoren’, ‘tijdpadafhankelijke ontwikkelingen’, en zich plotseling aandienende ‘faseovergangen’.</p>
<p>Alles zo, dacht ik, was autopoièsis. Het idee de toestand van een complex, dynamisch systeem in een ruimtelijke grafiek weergeven kan worden, als een soort glooiend heuvellandschap waar een knikker overheen rolt, intrigeerde mij in hoge mate. De gedachte ook dat een nog onbekende structuurdrift in alle schaalniveaus van natuur en cultuur werkzaam kan zijn, vanaf moleculen en neuronen tot aan de economie en het gedrag van een menigte, de gedachte ook dat er mogelijk een nieuwe hoofdwet in de maak is die deze structuurdrift geheel inzichtelijk maakt, een principe dat complementair zou zijn aan de tweede hoofdwet van de thermodynamica, dat alles bracht mij een beetje aan het duizelen.</p>
<p>Zou het kunnen zijn dat ook patronen in de cultuur op deze manier vanzelf ontstaan? Ik nam  de proef op de som en ging een collage maken. Bij een boekenstalletje op de markt kocht ik  het boek &#8216;<em>Het aanzien van 1965</em>&#8216;, scheurde de foto&#8217;s eruit, versnipperde die en verzamelde  alles wat ik in mijn huis kon vinden wat afkomstig was uit dat jaar. Zo ontstond een groot  mozaïek van vaag herkenbare beeldfragmenten, uit plakboek gevallen suikerzakjes, restanten  van een schoolschrift, een verscheurde oproep voor militaire dienst, een paar rafelige  restanten van platenhoezen, van ansichtkaarten afgeweekte postzegels en enkele  teruggevonden, door mij zelf getekende, illustraties van een schoolkrant. Het totaalpatroon  dat zo bijna gedachteloos ontstond was verbluffend.</p>
<blockquote>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/cannes.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25924" title="cannes" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/cannes.jpg" alt="" width="466" height="397" /></a></p>
<p style="text-align: left;">GATPAK</p>
<p style="text-align: left;">Zoals bij elk filmfestival deden ook bij de achttiende Internationale van Cannes de dames van het theatervak en aanverwante beroepen weer geweldig hun best bij de fotografen in de smaak te vallen. Chantal Dumont lukte dat door in een netachtig gewaad op het Zuid-Franse strand te verschijnen. Met de wind vloog het nieuws langs de kust en lokte vele cameralieden naar mademoiselle Dumont. hun foto&#8217;s hebben er stellig toe bijgedragen, dat het gatpak in de zomer bij vele dames de plaats van het badpak ging innemen. (uit:&#8217;Het aanzien van 1965&#8242;)</p>
</blockquote>
<p>Het was een caleidoscopisch patroon  geïmpregneerd met herinneringen. Wat ik zag was &#8216;de kleur van 1965&#8242;. Dezelfde mate van  verbleking in het drukwerk. Hetzelfde patina van tijd. Maar dat niet alleen. Overal kwamen  opeens onvermoede details aan het licht. Adolf Loos heeft ooit beweerd dat je uit de vormgeving van één opgegraven knoop een hele cultuur kunt reconstrueren. ‘<em>Ex unque leonem’</em>: aan de klauw ken je de leeuw. Zo lijkt het mij toe dat het complexe systeem van het jaar 1965 zichtbaar is in elk detail, elk beeld, elke foto, elke film. Sterker nog je kunt het horen in elk liedje dat in dat jaar op nummer één stond in de hitparade. Als er zoiets als &#8216;de tijdgeest&#8217; bestaat, dan heeft die een fractale structuur. Het geheel zit samengevat in alle delen afzonderlijk. Al bladerend in het boek <em>Het  aanzien van 1965</em> kwam ik tot deze spectaculaire ontdekking. Maar er was meer.</p>
<p>Het karakter van die tijd bleek niet alleen in elke nieuwsfoto, maar ook in de vormgeving van een postzegel afleesbaar te  zijn. Ik ontdekte hem zelfs in mijn eigen, wat knullige tekeningen, waarin ik opeens de tekenstijl  herkende van boekomslagen van Franse pocketboeken uit het begin van de jaren zestig.  Sommige stukjes van de puzzel leken als vanzelf op hun plaats te vallen. Typografische  eigenaardigheden haakten wonderlijk in elkaar. Beeldfragmenten gingen opeens rijmen. De  collage leek als door een &#8216;onzichtbare hand&#8217; in elkaar gezet. Het geheel was onmiskenbaar  meer dan de som der delen. Het karakter van een periode houdt zich dus niet  alleen schuil in het kleinste detail, maar wordt ook pas tevoorschijn in een nieuwe,  ogenschijnlijk chaotische, maar in feite uiterst complexe wijze van ordening. In die ordening  op de rand van chaos lijkt iets nieuws te kunnen ontstaan. Iets dat er al was maar nooit als  zodanig werd waargenomen. Het komt dan overal aan het licht, waar je het ook zoekt. Deze methode, zo dacht ik bij mezelf, moet toch iets hebben wat hout snijdt. Misschien iets  wat lijkt op autopoièsis.</p>
<blockquote>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/IMAGE0004.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25929" title="IMAGE0004" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/IMAGE0004.jpg" alt="" width="355" height="472" /></a></p>
<p style="text-align: left;">PRINSES BETRAPT</p>
<p style="text-align: left;">Deze unieke opname van de Nederlandse kroonprinses incognito werd gemaakt door Peter Zonneveld, fotograaf van de Telegraaf. Prinses Beatrix, wier belangstelling naar sociale aangelegenheden bekend is, vergezelde majoor Bosshardt van het Leger des Heils op een avondlijke tocht door het centrum van Amsterdam. (uit:&#8217;Het aanzien van 1965&#8242;)</p>
</blockquote>
<p>Zou het zo kunnen zijn dat alles buiten onszelf om ontstaat. Wij zijn geneigd om over de werkelijkheid te denken in de termen van een spiegel. Mijn denken is een afspiegeling van de werkelijkheid. Kunst weerspiegelt de historische werkelijkheid. De ratio is een spiegel van de waarheid. Maar misschien is dat alles niet waar. Misschien is er helemaal geen spiegel. Alles gebeurt vanzelf op basis van een paar simpele regels. De wereld is een aanhoudende stroom van gebeurtenissen. Al die gebeurtenissen &#8211; zowel binnen als buiten mij &#8211; houden op onvermoede wijze met elkaar verband. De wereld is voortdurend in wording als een werveling die zich voortplant in een in een nog onbekende ether. Er is geen breuk tussen geest en materie, tussen atomen in begrippen, tussen mijn binnenwereld en de wereld die ik waarneem. Mijn gedachten maken deel uit van een aanhoudende stroom van incidenten, waaruit ik niet kan ontsnappen. Ze komen allemaal uit dezelfde bron, waar alles uit voortkomt, elk moment opnieuw. De wereld stroomt en de historische sensatie maakt je als geen andere ervaring bewust van die allesomvattende draaikolk van micro- en macro-gebeurtenissen. Er is één formule die de wereld doet draaien. De intuïtie berust op een <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Algoritme">algoritme</a>.</p>
<p>Zo leek ook ik te zwichten voor de verleiding die in deze manier van denken besloten ligt. Ik  zocht naar iets concreets in de realiteit voor iets wat alleen bestaat in een werkelijkheid van  een andere orde. Deze dwaalweg voerde mij zelfs nog verder. Uiteindelijk ging ik ook mijzelf  zien is als een product van autopoièsis. Ik keek in de spiegel en zag een wonderlijk organisme  dat verzeild is geraakt op een vreemde planeet, waar het zich overigens uitstekend weet te  handhaven. Ik zag mezelf als een het voorbeeld bij uitstek van een uiterst succesvol, maar in  feite zichzelf instandhoudend proces. Als sterfelijk organisme ben ik slechts de tijdelijke  belichaming van een complex, adaptief systeem dat langzaamaan door een millennialange  ontwikkeling is ontstaan uit een wisselwerking met een eveneens veranderende omgeving.  Die ontwikkeling moet een langlopend proces zijn geweest, dat vanuit een uiterst toevallige  begintoestand zich ontwikkeld heeft in een toestand van veranderlijke stabiliteit op de rand van chaos. Zo zou ik &#8211; tegen wil en dank &#8211; voortdurend uit zijn op behoud van mijn eigen  methode van aanpassing.</p>
<p>Mijn kennis zou niets anders zijn dan een vorm van gedrag. Kennis van de wereld is immers  een functie van mijn eigen zenuwstelsel. Met andere woorden, ik schep voortdurend mijn  eigen wereld waarbij de structurele beperkingen van mijn brein vastleggen welke  omgevingsinvloeden op mij inwerken en welke veranderingen deze in mij teweeg brengen.  Toch ben ik geen solipsist omdat mijn zenuwstelsel interactief is met zijn omgeving. Maar ik  verwerf ook geen autonome kennis in de vorm van pakketjes informatie. Ik doe het noch het  ander. Door het plegen van kennisdaden ben ik er voortdurend op uit om mijzelf te  handhaven. En door te handhaven verander ik. Kortom, ik ben iets dat zowel ontstaat is uit als  gericht is op &#8230; autopoièsis!</p>
<blockquote>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/IMAGE0005.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25932" title="IMAGE0005" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/IMAGE0005.jpg" alt="" width="400" height="413" /></a></p>
<p style="text-align: left;">SIR STANLEY NAM AFSCHEID</p>
<p style="text-align: left;">De grootste voetballer die de wereld wellicht ooit heeft gekend, Stenley Matthews, speelde dit jaar voor het laatst. Ter ere van deze vijftigjarige sportfiguur was op het modderige veld van Stoke City een wereldelftal aangetreden om de ploeg van &#8216;Mister Football&#8217; waardige tegenstand te geven. het team van Matthews, die in de Britse adelstand was opgenomen en zich sir mocht noemen, verloor, maar dat was niet belangrijk. Wat telde, was de wijze waarop de Russische doelman Yashin en de Spaans-Hongaarse ster Puskas hem in naam van de hele sportwereld op de schouders namen. (uit:&#8217;Het aanzien van 1965&#8242;).</p>
</blockquote>
<p>Toch knaagde er ook enige twijfel. Alfa&#8217;s hebben de neiging om concepten uit de exacte  wetenschap uit hun verband te rukken en alleen metaforisch te gebruiken. Dergelijke  praktijken zijn genadeloos ontmaskerd door twee natuurkundigen Sokal en Bricmont in hun boek <em>Postmodernisme, wetenschap en anti-wetenschap (1999)</em>. Door <em>close reading </em>toe te passen op een aantal teksten van hedendaagse Franse filosofen, lieten zij zien hoe deze meesterdenkers van de beeldspraak exacte concepten misbruiken voor hun  eigen duistere redeneringen. Ik vroeg mij of ik ook ten prooi was gevallen aan dit soort  kwalijke praktijken. Het gevaar is immers dat je dan spoken gaat zien. Voor je het weet loop  je in cirkels rond als in een woestijn, verbaasd over het groeiend aantal voetstappen dat je  tegenkomt, terwijl je niet beseft dat je die zelf onderweg hebt achtergelaten. Het vermeende  wondermiddel wordt zo al gauw een placebo. Liep ik soms in cirkels rond?</p>
<p>Maar met complexe systemen, zo ontdekte ik, is iets anders aan de hand. Het gaat hier niet om een nieuw jargon, maar om andere manier van probleemstelling, een benadering van het  onderwerp als een voortdurend veranderlijk proces in plaats van een ideale situatie die uit de  maalstroom van de tijd is gelicht. Het is een holistische zienswijze die zich heeft aangediend  binnen het reductionistisch bolwerk bij uitstek, de natuurwetenschap. Bovendien gaat het om  een interdisciplinaire vorm van wetenschap, een reeks verwante theorieën die op allerlei  terreinen naar voren komt, niet alleen in de moleculaire biologie, maar ook in de  neurobiologie, cybernetica, kunstmatige intelligentie, economie, communicatiewetenschap tot  aan de zachtere sectoren van de humaniora, zoals sociologie, culturele antropologie, en <em>last but not least</em>: kunstgeschiedenis.</p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=qXOf4a2HbSI">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/03/19/intuitie-berust-op-een-algoritme/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>22</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kunst en de ritmiek van de natuur</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/03/18/kunst-en-de-ritmiek-van-de-natuur/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/03/18/kunst-en-de-ritmiek-van-de-natuur/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 18 Mar 2010 03:13:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[kunst]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=25803</guid>
		<description><![CDATA[Vandaag de dag zijn de ritmes die de natuurwetenschap verheerlijkt wel duidelijk voor het denken, maar niet voor het waarnemen. Variaties en ritmes worden weergeven in symbolen, die niets betekenen voor de zintuigen. Zij maken de ritmiek van de natuur duidelijk voor hen die zich een strenge discipline hebben eigen gemaakt. Door deze verwantschap kan [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/starlings_formations_009.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25874" title="starlings_formations_009" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/starlings_formations_009.jpg" alt="" width="487" height="408" /></a></p>
<blockquote><p>Vandaag de dag zijn de ritmes die de natuurwetenschap verheerlijkt wel  duidelijk voor het denken, maar niet voor het waarnemen. Variaties en  ritmes worden weergeven in symbolen, die niets betekenen voor de  zintuigen. Zij maken de ritmiek van de natuur duidelijk voor hen die  zich een strenge discipline hebben eigen gemaakt. Door deze verwantschap  kan er een dag komen waarop onderwerpen, die nu alleen betekenis hebben  voor wie er in getraind is dingen te interpreteren die voor de  zintuigen hiëroglyfen zijn, de kern gaan vormen voor poëzie en daarmee  van een waarneming die genoegen schenkt.</p>
<p>John Dewey, Art as experience (1934)</p></blockquote>
<p>Enige tijd geleden stond ik voor het Centraal Station in Amsterdam.  Tegen de gele lucht hoog aan de hemel vloog een zwerm spreeuwen. De  meest wonderlijke patronen tekenden zich af in een voortdurende  turbulentie van stroom en tegenstroom. Soms werd de hemel bijna zwart  als twee richtingen elkaar doorkruisten. Dan weer spreidde de zwerm zich  plotseling als een groot tafellaken, dat over het IJ werd uitgeworpen.  Ieder meeuw volgde zijn eigen koers en toch was er geen enkele  dissident. Heel even leek een rebellerende groep zich aan het geheel te  onttrekken. Maar bij nader inzien bleek ook dit patroon, binnen een  vreemd, bijna syncopisch ritme, tot de totale choreografie van de zwerm  te behoren. Deze gigantische dans in de lucht was zo complex en verfijnd  dat geen choreograaf haar ooit had kunnen bedenken. Kortom,het was een  sprekend voorbeeld van orde in chaos.</p>
<p>Sinds mensenheugenis is de natuur de leermeester van de kunst en  hebben we gemeend dat er zoiets als esthetische wetten bestaan, een  ordening die zowel aan de natuur als aan ons gevoel van schoonheid ten  grondslag ligt. Die ordening zou zijn terug te vinden in de axioma’s van  de wiskunde, in begrippen als eenvoud, helderheid en harmonie, in de  gulden snede, in de elegantie van een bewijsvoering, in oervormen als  cirkel, vierkant en driehoek, maar ook in bol, kegel en cilinder, waar  je alle verscheidenheid van vormen op terug zou kunnen voeren.</p>
<p>Dit stelsel van orde en regelmaat bood de mogelijkheid om de  werkelijkheid te abstraheren. Astronomen bouwden hun theorieën over het  heelal eruit op. Filosofen bracht het op de gedachte dat er universele  ideeën bestaan. Kunstenaars meenden hierdoor een ideale schoonheid te  ontdekken, die naar een hogere werkelijkheid verwijst. Kortom, kunst  werd en gevecht om orde en schoonheid te bevrijden uit chaos. Om de  wereld te vervolmaken op grond van de wetten van schoonheid die in de  natuur zelf verborgen liggen.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/Untitled.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25825" title="Untitled" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/Untitled.jpg" alt="" width="295" height="393" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Albrecht Dürer, Melancholia I, 1514</p>
<p>De Amerikaanse filosoof John Dewey gaat met zijn hierboven geciteerde  uitspraak nog een stap verder. Hij ziet een verwantschap tussen de  ritmiek van de natuur, de symbolische taal van de natuurwetenschap en  zoiets als poëzie, een ervaring die genoegen schenkt. Zijn woorden  bevatten ook een voorspelling. Voorzichtig weliswaar, maar de auteur  ziet iets dagen aan de horizon. Die horizon was vanuit zijn optiek niet  bepaald onbewolkt. We schrijven 1936. Het wereldtoneel werd bepaald door  oprukkende totalitaire systemen als fascisme en bolsjewisme. De  democratie was in gevaar. De avant-garde had zich teruggetrokken op haar  eigen terrein in afwachting van betere tijden. In Rusland was het  revolutionaire experiment met het constructivisme als staatskunst  mislukt. In New York werd de Europese abstracte kunst als de mainstream  van de twintigste eeuw met een grote tentoonstelling bijgezet in de  kunstgeschiedenis.</p>
<p>De zuivere kunst van Mondriaan en Van Doesburg, de concrete kunst van  Tatlin en Gabo, dat alles werd pontificaal aan het volk getoond als  laatste redmiddel in de strijd tegen de opstand der horden. Het  esthetisch programma van dit soort kunstvormen bevatte immers een  utopische belofte. Die belofte werd vereenzelvigd met principes van  zuiverheid, de abstracte vorm, de ideale maat, de volmaakte balans. Er  zou zelfs een dag komen dat op grond van die principes de kunst het  aanzien van de wereld definitief zou veranderen. Met een beetje goede  wil immers, zo had Mondriaan beweerd, zou het de realisatie van het  paradijs op aarde mogelijk zijn. &#8216;De esthetica zal morele en fysieke  vreugde gaan verspreiden door de zuivere opposities van maat en kleur.&#8217;</p>
<p>Iets van dat utopisch vergezicht lijkt door te schemeren in de  woorden van Dewey. Als filosoof uit de school van het Amerikaanse  pragmatisme had hij niet alleen kennis teruggebracht tot de toetsing van  gewone ervaringen, maar ook de esthetische ervaring naar de gewone  wereld teruggevoerd, weg uit haar exclusieve domein waarin zij sinds  Kant gevangen zat. De kloof tussen de esthetische gewaarwording in een  kunstwerk en de alledaagse ervaring van schoonheid, die sinds opkomst  van de burgerij was ontstaan, zou in de toekomst volledig moeten  verdwijnen in een samenleving waarin de eeuwige ritmiek van de natuur  weer de basis zou vormen van orde en schoonheid.</p>
<p>In de tijd van de Romantiek werd de natuur in feite opnieuw ontdekt  als een surrogaat voor de religie. Natuur riep opeens het verlangen op  naar de verte, naar een nieuwe horizon in de toekomst, naar het groeien  en worden naar volmaakte staat der dingen die ook in hun oorsprong te  vinden was. Zo was ook de gedachte ontstaan dat in de natuur een nieuw  soort verlossing besloten kon liggen. De eindfase van de geschiedenis  zou de terugkeer betekenen van harmonie en balans, van zuivere  opposities van maat en schaal, zoals die te vinden waren in de vormen en  verhoudingen van planten en kristallen, van kleurenspectra en periodieke  systemen, kortom van het natuurlijk verbond van het getal dat alles met  alles verbond.</p>
<p style="text-align: center;">
<p>Was dat niet een gedachte die ook de Grieken hadden gekoesterd? Het  ideaal bijvoorbeeld van de gulden snede, de harmonische verhoudingen van  de natuur die in de wiskunde besloten ligt als een eeuwig verbond  tussen het menselijke en het goddelijke? Die harmonische samenhang was  verloren gegaan toen natuurwetenschap en <em>Geistesgeschichte</em> in de  negentiende eeuw verschillende wegen insloegen. Het project van de  moderniteit was in feite een radicale poging om die breuk te herstellen.  De moderne kunst had een opdracht. Zij moest de weg terug vinden uit de  vervreemding, waarin de wereld verstrikt was geraakt. Een kunstwerk  moest voortaan gemaakt worden zoals een ingenieur zijn bruggen bouwt.  Terug naar de basis, de schoonheid van de wiskunde, de taal van de  ingenieurs. Zo luidde het devies van de constructivisten, de  avant-gardisten van het eerste uur.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/schoen.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25821" title="schoen" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/schoen.jpg" alt="" width="281" height="422" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn5/schoenma">Mattthieu Schoenmakers</a> (1875-1944)</p>
<p>Die formele natuurtaal was immers onafhankelijk van tijd en  geschiedenis. Ze was universeel. Je kon haar niet verbeelden. Je kon  haar alleen uitbeelden. Dat wil zeggen: plastisch maken, zoals ook  getallen ‘plastisch’ konden worden in zuivere en natuurlijke vormen. Het  inzicht in het denken zelf, in het denken in verhoudingen, noemde  Mathieu Schoenmakers, ‘het beeldende denken’. Zijn ideeën over  ‘beeldende wiskunde’ stonden aan de basis van een nieuwe plastische  kunst. &#8216;De menschheid moet inzien,&#8217; zo stelde hij in 1913, &#8216;dat de ware  gedachte beeldende gedachte is, en dat beeldende gedachte exact kan zijn  en mededeelbaar.&#8217; De stijl, die zo kon ontstaan, was niet een stijl  zoals er zo velen waren geweest in de keten van de geschiedenis.</p>
<p>Het was  Dé Stijl. Een vormentaal die uiteindelijk niets anders moest verbeelden  dan de ritmiek van de natuur zelf, de taal van de kosmos, de taal ook  voor een toekomstig paradijs op aarde. Het modernisme werd zo het  tijdperk waarin de meest weidse vergezichten verbonden werden met de  meest minimale esthetische middelen: het ritme, de maat, de proportie,  de verhouding, de balans. Wat Dewey later zou verwoorden was in feite de  meest basale versie van datzelfde utopische – en in oorsprong  romantische – vergezicht. Er komt een dag dat ritmiek van natuur en  wiskunde de kern gaan vormen voor een waarneming die genoegen schenkt</p>
<p>Dat soort gedachten zijn inmiddels achter de horizon verdwenen. Maar de  kunst, waarin de verhoudingen van schaal en maat worden ingezet als  esthetisch programma, bestaat nog altijd. Na de oorlog werd de draad op  verschillende manieren opnieuw opgepakt. De constructivistische traditie  kreeg nieuwe vertalingen in een breed scala van stromingen en  tendensen. In Frankrijk had de groep <em>Cercle et Carré</em> zich al voor de  oorlog geformeerd. In Zwitserland pakte Max Bill in de jaren vijftig de  draad op met zijn <em>Concrete Kunst</em>. In Italië vormde zich de <em>Movimento  Arte Concreta.</em> In Nederland werden de principes van Bauhaus en De Stijl  gemeengoed in het kunstvakonderwijs en stond de tijd van de wederopbouw  in het teken van een constructivistisch georiënteerde monumentale kunst.</p>
<p>Die continue onderstroom mondde uit in een bloeiperiode van  neo-constructivistische kunst in de jaren zestig en zeventig. De kunst  van schaal en maat werd nog eenmaal beproefd in een laatste zwanenzang  van het modernisme. De utopisch gedachte werd wat minder openlijk geuit,  maar was wel degelijk verscholen aanwezig in de volmaakte cirkels van  Ger Dekkers of de zich monotoon herhalende vloersculpturen van Carl  André. De ideale lijn werd uitgezaagd, het vierkant werd als minimale  module gehanteerd. Kunst werd een stees radicalere poging om de ervaring  van schaal en maat uit te putten in een onmiddellijke ervaring van één  enkele totaalstructuur. In de jaren van minimalisme en conceptuele kunst  werden schaal en maat louter als modaliteiten beproefd in een formeel  onderzoek van het kunstwerk en zijn omgeving. Zo luidde de officiële  lezing althans in toelichting en kritiek. Maar achter die uiterst koele  formules en formuleringen ging ook iets van een leegte schuil, een holle  ruimte waarin de wegstervende echo’s van de strijders van het eerste  uur nog altijd hoorbaar waren.</p>
<p>Vanaf het begin van de jaren tachtig werd die leegte steeds  nadrukkelijker ook als leegte ervaren. Het vermoeden begon de dagen dat  hoogdravende visioenen van Mondriaan in toon niet zo veel verschilden  met de gezwollen propaganda van de totalitaire systemen die ook het  paradijs op aarde hadden beloofd. Wie terugkeek in de geschiedenis van  de twintigste eeuw zag dat het vergezicht van het vooroorlogse  constructivisme steeds meer op één lijn kwam te liggen met het utopisch  fundamentalisme van links en de totalitaire systemen van rechts. Dat  hele spectrum hoorde immers bij het tijdperk van de grote verhalen, het  geloof in de vooruitgang, de gedachte ook dat de geschiedenis in het  algemeen en de kunst in het bijzonder een doel en een bestemming hadden.</p>
<p>Toen het geloof in de maakbaarheid van de samenleving stilaan begon  af te brokkelen, kelderde ook het vermoeden de formele esthetica van  schaal en maat iets van doen kon hebben met de gedachte aan een betere  wereld. Het besef drong door dat de idealen van het constructivisme  waren weergeven in kunstwerken met zo’n extreem eenvoudig concept, dat  we niet eens meer wisten hoe ze gerestaureerd konden worden. De rel om  roller of kwast bij de restauratie van vernielde doek van Barnett Newman  betekende in feite het definitieve fiasco van een utopie. Het opgelapte  schilderij kreeg opeens iets weg van gebalsemde lijk van Lenin. Het  bleef op zijn plaats in het mausoleum als toeristische attractie voor de  massa, voor wier opstand niet meer werd gevreesd. Zo is ook het laatste  visioen van het modernisme inmiddels voorgoed verschrompeld tot een  museaal relikwie, een gebalsemd stuk linnen met wat verf er op. Niets  meer en niets minder.</p>
<p>De vraag dient zich aan of met het verdwijnen van de modernistische  utopie ook de voorspelling van Dewey zijn historisch belang verloren  heeft. Zal die nieuwe dag, waarvan ook hij de dageraad zag gloren, dan  nooit meer aanbreken? De dag waarop de ritmiek van de natuur, die ook in  de hiëroglyfen van de wetenschap schuil gaat, de kern gaat vormen voor  poëzie en een waarneming die genoegen schenkt? Die dag waarop de kunst  wellicht voorgoed zal samenvallen met het leven zelf. Als wereld de weg  heeft teruggevonden naar het paradijs van de natuur.</p>
<p>In zijn boek <em>De ontstelling van Pythagoras (1998) </em>beweert Albert van der  Schoot dat de tijdloze harmonie die in de wet van de gulden snede [u:v=  v:(u+v] besloten zou liggen in feite een fictie is uit de tijd van de  Romantiek. Weliswaar toont proefondervindelijk onderzoek aan dat mensen  in iets meerdere mate een behaaglijk gevoel krijgen bij een verdeling op  basis van de gulden snede, dan bij een verdeling die daar net naast  ligt, maar de verschillen zijn veel minder spectaculair dan verwacht. De  gulden snede is dus met een romantische mythe omgeven, een mythe die  zijn wortel heeft in oeroude getallenmystiek, en die na de  heiligverklaring van de natuur rond 1800 heeft postgevat is ons westerse  bewustzijn.</p>
<p>Getallenmystiek kwam al voor bij Pythagoras, die  harmonieuze ordening zag in de kosmos op basis van het getal. Maar de  wet van de gulden snede – zo beweert Van der Schoot – heeft geen enkele  klassieke oorsprong. Sterker nog, deze wet komt zelfs niet eens voor in  de leer van Pythagoras, aan wie hij zo vaak wordt toegeschreven.  Pythagoras zou zelfs geschokt reageren als hij achteraf moest horen dat  de ideale verdeling van een lijnstuk ongeveer zou liggen op 0.618 van  haar lengte. Dan zou zijn theorie van een natuurlijke harmonie van de  kosmos immers gestoeld zijn op een niet uitdrukbaar en onberekenbaar  getal.</p>
<p>Kortom, ideale wetten van maat en schaal zijn dus met een korreltje  zout te nemen. Maar hoe zit het dan met de natuur zelf? De veer van een  vogel waar de ultieme spanning van een lijn in de kiem aanwezig is. Wie  zich, zoals Frank van der Linden, verdiept in de wetmatigheden in  groeiprocessen, stuit op een wonderbaarlijke ritmiek, die op een ander  niveau dan de statische leer van Pythagoras, het vermoeden wekt tussen  van een verbond tussen een wiskundig bepaalde ordening en een ervaring  van schoonheid. Zonnebloemen bijvoorbeeld ontwikkelen een verzameling  van vele bloempjes op een enkele stengeltop. De spiralen waarin die  bloempjes geordend zijn vertonen vast te aantallen die oplopen volgen de  reeks van Fibonacci: 1.1.2.3.5.8.13…</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/mandelbrot.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25829" title="mandelbrot" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/mandelbrot.jpg" alt="" width="402" height="301" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Beno%C3%AEt_Mandelbrot">Benoît Mandelbrot</a><a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Beno%C3%AEt_Mandelbrot">,</a> fractale structuur</p>
<p>Maar wat zegt dat over het gevoel van schoonheid dat een zonnebloem  teweeg kan brengen? Wat zegt het over de simpele penseelstreek waarmee  een Chinees kunstenaar het ritme van een bamboeplant op papier zet? Of  sterker nog, de expressieve directheid waarmee Van Gogh zijn  zonnebloemen schilderde. Zitten in onze hersencellen soms ook  spiraalvormige schakelpatronen die volgens de reeks van Fibonacci zijn  opgebouwd? Het heeft er alle schijn van dat ‘de gulden regels’ in de  natuur nog altijd met een romantische mythe worden omgeven. Ook al valt  het niet te bewijzen, we geloven maar al te graag dat er een  getalsmatige ‘theorie over alles’ moet bestaan. Een soort stelsel van  supersnaren, die het universum doet trillen in een sublieme harmonie van  schaal en maat, een vorm van natuurlijke schoonheid die ook in een  kunstwerk tot uiting kan komen.</p>
<p>Ook de bevindingen vanuit de chaostheorie doen vroeg of laat de gedachte  postvatten dat er en universele onderlegger moet bestaan in het systeem  van de natuur, een onderlegger die wellicht verbonden is met een  tijdloos gevoel voor schoonheid. De patronen van Mandelbrot wekken bij  ons misschien wel eenzelfde soort esthetische verwondering als  Pythagoras moet hebben ervaren toen hij de eerste lijnen in het zand  trok, waarmee de zijden een rechthoekige driehoek gekwadrateerd werden  tot drie vierkanten, waarvan het oppervlak van de grootste gelijk was  aan de som van twee overigen.</p>
<p>En de wetenschap van de complexe systemen  doet ons tegenwoordig zelfs beseffen dat er wetten kunnen bestaan die  het domein van natuur verbindt met dat van de cultuur. Zo zijn er  regelmatigheden die zich niet alleen manifesteren in onvoorspelbare  moleculaire processen die aan de basis kunnen liggen van het ontstaan  van leven, maar ook in de wisselende schommelingen van de effectenbeurs,  de grillige wisselingen in het weer, het plotselinge omslaan van een  publieke opinie, of in de wonderlijke patronen van een grote zwerm  spreeuwen boven het Amsterdamse Centraal station.</p>
<p>Misschien zijn dat wel de nieuw hiëroglyfen van de wetenschap die  verbonden kunnen raken met ons gevoel voor schoonheid, een nieuw  geheimschrift van de natuur dat langzaam zijn raadsels prijsgeeft. De  chaostheorie toont aan dat ongeordendheid niet de tegenpool is van orde,  maar een andere als de gewone verschijningsvorm van orde is. Elk  chaotisch systeem – en misschien wel de natuur als geheel – kent dus  kennelijk een tegendraadse, verscholen ordeningsdrang. Om die drang te  beschrijven gebruikte de Duitse bioloog Otto Rösler ooit het beeld van  een windzak met een gat erin. Als de wind zich daar met geweld  binnendringt dan zit hij met zijn energie in de val. Zo lijkt de natuur  voortdurend uit eigen beweging, en bijna ‘tegen haar wil’ dingen te  doen, waarmee ze door een soort &#8216;zelfverstikking;&#8217; schoonheid voortbrengt.  Chaos is dan ook niets anders dan een – tot nog toe – slecht begrepen  verschijningsvorm van orde. Sterker nog, chaos bestaat niet.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/quadrat.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25818" title="quadrat" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/quadrat.jpg" alt="" width="296" height="437" /></a></p>
<p>In 1990 wijdde het Duitse tijdschrift <em>Kunstforum</em> een themanummer met  de veelzeggende titel <em>Das Gequälte Quadrat</em> aan de nieuwe ontwikkelingen  in de chaostheorie, die een ander licht zouden werpen op de traditie van  constructivistische kunst. Hoe zit het met de het klassieke huwelijk  tussen orde, harmonie en schoonheid, zo luidde de vraag, als de chaos  niet meer bestaat. Het constructivisme was de kunststroming bij uitstek  die de wereld wilde zuiveren van chaos. Constructivistische kunst wilde  de regels van de harmonische orde terugvinden die in de natuur zelf  besloten ligt.</p>
<p>&#8216;Chaos,&#8217; zo stelde Dieter Bogner, &#8216;diende vooral in de  revolutionaire ontwikkelingsfase van deze kunstrichting, als negatief  beladen, polaire tegenstelling tegenover het visioen van de nieuwe  maatschappelijke ordening en de uitdrukking daarvan in de  constructivistische wereld van beelden, sculpturen en utopische  architectuur. Maar als orde geen tegenpool meer van chaos kan zijn, dan  is de tegenpool van de constructivistische esthetica van kubus, bol,  cirkel en vierkant, in feite buiten werking gezet.&#8217; Als het irrationele  van de chaos niet meer bevochten kan worden, dan heeft de kunst, die  haar als geen ander bestrijden wilde, geen vijandbeeld meer. En daarmee  ook geen bestaansrecht meer. Alle visionaire utopieën, die gebaseerd  waren op een universele natuurtaal van eenvoud en harmonie, zo luidde de  redenering, lagen in één klap op de vuilnisbelt van de  ideeëngeschiedenis..</p>
<p>Maar nogmaals, als dat al zo is, geldt dat dan ook voor de voorspelling  van Dewey? Toen ik die zwerm spreeuwen zag vliegen boven het Centraal  station in Amsterdam, werd ik getroffen door een intens gevoel van  verwondering en schoonheid. Dat gevoel werd er niet minder op toen ik  onlangs las dat de ritmiek in de choreografie van dergelijke zwermen  simpelweg te herleiden valt tot een drietal uiterst eenvoudige regels,  dat in 1987 werd ontdekt door de Amerikaan Craig Reynolds. Deze drie  regels hebben geen directe betrekking op de enorme complexiteit van de  zwerm als geheel, maar gaan op lokaal niveau op voor het vluchtgedrag  van elke spreeuw afzonderlijk. Het geheel van de zwerm wordt hierdoor  meer dan de som der spreeuwen. Dat &#8216;meer’ van het geheel – wat het  verder ook moge zijn – heeft misschien iets van doen met de schoonheid  die ik gewaar werd bij het kijken naar zo’n zwerm. Een schoonheid die  als volgt in drie regels is samen te vatten::</p>
<blockquote><p>(1)	Iedere spreeuw probeert een kort mogelijke afstand tot de  spreeuwen in zijn directe omgeving te bewaren.<br />
(2)	Iedere spreeuw probeert zijn snelheid gelijk op te laten lopen met  de die van spreeuwen in zijn directe omgeving<br />
(3)	Iedere spreeuw probeert dichter bij het middelpunt van de groep  spreeuwen in zijn directe omgeving te komen.</p></blockquote>
<p>Toen ik dit voor het eerst las, werd ik opnieuw bevangen door een  gevoel van verwondering. Is dit niet een nieuw soort gulden snede? Een  universele wet van harmonie, niet op het niveau van de Euclidische  meetkunde, maar op een veel hoger niveau: de wereld van de complexe  systemen? Maar wat is dan eigenlijk nog het verschil? Is ook dit niet  een minimale regelgeving in de natuur die een maximale ervaring van  schoonheid teweeg kan brengen? Hoe het ook zij, het gaat hier niet zo  zeer om een verdwenen oppositie tussen orde of chaos, waarmee de  doodsklok voor het constructivisme zou zijn geluid. Waar het hier eens  te meer om gaat is de elegantie van de regelmaat, het summum van  eenvoud, kortom: <em>the less is more.</em></p>
<p>De drie simpele regels van Reynolds lijken mij een sterke aanwijzing  te bevatten dat de voorspelling van Dewey zijn historische waarde nog  niet heeft verloren. Het constructivisme mag dan haar utopische lading  tijdens de schipbreuk van het modernisme goeddeels zijn kwijtgeraakt, de  chaostheorie haalt het bestaansrecht van die stroming in de kunst niet  onderuit. Integendeel, de uiterst eenvoudige wetten en regels, die aan  de basis blijken te liggen aan de meest complexe verschijningen van  schoonheid in de natuur, ontvouwen wellicht een nieuw perspectief voor  het maken van concrete kunst. Dat wil zeggen, kunst die in de beste  traditie van het constructivisme alleen zich zelf wil zijn, door het  simpelweg tonen van staketsels, bouwsels, schakelingen en stapelingen,  cellen en cirkels, koepels en knopen. Het zijn dingen die nog altijd  verwondering wekken over wat de ervaring van schoonheid in essentie zou  kunnen zijn.</p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=XH-groCeKbE">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/03/18/kunst-en-de-ritmiek-van-de-natuur/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>In het spoor van Bergson</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/02/04/in-het-spoor-van-bergson/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/02/04/in-het-spoor-van-bergson/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 04 Feb 2010 07:19:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=23479</guid>
		<description><![CDATA[Structurele koppeling tussen organisme en omgeving vindt plaats tussen operationeel onafhankelijke systemen. Als we onze aandacht  richten op het in stand houden van de organismen als dynamische  systemen in hun omgeving, lijkt die instandhouding gericht te zijn  op een compatibiliteit van de organismen met hun omgeving die we  aanpassing noemen. Als we op een gegeven [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/02/csfm001.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-23494" title="csfm001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/02/csfm001.jpg" alt="" width="473" height="354" /></a></p>
<blockquote><p>Structurele koppeling tussen organisme en omgeving vindt plaats tussen operationeel onafhankelijke systemen. Als we onze aandacht  richten op het in stand houden van de organismen als dynamische  systemen in hun omgeving, lijkt die instandhouding gericht te zijn  op een compatibiliteit van de organismen met hun omgeving die we  aanpassing noemen. Als we op een gegeven moment echter een des tructieve interactie waarnemen tussen een levend wezen en zijn om geving waardoor de eerstgenoemde als autopoiètisch systeem uit  elkaar valt, zeggen we van het gedesintegreerde systeem dat het zijn  aanpassing verloren heeft. De aanpassing van een eenheid aan zijn  omgeving is derhalve een consequentie van de structurele koppeling  van die eenheid met zijn omgeving en dat zou niemand mogen ver bazen. Met andere woorden, elke ontogenese is als een individuele  geschiedenis van structurele verandering een structuurdrift die  plaatsvindt met behoud van zijn organisatie en aanpassing.</p></blockquote>
<p>Aldus <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Humberto_Maturana">Humberto R. Maturana </a>en <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Francisco_Varela">Francisco J. Varela</a> in hun boek <em>De boom der kennis, hoe wij de wereld door onze waarneming creëren (1984)</em>. De titel van dit boek suggereert een extreem idealistische, zo niet solipsistische visie op de werkelijkheid. Maar dat valt bij nader inzien best mee. De auteurs zijn twee pioniers op het terrein van de neurobiologie en de wetenschap van de levende systemen. Zij beschrijven dit soort systemen &#8211; van cel tot maatschappij &#8211; waaruit blijkt dat structuurdrift, zelforganisatie, samenwerking en interactie de basis vormen van al het leven op deze planeet en niet de wetten van de <em>jungle</em>, zoals die ooit door Darwin waren geformuleerd. Het sociaal-darwinisme heeft zich sinds de negentiende eeuw op tal van terreinen gemanifesteerd, niet in de laatste plaats op het terrein de ideologische systemen die aan de samenleving ten grondslag liggen.</p>
<p>Zonder Darwin had het fascisme heel wat minder kans gehad om wortel te schieten, om over de agressieve vormen van hedendaagse kapitalisme maar te zwijgen. Menig technocratisch politicus gaat er nog altijd van uit, dat de <em>the survival of the fittest</em> de grondwet is van de economie. De mens is een aap en de sterkste overleeft in de eeuwige strijd van concurrentie en vrije markt. De bonus-cultuur is goed, want hij is natuurlijk. Dit systeem beloont immers het meest risicovolle en agressieve gedrag. Altruïsme en coöperatie zouden vanuit deze optiek de sleutelwoorden zijn van de onnatuurlijke religie en het anti-natuurlijk communisme. De natuur vraagt om strijd, kracht, concurrentie en de wil tot macht zonder enig mededogen of barmhartigheid.</p>
<p>Het aardige van de benadering in de wetenschap van de levende systemen, die in de moleculaire biologie en de neurobiologie zijn vertrekpunt neemt, is dat dit perspectief wordt omgedraaid. Niet het gezichtspunt van het geïsoleerde en agressieve individu in zijn strijd om het  bestaan is bepalend voor het overleven, maar de voortdurende interactie tussen het organisme of de cluster van organismen enerzijds en de natuurlijke omgeving anderzijds. De structuurveranderingen, die het organisme gaandeweg ondergaat, manifesteren zich als de werking van een innerlijke structuurdrift die congrueert met een structuurdrift van de gehele omgeving. Het is dus per definitie een relationele of holistische vorm van wetenschap. De mens wordt nooit geïsoleerd, de natuur evenmin.</p>
<p>De mens is dus niet een op zichzelf staand organisme of een uitzondering in de natuur, maar staat vanaf microniveau voortdurend in wisselwerking met processen die in zijn directe omgeving plaatsvinden. We denken alles zelf te realiseren, maar we zijn altijd mede het product van onze omgeving. Een groot talent, dat veel tot stand brengt, komt altijd op het juiste moment en op de juiste plaats. Zo ontstaat de indruk dat onze prestaties nooit geheel op ons eigen conto komen, maar dat wij door onze omgeving hiervoor geselecteerd zijn. En in feite is dat ook zo. Sterker nog, zonder zijn natuurlijke <em>habitat</em> op deze planeet had het verschijnsel mens zich in de evolutie nooit kunnen manifesteren.</p>
<p>De mens is maar de helft van waar het omgaat. De omgeving is de andere helft, en de natuur is de voortdurende interactie van die twee uiterst complexe systemen die met elkaar hun structuurdrift botvieren in een eindeloos proces in de tijd. Die wisselwerking speelt zich af op allerlei niveaus, die een zekere gelaagdheid vertonen: vanaf het atomaire, organische, fysieke, driftmatige, emotionele tot aan het psychische en spirituele. De verleiding van de klassieke wetenschap is om al deze processen te beschrijven als ware het geïsoleerde, fysische &#8211; en dus objectief meetbare &#8211; processen. Maar voor het objectieve meten, heb je een geïsoleerd of ideaal subject nodig. Het het rare is echter, dat zo&#8217;n ideaal en geïsoleerd subject, waarmee je dingen in de natuur kunt meten, in de biologie van de levende systemen in feite niet voorhanden is.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/02/Bergson-Henri.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-23486" title="Bergson, Henri" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/02/Bergson-Henri.jpg" alt="" width="284" height="400" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Henri Bergson</p>
<p>Met een stelling, die zich zelf in de staart bijt, kun je beweren dat er twee benaderingen van de werkelijkheid bestaan: één waarbij alles altijd in twee categorieën wordt verdeeld en één waarbij dat niet gebeurt. Bij de eerste benadering is het geheel nooit meer dan de som der delen. Bij de tweede is dat wel het geval. Vanuit die optiek lijkt er aan de werkelijkheid voortdurend iets nieuws te worden toegevoegd. Iets wat als vanzelf ontstaat. Zoiets als poëzie. Subject en object zijn altijd verweven in een interactief proces, dat niet is stil te zetten in de tijd. Uit het geheel is niets te isoleren, laat staan te herhalen. Elke vorm van wetenschap, die daar op uit is, levert structureel een vertekend beeld op. Vandaar dat de theorie van de levende systemen de fundamenten van de objectieve wetenschap ter discussie stelt.</p>
<p>Er bestaat geen behoud van massa of een behoud van energie, maar wel een behoud van organisatie en een behoud van aanpassing. Op het eerste gezicht lijkt deze benadering op een terugkeer naar het vitalisme, dat wil zeggen, naar een visie op de werkelijkheid, waar een autonoom proces van biologisch vitale aard aan ten grondslag ligt, zoiets als het <em>élan vital </em>van <a href="http://www.huubmous.nl/2008/01/12/ler-roy-tijd-en-tegencultuur/">Henri Bergson</a>, dat niet alleen al het organische maar ook al het anorganische doordringt. Het is een wereldbeeld zonder definitieve scheidingswand tussen binnen en buiten, subject en object, geest en materie, leven en dood. Maar de wetenschap van de  levende systemen heeft niets zweverigs of mystieks. Het is keiharde wetenschap, maar wel op menselijke maat.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/02/10.3332-eCMS.2007.53-3.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-23510" title="10.3332-eCMS.2007.53-3" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/02/10.3332-eCMS.2007.53-3.jpg" alt="" width="345" height="296" /></a></p>
<p style="text-align: center;">M. C. Escher, tekenende handen, 1948</p>
<p>Er zit een voortdurende cirkel in alles, wat wij waarnemen en denken te weten te komen, omdat het subject altijd deel uitmaakt van een groter proces dat gaande is. Elke waarneming deformeert niet alleen de beweging, die wordt stilgezet in een geïdealiseerd beeld, maar maakt zelf ook deel uit van een onderliggende beweging van het totale systeem. In die zin is elke vorm van wetenschap uiteindelijk een functie van een complex dynamisch systeem, en niet omgekeerd. Wij zijn geen passieve verwerkers van informatie die al bestaat, geen organische apparaten die alleen maar registreren. Kennis is geen weerspiegeling van de werkelijkheid, maar zij schept zichzelf in een voortdurende wisselwerking met de omgeving. Iedereen creëert zijn eigen wereld en de grootse gemene deler van die afzonderlijke werelden noemen we &#8216;de werkelijkheid&#8217;.</p>
<p>Zo redenerend betreden we andermaal het middeleeuwse strijdperk van het nominalisme versus het realisme, waarbij de vraag rijst of wij een substantie in de tegenwoordigheid roepen door het concretiseren van een zuiver begrip, of dat wij daartegenover het zuiver begrip afleiden van de concrete verschijnselen. De kracht van het denken in termen van levende systemen ligt juist hierin, dat zij aan dit aloude dilemma weet te ontsnappen. Het is niet langer het dilemma tussen subjectivisme en objectivisme, tussen denken en zijn, dat aan de wetenschap ten grondslag ligt. Of anders gezegd, het is niet langer de onmogelijke keuze tussen de zekerheid van de stilstaande kennis en de onzekerheid van de stroom van de tijd -  de rivier van Heraclitus, waar je maar éénmaal doorheen kunt gaan, want daarna is de rivier dezelfde rivier niet meer. Nee, de werkelijkheid zit in de oer-eenheid die we kennen vanuit onze eigen lichamelijkheid.</p>
<p>Wij zij in de wereld, maar de wereld zit ook in ons. En tegelijk: wij staan buiten onszelf, maar in die excentrische positie staan wij tegelijk ook buiten de wereld, waarin we leven. Dat is de wonderlijke paradox van de menselijke existentie. <em>Inside is outside is inside&#8230; </em>en dat alles is voortdurend in beweging<em>. </em>Alles wat in de klassieke wetenschap telkens weer <em>buiten </em>beeld valt, komt in de wetenschap van de levende csystemen direct <em>binnen </em>het blikveld te liggen, dat wil zeggen: het onverwachte, het onvoorspelbare of de complete omslag van een ogenschijnlijk stabiele toestand. Vanuit die optiek behoren het gespletene, het ongedetermineerde, het vage en onbenoembare en zelfs het anti-logische bij uitstek bij het menselijk bestaan. Een mens is geen dier dat begiftigd is met de ratio, maar een uiterst complex, levend systeem dat volgens de wetten van een &#8211; per definitie &#8211; onnavolgbare logica aan voortdurende verandering onderhevig is.</p>
<p>Deze visie heeft diepgaande consequenties voor het begrip van wat het fenomeen cultuur in wezen is. Ook de cultuur is een levend systeem, dat niet los van de mens kan bestaan, nooit stilstaat, maar zich voortdurend transformeert tot een nieuwe gedaante. Niet de aanhoudende frictie tussen behoud en vernieuwing is het centrale kenmerk van de cultuur, maar de permanente interactie tussen een interne structuurdrift van de mens en een externe structuurdrift in zijn omgeving.</p>
<p>Er zijn aspecten aan de cultuur die de mens ontsnappen, die hem overkomen en hem in zekere zin te boven gaan. Die aspecten zijn niet te herleiden tot onderliggende constanten of een transcendentaal Idee, niet tot wetmatigheden of identiteiten, maar worden &#8211; evenals het menselijk leven zelf &#8211; gekenmerkt door onrust, gisting, het onverwachte en onvoorspelbare, het anti-logische en ongedetermineerde. Cultuur is een structuur in wording, die nooit zijn voltooiing vindt, maar alleen gedijt in een toestand van de hoogst mogelijke vrijheid en in een staat van een zo groot mogelijke complexiteit en onderlinge samenhang.</p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=whrpXuwYMtE&amp;feature=related">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/02/04/in-het-spoor-van-bergson/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het solipsisme van een kind</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/02/01/het-solipsisme-van-een-kind/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/02/01/het-solipsisme-van-een-kind/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 31 Jan 2010 23:22:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=23308</guid>
		<description><![CDATA[K. : Mag ik u even onderbreken? Penrose postuleerde dat een universum dat wordt beheerst  door wetten die geen bewustzijn mogelijk maken, in feite mogelijk geen universum  is. Daarom bestaat het universum bij de gratie van ons bewustzijn. Dat betekent dat  er nooit zo &#8216;n universum of wereld zou kunnen bestaan, als niet onze ogen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/02/draft_lens2332530module13023257photo_1229172032cartesian_theatre.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-23350" title="draft_lens2332530module13023257photo_1229172032cartesian_theatre" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/02/draft_lens2332530module13023257photo_1229172032cartesian_theatre.jpg" alt="" width="486" height="383" /></a></p>
<blockquote><p>K. : Mag ik u even onderbreken? Penrose postuleerde dat een universum dat wordt beheerst  door wetten die geen bewustzijn mogelijk maken, in feite mogelijk geen universum  is. Daarom bestaat het universum bij de gratie van ons bewustzijn. Dat betekent dat  er nooit zo &#8216;n universum of wereld zou kunnen bestaan, als niet onze ogen en ons  bewustzijn &#8230;</p>
<p>D.: Ik ben blij dat u die vraag stelt. Ik ben het niet eens met Penrose, ofl iever gezegd,  met John Archibald Wheeler wiens opvatting dat met name is. Dat wil zeggen,  mij hebben ze niet kunnen overtuigen. Misschien zal ik in de toekomst tot het  inzicht komen dat ik hen gewoon niet begrepen heb. Maar tot dusver houd ik  er een veel conservatievere opvatting op na. Ik neem aan dat het universum mil jarden jaren heeft bestaan voordat het eerste leven ontstond en van die tijd zou  je kunnen zeggen &#8211; uitsluitend in de meest metaforische en retrospectieve zin &#8211;  dat niets iets uitmaakte. Achteraf kunnen we blij zijn dat het universum bepaalde  eigenschappen had, aangezien dat later het leven op aarde mogelijk maakte. Maar  er was geen vooruitziende blik, geen planning, geen streven.</p></blockquote>
<p>Aldus Daniel Dennett in antwoord op een vraag van Wim Kayzer in een van de interviews van de beroemde televisieserie <em>Een schitterend ongeluk</em>, die door de VPRO in 1993 werd uitgezonden. De woorden van Dennett vertolken in feite nog altijd de heersende opvatting binnen de natuurwetenschap, als we de aanhangers van de Intelligent-Design-theorie voor het gemak even buiten beschouwing laten. Het heelal is niet alleen door een speling van het toeval ontstaan, maar vervolgens ook zonder enig vooropgezet doel geëvolueerd. Het is niet de voorzienigheid van een Schepper geweest, dat daaruit uiteindelijk de mens is voortgekomen. Alles is voortgekomen uit een grote flipperkast van moleculen, die langzaamaan zo groot werden, dat zij in staat waren zichzelf te reproduceren tot de voorlopers van het DNA, waaruit uiteindelijk de eencellige wezens ontstonden. Daarna is het verhaal bekend. Darwin heeft de regels van de evolutie aan de natuur ontfutseld, een evolutie die net zo goed heel anders had kunnen verlopen.</p>
<p>Dennett gaat in zijn antwoord voorbij aan de vraag of er wel een universum kan bestaan, als er geen bewustzijn is om dat universum waar te nemen. Stel dat de evolutie niet tot het menselijk bewustzijn had geleid, maar slechts tot een grote uitdijende gaswolk zonder enig besef van wat er gaande was, laat staan hoe dit zo had kunnen gebeuren. Had je in dat geval nog wel van een universum kunnen spreken? Is het niet zo, dat een heelal pas bestaat, als er bewustzijn is om dit feit vast te stellen. Anders gezegd, als de mens er niet was gekomen, had het heelal nooit bestaan. Het fenomeen &#8216;bestaan&#8217; of &#8216;er zijn&#8217; is een functie van het menselijk bewustzijn, dus de hele redenering van Dennett is een cirkelredenering. We kunnen alleen spreken over dit heelal, omdat wij het zijn die dit vanuit een bewuste waarneming vast kunnen stellen.</p>
<p>Ik weet het, dit is een nogal solipsistisch standpunt, maar vanuit het menselijk bewustzijn geredeneerd is er geen speld tussen te krijgen. Soms denk ik wel eens bij mezelf, dat als ik dood ga alles ophoudt te bestaan. Het is niet zo dat ik er dan niet meer ben en anderen gewoon doorleven. Nee, alles is dan weg. Het leven is een droom en de dood is een ontwaken in het volkomen niets. Hier kun je natuurlijk tegen inbrengen dat er voortdurend mensen doodgaan, maar toch draait de wereld gewoon door. Dat kan wel zijn, maar dat is een wereld die alleen doordraait in het bewustzijn van de overlevenden. Als iedereen doodgaat &#8211; en die mogelijkheid is met de huidige wapentechnologie niet ondenkbaar &#8211; dan houdt ook de werkelijkheid zelf op te bestaan. Wat dan overblijft is hooguit een &#8211; tja, wat eigenlijk? &#8211; alles wat er dan nog zou kunnen zijn, moet eerst bewust waargenomen worden om er te zijn, en die waarnemer is er dan niet meer. Er is dus niets meer: geen tijd, geen ruimte, geen verleden, geen toekomst. Er is dan geen NU. Kortom er is geen werkelijkheid meer, en dus geen universum.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/01/anantavishnu.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-23320" title="anantavishnu" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/01/anantavishnu.jpg" alt="" width="286" height="394" /></a></p>
<p style="text-align: center;">De kosmische droom van Vishnu</p>
<p>Daarom zit er iets raars is het antwoord van Dennett. Deze filosoof, die er zo op gespitst is, om de <em>homunculus</em> &#8211; dat is het denkbeeldige poppetje in ons hoofd &#8211; telkens weer weg te denken, als hij over hersenen en bewustzijn spreekt, gaat er voetstoots vanuit, dat het universum al bestond toen er nog geen bewustzijn was. In het begin van het gesprek met Kayzer laat hij weten, dat hijzelf als kind al het solipsisme had uitgevonden. Hij vond zichzelf toen heel slim, totdat hij ontdekte dat veel kinderen precies zo dachten: &#8216;Als ik ophoud te bestaan, gaat niet alleen het licht uit in mijn hoofd, maar houdt alles op te bestaan.&#8217; Tijdens zijn colleges vraagt Dennett wel eens, welke studenten vroeger als kind ook zo hebben gedacht, en dan blijkt dat de helft van de aanwezigen als kind een solipsist is geweest. Als kind heb ikzelf altijd gedacht, dat de wereld een gigantisch grote baarmoeder was met een oneindig Droste-effect. Ik zat erin en de wereld zat in mij&#8230; <em>ad infinitum</em>. Totdat ik ontdekte dat de topologie van Tao (<a href="http://www.huubmous.nl/2006/10/19/inside-outside/">inside=outside</a>) exact op deze wijze gestructureerd is.</p>
<p>Dus zo raar is het niet om solipsistich te denken. Er zijn mensen die hun hele leven kind blijven. &#8216;Als gij niet wordt als kinderen, dan zult ge het Koninkrijk Gods niet binnengaan.&#8217; Maar die oude wijsheid gaat bij het solipsisme niet op. Denk als een kind, en niemand zal het Koninkrijk binnengaan. Dit leven zelf is immers het Koninkrijk. Was het niet Rimbaud die schreef: &#8216;<em>Nous ne sommes pas a ce monde</em>&#8216;? Wij zijn niet op deze wereld. Of anders gezegd, deze wereld bestaat niet. Het is een droom. Mensen geloven alleen wat onmogelijk is, niet wat onwaarschijnlijk is. En toch is het meest onwaarschijnlijke waarschijnlijk waar. Sterven is ontwaken uit de droom die leven heet. Doodgaan is wakker worden in het grote niets. Maar wat is niets? Niet is ondenkbaar. Niets is onmogelijk. Daarom is het meest onwaarschijnlijke waarschijnlijk waar.</p>
<blockquote><p>Mag ik u even onderbreken? Penrose postuleerde dat een universum dat wordt beheerst  door wetten die geen bewustzijn mogelijk maken, in feite mogelijk geen universum  is. Daarom bestaat het universum bij de gratie van ons bewustzijn. Dat betekent dat  er nooit zo &#8216;n universum of wereld zou kunnen bestaan, als niet onze ogen en ons  bewustzijn &#8230;</p></blockquote>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=SJzqHnwNbUY&amp;translated=1">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/02/01/het-solipsisme-van-een-kind/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wetenschap en bijgeloof</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2009/12/30/wetenschap-en-bijgeloof/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2009/12/30/wetenschap-en-bijgeloof/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 30 Dec 2009 08:25:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[religie]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=21401</guid>
		<description><![CDATA[‘Het aplomb waarmee de aanhangers van een van de vormen van modern bijgeloof wetenschappelijke termen gebruiken in een niet- wetenschappelijke context is daarmee in zo flagrant contrast dat het  als een criterium van onderscheid kan worden gebruikt. De moderne  magiër is te herkennen aan zijn taalgebruik. Of men nu de Dageraad  der Magiërs opslaat of de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: left;">
<p style="text-align: center;"><img class="alignnone size-full wp-image-21424" title="avondrood" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2009/12/avondrood.jpg" alt="avondrood" width="333" height="536" /></p>
<blockquote>
<p style="text-align: left;">‘Het aplomb waarmee de aanhangers van een van de vormen van modern bijgeloof wetenschappelijke termen gebruiken in een niet- wetenschappelijke context is daarmee in zo flagrant contrast dat het  als een criterium van onderscheid kan worden gebruikt. De moderne  magiër is te herkennen aan zijn taalgebruik. Of men nu de <em>Dageraad  der Magiërs </em>opslaat of de werken van vader Teilhard de Chardin,  een z.g. underground publicatie of het tijdschrift Planète, een ver toog van Timothy Leary of een bepaald soort sciencefiction, het is  steeds dezelfde woordcombinaties wat de klok slaat. Men komt ze  ook tegen bij schrijvers die in de wereld van het moderne bijgeloof  de status van mentor, guru of mage genieten &#8211; Aldous Huxley, Carl  Jung, Marshall McLuhan en nog een paar. ’</p></blockquote>
<p style="text-align: left;">Aldus Rudy Kousbroek in <em>Het avondrood der magiërs </em>(1970). Meer dan welk boek ook markeert deze bundeling van essays het eind van de jaren zestig in Nederland. Ik las het begin jaren zeventig met een gevoel van verbijstering. Met één klap was het ideeëngoed van een aantal idolen uit mijn boekenkast van tafel geveegd. Kousbroek deelde een kaakslag uit aan de goeroes uit de tijd van de flowerpower. Wetenschap was wetenschap en had niets met dit moderne bijgeloof van doen. Onder &#8216;modern bijgeloof&#8217; verstond Kousbroek een geloof in het bovennatuurlijke dat op een of andere manier probeert aan te sluiten met de moderne wereld van wetenschap en techniek. Deze softe vorm van para-wetenschap vormde voor menigeen in die tijd een laatste vluchtheuvel voor de religie. &#8216;De voornaamste preoccupaties van de gevestigde godsdiensten,&#8217; zo beweerde Kousbroek, &#8216;bestaan eruit de mens in harmonie te brengen met een wereldbeeld dat niet meer bestaat; de pogingen om zin te geven aan de recentste manifestaties van techniek en wetenschap zijn zo rudimentair, zo archaïsch, zo bij de feiten ten achter, dat het moeilijk is om er zich werkelijk druk over te maken.&#8217;</p>
<p style="text-align: left;">Het betoog van Kousbroek was dodelijk, vooral door zijn superieure toon vol intellectueel dedain en rationalistische arrogantie. Het boek dat een bundeling was van artikelen, die al in 1967 en 1968 in Vrij Nederland en het Algemeen Handelsblad waren verschenen, heeft school gemaakt in Nederland. Het was voor velen niet alleen de doodsteek voor het &#8216;moderne bijgeloof&#8217;, maar ook de laatste kaakslag voor de religie. Sindsdien is Kousbroek de voorman van een stoet  geharnaste atheïsten die het bestrijden van religie als een onwankelbaar geloof praktiseren. De &#8216;Handelsblads Rede&#8217; &#8211; zoals Willem Jan Otten die heeft bestempeld &#8211; daalde neer in het correcte denken van intellectuelen en academici. Religie werd niet alleen iets doms, maar bovendien werd iedereen die ooit een poging had gewaagd om de kloof tussen religie en wetenschap in het denken te overbruggen &#8211; of hij nu Jung heette, Teilhard de Chardin of Aldous Huxley &#8211; op één hoop gegooid met wetenschappelijke charlatans als Timothy Leary en de het duo Pauwels en Bergier. Hun boek <em>De Dageraad der Magiërs</em>, dat in 1960 was verschenen, heb ik zelf ook eind jaren zestig met rode oortjes helemaal stuk gelezen. Het is een boek, dat nog altijd ergens in mijn boekenkast staat, maar waar ik nu niet meer met goed fatsoen uit zou durven citeren.</p>
<p style="text-align: left;">Maar geldt dat ook voor Jung? Maakt Kousbroek &#8211; achteraf bezien &#8211; zich niet schuldig aan grove simplificaties? De pogingen om de kloof tussen de natuurwetenschap en geesteswetenschappen te dichten hebben een lange traditie die teruggaat tot het begin van de negentiende eeuw. Randfenomenen als alchemie, occultisme, spiritisme en parapsychologie hebben tot ver in de twintigste eeuw de aandacht gehad van vooraanstaande wetenschappers. Er zijn tijden geweest dat bijgeloof en wetenschap  helemaal niet zo vijandig tegenover elkaar stonden als men nu zou geloven op grond van wat Kousbroek te melden heeft. Uit historisch oogpunt is de belangstelling voor alchemie en occultisme niet meewarig af te doen als een primitieve reactie op de natuurwetenschap. Deze esoterische terreinen van kennis vormden ook een inspiratiebron voor deze natuurwetenschappers zelf, die hun nieuwe revolutionaire ontdekkingen vaak moeilijk konden plaatsen binnen hun eigen wetenschappelijk wereldbeeld.</p>
<p style="text-align: left;">De alchemie heeft lange tijd de metaforen geleverd om de moderne wetenschap begrijpelijk te maken voor het brede publiek. In de sciencefiction werd de alchemie ingezet om de gevolgen van atoomfysica en kwantummechanica te verkennen.  In de eerste decennia na 1900 bestond er een levendig debat tussen natuurwetenschappers enerzijds en een bont gezelschap van alchemisten, occultisten, spiritisten en theosofen anderzijds. Zij ontmoetten elkaar in vooraanstaande verenigingen en genootschappen en niet zelden waren het de wetenschappers zelf die betrokken waren bij spiritistische en alchemistische experimenten. Deze halfvergeten geschiedenis in het grensgebied van de moderne natuurwetenschap wordt prachtig beschreven in een boek van de Engelse wetenschapshistoricus Mark S. Morrison, dat ik tijdens de kerstdagen las: <em>Modern Alchemy, Ocultism and the Emergence of Atomic Theory (Oxford University Press, 2007)</em>. Morrison bedrijft een nieuwe vorm van wetenschapsgeschiedenis, die in Engeland ook wel <em>boundary-work </em>wordt genoemd. Dat wil zeggen: onderzoek in het grensgebied van wetenschappelijke disciplines, maar vooral ook op de grens waar de wetenschap in strijd raakt met zijn eigen paradigma.</p>
<p style="text-align: center;"><img title="IMAGE0001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2009/12/IMAGE000114.jpg" alt="IMAGE0001" width="266" height="399" /></p>
<p style="text-align: left;">De demarcatielijnen van Popper, die wetenschap streng afgrensde van andere vormen van kennis, worden hierbij uit methodisch oogpunt juist genegeerd. Niet alleen populaire cultuur en &#8216;moderne bijgeloof&#8217; komen bij deze benadering uitdrukkelijk in beeld, maar ook onverwachte grensgebieden zoals de populaire beeldvorming van de nieuwe atoomtheorie  die de alchimistische gedachte over de maakbaarheid van goud opnieuw tot leven wekte. Dat schrikbeeld had zelfs invloed had op de theorieën over de moderne economie, die in het begin van de twintigste eeuw worstelde met de consequenties van het goud als internationale standaard voor de valuta. De moderne atoomtheorie bracht allerlei collectieve angsten voort, maar zat ook dringend verlegen om nieuwe metaforen om het intrinsieke verband tussen geest en materie &#8211; die in de kwantummechanica aan het licht kwam &#8211; in epistemologisch opzicht een plaats te geven. Veel natuurwetenschappers waren van mening dat de laat middeleeuwse alchemisten weliswaar fout zaten in hun wetenschappelijke methodiek, maar wel een diepere intuïtie hadden over de aard van de werkelijkheid. Historisch gezien blijkt de alchemie telkens weer de metafoor bij uitstek te hebben geboden voor het doorbreken van denkbarrières.</p>
<p style="text-align: left;">In dit verband kan zelfs sprake zijn van een kruisbestuiving tussen esoterische kennis en harde wetenschap. De wetenschappelijke ontdekkingen van rond 1900 &#8211; zoals de radioactieve straling, het verval van atomen en de mogelijke transformatie van het ene element in het andere &#8211; had grote gevolgen voor het spirituele denken, zoals dat in die tijd bij theosofen, Rozenkruizers, alchemisten en spiritisten in zwang was. Ook in deze kringen ging men zich opeens objectiever en wetenschappelijker met het eigen spirituele gedachtegoed bezighouden. Geheime genootschappen werden openbaar en streefden naar herhaalbare experimenten die voldeden aan de eisen van de moderne wetenschap. Er werden hybride takken van wetenschap uitgevonden zoals een &#8216;occulte chemie&#8217; en een &#8216;fysica van de helderziendheid&#8217;. Omgekeerd hadden natuurwetenschappers het idee dat ze iets misten in hun wereldbeeld.</p>
<p style="text-align: left;">De beoefenaars van de natuurwetenschap zouden iets fundamenteels uit het oog hebben verloren, waardoor zij op de grenzen van hun eigen kennis waren gestuit. De fundamentele verwevenheid tussen wetenschappelijke experiment en spirituele zelfverheffing, die voor de middeleeuwse alchemist van cruciaal belang was geweest, was in de moderne wetenschap losgelaten. Die alchemistische transformatie van het innerlijk was in de moderne tijd als oogmerk van de onderzoeker verdwenen. Daardoor konden ook morele overwegingen bij het wetenschappelijk onderzoek niet meer van belang zijn. Ook in de economie ging het voortaan alleen maar om de losgezongen woekering van virtuele waardevermeerdering en niet meer om de directe omzetting van menselijke inspanning in een op maat gesneden ruilwaarde. Tussen het puntvormig &#8216;ik&#8217; en de objectieve kennis van de wereld verdween eerst God en daarna ook de kennis van de ziel. De moderne wetenschap was &#8216;een vlucht vooruit&#8217; geweest, maar ook &#8216;een storm uit het paradijs&#8217; die &#8211; zoals Walter Benjamin suggereerde -  de engel met zijn wijd uitgespreide vleugels niet had kunnen keren.</p>
<p style="text-align: left;">Zo was met de objectivering van de wetenschap, die zich in de zeventiende eeuw voltrok, ook een heel scala van menselijke kennis verdwenen, die in het begin van de vorige eeuw in de meest basale structuren van de werkelijkheid opnieuw in beeld leek te komen. Het vermoeden keerde terug dat er niet alleen een symbolische, maar ook werkelijke correspondentie bestond tussen alle registers van de werkelijkheid &#8211; van het minuscuul kleine tot aan het gigantisch grote. Bovendien gloorde er een nieuw zicht op een oud vergezicht: een vergeten verbond tussen  &#8216;binnen&#8217; en &#8216;buiten&#8217;. De onderzoeker en het onderzochte behoren immers tot dezelfde werkelijkheid, waarin geest en materie intrinsiek verbonden waren waren op een wijze waar de alchemisten wellicht meer van wisten moderne wetenschappers. Zolang de ether-theorie nog geldig was en de gedachte van Maxwell opgeld deed, dat materie slechts een dwarrelende kring (vortex-ring) in de ether was, konden wonderlijke fantasieën ontstaan over de verwevenheid van geest en materie. Die gedachte heeft decennialang de drijfveer gevormd in allerlei pogingen om niet alleen wetenschap opnieuw te betoveren, maar ook de werkelijkheid zelf. Het occultisme ontkent niet alleen het toeval, maar ook de grens tussen psyche en werkelijkheid. Maar wat was dan het wezenlijke verschil met de diepste inzichten van de kwantummechanica?</p>
<p style="text-align: left;">Jung schreef in 1944 zijn misschien wel belangrijkste boek <em>Psychologie und Alchemie,</em> waarbij hij zich liet inspireren door de ideeën over spirituele alchemie van de Oostenrijker Herbert Silberer, die al in 1914 in zijn boek <em>Probleme der Mystik und Ihrer Symbolik </em>een alchemistische interpretatie had gegeven van Freuds psychoanalytische ideeën. Freud verwierp deze benadering, wat volgens sommigen in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de zelfmoord van Silberer in 1923. Ook Jung heeft na zijn breuk met Freud lange tijd geworsteld met een diepe depressie, maar hij herstelde zich en probeerde in de jaren dertig en veertig alsnog tot een nieuwe synthese te komen. In de jaren vijftig werkte Jung nauw samen met een andere beroemde Zwitser, de mede-ontdekker van de kwantummechanica, Wolfgang Pauli. Hun gezamenlijke conclusie over de intrinsieke samenhang tussen geest en materie kreeg zijn beslag in een ander werk van Jung, dat sterk door de alchemie geïnspireerd was: <em>Mysterium Coniunctioni</em>s (1954).</p>
<p style="text-align: left;">Al met al valt uit de studie van Morrison te concluderen dat er een lange traditie heeft bestaan in de geschiedenis van de wetenschap die veelal wordt genegeerd in de officiële handboeken. Spectaculaire ontdekkingen op het terrein van de natuurkunde vielen doorgaans samen met een oplevende belangstelling voor archaïsche vormen van kennis, niet zozeer als reactie, maar vooral als poging om de begrenzing van het eigen denken beter te kunnen doorgronden en wellicht ook te doorbreken. Achteraf bezien is er een golfbeweging te herkennen van &#8216;modern bijgeloof&#8217; die de vooruitgang van de wetenschap alleen maar ten goede is gekomen. Ze vormde zich een brede bedding van esoterische ideeën, waarin het rationele onderzoek van de wetenschap juist zijn weg kon vervolgen. De jaren zestig waren waren niet alleen een tijd van snelle secularisering, maar ook van herlevende aandacht voor spirituele tradities en esoterische subculturen. Vanuit die optiek bezien worden de tirades van Kousbroek opeens een krampachtige poging om een extreem en beperkt rationalistisch wereldbeeld overeind te houden tegen een vermeende vloedstroom van obscurantisme.</p>
<p style="text-align: left;"><a href="http://www.youtube.com/watch?v=FfNKdI6iPJE">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2009/12/30/wetenschap-en-bijgeloof/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Muziek en het brein</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2009/08/31/muziek-en-het-brein/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2009/08/31/muziek-en-het-brein/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 31 Aug 2009 09:41:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[muziek]]></category>
		<category><![CDATA[psychologie]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=13719</guid>
		<description><![CDATA[De neuroloog Oliver Sacks schreef ooit een verhaal over een man die in de jaren zestig hippie was geweest, aan de drugs raakte en uiteindelijk in een oosterse sekte belandde. Gaandeweg bleek dat de radicale karakterverandering, die hij daarbij onderging, niet veroorzaakt werd door drugs en meditatie, maar door een tumor in zijn hersenen die [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><img class="size-full wp-image-13722 aligncenter" title="sacks-musicophilia" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2009/08/sacks-musicophilia.jpg" alt="sacks-musicophilia" width="328" height="489" /></p>
<p>De neuroloog Oliver Sacks schreef ooit een verhaal over een man die in de jaren zestig hippie was geweest, aan de drugs raakte en uiteindelijk in een oosterse sekte belandde. Gaandeweg bleek dat de radicale karakterverandering, die hij daarbij onderging, niet veroorzaakt werd door drugs en meditatie, maar door een tumor in zijn hersenen die uiteindelijk de omvang van een sinaasappel had bereikt. Na de operatieve verwijdering van het gezwel leed de man aan een ingrijpende vorm van amnesie. Alles wat na de jaren zestig was voorgevallen leek uit zijn geheugen gewist. Alleen het geheugen voor de zeer korte termijn was in tact gebleven en daarnaast de herinnering aan zijn hippietijd.</p>
<p>In feite leefde hij in een ommuurd heden met uitzicht op een ver verleden. Zijn favoriete popgroep uit die tijd was Grateful Dead. In 1969 had hij een live concert van hen bijgewoond in het Central Park in New York. Toen deze groep in 1991 op diezelfde locatie opnieuw live optrad, besloot Sacks om zijn patiënt mee te nemen naar dit concert. Zo kwamen de jaren zestig in een goeddeels vernietigd brein voor even opnieuw tot leven. De muziek riep intense herinneringen en emoties op totdat ze stilaan haar vertrouwdheid verloor en zelfs vreemd en futuristisch gingen klinken. De patiënt beleefde met terugwerkende kracht een reis naar de toekomst.</p>
<p>Ik moest hier gisteravond aan denken toen ik Jaap van Zweden hoorde vertellen over de therapeutische werking van muziek. Hij liet een fragment zien van de documentaire <em>Tales of Music and the Brain</em>, naar het boek <em>Musicophilia</em> van Oliver Sacks. In deze film bewijst Sachs dat muziek heilzaam kan zijn voor  mensen met een bepaalde neurologische aandoening. Ook vertelde Jaap van Zweden over wat muziek betekende voor zijn eigen zoon die autistisch is. Een en ander deed mij denken aan een eigen ervaring met de genezende werking van muziek. Ik ben niet bepaald muzikaal aangelegd. Klassieke muziek zegt mij doorgaans niet zo veel. Popmuziek en Franse chansons, daar houdt het zo’n beetje mee op.</p>
<p>Begin jaren tachtig heb ik last gehad van een stevige depressie die bijna twee jaar heeft geduurd. Ik kon daardoor niet of nauwelijks werken. Eigenlijk kon ik niets, behalve wat uit het raam staren en in mijn bed liggen. Een van de kenmerken van een depressie is dat je absoluut nergens zin in hebt, maar ook dat je geen enkel gevoel hebt voor muziek. Niks hielp, pillen niet en praten ook niet. Het moest gewoon vanzelf over gaan. Het moment waarop ik voor het eerst merkte dat er iets ten goede ging veranderen, kan ik me nog goed herinneren. Ik was in de keuken bezig met de afwas en hoorde  muziek op de radio. Het was een onbeduidend liedje, dat even een hit is geweest en sindsdien vrijwel nooit meer te horen is: <em>Januari, Februari</em> van Barbara Dickson. Het werkte bij mij als een blikseminslag.  Daarna ging het elke dag een beetje beter, totdat ik weer helemaal was opgeknapt. Inderdaad, het brein zit raar in elkaar.</p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=4LYz5mPUY2Q">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2009/08/31/muziek-en-het-brein/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
