<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Huub Mous &#187; mezelf</title>
	<atom:link href="http://www.huubmous.nl/categorie/mezelf/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.huubmous.nl</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Wed, 28 Jul 2010 22:01:15 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.0</generator>
		<item>
		<title>De zomer van 1947</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/07/26/de-zomer-van-1947/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/07/26/de-zomer-van-1947/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 26 Jul 2010 05:22:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/2006/07/20/de-zomer-van-1947/</guid>
		<description><![CDATA[In 1947 was de zomer in Nederland met maar liefst vier hittegolven. De eerste begon al in mei en de vierde hield pas eind september op. Niemand zeurde daarover. Iedereen werkte gewoon door. Op 18 mei voltooide Simon van het Reve De Avonden. Op die dag kwam de temperatuur in Maastricht al boven de 25 [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal">
<div style="text-align: center;"><img id="image359" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2006/07/StrandKLEIN.jpg" alt="StrandKLEIN.jpg" width="495" height="328" /></div>
<p class="MsoNormal">In 1947 was de zomer in Nederland met maar liefst vier hittegolven. De eerste begon al in mei en de vierde hield pas eind september op. Niemand zeurde daarover.  Iedereen werkte gewoon door. Op 18 mei voltooide Simon van het Reve <em>De Avonden</em>.  Op die dag kw<span class="contenttekst">am de temperatuur in Maastricht al boven de 25 graden en de laatste dag van de maand was op veel plaatsen in ons land de eerste van een lange reeks tropische dagen warmer dan 30 graden.</span></p>
<p class="MsoNormal">Joseph Beuys schreef zich dat jaar in bij de kunstacademie in Düsseldorf. Jean Genet legde de laatste hand aan zijn toneelstuk &#8216;De Meiden&#8217; en de moeder van Cees Nooteboom trouwde met een streng katholieke man. Begin augustus werd Theo Middelkamp wereldkampioen wielrennen nadat Jean Robic in juli de Tour de France had gewonnen zonder ooit een dag in het geel te hebben gereden. De <span class="contenttekst"> tweede helft van juni was in Nederland opnieuw zomers. Eind juni kam de tweede hittegolf met op 27 juni op veel plaatsen 37 of 38 graden. Maastricht noteerde 38,4 graden, op 0,2° na de hoogste temperatuur ooit in ons land gemeten.<br />
</span></p>
<p class="MsoNormal">In een toespraak op de Harvard universiteit openbaarde de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Marshall zijn plan om Europa er met Amerikaanse financiële hulp weer bovenop te helpen. Even verderop in Amerika begon Jackson Pollock met zijn eerste <em>drip-paintings</em>. Albert Camus schreef <em>La Peste</em> en Constant kreeg in Amsterdam zijn eerste solotentoonstelling. Als reactie op de oorlogsmode ontwierp Dior de vrouwelijke <em>Ligne Corolle,</em> door de Amerikanen ook wel de <em>New Look</em> genoemd. Elton John werd geboren, alsook  Steven Spielberg en Jozuas van Aartsen. <span class="contenttekst">En op 22 juli begon de derde hittegolf in Nederland met in Maastricht acht dagen achtereen 30 tot 35 graden.</span></p>
<p class="MsoNormal">Het Verenigd Koninkrijk verliet in alle haast India en liet dat  land verdeeld en in verwarring achter.<span class="contenttekst"> </span>Cartier-Bresson stond mede aan de wieg van het vermaarde fotocollectief Magnum. Godfried Bomans schreef ‘Kopstukken’ in zijn huis in Haarlem. <span class="contenttekst">Midden augustus volgde de vierde hittegolf in Nederland met opnieuw een week tussen 30 en 35 graden. September haalde landelijk niet meer het criterium van een hittegolf, maar Maastricht kreeg van 11 tot en met 20 september nog een vijfde hittegolf te verwerken. </span>In Zandvoort werd die zomer gedanst op het strand en in de duinen waren nog bunkers te zien. Er woedde dat jaar een grote storm op de zon.</p>
<p class="MsoNormal">En ik?</p>
<p class="MsoNormal">Ik zat in de buik van mijn moeder.</p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: center;"><a href="http://www.youtube.com/watch?v=R1of0BrtfVA">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/07/26/de-zomer-van-1947/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een doolhof van glas</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/07/22/glazen-deuren/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/07/22/glazen-deuren/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 21 Jul 2010 22:01:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/2006/08/01/glazen-deuren/</guid>
		<description><![CDATA[Rare droom vannacht. Telkens weer liep ik tegen een glazen muur op. Deze muren stonden overal, in gangen van gebouwen, maar ook zomaar op straat en zelfs in het open veld. Ze waren onzichtbaar voor het oog. Als je er eenmaal tegenop gelopen was, waren ze ook meteen weer verdwenen. Het gaf een doffe klap. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal" style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/imageinbelljar.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-31482" title="imageinbelljar" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/imageinbelljar-e1279724407997.jpg" alt="" width="464" height="410" /></a></p>
<p class="MsoNormal">Rare droom vannacht. Telkens weer liep ik tegen een glazen muur op. Deze muren stonden overal, in gangen van gebouwen, maar ook zomaar op straat en zelfs in het open veld. Ze waren onzichtbaar voor het oog. Als je er eenmaal tegenop gelopen was, waren ze ook meteen weer verdwenen. Het gaf een doffe klap. Keer op keer zag ik sterretjes voor mijn ogen. Soms lag ik zomaar op de grond, terwijl de aanleiding voor mijn val voor niemand duidelijk was, behalve voor mijzelf natuurlijk. Ik wees mijn omstanders op de glazen muur die hier zojuist nog stond, maar telkens weer werd ik meewarig aangekeken. Ach die zonderling, hoorde ik ze dan denken, hij  lijdt aan hallucinaties. Zijn waanidee is zo sterk dat hij er fysiek last van krijgt. Het euvel begon me behoorlijk te irriteren. Mijn hele doen en laten werd erdoor bepaald. Voortaan liep ik schuifelend vooruit met mijn handen tastend in het niets. Het was geen gezicht. Ik was ziende blind. ‘Kijk hem eens!’ werd er geroepen, &#8216;De lamme leidt de blinde, en dat in één persoon verenigd’. Ik was ten einde raad en begon luid  roepend op straat met een mokerhamer om me  heen te slaan. ‘Weg met het glas!’ Weg met het glas! Ik wil weer lopen waar ik wil! Plotseling stond er een klein jongetje voor me. ‘Wat bent u aan het doen, mijnheer?’, vroeg hij verbaasd. Ik probeerde het nog één keer uit te leggen:  &#8216;Ze hebben de wereld vol glas gezet en telkens als ik mijn kop stoot aan zo’n muur, halen ze hem snel weer weg!’ Het jongetje keek voor zich uit en zei: ’Dat is niet waar, mijnheer. Ze staan er nog. Kijk maar!’ En opeens zag ik overal glazen muren. Iedereen zag het. Ze waren er altijd al geweest. Zelfs kinderen liepen er keurig langsheen, links om, rechts om en almaar rechtdoor. Alleen ik had die muren nooit gezien. Ik besloot mijn weg te vervolgen door dit doolhof van glas. Het duurde uren voor ik weer thuis was.</p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: center;"><a href="http://www.youtube.com/watch?v=-nNWbRlZmBc&amp;feature=related">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/07/22/glazen-deuren/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gaaspstraat</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/07/04/gaaspstraat/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/07/04/gaaspstraat/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 03 Jul 2010 22:01:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[mezelf]]></category>
		<category><![CDATA[plaatsen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=30633</guid>
		<description><![CDATA[situatie 1960 In juni 1964 had ik een krantenwijk voor De Volkskrant in de Rivierenbuurt in Amsterdam. Zo liep ik elke ochtend rond zes uur door totaal verlaten straten als de Rijnstraat, de Uiterwaardenstraat, de Lekstraat en de Gaaspstraat. Ja, ook de Gaasp is een rivier, of een riviertje beter gezegd, een afsplitsing van het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: left;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/010122041780.jpg"><img class="size-full wp-image-30632 aligncenter" title="010122041780" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/010122041780.jpg" alt="" width="496" height="390" /></a></p>
<p style="text-align: center;">situatie 1960</p>
<p style="text-align: left;">In juni 1964 had ik een krantenwijk voor <em>De Volkskrant</em> in de Rivierenbuurt in Amsterdam. Zo liep ik elke ochtend rond zes uur door totaal verlaten straten als de Rijnstraat, de Uiterwaardenstraat, de Lekstraat en de Gaaspstraat. Ja, ook de Gaasp is een rivier, of een riviertje beter gezegd, een afsplitsing van het Gein dat wellicht wat beter bekend is, al was het maar door Nescio die daar vaak gelopen heeft samen met de Titaantjes. Bavink heeft er wellicht heel wat keren naar de zon gekeken, voordat hij uiteindelijk de Waalse brug afstapte en Japie naar Friesland vertrok, waar niemand nadien ooit nog een woord van hem vernomen heeft. De naam &#8216;Gaasp&#8217; vind je ook terug in &#8216;Gaasperplas&#8217;, een water bij het tegenwoordige stadsdeel Bijlmermeer dat vroeger ook echt een meer is geweest. Hoe dan ook, ik parkeerde mijn fiets altijd aan het begin van een elke straat in die Rivierenbuurt en liep dan met een stuk of twintig kranten over mijn linker arm langs de abonnees die daar woonachtig waren. Na een week kende ik de namen en bijbehorende huisnummers uit mijn hoofd en kon ik zonder adressenboekje mijn route vervolgen door deze statige straten, waarvoor Berlage ooit nog het plan heeft bedacht. Zijn wanstaltige standbeeld van de hand van Hildo Krop, door Gerard Reve ooit getypeerd als ‘een communistische koekenbakker van geslachtsloze beelden’, prijkt nog altijd voor &#8216;De Wolkenkrabber&#8217; aan het einde van de Vrijheidslaan, voorheen Stalinlaan en daarvoor Amstellaan. Want ooit was alles vernoemd naar een rivier in deze buurt. Totdat de oorlog kwam.</p>
<p style="text-align: left;">Wat die abonnees betreft, ik moest altijd wel oppassen voor mutaties, want het aantal kranten dat je meekreeg was precies uitgeteld. Na verloop van tijd had ik de handigheid ontwikkeld om elke krant in één vloeiende beweging tussen de vingers en de duim van mijn rechterhand in de juiste positie te vouwen, zodat hij moeiteloos de brievenbus in gleed. In sommige straten moest ik ook trappenlopen, wanneer daar een trap-portiek naar de eerste verdieping leidde. Meestal was het mooi weer. Soms niet. Zo heb ik een keer moeten schuilen voor een hevig onweer dat pal boven de buurt was losgebarsten. Ongeveer twintig meter van me vandaan sloeg de bliksem in. Toen ik achteraf ter plekke ging kijken, zag ik dat er onder het plaveisel een gat was ontstaan, zodat enkele stoeptegels volledig waren weggezakt. Van de geschiedenis van de buurt wist ik toen weinig. Zo kon ik niet vermoeden dat het speeltuin-terrein aan de Gaaspstraat van 1941 tot 1942 dienst heeft gedaan als een Joodse Markt die alleen voor Joden toegankelijk was. Onlangs las ik hierover op internet. Er blijken geen foto&#8217;s  te bestaan van deze Joodse Markt, maar wel een korte amateurfilm. Deze 8 mm film werd in 1984 door  een buurtbewoner bij de vuilnis aangetroffen en ter beschikking gesteld  aan de <a href="http://www.kindermonument.nl/wandeling/index.htm">Stichting Kindermonument.</a> Deze   stichting stond <a href="http://www.zuidelijkewandelweg.nl/">Geheugen van  Plan Zuid</a> toe het unieke filmpje voor het eerst op internet te  presenteren.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.youtube.com/watch?v=U9_VkCNnGYY&amp;translated=1">zie en luister</a></p>
<p style="text-align: left;">
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/07/04/gaaspstraat/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>13</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gezicht op Den Bosch</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/06/25/op-het-dak-van-de-wereld-2/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/06/25/op-het-dak-van-de-wereld-2/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 24 Jun 2010 22:01:28 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=30062</guid>
		<description><![CDATA[Ingewikkelde droom. Meerdere verhaallijnen lopen door elkaar. Zoals in het begin van een film, als je nog niet weet waar het verhaal naar toe moet, zo beland ik van de ene situatie plotseling in de andere. Ik kan de droom alleen navertellen, als ik de scènes uit elkaar trek, maar in feite switchte alles voortdurend [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/Bossche-pad-groot.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-30077" title="Bossche pad groot" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/Bossche-pad-groot.jpg" alt="" width="493" height="489" /></a></p>
<p>Ingewikkelde droom. Meerdere verhaallijnen lopen door elkaar. Zoals in het begin van een film, als je nog niet weet waar het verhaal naar toe moet, zo beland ik van de ene situatie plotseling in de andere. Ik kan de droom alleen navertellen, als ik de scènes uit elkaar trek, maar in feite switchte alles voortdurend door elkaar heen. Het begint met een bergbeklimming. Zwaar bepakt loop ik naar boven. De berg wordt steeds steiler. Ik struikel en sta op. Ik struikel weer. Eventjes lijk ik zelfs weg te glijden, maar ik kan me nog net vastgrijpen aan een boomstronk. Het landschap om me heen wordt kaler en kaler. Ongeveer een kilometer voor de top beland ik bij een kleine hut, waar een oud vrouwtje woont. Ze lijkt op mijn moeder, maar ze is het niet. Met trillende stem vraagt ze me de zware bepakking af te doen. Ik doe er beter aan, verzekert ze me, om zonder ballast mijn tocht naar de top te vervolgen. Ze heeft het goed met me voor, zo lijkt het, en ik geef gehoor aan haar verzoek, wetend dat het zeer gevaarlijk is om zonder proviand naar boven te gaan. Daarna voel ik me zo licht als een veertje en bereik ik zonder verdere problemen de top van de berg, waar een adembenemend uitzicht wacht. Ik zie de hele Himalaja en realiseer me dat ik op het dak van de wereld sta. Dan verandert het decor. Ik ben in een gebouw dat me bekend voor komt. Ik was ik daar al de hele tijd trouwens, ook toen ik naar boven klom. Nog kort geleden was ik zwaar ziek. Ik voel me nog wat zwak en wil naar huis, maar ik kan niet. Alle deuren zitten op slot. In de ruimte ernaast klinkt opeens rumoer. Er is ruzie uitgebroken. Er wordt gescholden en er vallen zelfs rake klappen. Ik kijk uit het raam en zie op het voorplein een soort schuur die leegstaat. Je kunt er door de kieren naar binnen kijken. Er is daar al jaren niemand meer geweest, zo lijkt het. De ruzie in het naburige vertrek loopt volledig uit de hand. Dan ben ik weer buiten. Ik loop de berg op en tegelijk naar huis en merk dat ik in Den Bosch ben. Opnieuw sta ik op het dak van de wereld. De grote markt is vol met toeristen en als ik omkijk zie ik de stad achter me liggen. De Sint Jan torent boven alles uit.</p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=EISBANGG3uE&amp;translated=1">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/06/25/op-het-dak-van-de-wereld-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De rust van een kist</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/06/22/de-rust-van-een-kist/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/06/22/de-rust-van-een-kist/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 22 Jun 2010 06:17:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=29921</guid>
		<description><![CDATA[Ik ben dood maar kan toch verder. Mijn lichaam lijkt transparant, maar is ondoorzichtig, bleek als van albast. Ik ga nu de ruimte in waar ik eerst niet in durfde te gaan. Ik zie allerlei slaginstrumenten, trommels, pauken, belletjes, triangels. Verder is de ruimte helemaal leeg. Ik pak de muziekinstrumenten en probeer ze te bespelen. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/boekenkist_klein.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29940" title="boekenkist_klein" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/boekenkist_klein.jpg" alt="" width="498" height="306" /></a></p>
<p>Ik ben dood maar kan toch verder. Mijn lichaam lijkt transparant,  maar is ondoorzichtig, bleek als van albast.  Ik ga nu de ruimte in waar  ik eerst niet in durfde te gaan. Ik zie allerlei slaginstrumenten,  trommels, pauken, belletjes, triangels.  Verder is de ruimte helemaal  leeg. Ik pak de muziekinstrumenten en probeer ze te bespelen. Er komt  echter geen enkel geluid uit. Er komen gedaanten binnen. Spoken lijken  het wel. Ze bewegen in <em>slowmotion</em> en  zijn net als ik transparant, maar  toch ondoorzichtig. Ik gebaar naar hen om met mij de instrumenten te  bespelen. Als ze dit doen en gaan dansen, bewegen ze ritmisch, blij, er  ontstaan kleuren bij deze danse macabre…. Ik zie de zon opgaan boven de  noordpool. Het is alsof de ijsberen  wakker worden. Het noorderlicht  verschijnt aan de hemel en het kompas draait dol in mijn binnenzak.</p>
<p>Ik ga weg, de trap op, kijken of er nog meer te zien is. Ik kom een  andere kamer binnen, de deur is erg zwaar. Er staat een bordje met  DOODSGEVAAR 6000 VOLT !!!! Er is iemand, misschien een vrouw. Ook een  grote, massieve kist met een mooi rond deksel. Het lijkt een antieke  boekenkist. Zo eentje waarin Hugo de Groot ooit is ontsnapt uit het  Muiderslot of was het soms slot Loevestein?  Dat zoeken we op, dacht ik  nog. De persoon is verdrietig en vertelt dat ze al jaren op die kamer  is. Oorspronkelijk met iemand anders maar die ander is verdwenen als een  dief in de nacht. Ik zie dat de deur alleen aan de buitenkant geopend  kan worden. Ze zit voor eeuwig vastgebonden aan haar zelf en kan toch zo  weglopen. Het lijkt een metafoor voor het leven. Voor de dood. <em>Memento  mori </em>en aan de deur wordt niet verkocht.</p>
<p>Ik open de boekenkist omdat dat de enige logische plaats is om te  kijken. Verder is er niets in de kamer. Ik voel dat er iets uit de kist  komt, als een windvlaag, een vreemde zachte bries. Ik huiver, maar ik  zie niets. De vrouw is teleurgesteld want ‘het’ is nou weg. ‘Het’, wat  is ‘het’ ? Een spook? Een entiteit? Een dolende geest? Ineens hoor ik  verderop gebonk op een deur. Ik ga op het geluid af en open de deur.  Achterin een heel grote lege ruimte zit een jong kind op eenzelfde  massieve boekenkist als in de vorige kamer. Hij leest in de Koran, die  bij nader inzien de Bijbel blijkt te zijn. Ik sla een kruis en krijg  terstond een erectie. Een vuurpijl spuit de hemel in en meester Prikkebeen  heeft last van muizenissen in zijn baard. Bij het ontwaken blijkt het  een natte droom te zijn geweest. Ik slaak een diepe zucht en hoor de  vuilniswagen de straat inrijden. Ik realiseer mij ineens dat ik  gisteravond de bak niet buiten heb gezet.</p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=nohKDB1pG0U&amp;translated=1">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/06/22/de-rust-van-een-kist/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het was in Nevers</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/04/27/het-was-in-nevers-2/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/04/27/het-was-in-nevers-2/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 27 Apr 2010 07:48:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=28228</guid>
		<description><![CDATA[&#8216;Er komt een leeftijd&#8217;, schreef Camus, &#8216;dat een mens verantwoordelijk wordt voor zijn eigen gelaatstrekken.&#8217; Dat lijkt een boude bewering, een slagzin bijna, waarin de hele existentialistische levenshouding van deze schrijver wat al te pakkend is samengevat. En toch, er zit een kern van waarheid in die woorden. Als ik s’ochtends mijn gezicht in de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/Lourdes-Nevers-espace-bernadette.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-28252" title="Lourdes - Nevers espace bernadette" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/Lourdes-Nevers-espace-bernadette-e1272311662668.jpg" alt="" width="404" height="584" /></a></p>
<p>&#8216;Er komt een leeftijd&#8217;, schreef Camus, &#8216;dat een mens  verantwoordelijk wordt voor zijn eigen gelaatstrekken.&#8217; Dat lijkt een  boude bewering, een slagzin bijna, waarin de hele existentialistische  levenshouding van deze schrijver wat al te pakkend is  samengevat. En toch, er zit een kern van waarheid in die woorden. Als ik  s’ochtends  mijn gezicht in de spiegel bekijk, ben ik in eerste  instantie geneigd de ontbrekende tand van deze tijd verantwoordelijk te  houden voor mijn nog pijnlijk jeugdige uiterlijk. Ik had graag wat meer  diepe rimpels gehad. Ook al worden op mijn voorhoofd wat aarzelende  lijntjes zichtbaar, waarin ik soms vaag een schaakbord kan zien, dat  patroon haalt het niet bij de diepe denkrimpels op die prachtige foto  achter op de <em>De mens in opstand</em>, mijn eerste literaire reuzenpocket  die ik zo’n dertig jaar geleden als middelbare scholier heb gekocht.  Camus kijkt daar niet in de richting van de camera, maar een beetje naar  benden, alsof hij vanaf het balkon van een schouwburg een blik werpt op  het podium, waar de tijdgeest kennelijk in hoogst eigen persoon ten  tonele wordt gevoerd. Zijn gezicht wordt van onderen aangelicht op een  manier die zich onmogelijk in de alledaagse realiteit kan afspelen,  misschien niet eens in het theater. Het clair obscur van dit  geënsceneerde effect geeft dit portret een tijdloze lading, alsof het  geschilderd is door Georges de la Tour met de bedoeling nog eeuwen mee  te kunnen.</p>
<p>Die onzichtbare lichtbron moet destijds een diepe  indruk hebben nagelaten in het ontluikende zielenleven van menig  vroegrijpe adolescent. Duidde dat licht niet op een diep verborgen  geheim, iets wat de schrijver zag, maar je als lezer niet onder ogen kon  krijgen. Camus leek iets te weten dat niet voor gewone stervelingen  bestemd was. Je kon het alleen maar raden, proberen te lezen in die  merkwaardige uitdrukking op zijn gezicht, in die aandachtige en tegelijk  aanwezig blik, gekweld en toch vol mededogen, ogen die zowel naar  buiten als naar binnen leken te staren, maar bovenal in die  indrukwekkende groeven op zijn voorhoofd. Daar openbaarde zich wat je  noemt een schaakbord in het kwadraat. Het waren de sporen van een diep  doorleefd bestaan, die ik nu – vier decennia droever en wijzer – in mijn  eigen gezicht zo mis. Leek ik maar een beetje op Camus! Ik ben nu al  weer tien jaar ouder dan hij ooit is geworden. En toch, aan mijn  voorhoofd zie ik het niet af.</p>
<p>Rond mijn zeventiende jaar was ‘De mens in opstand’  voor mij een soort cultboek geworden. Met veel moeite heb ik het  helemaal uitgelezen, of beter gezegd gespeld tijdens een kampeervakantie  in Frankrijk in de zomer van 1965. Dat jaar ging ik met enige tegenzin  voor het laatst met mijn ouders mee. In hun ogen was Frankrijk vooral  het land van Lourdes en Bernadette, wier gebalsemde lichaam lag  opgebaard in Nevers. Afgezien van die twee verplichte bedevaartsoorden  was het ook een toeristisch paradijs, waar je me een Fiat 600D precies  in een maand helemaal doorheen kon rijden. &#8216;Fiat lux!&#8217; placht mijn vader  te zeggen. Ik kon me echter een meer comfortabele vorm van pelgrimage  voorstellen. Lezen op de achterbank van dat kleine vehikel was beslist  geen sinecure en voor een verblijf op een <em>camping municipal</em> werd  doorgaans maar één nacht uitgetrokken. Het aangename diende ook in de  zomer met het nuttige te worden verenigd. Er was immers altijd nog meer  te zien. Romaanse kloosters, Romeinse aquaducten, prehistorische  grotschilderingen, Uit dat oogpunt vormde het in etappes lezen van <em>De  mens in opstand</em> een perfecte ontsnappingsroute die niet op de kaart van  mijn vader stond aangegeven. Ik zag het ook als een daad van  metafysisch verzet tegen de sterren van Michelin. ’Ik verzet mij, dus ik  besta’, zei ik mijn grote meester na. De Gorges du Tarn konden mij  gestolen worden. De Pont du Gard kon de pot op. Ik was immers rijp voor  de wijsbegeerte. Wat was passender dan deze verplichte ‘grand tour’  onder ouderlijk toezicht te combineren met een hoogst persoonlijke <em>tour  d’horizon</em> door de wereldliteratuur, met mijn geliefde filosoof als  gids voor onderweg,</p>
<p>Ik had me voorgenomen om elke dag één hoofdstuk  verder te komen. Zo heb ik Lucretius onderweg naar Amiëns leren kennen.  Pascal in de buurt van Chateauroux, Markies de Sade in Lourdes en  Nietzsche even voorbij Béziers. Nog altijd roepen namen van schrijvers,  die ik in dit boek voor het eerst heb ontmoet, plaatsnamen in  herinnering en kan ik tot op de dag van vandaag de geschiedenis van de  filosofie globaal indelen in Franse departementen. De wegen van het  geheugen zijn duister en ondoorgrondelijk. Kijkend naar een touretappe  op tv herken ik nog wel eens een brug. Dan kan het gebeuren dat mij  opeens een rebelse passage uit <em>De mens in opstand</em> te binnen schiet, de  blasfemische woorden bijvoorbeeld van één van die zonen van Kaïn die  mij voorgoed verdreven uit de Hof van Eden die mijn jeugd tot dan toe  was geweest. Dan hoor ik opnieuw hoe Markies de Sade een aanslag op de  schepping beraamt, de loop van de sterren wil verstoren, het heelal zal  verpulveren tot stof. Een rotschop voor de kosmos, als een aanval van  miljoenen atoombommen. Dan zie ik mijzelf daar staan, een steen naar de  hemel gooien en nog één keer vloeken: &#8216;Godisdoodverdomme!&#8217; Waarom had  niemand mij dat verteld? Waarom moest ik daar uitgerekend hier  achter komen, ver van huis rijdend in een te kleine auto, alsof mijn hele  jeugd werd samengeperst in dit benauwde koekblik op wielen.</p>
<p>Zo werd  de laatste zomer in het paradijs van mijn  vader een seizoen in de hel. &#8216;<em>Je suis une poupée de cire, une poupée de  salon</em>&#8216;, hoorde je de hele dag op de autoradio. Er was iets met dat  liedje. De stem van France Gall had een ongekende aantrekkingskracht. Ze  klonk als de lokroep van een Sirene. Alsof ze speciaal voor mij zong en  ik haar alleen kon horen, ik die als een smachtende Odysseus zat  vastgebonden aan de mast, zonder was in mijn oren zoals mijn dove ouders  op de voorbank. Hoe het ook zij, ik voelde mij moederziel alleen op  deze godverlaten aardkloot, als een wassen beeld in een wereld van  karton. Naarmate ik vorderde in mijn opstandige lectuur, groeide niet  alleen mijn woede jegens de Schepper die schitterde door afwezigheid,  maar ook mijn bewondering voor mijn denkbeeldige reisgenoot die  onverstoorbaar verder trok langs kronkelige paden in het hooggebergte  van de geest. Camus werd mijn heilige zonder God…in Frankrijk. Ik was te  jong om hem nog tijdens zijn leven gekend te hebben, maar ook al oud  genoeg om de mythe rond zijn persoon niet te kunnen ontlopen. Ik had de  leeftijd waarop ik de gave ging verliezen om de dingen te zien zoals ze  niet zijn, maar me ook hardnekkig bleef verzetten tegen het onvolwassen  verlangen volwassen te zijn.</p>
<p>In dat wankele evenwicht bood deze eenzame wijsgeer  houvast. Hij was mijn maatje voor onderweg, mijn puberaal idool in het  tranendal van dit bestaan. Ik viel voor die blik van hem die wegkijkt in  een onbestemde verte. Uit die ogen sprak een heroïsche vorm van  humaniteit. Want heroïek was toen nog heel gewoon. Met de regenjas nog  aan, staand voor een boekenkast, vormde zijn rijzige gestalte het beeld  bij uitstek van de charismatische vreemdeling. Want dat hoort een  schrijver te zijn, dacht ik, een vreemdeling in de meest letterlijke zin  van het woord. Ver van huis en juist daarom dichtbij. Hij keek je niet  aan, maar je wist dat zijn blik niet alleen de Middellandse Zee had  gezien, maar ook de diepste spelonken van de menselijke ziel. Zo’n  schrijver kijkt ook niet. Hij schouwt.</p>
<p>Ik hield van Camus, misschien nog meer van zijn  gezicht dan van zijn werk. Het waren alleen zinnen die mij bijbleven,  nooit de lijn van zijn betoog.  Eigenlijk was het vooral de toon die dit  proza voor mij tot literatuur verhief. Een toon die opeens kon  doorklinken in het geluid van een oerzee die zonder ophouden op  hetzelfde strand dezelfde wezens werpt, verbaasd te leven en  onophoudelijk dezelfde woorden sprekend. Of in die smartelijke woorden  over de waanzin van Nietzsche als bleek dat Dionysus’ naam slechts de  dithyramben aan Ariadne onsterfelijk had gemaakt. Wanneer de echo van  zo’n ronkende zin was verstomd, werd ik bevangen door een eerbiedige  stilte, dezelfde gelatenheid die je opeens kon aantreffen op een  marktplein in de middagzon. De stilte van Saint Yrieux bijvoorbeeld,  zo’n dorpje onderweg, waar je doorheen reed om nooit meer terug te  komen. Krampachtig probeerde ik al die plaatsnamen in mijn geheugen op  te slaan, terwijl ik met mijn potlood de zinnen onderstreepte die mijn  verwondering hadden gewekt. In dat soort zinnen van Camus zat ook een  vreemd muziekje. Ze bleven hangen in je hoofd alsof je ze stilletjes mee  kon neuriën, altijd maar denkend aan dat hoge voorhoofd, beroofd van  herinneringen aan een verloren vaderland en van de hoop op een beloofd  land (opnieuw met potloodstreep).</p>
<p>Camus was een idool dat alles mee had, zelfs een  tragische dood. Soms zag ik zijn milde glimlach in een flits voor me,  voor eeuwig bevroren op een wonderlijk ongeschonden gelaat tussen het  verwrongen plaatijzer van een autowrak. Die fatale crash had nog maar  vijf jaar tevoren plaatsgevonden op een lage rechte weg in het  departement Seine et Marne. Vier januari 1960, zo dacht ik bij mezelf op  de krappe achterbank van mijn vaders Fiat, moest de dag zijn geweest  dat de filosofie was doodgegaan. Camus keek de wereld in zoals James  Dean dat ook had gedaan. Met de kraag omhoog, zo had ik hem het liefst  voor ogen, lopend op straat, nooit op de stoep maar altijd dwars door de  plassen zonder ooit natte voeten te krijgen. Hij was een spiegelbeeld,  waarin ik alles kwijt kon, ondanks – of misschien wel omdat – ik hem  nooit precies begreep. Dat hoefde ook niet, want alles wat mijn  bevattingsvermogen te boven ging behoorde immers tot het domein van het  absurde. Zonder de menselijke geest, zo leerde mijn gids, kon het  absurde niet bestaan. Het zat in het denken zelf en dus ook in mij. Het  was een vicieuze cirkel, het rotsblok van Sisyphus. Die eindeloze arbeid  stond mij helder voor ogen bij het lezen van al die duistere passages  die mij heel wat keren uit het raampje van de auto deden staren.</p>
<p>Het was in Nevers, waar ik aan het laatste  hoofdstuk begon van <em>De mens in opstand.</em> De camping lag aan de oever  van de Loire, waarin het water loom voorbij stroomde, slechts gehinderd  door wat kleine eilanden, begroeid met struikgewas. ’s Avonds als ik de  lantaarns van de stad zag oplichten en de lucht rood kleurde boven de  torens van de kathedraal, vermengden de woorden van Camus zich met de  herinnering aan het bleke gezicht van Bernadette. Ik had haar zien  liggen in een glazen sarcofaag. Streng verboden te fotograferen stond  bij de ingang van de kapel. Haar huid leek van albast, haar oogleden  zwevende vliezen waar niets meer onder zat. Geen ogen in ieder geval die  het stralende licht van de heilige maagd hadden gezien, alleen maar  opgevulde holtes en daarachter een lege schedel. Ze had me doen denken  aan Sneeuwwitje, voor duizend jaar wegdromend om wellicht ooit te worden  wakker gekust door een verre prins. Haar laatste woorden leken op haar  lippen bestorven te liggen. Heel even meende ik ze nog te horen,  fluisterend zacht maar duidelijk verstaanbaar. ‘<em>Hiroshima mon amour,  poupée’de cire, poupée de son</em>.’</p>
<p>Woedend was ik, maar op wie? Het liefst had ik die  pop van was zien verpulveren in het verblindend licht van mijn flitser.  Als Sade had ik de loop van de sterren willen verstoren om één moment  haar naakte lichaam te zien, haar te verkrachten onder de ogen van al  die beminde gelovigen die van heinde en verre gekomen waren om het  wonder van haar ongeschonden gelaat te kunnen aanschouwen. Maar haar  lichaam was dood, morsdood, nog doder dan de stad Nevers, waar in  honderd jaar niets veranderd leek.</p>
<p>Op weg naar huis zag ik alles wat ik gelezen had nog  één keer aan mij voorbijgaan, de vreemde muziekjes in al die prachtige  zinnen van Camus voegden zich aaneen tot een weemoedige melodie in een  treurige, maar diep menselijke <em>nouvelle-vaque </em>film. Aarzelend tussen  heimwee naar Frankrijk en heimwee naar huis had ik medelijden met  mijzelf. Beroofd als ik mij voelde van de kleine geborgenheden van mijn  jeugd, verlangde ik naar mij eerste vakantie zonder Fiat. Ik wilde  Frankrijk zelf ontdekken, mijn eigen heilige plaatsen bezoeken, het graf  bijvoorbeeld van Camus op het kerkhof van Lourmarin in het departement  Vaucluse. En niet te vergeten het gehucht Villeblevin aan de lange  rechte weg tussen Sens en Parijs. De allerlaatste zin van ‘De mens in  opstand’ toonde nog één keer een groots panorama, een nieuwe ziel voor  onze tijd, waarvan niets en niemand is uitgesloten, als de mens de mens  wil begrijpen en aanvaarden wil de grens door het licht van het heldere  denken gesteld (mijn laatste potloodstreep).</p>
<p>Ik sloeg het boek dicht en keek nog lang naar het  hoge voorhoofd ode achterflap, mijmerend over een nieuwe dageraad na de  dood van de filosofie, zonder ook maar een moment te beseffen dat ik een  zomer in Frankrijk onder mijn ogen voorbij had zien gaan. Negen maanden  later zou mijn vader overlijden en de Fiat worden verkocht.</p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=_8MRprxbt28&amp;feature=related">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/04/27/het-was-in-nevers-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Waarom ben je uit Mokum weggegaan?</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/04/13/waarom-ben-je-uit-mokum-weggegaan/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/04/13/waarom-ben-je-uit-mokum-weggegaan/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 13 Apr 2010 08:34:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[mezelf]]></category>
		<category><![CDATA[plaatsen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=27687</guid>
		<description><![CDATA[Het is eind jaren vijftig. Aan de rand van Amsterdam worden de Westelijke Tuinsteden gebouwd. Op een strook opgespoten land voetballen een paar  jongens.  Op de achtergrond zie je nog de oude bebouwing.  Op het zand zullen weldra moderne flats verschijnen. Kale woonblokken, steeds maar weer hetzelfde. Sommige achterelkaar, maar gaandeweg met meer variatie, afwisselend [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/IMAGE00017.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-27689" title="IMAGE0001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/IMAGE00017.jpg" alt="" width="489" height="537" /></a></p>
<p>Het is eind jaren vijftig. Aan de rand van Amsterdam worden de Westelijke Tuinsteden gebouwd. Op een strook opgespoten land voetballen een paar  jongens.  Op de achtergrond zie je nog de oude bebouwing.  Op het zand zullen weldra moderne flats verschijnen. Kale woonblokken, steeds maar weer hetzelfde. Sommige achterelkaar, maar gaandeweg met meer variatie, afwisselend hoog en laag in een soort stempel-patronen rond binnenhoven met veel groen.  Een gedeelte van het landelijke Osdorp verdwijnt zo onder het zand voor de nieuwe woningbouw. Het resterende gebied wordt langzamerhand een soort rafelrand van de stad. Het dorp Osdorp verliest zijn naam aan de nieuwe tuinstad. Ter onderscheiding wordt het buurtschap voortaan Oud-Osdorp genoemd. De nieuwe wijken worden gegroepeerd rond een reusachtig meer, waarvoor men al voor de oorlog was begonnen met graven: de Sloterplas, de grootste waterplas van Amsterdam.</p>
<p>In die tijd &#8211; ik zat op de lagere school- verhuisde een klasgenootje van mij naar Slotervaart. Zijn ouders begonnen daar een apotheek. Woensdagmiddag voetbalden we vaak op het opgespoten land achter zijn huis. Op deze foto zou ik dus zelf kunnen staan. De jongen links lijkt wel wat op mijn vriendje van toen. De foto is genomen door Dolf Kruger en staat afgedrukt in het boek <em>Amsterdam 1950-1959, 20 fotografen (1985)</em>. De beelden roepen bij mij veel herinneringen op. Een foto is een fossiel van de tijd. Een hele wereld zit erin versteend, maar komt ook zo weer tot leven. Na afloop van het voetballen was ik ruim een uur onderweg om weer thuis te komen in de Watergraafsmeer. &#8216;Nieuw-West&#8217;, want zo noemden we de westelijke tuinsteden, was het <em>far west</em> uit mijn jeugd. Als je er niet wezen moest, dan ging je er ook niet naar toe. Het was een ongenaakbaar gebied in wording, het toonbeeld van de wederopbouw, kaal en stenig met een oneindige ruimte tot aan de horizon.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/010122052883.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-27708" title="010122052883" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/010122052883.jpg" alt="" width="345" height="263" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Dubbelmondehof, Amsterdam Osdorp</p>
<p>Ook Gerard Reve had eind jaren zestig korte tijd een flat in de Westelijke Tuinsteden van Amsterdam. Hij kreeg die woning toegewezen, toen zijn oude huisje aan de Rozendwarststraat nummer 9, waar ook de schrijfster Aya Zikken woonde, plotseling instortte. Van het gemeentelijke woningbedrijf kreeg Reve toen een flat toegewezen in Osdorp. Het adres was Dubbelmondehof 2-II. &#8216;We wonen 12 kilometer van het centrum, vlak bij Halfweg en tram -17- doet er ruim een uur over,&#8217; schreef hij 0p 27 oktober 1966 aan Wim Grossouw. Het was een kale flat met uitzicht op andere kale flats. Reve begon meteen alle ramen met kranten te beplakken zodat hij niet verstoord kon worden door dit troosteloze uitzicht. Ook in zijn woning in Weert later probeerde hij zich op deze wijze van de buitenwereld af te sluiten. Daar schilderde hij het raam van zijn kamer wit zodat hij zich volledig kon concentreren op het schrijven. Overigens heeft zijn verblijf aan de Dubbelmondehof niet lang geduurd. Een paar jaar later &#8211; in januari 1969 &#8211; kon hij door een woningruil een kleine woning overnemen aan de Plantage Kerklaan, schuin tegenover de ingang van Artis. Daar speelde zich onder meer de geschiedenis af die te lezen is in <em>De Taal der Liefde</em>.</p>
<p>Zo&#8217;n dag of tien geleden moest ik in Oud- Sloten zijn. Dat ligt aan zuidwestelijke rand van Amsterdam, helemaal tegen Badhoevedorp aan, het begin van de Haarlemmermeerpolder. Sloten is een heel oud dorpje. Rembrandt heeft nog schetsjes getekend waarop het kerkje is te zien. Er zijn trouwens nog altijd twee kerkjes in het dorp, een katholieke en een protestantse. In de jaren vijftig lag Sloten nog helemaal op zichzelf. De oprukkende bebouwing van de Westelijke Tuinsteden had de dorpskern nog lang niet bereikt. Soms kwam ik er doorheen, als we met RKAVIC moesten voetballen tegen Sint-Pancratius in Badhoevedop. Dat was een heel eind fietsen, maar je zag nog eens wat. Ook het katholieke kerkje van Sloten, zo ontdekte ik nu,  is gewijd aan de heilige Pancratius.</p>
<p>Ik kwam nu naar  Sloten met tramlijn 2. Die had je toen nog niet, tenminste niet met dit traject. Lijn 2 rijdt tegenwoordig in één keer door vanaf het Centraal Station, dwars door Amsterdam. Deze lijn werd begin jaren negentig verlengd over een nieuwe trambaan  die toen nog door een zandvlakte leidde. Eigenlijk is dit de mooiste tramlijn van Amsterdam. In drie kwartier tijd zie je de bebouwing langzaam veranderen: eerst de grachtengordel, dan Oud-Zuid met zijn prachtige huizen aan de Willemsparkweg en de Koninginneweg, zo kom je op het Hoofddorpplein en daarna beginnen de Zuidelijke Tuinsteden. Ik keek mijn ogen uit. Wat is het hier veranderd. De bomen zijn tot in de hemel gegroeid, maar ook allerlei grote kantoorgebouwen verrezen tussen de huizenblokken. Het Ziekenhuis Slotervaart lijkt en gigantische fabriek. Het verkeer raast over de rondweg, waar de tram onderdoor rijdt. Ik herkende  de kale huizenblokken van weleer, maar ze hebben ongenaakbare karakter allang verloren. De moderne leegte van deze wijken heeft plaatsgemaakt voor een doorleefd stadsbeeld. Te doorleefd naar mijn smaak. Ik zou hier in ieder geval nooit willen wonen.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/PancratiusenBanpaal.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-27694" title="PancratiusenBanpaal" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/PancratiusenBanpaal-e1271143209305.jpg" alt="" width="293" height="465" /></a></p>
<p style="text-align: center;">De oude Banpaal van Sloten</p>
<p>De tram stopte in een stille buurt met vrije nieuwe en luxe bebouwing. Het is de woonwijk Nieuw-Sloten die begin jaren negentig is aangelegd tegen de rand van het oude dorp Sloten. Deze wijk had het Olympisch dorp moeten worden, zo vertelde mij <a href="http://www.huubmous.nl/2010/03/31/gek-in-de-jaren-zestig/">Egbert Telllegen</a>, die me had me uitgenodigd voor een  bezoek. Hij woont al sinds 1964 in Oud-Sloten en kwam me afhalen van de tram. De wijk Nieuw-Sloten was oorspronkelijk bedoeld voor de Olympische Spelen in Amsterdam die nooit zijn doorgegaan, zo vertelde hij mij. Gelukkig maar, dacht ik. Vanaf de eindhalte was het nog tien minuten lopen naar Oud-Sloten, een dromerig dorpje, waar de tijd leek stil te staan. Alleen de winkels zijn verdwenen. Begin jaren zestig was hier nog alles net zoals voor de oorlog. Sloten was een dorp alle andere dorpen in Nederland. Maar God verdween ook uit Sloten. De kerkjes staan er nog wel, maar de oorspronkelijke bewoners zijn voor een groot deel verdwenen  Egbert Tellegen leidde me rond door de oude dorpskern en wees me op een bijzonder bouwsel: de banpaal uit 1794. Hij staat precies op de oude  stadsgrens van Amsterdam, maar is tegenwoordig bijna helemaal ingebouwd tussen de huizen. Deze banpaal gaf tot 1795 de   grens van het rechtsgebied van de stad. Mensen die verbannen  waren uit Amsterdam mochten niet voorbij deze paal komen. &#8216;Jongen, waarom ben je toch uit Mokum weggegaan,&#8217; zo dacht ik even bij mezelf.</p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=TE9nL-hzIiA&amp;translated=1">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/04/13/waarom-ben-je-uit-mokum-weggegaan/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
