<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Huub Mous &#187; mezelf</title>
	<atom:link href="http://www.huubmous.nl/categorie/mezelf/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.huubmous.nl</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Sat, 04 Feb 2012 23:01:55 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>De eclips van het katholicisme</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2012/01/22/de-eclips-van-het-katholicisme/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/01/22/de-eclips-van-het-katholicisme/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 21 Jan 2012 23:01:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gerard Reve]]></category>
		<category><![CDATA[mezelf]]></category>
		<category><![CDATA[religie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=59040</guid>
		<description><![CDATA[In mijn boek Het horloge van Gerard Reve wil ik het werk van Reve opnieuw bezien, niet alleen tegen de achtergrond van herinneringen aan mijn eigen katholieke verleden, maar ook in het kader van de ontwikkeling van het katholicisme na 1945. In de recente biografie van Nop Maas komt dat perspectief amper aan bod. Nop [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/Slide116.jpg"><img class="alignnone  wp-image-59044" title="Slide1" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/Slide116-e1327169379675.jpg" alt="" width="496" height="425" /></a></p>
<p>In mijn boek <em>Het horloge van Gerard Reve</em> wil ik het werk van Reve opnieuw bezien, niet alleen tegen de achtergrond van herinneringen aan mijn eigen katholieke verleden, maar ook in het kader van de ontwikkeling van het katholicisme na 1945. In de recente biografie van Nop Maas komt dat perspectief amper aan bod. Nop Maas weet veel over Reve, maar weinig over het katholicisme. Ik wil op zoek gaan naar Reve, naar de plekken waar hij geleefd heeft, die toevallig vaak ook plekken zijn die in mijn eigen leven van betekenis waren. Deze zoektocht naar een verloren tijd is tegelijk ook een zoektocht naar het katholicisme van mijn vader. Mijn vader vertrok in zijn jonge jaren van Friesland naar Amsterdam, terwijl ik de omgekeerde weg aflegde, net als Reve. De grote stad ben ik ontvlucht in het spoor van Reve. Reve was op de vlucht voor de ziekte van de grote stad, de goddeloosheid die hij verafschuwde, maar hij deed dat in een tijd dat theologen juist de stad als een metafoor voor een nieuw soort seculiere religie gingen zien.</p>
<p>Maar daarnaast gaat dit boek vooral ook over tijd. Dat wil zeggen: de ervaring van de tijd zelf, niet alleen het verschil in tijdsbeleving tussen stad en platteland, maar vooral ook de verandering van tijdsbeleving mettertijd. Ook het platteland veranderde in de jaren zestig. In die tijd veranderde er iets wezenlijks in de beleving van de tijd zelf. Een jonge generatie ontdekte opeens een vals bewustzijn van de tijd. Dat bewustzijn wilde men doorbreken met een overdosis authentieke ervaringen in het hier en nu. Die beklemming van de tijd werd onder meer herkend door Raoul Vaneigem in zijn <em>Handboek voor een jonge generatie</em> (1967): &#8216;Iedere seconde abstraheert mij van mezelf, er is nooit een nu. Een doelloos en druk bezig zijn is er doeltreffend op uit dat ieder van ons een reiziger in de tijd wordt, dat we de tijd verdrijven, zoals de uitdrukking zo aardig luidt, en zelfs dat de tijd geheel door de mens heen wordt gedreven.&#8217;</p>
<p>Ook Reve probeerde aan deze beklemming van de valse tijdsbeleving te ontkomen door zijn toevlucht te nemen tot de religie, terwijl juist de religie door een jonge horde van maatschappijhervormers als hofleverancier van een vals tijdbewustzijn werd beschouwd. Maar ook de religie zelf raakte op drift in de draaikolk van de tijd. Kortom, tijd en religie raakten met elkaar in de knoop in het midden van <em>the sixties</em>. De ontdekking van het horloge van Gerard Reve was voor mij niet alleen een schok van herkenning, maar ook een metafoor voor iets wat sindsdien is stil blijven staan. Dat horloge zou ik graag weer in beweging willen brengen.</p>
<p>Maar er is nog iets. Het lezen van het rapport van de commissie Deetman heeft mij in mijn overtuiging gesterkt, dat Reve kort na zijn toetreding tot de Rooms Katholieke Kerk tot het inzicht kwam, dat hij de verkeerde afslag had genomen. Juist op het moment dat het katholicisme zich in een stroomversnelling bevond en schoon schip wilde maken met een vermolmde erfenis uit het verleden, sprong hij op een rijdende trein. Vervolgens wilde hij uit pure dwarsigheid daar niet meer vanaf springen, ook al wist hij dondersgoed dat deze trein &#8211; na het ingrijpen vanuit het orthodoxe Vaticaan &#8211; zich op een doodlopend spoor bevond. Maar in het begin van de jaren zestig bestond dit benauwende vooruitzicht nog niet.</p>
<p>Dat was een tijd van hoop, vernieuwing en oecumene. Katholieken liepen voorop als geestelijke bevrijders die de wegbereiders zouden worden voor een culturele revolutie. Het drama van het katholicisme is het morele bankroet van een totalitair instituut dat niet in staat bleek een sprong vooruit te maken. <em>Un balzo avanti</em>, zoals Paus Johannes XXIIII eind jaren vijftig voor ogen had. Na 1967 is Reve zelf naar rechts opgeschoven en heeft hij afstand genomen van de progressieve beweging in het naoorlogse katholicisme. Maar voor het midden van de jaren zestig had Reve daar nog oog voor. Sterker nog: deze progressieve ontwikkelingen zijn een belangrijke factor geweest in het proces van zijn bekering.</p>
<p>Deze progressieve periode van het naoorlogse katholicisme periode ging gelijk met de bloeiperiode van de menswetenschap. Toch werd al vroeg in de jaren vijftig duidelijk dat er iets mis was met de katholieken. De commissie Deetman meldt dat het misbruik van priesters in het begin van de jaren vijftig ook in het bisschoppenoverleg aan de orde is geweest. Daarna werd het wonderlijk genoeg stil. Pas in de jaren tachtig – toen de aandacht in binnen de samenleving voor seksueel misbruik van zijn taboe werd ontdaan &#8211; werd langzaam duidelijk dat er iets goed mis was.</p>
<p>Er zit dus een gat van twintig jaar. Dat is precies de periode die samenvalt met de vernieuwingen binnen de Katholieke Kerk, maar ook met de allengs losser wordende seksuele moraal. In die twintig jaar is er onder katholieken in Nederland heel wat veranderd. Begin jaren vijftig waren de misdaadcijfers onder katholieken relatief hoog, vooral in het Zuiden, en in veel gezinnen was sprake van een ongezonde geloofsbeleving. De psycholoog Buytendijk was een katholieke bekeerling en waarschuwde al vroeg voor deze zorgelijke omstandigheden. Het slothoofdstuk van de katholieke emancipatie viel dus samen met de ontsporing van katholieke geestelijken.</p>
<p>Die tegenstelling tussen progressiviteit en misstanden fascineert mij in hoge mate, temeer omdat het gaat over een periode waarin ik zelf ben opgegroeid, in een orthodox katholiek gezin, op een strenge katholieke school, een jezuïetencollege nota bene. Katholieker kon het niet. Bovendien werd mijn katholieke jeugd afgesloten in een katholiek gesticht, dat niet alleen uiterlijk nog alle kenmerken had van het Rijke Roomse Leven, maar binnen haar muren vooruitstrevendheid en misstanden op wonderlijke wijze bijeenbracht. De jaren zestig hebben het zicht ontnomen op het vat van tegenstrijdigheden dat het katholicisme ooit is geweest. Juist die achterlijkheid heeft de cultuurrevolutie van de jaren zestig voor een belangrijk deel teweeg kunnen brengen. Maar de katholieke bijdrage aan die revolte is achter de horizon verdwenen. Die paradox zou je ‘de eclips van katholicisme’ kunnen noemen.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/KATlbadB-sw" frameborder="0" width="500" height="400"></iframe></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/01/22/de-eclips-van-het-katholicisme/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jins dreamen no, jins skiednis skielk</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2012/01/20/grutte-pier-moet-zwijgen/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/01/20/grutte-pier-moet-zwijgen/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 20 Jan 2012 05:01:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[Friesland]]></category>
		<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=50400</guid>
		<description><![CDATA[Een Kafka-achtige ervaring vannacht. Ik was ontboden in de studio van Omrop Fryslân. Er was niemand. Na een uur wachten in een kaal vertrek, waarin alle wanden waren bekleed met stalen lambriseringen, werd ik door een bode in zwart gewaad naar binnen geroepen. Het volgende vertrek was met tropisch hardhout bekleed. Weer een uur later [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2011/08/2669633608-grutte-pier.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-50403" title="2669633608-grutte-pier" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2011/08/2669633608-grutte-pier.jpg" alt="" width="500" height="375" /></a></p>
<p>Een Kafka-achtige ervaring vannacht. Ik was ontboden in de studio van Omrop Fryslân. Er was niemand. Na een uur wachten in een kaal vertrek, waarin alle wanden waren bekleed met stalen lambriseringen, werd ik door een bode in zwart gewaad naar binnen geroepen. Het volgende vertrek was met tropisch hardhout bekleed. Weer een uur later kwam er een nieuwe bode, nu getooid in een zeventiende-eeuws kostuum. Hij leidde me naar een grote zaal met een lange rode loper. Helemaal aan het eind zat op een gouden troon Grutte Pier. Hij sprak een onverstaanbare taal die het midden leek te houden tussen Oud-Keltisch en Fries. Toch kon ik hem  goed verstaan.</p>
<p>Het moet niet gekker worden, dacht ik bij mijzelf. Al meer dan dertig jaar woon ik in Friesland, maar ik heb nog nooit Grutte Pier gezien. Iedereen heeft het er altijd over, alsof hij een oude bekende is die je verder niet nader hoeft aan te duiden of te omschrijven. Noem ‘Grutt Pier’ en iedere Fries weet wie je bedoelt. Grutte Pier is de super-Fries. Hij is van iedereen en van niemand. Oeroud is hij, maar Grutte Pier gaat nooit dood. Sterker nog hij is onoverwinnelijk en steekt altijd weer fier het hoofd omhoog. Wonderlijk genoeg komt Grutte Pier altijd pas opdagen als het eigenlijk te laat is. Misschien is Grute Pier wel een mythe, zo heb ik wel eens gedacht. Misschien bestaat hij helemaal niet in het echt, maar alleen als metafoor, als een soort bloedprop die zich schuilhoudt in de haarvaten van de Friese samenleving. Maar nee, hij bestaat dus echt. Hij sprak tegen mij.</p>
<p>Zijn boodschap kwam er op neer dat ik van al mijn taken ontheven ben. Grutte Pier heeft besloten mij vogelvrij te verklaren en in die hoedanigheid mag ik geen verdere publieke functies meer vervullen. Ook kreeg ik een algeheel publicatieverbod opgelegd dat met name geldt voor internet. Ik word dus voorgoed de mond gesnoerd. Dit wordt mijn laatste blog, dacht ik nog. Achter Grutte Pier was een vreemd geluid te horen, zoiets als het instemmend gemor dat vaak opklinkt in het Britse Lagerhuis.</p>
<p>‘U bent een vrij man,’ sprak Grutte Pier, u kunt gaan en staan waar u wilt. Jins dreamen no, jins skiednis skielk. ’ Ik maakte een diepe buiging overeenkomstig de etiquette van het huis en liep de zaal uit. Toen de zware deur achter me in het slot viel, hoorde ik het gemor aanzwellen tot een extatisch gejuich. Alsof Cambuur had gescoord in blessuretijd. Op straat zochten mijn ogen een weg in de maanloze nacht. Een vreemd gevoel kwam in mij op, en juist op dat moment gebeurde er iets raars, alsof er een soort kaasstolp van mijn hoofd werd weg getild.</p>
<p>Verbijstering greep mijn aan bij de duizelingwekkende gewaarwording van een eindeloos krioelen van atomen en elektronen. Het was alsof ik in een diepe afgrond keek en tegelijk een tomeloze vreugde beleefde. Dit is het hiernamaals, zo dacht ik bij mezelf. Ik voelde me opgenomen in de gemeenschap der Friezen. Maar opeens zat ik weer thuis achter mijn beeldscherm. Om mijn enkel zat een knellende band. Ik had elektronisch huisarrest. Vroeger dan ooit tevoren greep de angst om zich heen.</p>
<p>.<br />
<iframe src="http://www.youtube.com/embed/CKHA2AGbXtI" frameborder="0" width="500" height="400"></iframe></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/01/20/grutte-pier-moet-zwijgen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wat gebeurt er met 50 jaar Frisiana?</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2012/01/19/wat-gebeurt-er-met-50-jaar-frisiana/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/01/19/wat-gebeurt-er-met-50-jaar-frisiana/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 18 Jan 2012 23:01:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=58923</guid>
		<description><![CDATA[&#8216;De Frisiana toont Friesland in volle ontwikkeling en het is een merkwaardige ontwikkeling. Terwijl Friesland zich op agrarisch terrein ontplooit als nooit tevoren, wordt het agrarisch Friesland geleidelijk aan in belangrijkheid overvleugeld door het industriële Friesland. Bij duizenden trekken de mensen uit de landbouw naar de industrie en de dienstensector in Friesland en daarbuiten. Als [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/Slide114.jpg"><img class="alignnone  wp-image-58930" title="Slide1" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/Slide114-e1326908788397.jpg" alt="" width="500" height="348" /></a></p>
<blockquote><p>&#8216;De Frisiana toont Friesland in volle ontwikkeling en het is een merkwaardige ontwikkeling. Terwijl Friesland zich op agrarisch terrein ontplooit als nooit tevoren, wordt het agrarisch Friesland geleidelijk aan in belangrijkheid overvleugeld door het industriële Friesland. Bij duizenden trekken de mensen uit de landbouw naar de industrie en de dienstensector in Friesland en daarbuiten. Als men met deze zienswijze naar de Frisiana gaat zal men met bijzondere nieuwsgierigheid naar de verschillende stands kijken.&#8217;</p></blockquote>
<p>Zo schreef de Leeuwarder Courant in september 1963 aan de vooravond van de Frisiana. Het was een grootscheepse vlootschouw van alles wat Friesland te bieden had. De manifestatie werd georganiseerd bij de opening van de Frieslandhal, dat destijds het grootste overdekte markthallencomplex van Europa was, nog groter dan de RAI in Amsterdam. Twee dagen later waren de krantencommentaren zelfs lyrisch. ‘Welhaast ongeduldig van dadendrang presenteert Friesland zich,’ kopte de LC.</p>
<p>Maar dat niet alleen, ook de landelijke bladen waren vol lof. Zo schreef het Rotterdamse Nieuwsblad: ‘Geen ander Nederlands gebied met een sterke agrarische voorgeschiedenis heeft zich in zo’n vlot tempo van de landbouw naar de nijverheid overgeschakeld. Het is prima dat dit alles in een week lang zoveel aandacht krijgt, ook voor Nederland als geheel want ook buiten de Elfsteden of Sneekweek is de provincie der Friezen een der interessantste stukken van Nederland.’</p>
<p>Ook Friesland maakte in die jaren zijn eigen proces van modernisering door. In 1947 waren in deze provincie nog twee maal zoveel mensen in de landbouw werkzaam als in 1963. Het platteland liep leeg. Overal stonden er bordjes met ‘Onbewoonbaar verklaarde woning.’ Er was sprake van krimp. Die snelle ontvolking van het platteland begon na 1960 zorgelijke trekken aan te nemen. Het platteland bood weinig mogelijkheden meer voor geschoolde arbeid.</p>
<p>De dienstensector breidde zich snel uit met name in de kerngemeenten die zich ook steeds meer gingen profileren als centra van zorg en dienstverlening ook op sociaal-cultureel gebied. Automatisering en vrijetijdseconomie deden voorzichtig hun intrede. Na een periode van schaarste en achterstand in woningbouw en primaire gebruiksgoederen volgde de snelle wederopbouw met een groeiende industrie, een toenemende mechanisatie van het agrarisch bedrijf en een verbetering van de infrastructuur van verkeers-  en waterwegen.</p>
<p>Kortom, er deed zich een verschuiving voor van sterk agrarisch gerichte productiesamenleving naar de eerste contouren van een consumptiemaatschappij, zeker in de steden. Friesland zat midden in een proces van transitie. Daarom moest in de Frisiana niet alleen de landbouw maar ook de industrie aan bod komen en bovendien allerlei andere facetten van het leven in Friesland. Er was ook viel Friese kunst te zien en de kunstenaar Josum Walstra ontwierp de presentaties voor de 44 Friese gemeenten. Kortom, Friesland werd in de etalage gezet. Het was een grootse parade tegen de verdrukking in. Maar ook een hoopvolle vlootschouw, want het was een tijd van economische groei.</p>
<p><strong></strong>In 1988 bestond de Frieslandhal 25 jaar. Directeur Ayo Schotsman had voor dat jubileum iets groots in gedachten, zoiets als waarmee het allemaal was begonnen: De Frisiana! Een jubileumexpositie van een kwart eeuw agrarische kunst was het eerste plan dat werd onderzocht.  Toen dat idee niet haalbaar bleek te zijn, vroeg hij Eline Taselaar van het Fries Museum om advies, die op haar beurt een adviescommissie bijeenriep bestaande uit Erik Beenker en  Piet de Jonge, beiden van Museum Boymans van Beuningen en Geurt Imanse van het Stedelijk Museum.</p>
<p>Zo kwam het basisconcept tot stand voor de manifestatie ‘<em>11 steden, 11 landen</em>’. Uit elf steden boven de 53ste  breedtegraad  &#8211; ongeveer de hoogte waarop Leeuwarden ligt &#8211; zouden een kunstenaar en een architect worden uitgenodigd om zich gezamenlijk te presenteren in een nieuw te bouwen paviljoen. Dit paviljoen mocht een geïntegreerd kunstwerk zijn, maar ook een paviljoen als ideale tentoonstellingsruimte voor de kunst. Beeldend kunstenaar en organisator Dries Wiecherink, die vervolgens als projectleider werd aangetrokken, was verantwoordelijk voor de selectie.</p>
<p>‘Noord Europese kunst en architectuur, zo luidde de prestigieuze ondertitel van de manifestatie die uiteindelijk twee jaar na het jubileumjaar, op 29 mei 1990, van start ging. Twee maanden lang was de Frieslandhal omgetoverd tot een waar Disneyland, een feeërieke ruimte vol <em>special effects</em> en <em>spotlights</em> en soms zelfs mogelijkheden tot het opdoen van lijfelijke ervaringen in de elf zeer uiteenlopende paviljoens. Voor Leeuwarden was het een manifestatie van ongewone allure. De nieuwe trend van grote publiekstentoonstellingen, die in de jaren tachtig was ingezet, had nu ook Leeuwarden bereikt. Kunst nestelde zich steeds meer in de sfeer van de reclame, het toerisme en de massacommunicatie en liet zich in toenemende mate ondergeschikt maken aan thema’s die door tentoonstellingsmakers werden  bedacht.</p>
<p>Het werd de tijd van <em>blockbusters</em> en <em>crowdcontrol</em>. Volgens Rudi Fuchs zou het niet lang meer duren voordat toeschouwers in drommen door de museumzalen zouden lopen, met petjes op en met vlaggetjes in de hand om bij het zien van hun favoriete schilderij uit volle borst een clublied aan te heffen. Dat doembeeld diende zich bij de manifestatie in Leeuwarden nog niet aan. Bij de kassa voor de Frieslandhal, waarvoor het huisje was opgetrokken, dat Aldo Rossi eerder voor een manifestatie in Fort Asperen had ontworpen, bleef het akelig stil. In Leeuwarden werd al schamper gesproken van de manifestatie ‘<em>11 steden, 11 landen, 11 bezoekers</em>’. Toch was dat niet terecht, gezien de hoge kwaliteit van het gebodene.</p>
<p>Nee, dan de Frisiana in 1963. Toen kwamen mensen van heinde en verre. Ministers kwamen een kijkje nemen en zelfs Koningin Juliana gaf acte de présence. Als Frieslands mooiste bloemenmeisje viel Margreet Terpstra de eer te beurt om de Majesteit welkom te heten. In totaal zouden er 210.471 betalende bezoekers in een week tijd de kassa passeren. Dat was ongehoord in die dagen. Het waren dan ook wat je noemt andere tijden. Niet lullen, maar poetsen. Geen eindeloos geouwehoer over de ‘transitie van Friesland’ of een ‘<em>bidbook</em>’ dat eerst geschreven moet worden. De handen gingen toen nog gewoon uit de mouwen. Er bestonden ook nog geen kwartiermakers die vooral uren schrijven en declareren. Nee, de organisatie van de Frisiana sloot destijds af met een positief saldo!</p>
<p>Volgend jaar is het vijftig jaar geleden dat de Frisiana van start ging. Het zou een mooie geste zijn om deze tentoonstelling te herhalen, maar dan met alle technische middelen die tentoonstellingsmakers anno 2013 tot hun beschikking hebben. Een Frisiana van het hedendaagse Friesland in transitie. Een <em>Grande Parade</em> voor Europa. <em>Europe here we come!</em>  Leeuwarden ontwaakt! <em>Yes we can!</em> Nog is Friesland niet verloren!</p>
<p>PS. Dit idee is helemaal gratis en voor niks.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/pu0ZhryKJ2Y" frameborder="0" width="500" height="400"></iframe></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/01/19/wat-gebeurt-er-met-50-jaar-frisiana/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>25</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Beeldbank Ignatiuscollege 2</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2012/01/18/beeldbank-ignatiuscollege-2/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/01/18/beeldbank-ignatiuscollege-2/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 17 Jan 2012 23:01:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>
		<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=58781</guid>
		<description><![CDATA[INGEZONDEN DOOR PAUL WELLING Beste Huub, Hierbij mogelijk nog een bijdrage voor je blog. Ik heb vanmorgen met veel plezier het begin van jouw beeldbank over het IG bekeken, natuurlijk omdat er foto’s van mij inzitten. Via jouw blog kwam ik terecht bij de foto’s van Jos Heitmann. Daar trof ik een foto van het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/handbalteam-gym-1c-1960-61.jpg"><img class="alignnone  wp-image-58865" title="handbalteam gym 1c 1960-61" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/handbalteam-gym-1c-1960-61-e1326831810266.jpg" alt="" width="386" height="506" /></a></p>
<h4>INGEZONDEN DOOR PAUL WELLING</h4>
<blockquote><p>Beste Huub,</p>
<p>Hierbij mogelijk nog een bijdrage voor je blog.</p>
<p>Ik heb vanmorgen met veel plezier het begin van jouw beeldbank over het IG bekeken, natuurlijk omdat er foto’s van mij inzitten. Via jouw blog kwam ik terecht bij de foto’s van Jos Heitmann. Daar trof ik een foto van het docentencorps uit min of meer onze tijd. Ik ben met de foto (docenten Ignatiuscollege 1960-1967) aan de gang gegaan om bij de docenten de namen te vinden in mijn herinnering Ik wist ze lang niet allemaal.</p>
<p>Terwijl ik daarmee bezig was herinnerde ik me, dat ik nog ergens in een kast het boek ’n Eeuw IG moest hebben liggen. Ik heb dat opgezocht en doorgebladerd. Tot mijn verbazing stond de foto van Jos Heitmann over twee pagina’s in het boek (foto: 100 0220kopie). Al snel bleek me, dat Jos Heitmann van de foto uit het boek een scan gemaakt heeft, maar blijkbaar niet de hele foto op de glasplaat kon krijgen. Daardoor staan er op de foto van Jos Heitman 3 docenten minder op, dat op de foto in het boek, en nog wel die goeie Wiewel.</p>
<p>Bij de foto in het boek stonden wat namen, waardoor ik mijn lijstje wat kon aanvullen. In het boek ’n Eeuw IG staan niet alle namen van de personen op de foto en sommige namen zijn niet correct. Droppie heette Adje en niet C. Bij de foto staat ook dat deze genomen zou zijn in 1976. Ik denk dat dat een drukfout is.</p>
<p>In 1976 was Ed Seebregts, onze gymnastiekleraar, al geruime tijd overleden. Seebregts kwam vroeger vaak bij ons thuis. Hij zat nl. met mijn vader in het bestuur van de Amsterdamse Katholieke Sportbond (die was er toen nog). Vanuit dat bestuur hebben Seebregts en mijn vader zich beijverd om in Amsterdam ook een katholieke opleiding te krijgen voor sportleiders. Dat is ze gelukt, al heeft de instelling geen lang bestaan gekend.</p>
<p>Toen ik nog op het IG zat heb ik voor de godsdienstles van pater Verheijen (ja, die, die een einde maakte aan veel heilige roomse huisjes) een keer een werkstuk gemaakt over huwelijken in Amsterdam tussen katholieken en niet katholieken. Ik deed dat omdat ik zelf verkering had met een meisje (later mijn vrouw) die niet katholiek was. Om aan cijfers over het fenomeen gemengd huwelijk te krijgen begaf ik mij naar het Katholieke Bevolkingsregister, ergens in Oud West. Er werd destijds in Amsterdam een eigen katholiek bevolkingsregister bijgehouden door een goedwillende oude baas, die mij keurig van het nodige cijfermateriaal voorzag.</p>
<p>Waarmee ik maar wil laten zien hoe sterk de roomse zuil, zelfs in Amsterdam toen nog was.</p>
<p>Ik zie en/of zie graag wat je ermee doet.</p>
<p>Hartelijke groeten.</p>
<p>Paul</p></blockquote>
<p>(NB. Voor uitvergroten: op de foto klikken)</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/100_0220kopie2.jpg"><img class="alignnone  wp-image-58787" title="100_0220kopie(2)" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/100_0220kopie2-e1326816074722.jpg" alt="" width="487" height="348" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/Schermafbeelding-2012-01-17-om-17.23.55.png"><img class=" wp-image-58796 aligncenter" title="Schermafbeelding 2012-01-17 om 17.23.55" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/Schermafbeelding-2012-01-17-om-17.23.55-e1326817545603.png" alt="" width="485" height="829" /></a>Op de foto ontbreken de heren Bos (latijn) en Slijpen (nederlands).</p>
<h4>UPDATE 15.30 UUR:</h4>
<h4 style="text-align: left;">Erratum ingezonden door Wim Pijls</h4>
<blockquote><p>-Nr. 14 is pater(!) Cornelissen, godsdienstleraar, uitgetreden &#8217;69 of &#8217;70;  nr. 40 Hr Cornelissen leraar frans</p>
<p>-Vrijhof moet Vrijburg zijn; pater Dresen (sic) gaf Recht op HBS-A; de Cloet is in het boek EeuwIg steeds foutief met th gespeld; zijn boeken Pleasant English gaven de naam zonder th; vorig jaar pas is zijn weduwe overleden</p>
<p>-De foto kan inderdaad onmogelijk van 1976 zijn. Seebregts is voorjaar 1968 overleden, Huibers is 1973 uitgetreden, Vrijburg is 1969 getrouwd,  Wijdeveld was in 1976 al lang met pensioen, enz. De foto is waarschijnlijk in 1967 genomen. Seebregts leeft dan nog en pater Merx die in 1966 met veel ruzie als rector gymnasii vertrokken is, staat er niet op.</p>
<p>-over pater Merx (overleden 2005), die ik van 3 tot 6 gym als rector gehad heb, is een in memoriam te lezen op de site <a href="http://jezuieten.org/" target="_blank">jezuieten.org</a>. Hieruit blijkt dat hij met een zeer pijnlijke ruzie van het Ig vertrokken is.</p>
<p>-het boek EeuwIg is destijds in grote haast samengesteld, nadat Jan Bank het had laten afweten; het boek bevat nogal wat slordigheden. De reunie van 1995 in het gebouw aan de Hobbemakade was destijds zeer druk bezocht, met een leuk programma o.a. cabaret van Pieter Nieuwint.</p>
<p>-het boek geeft bij de foto nog meer namen, o.a. de latere rector Ruhe moet er op staan, maar ik heb die nooit gekend.</p></blockquote>
<p style="text-align: left;"> Zie ook:</p>
<p><a href="http://www.huubmous.nl/2012/01/16/beeldbank-ignatiuscollege/">Beeldbank Ignatiuscollege 1</a> -<a href="http://www.huubmous.nl/2009/03/02/een-rooms-bolwerk/">  Hora ruit, Tempus fluit</a><a href="http://www.huubmous.nl/2010/12/02/knipsels-uit-een-leven/"> </a> -<a href="http://www.huubmous.nl/2010/12/02/knipsels-uit-een-leven/"> Knipsels uit een leven</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2010/12/03/brave-new-school/">Tussen Golgotha Gomorra</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2007/11/13/pater-bremer-sj/">Non scolae sed vitae</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2011/03/22/in-de-knapenbunker/">In de knapenbunker </a>-<a href="http://www.huubmous.nl/2011/12/19/tussen-heimwee-en-verbijstering/"> Tussen heimwee en verbijstering</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2012/01/14/masturbatio-sine-qua-non/">Masturbatio sine qua non</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2012/01/11/waarom-de-meerderheid-zwijgt/">Juist aardige paters gingen in de fout</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2011/12/12/god-only-knows/">God only knows</a> -<a href="http://www.huubmous.nl/2011/12/25/hoe-god-verdween-uit-nederland/">Hoe God verdween uit Nederland</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2011/07/13/poisson-ou-poison/">Poisson ou poison</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2011/07/05/eeuwig-rechstback/">Standing on the outside</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2010/03/11/opgroeien-tussen-paters-en-boeken/">Opgroeien tussen paters en boeken</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2009/03/03/masturbi-et-mastorbi/">Masturbi et Mastorbi</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2009/02/28/prima-della-rivoluzione/">Prima della rivoluzione</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2008/07/02/pater-van-kilsdonk-1917-2008/">Pater van Kilsdonk 1917-2008</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2008/03/31/cafe-welling/">Café Welling</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2008/12/24/lomanstraat/">Lomanstraat </a>- <a href="http://www.huubmous.nl/2007/08/31/de-poezie-kruipt/">Ik ben een hond</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2007/02/04/michel/">Michel</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2006/10/14/contre-leglise/">Contre l&#8217;église</a> -  <a href="http://www.huubmous.nl/2006/08/12/weemoed/">Weemoed</a> &#8211; <a href="http://www.huubmous.nl/2006/04/30/klassenfoto/">Klassenfoto</a></p>
<p>.<br />
<iframe src="http://www.youtube.com/embed/9pX0yBJ5z8A" frameborder="0" width="500" height="400"></iframe></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/01/18/beeldbank-ignatiuscollege-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Garden Angel</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2012/01/17/engelbewaarder/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/01/17/engelbewaarder/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 16 Jan 2012 23:01:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=3475</guid>
		<description><![CDATA[Het is 1953. Ik zit op de bewaarschool, want zo heette dat destijds. Deze foto was bij ons thuis een klassieker. Hij heeft zelfs bij de tantes in Huissen nog jarenlang op de piano in de voorkamer gestaan. Mijn wezenloze blik vormde voor hen wellicht het toppunt van kinderlijke onschuld. Misschien ook was het de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/Slide113.jpg"><img class="alignnone  wp-image-58766" title="Slide1" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/Slide113-e1326744456787.jpg" alt="" width="424" height="594" /></a></p>
<p>Het is 1953. Ik zit op de bewaarschool, want zo heette dat destijds. Deze foto was bij ons thuis een klassieker. Hij heeft zelfs bij de tantes in Huissen nog jarenlang op de piano in de voorkamer gestaan. Mijn wezenloze blik vormde voor hen wellicht het toppunt van kinderlijke onschuld. Misschien ook was het de wat vrome sfeer die door plaatje van de engel aan de muur in werking werd gezet. De achtergrond was door de fotograaf zo bedacht. Hij had een hoekje gecreëerd in de klas, waar elk kind even moest gaan zitten. Wellicht heeft de juf nog geprobeerd om mij aan het lachen te maken, maar dat bleek een onmogelijke opgave. Ik liet me niet verleiden door grappen en grollen. Ik was ook te zeer geïmponeerd door het historisch belang van de situatie. Zelfs de blokkendoos wordt niet beroerd. Ik kijk naar de juf, niet beseffend dat de camera uit een andere hoek mij juist op dat moment zal vereeuwigen.</p>
<p>Het prentje met de engel is zo te zien een originele &#8216;Hummel&#8217;. Hummeltjes waren Roomse prentjes die in Duitsland werden vervaardigd. Je had ze ook in porselein en die waren behoorlijk duur. Het beeldje dat rechts staat, naast het vaasje met margrieten, is er zo een. Het kan ook een kopie zijn, want ze werden veel nagemaakt. De beeltenis van het jongetje komt ook in het prentje voor. Die engel is dus zijn engelbewaarder. De fotograaf heeft er echt over nagedacht, want er zit een subtiele boodschap in deze compositie. Een engelbewaarder kun je gewoonlijk niet zien. Ook met een foto is zijn bestaan niet aan te tonen. Door hem in een prent weer te geven, naast een jongetje wiens gestalte ook driedimensionaal in beeld wordt gebracht, wordt voor de goede verstaander de aanwezigheid van de engelbewaarder toch op symbolische wijze gesuggereerd.</p>
<p style="text-align: left;">Ik heb dat als kind altijd maar een raar idee gevonden, dat er op elk moment van de dag een engel naast ze zat. Zelfs ‘s nachts gaf hij acte de présence, want een engelbewaarder slaapt nooit, zo werd beweerd. Het was natuurlijk wel een veilig idee met oversteken en zo, want het verkeer werd met de dag gevaarlijker. Maar er waren ook wel eens momenten, dat je even alleen wilde zijn. Dat kon je niet zeggen: &#8216;Nou engel, ga jij even een blokje om, ik ga nu even met mezelf spelen.’ Dat kon je wel zeggen, maar daar trok die engelbewaarder zich geen ene moer van aan. Die bleef gewoon zitten waar hij zat. Hij was een echte stalker, een soort bodyguard in dienst van Onze Lieve Heer.</p>
<p style="text-align: left;">De engelbewaarder hield ook in de gaten of je niet zondigde, een soort geheime politie dus. Maar voor de rest was hij best aardig. Het beroerde was alleen, dat ik wel eens vergat dat hij er was. Dan deed ik dus toch gewoon alles wat God verboden had. En ik viel ook wel ens een gat in mijn knie. Dan zat die engel zeker met zijn gedachten even ergens anders. Het is ook wat, de hele dag van huis, terwijl niemand je kan zien. &#8216;A hell of job&#8217; had zo&#8217;n engelbewaarder. Hoe dan ook, deze foto was bedoeld om zijn aanwezigheid voor eens en altijd duidelijk te maken. Niet alleen als troost en geruststelling, maar ook als subtiele waarschuwing. Pas op, hij weet van geen wijken. Je engelbewaarder ziet alles.</p>
<p style="text-align: left;">Boven mijn bed hing ook een prentje met engelen. Niet één, maar veertien. Alsof één niet genoeg was. Nee, voor de nachtdienst werd van hogerhand een heel peloton ingezet. Je wist immers maar nooit wat er ‘s nachts allemaal kon gebeuren. De tekst van het bijbehorende liedje werd je op de bewaarschool bijgebracht. De voorstelling van de prent is zo oud als het Rijke Roomse Leven. Op internet ontdekte ik meerdere varianten, maar gelukkig ook de versie die boven mijn bed heeft gehangen. Het is een tekening van Jeanne Hebbelynck die waarschijnlijk in de jaren dertig is gemaakt. Ze blijkt veel van dit soort prentjes te hebben getekend, totdat ze blind werd en alleen nog maar vrome gedichtjes schreef.</p>
<p style="text-align: center;">’s avonds als ik slapen ga<br />
volgen mij veertien engeltjes na<br />
twee aan mijn hoofdeind<br />
twee aan mijn voeteneind<br />
twee aan mijn linkerzij<br />
twee aan mijn rechterzij<br />
twee die mij dekken<br />
twee die mij strekken<br />
twee die mij wijzen<br />
naar ’s hemels paradijzen</p>
<p style="text-align: left;">Ik weet niet precies wanneer mijn engelbewaarder is verdwenen. Hij is vertrokken, dat is zeker. Met de noorderzon, een stille trom, of hoe engelbewaarders dat ook mogen doen. We hebben niet eens afscheid genomen. Zoiets deed je niet. Van God nam je ook geen afscheid. Ze zeggen wel eens, dat het niet goed is om zo maar uit elkaar te gaan. Dan blijven er dingen hangen. Misschien moet het er nog maar eens van komen, dat afscheid. Ik zie het al voor me: een &#8216;date&#8217; met mijn engelbewaarder. In een wegrestaurant, een stationsrestauratie of misschien wel in de vertrekhal van Schiphol. Dat kan ik hem uitwuiven na een laatste goed gesprek. Zo van: &#8216;Het is wat lullig afgelopen, maar al met al vond ik je toch wel een fijne gozer.&#8217; Onzin natuurlijk. Als je daarmee begint, zal blijken dat hij nooit is weggeweest. En misschien is dat ook wel zo. &#8216;Old angels never die&#8217;.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/Ff47pKqxChI" frameborder="0" width="500" height="400"></iframe></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/01/17/engelbewaarder/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Beeldbank Ignatiuscollege 1</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2012/01/16/beeldbank-ignatiuscollege/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/01/16/beeldbank-ignatiuscollege/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 15 Jan 2012 23:01:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=58686</guid>
		<description><![CDATA[View more presentations from Huub Mous. Van de week kreeg ik van Paul Welling nog enkele fraaie foto’s toegestuurd die gemaakt zijn in de tijd dat wij samen op het Ignatiuscollege zaten.  Eerder al stuurde Wim Pijls mij twee klassenfoto’s toe. Ik heb een powerpont-bestand gemaakt van alle foto’s die ik tot nog in mijn [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong style="display: block; margin: 12px 0 4px;"></strong><object id="__sse11061081" width="500" height="400" classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="allowFullScreen" value="true" /><param name="allowScriptAccess" value="always" /><param name="wmode" value="transparent" /><param name="src" value="http://static.slidesharecdn.com/swf/ssplayer2.swf?doc=st-ignatiuscollege1959-1966-120115115822-phpapp01&amp;stripped_title=st-ignatiuscollege-19591966&amp;userName=HuubMous" /><param name="allowscriptaccess" value="always" /><param name="allowfullscreen" value="true" /><embed id="__sse11061081" width="500" height="400" type="application/x-shockwave-flash" src="http://static.slidesharecdn.com/swf/ssplayer2.swf?doc=st-ignatiuscollege1959-1966-120115115822-phpapp01&amp;stripped_title=st-ignatiuscollege-19591966&amp;userName=HuubMous" allowFullScreen="true" allowScriptAccess="always" wmode="transparent" allowscriptaccess="always" allowfullscreen="true" /></object></p>
<p>View more <a href="http://www.slideshare.net/">presentations</a> from <a href="http://www.slideshare.net/HuubMous">Huub Mous</a>.</p>
<div style="padding: 5px 0 12px;">
<p>Van de week kreeg ik van Paul Welling nog enkele fraaie foto’s toegestuurd die gemaakt zijn in de tijd dat wij samen op het Ignatiuscollege zaten.  Eerder al stuurde Wim Pijls mij twee klassenfoto’s toe. Ik heb een powerpont-bestand gemaakt van alle foto’s die ik tot nog in mijn mailbox binnenkreeg, aangevuld met enkele foto’s uit mijn eigen archief. Misschien kan dit een aanzet zijn tot een beeldbank voor het Ignatiuscollege.</p>
<p>Op internet is er relatief weinig beeldmateriaal van op dit roemruchte opleidingsinstituut aan de Amsterdamse Hobbemakade. Natuurlijk is er het prachtige jubileumboek <em>‘n Eew IG</em> dat in 1995 verscheen en antiquarisch nog te koop is (zie: <a href="http://boekwinkeltjes.nl/uitgebreid_zoeken.php?schrijver=Elsenaar%2C+G.A.+%2F+P.J.Verberne&amp;titel=%27n+Eeuw+Ig&amp;tweedehands=1&amp;overig=">Boekwinkeltjes.nl</a><a href="(http://boekwinkeltjes.nl/uitgebreid_zoeken.php?schrijver=.Verberne&amp;titel=%27n+eeuw+Ig&amp;tweedehands=1&amp;overig= ">)</a>. Maar beeldmateriaal over de jaren zestig is in deze IG-Bijbel weinig te vinden. Verder schreef Jos Heitmann een IG-ABC dat ook op internet te vinden is (zie: <a href=" http://docs.google.com/viewer?a=v&amp;q=cache:xVh79GyM0uwJ:jaheit59.home.xs4all.nl/St.-Ignatius%2520College,%2520AMSTERDAM%25201956%2520%2596%25201962%2520J.A.%2520Heitmann.pdf+J.A.+Heitmann&amp;hl=nl&amp;gl=nl&amp;pid=bl&amp;srcid=ADGEESiPRhzmfpPBTELXwOaP8NuHX-V8HYTgRl4TOD0elB2FJ1fi6qdSYvyWZKh1oedz1R3mZGoGvGwUgfgXQBcc8dC20Gr-hCrH_LVwcCrUJJkbBXahj9sH9qiOl_5c0WFK_LTbZaKB&amp;sig=AHIEtbSBD3xP_nGFeoub8Gzejp3anJZ0hA">hier). </a>Hij heeft ook een site met foto&#8217;s (zie: <a href="http://josh-uil.hyves.nl/album/25953754/St_Ignatiuscollege_Amsterdam/M7xVEZWB/">hier</a>)</p>
<p>Ik zat op het IG van 1960 tot 1967. Dat waren de nadagen van het gouden tijdperk van dit Roomse bolwerk. Twee jaar geleden ontving ik een verhaal van Pim Merlijn over zijn ervaringen op het het IG in de jaren 1964-1966. Samen met Pim zat ik in de redactie van het schoolblad <em>De Harpoen</em>, waar ook Jacques Klöters korte tijd deel van uitmaakte.  Het verhaal van Pim geeft een treffend beeld van hoe het er toeging op het IG in het midden van de jaren zestig. Ik neem aan dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat ik het hieronder integraal weergeef.</p>
<p style="text-align: center;">*****<strong></strong></p>
<p><strong>IGNATIUSCOLLEGE  (1964-1966)</strong></p>
<p>Na mijn vierjarig verblijf op het Canisius kwam ik weer thuis wonen en werd ik leerling van het “Ig” te Amsterdam. Beide onder leiding van de Paters-Jezuïeten waren ze zowat elkaars tegenpool: veel minder lesuren, geen s.o.’s, strafwerk of verplicht misbezoek meer, maar wel eigentijds spiritueler. Twee jaar lang ben ik geen dag met tegenzin naar school gegaan. Al snel word ik hoofdredacteur van “De Harpoen”. Mijn debuut is een persiflage op een bekend damesblad. Het verhaal “En zij kuste hem, zo goed en zo kwaad als het kon” zou zó model hebben kunnen staan voor de smartlap “Manuela”.</p>
<p>In “A Christmas Carroll” neem ik twee elkaar beconcurrerende leraren-Engels op de korrel: “Mooily was praktisch geweest, zo praktisch als een talenpracticum, en dat is praktisch”. Helaas was Cloodge <strong>mijn</strong> leraar. Omdat veel leraren op het Ig hun eigen boeken schreven, had ik de rubriek “Hoe is die film?” veranderd in “Hoe is dat boek?”. De geschiedenisleraar dacht bij mijn smeuïge plastiek” aan de fraaie plastic omslag, terwijl ik de blik meer gericht had op beelden als “De guillotine deed het hoofden sneeuwen”. De altijd even aimabele Limburgs sprekende leraar-Nederlands begrijpt meteen dat deze editie niet nà, maar vóór de les uitgedeeld moet worden: een uur lang leest hij het blad schaterlachend door. Pater Moderator weet nog van niets!</p>
<p>In de klas stonden nog vooroorlogse schoolbanken met inktpotschuifjes en op bergruimte onder het schrijfblad. We lazen “De Bacchanten” van Euripides. Daarvan bestond een vertaalde pocketuitgave waarvan ik mij dermate gretig bediende dat zij inmiddels losbladig geworden was. Toen we als proefwerk een stukje moesten vertalen, was ik zo alert de bijbehorende bladzijde-Nederlands in mijn woordenboek op te nemen; de rest van de pocket kon ik nog nèt onder het schrijfblad kwijt. Gelukkig trapte ik er niet in: de “stromende” Tmolon was een berg en géén rivier. Intussen had ik ‘m behoorlijk zitten knijpen: een kwartierlang had de leraar pal naast mij achter in de klas gestaan, zodat bladeren in het woordenboek mij weinig raadzaam voorkwam. Na afloop vroeg hij mij wat ik van de tekst vond, waarop ik hem naar eer en geweten antwoordde: “Eerst nogal pittig, maar later steeds meer te begrijpen” en hij mij bij wijze van schouderklopje toevoegde: “Merlijn, als je eerst maar goed léést, dan komt de rest vanzelf wel”.</p>
<p>In de zesde hebben we twee uur godsdienst per week: de ene pater behandelt de brieven van Paulus en bepaalt daarmee het rapportcijfer, met de ander gaan we op zoek naar het godsmotief in de literatuur èn op alternatieve retraite naar Schiermonnikoog. De nieuwe juf-Nederlands, onze voormalige stagiaire, mag mee: er moet ten slotte ook nog gekookt worden. Voor het eerst van mijn leven hoor ik Bob Dylan, die zowat door iedereen meegezongen wordt. Overdag discussiëren we over kerk, geloof en wat ons verder bezighoudt. Met het geloof lijkt niets mis, met de Kerk des te meer. Ter plaatse bedenken we “Kardinaal Ottavi<strong>nee</strong>ni”. Van de geplande eucharistieviering zien we ten slotte af. Omdat ik nog geen bier lust, weet de pater mij door middel van de nu ballastig geworden fles miswijn in de alcohol in te wijden. De juf zit opstellen van eersteklassers na te kijken en verleidt mij ertoe, de stapel van haar over te nemen; het regent ditmaal zevens.</p>
<p>De altijd even aimabele Limburgs sprekende èchte leraar-Nederlands komt de eerste jongens persoonlijk van de boot halen. Met zo’n 100 km per uur passeert hij een vluchtheuvel met blauwwitte pijl op links, waarna hij uit alle macht afremt, terugrijdt en hem alsnog met 40 km passeert: “Sorry jongens, ik moet jullie natuurlijk wel het goede voorbeeld geven”. Als mijn verslag van Schiermonnikoog in het schoolblad verschijnt, vraagt de hoogbejaarde Pater-Hebreeuws mij (met tien fout per punt altijd goed voor een zeven) hoe oud of ik ben: als 17-jarige heb ik op z’n minst het geloof van een 23-jarige, en dat moet wel op een roeping wijzen. Als ik vervolgens “Kardinaal Ottavi<strong>nee</strong>ni” lanceer, vertrouwt hij me toe dat de Kerk juist behoefte heeft aan onafhankelijk denkende geesten.</p>
<p>1 april 1966. De jongens van zes-alfa gaan voor een stunt: ze gaan die dag lessen volgen bij de zes-alfameisjes van Fons Vitae. Òns weten de zusters niet tegen te houden, maar hun oogappeltjes wèl, zodat we de rollen omdraaien: vanaf nu zijn de meisjes ònze gast! Gezamenlijk trekken we naar het Ig, waar een overijverige pater onze namen noteert, niet beseffend dat wij het eerste uur gewoon vrij zijn.</p>
<p>We begeven ons naar het lokaal-Grieks, waar de leraar extra meubilair laat aanrukken: jongens en meisjes moeten twee-aan-twee plaatsnemen, de meisjes onveranderlijk links. Alleen <strong>zij</strong> krijgen een beurt bij het vertalen van Plato. De jongens, die de tekst thuis hebben voorbereid, moedigt hij aan tot het onbekommerd leveren van kritiek, maar intussen voelen zij zich zelf veel méér afgezeken: de meisjes vertalen Plato nauwelijks slechter, terwijl ze nog nooit iets van hem gelezen hebben en wij weten hoe moeilijk “hun” Euripides is.</p>
<p>De altijd even aimabele Limburgs sprekende leraar-Nederlands voelt zich als  een Simeon, nu hij vlak voor zijn pensionering meisjes tot zijn gehoor mag rekenen. Uit zijn sinds mensenheugenis versleten tas haalt hij een stapel opstellen, die de jongens mogen voorlezen en de meisjes becommentariëren.</p>
<p>Het mijne is de vorige les al besproken. Halverwege de les betreedt onze jarige Pater Rector het lokaal. Zelden is een pater zo luidkeels toegezongen, maar de meisjes begrijpen de boodschap dat Moeder-Overste zich al meer dan twee uur zorgen over hen maakt en vinden hem  “best een toffe peer”.</p>
<p>Twee paters, als tekstdichter en als componist nauw betrokken bij de liturgie-vernieuwing, zijn ook daarbuiten voor mij van belang geweest. Bij de een mochten we ons als leden van de poëziegroep eenmaal per maand inleven in “eigentijdse poëzie” waar we in de klas niet aan toekwamen.</p>
<p>Het meest indruk op mij maakte een gezamenlijk schouwburgbezoek aan “Het onderzoek” van Peter Weisz, gebaseerd op Auschwitz en het Neurenbergtribunaal. De gaskamers schenen mij humaan toe, vergeleken met de sta-cellen.</p>
<p>De ander kon ongemeen driftig worden of  mij op voorhand  ergens de schuld van geven, maar op moeilijke momenten wist hij mij moed in te spreken. Tijdens een viering stond hij mij soms toe te sissen, maar achteraf complimenteerde hij mij dan weer met mijn persoonlijke doorleving van het gezongene. Binnen tien seconden maakte hij je duidelijk hoe je “Indisch” moest zingen.</p>
<p>Als boegbeeld van de liturgievernieuwing betreurde hij het dat een feestelijke mis van Mozart er voor hem niet meer inzat. Dat we uit de ereklasse van het AVRO-korenfestival degradeerden, lag niet aan mij: ik was die dag bij uitzondering ziek. Wie afscheid nam van het koor, werd op een canon van zijn hand getracteerd: ”De zanger gaat, ons lied gaat voort”.</p>
<p>Leraren kun je op twee manieren onderverdelen: je hebt goede en slechte, en je hebt er die veel of juist weinig huiswerk opgeven. Het meest ideaal is de leraar die goed lesgeeft met weinig huiswerk. De leraar-Geschiedenis wàs zo iemand, al gaf hij nauwelijks les: alles wat je moest weten stond al in zijn boeken! Het eerste kwartier liet hij je een samenvatting maken van wat je moest leren, waarna hij zijn causerie over een historisch onderwerp voortzette, zoals Hitler, de beurskrach of de affaire-Geelkerken (de sprekende slang in het paradijs); éénmaal per week ging hij in op de actualiteit, meestal een film of toneelstuk. Weinig hoefden we bij hem te leren, maar wat hebben we véél van hem geleerd! De altijd even aimabele Limburgs sprekende leraar-Nederlands mocht er óók zijn: niemand drong hij het lezen van literatuur op. Vondel declameerde hij op de wijze van Ank van der Moer, maar met mijn nòg vooroorlogser stem mocht ik hele lappen “Lodewick” voorlezen.</p>
<p>De leraar-Frans zette met Racine, Stendhal en Sartre hoog in; telkens als ik het leek te begrijpen wist hij dat weer te relativeren. Met zijn levenswijze zorgde hij voor een recorduitval aan lessen, maar eenmaal voor de klas stònd hij er ook! Van mijn grote neef op de h.b.s. wist ik dat de Pater-Duits ordeproblemen had, maar bij ons op het gym speelde dat nauwelijks; weliswaar hebben we ooit een proefvertaling geweigerd omdat we twee per trimester meer dan genoeg vonden, maar in de les speurden we ijverig met hem mee naar een nòg betere vertaling. In zijn geloofsopvatting was hij uiterst behoudend, maar juist het ontbreken van opdringerigheid annex schijntolerantie maakte hem uiterst sympathiek. De Pater-Latijn was verreweg het meest schools. Hij drukte ons op het hart, nooit te laten blijken dat je ergens mee gesjoemeld had. Als enige stimuleerde hij het behoedzaam gebruik van Nederlandse vertalingen en besteedde hij aandacht aan het kritisch notenapparaat. Verder hield hij er een ingewikkeld correctiesysteem op na: met zoveel verschillende tekens op je blaadje was het absoluut  onmogelijk je cijfer te controleren.</p>
<p>De leraar-Grieks deed dat ànders: die onderstreepte alleen maar hele zinnen, en hoe vetter de strepen, des te lager het cijfer. Zonder grof te worden beschikte hij over een vlijmscherpe ironie. Een klasgenoot die jammerlijk op zijn mondeling zou zakken had aanvankelijk een heel goed gevoel over zijn examen: de leraar had de hele tijd grapjes zitten maken! Maar had hij vertrouwen in je, dan lukte voor even ook alles. Het meest populair op Gym-Alfa was nota bene de leraar-Wiskunde, verreweg ook de jongste van het stel.  Dat hij Stereometrie inruilde voor Statistiek, bleek achteraf een gouden greep.</p>
<p>Met de leraren-Engels en Gymnastiek klikte het van begin af aan minder. Behalve dat ik in beide vakken bepaald geen kei was, beschouwden ze mij als een niet door henzelf gevormde “indringer”. Bovendien zette ik mij af tegen het na-oorlogse jeugdbestel, waarvan zij onmiskenbaar de leiders waren geweest. Toen een klasgenoot met een schitterende voetvolley zijn team op voorsprong gezet had, werd hij prompt de les uitgestuurd: weliswaar had hij geen spelregel overtreden, maar hij had een ongeschreven schoolcode doorbroken. De gymnastiekleraar nam mij met behoud van een zes wel eens apart, maar die van Engels negeerde mij systematisch. Mijn verjaardag op het bord verving hij door die van een collega. Toen ik als enige belangstelling toonde voor een boek over John F. Kennedy, besloot hij het alsnog klassikaal te gaan verloten  … raden wie de winnaar was! Bij de diploma-uitreiking gaf hij mij ook geen hand.</p>
<p>Het eindexamen was een belevenis apart. Zo ben ik de geschiedenis ingegaan als degene die een examentekst in dubbel zoveel woorden wist samen te vatten. De gecommitteerde bij Wiskunde complimenteerde mij omdat ik als enige kandidaat toelichtte wat ik aan het doen was. Als auteur van een niet door ons gebruikt wiskundeboek wist hij het iedereen knap lastig te maken; tot ons beider opluchting moest hij tijdens mijn examen dringend naar de wc. De gecommitteerde bij Latijn vond dat ik iets ten onrechte als een genitivus objectivus vertaald had, waarna ik alle soorten genitieven mocht opnoemen, uiteraard met voorbijgaan aan die ene genitivus identitatis. Mijn vertaling van ‘defessus’ met ‘vermoeid’ wenste hij wat aangescherpt te zien. Toen ik mij daarop revancheerde met ‘afgepeigerd’, fluisterde hij mijn leraar toe: “Prima, echt zo’n Amsterdams schoffie”. Ik had voor de gelegenheid dan ook een bruin pak aan.</p>
<p>Dat ik op het voorgeschreven tijdstip een herexamen-Grieks in plaats van Latijn voorgelegd kreeg, moest volgens de Pater-Surveillant op de Goddelijke Voorzienigheid wijzen, want natuurlijk had ik altijd nog recht op dat herexamen-Latijn! De diploma-uitreiking werd een regelrechte afknapper: zonder toespraak of heildronk kregen we ons diploma in handen gedrukt. De pen die ik ter ondertekening van de Rector mocht lenen schreef ditmaal behoorlijk stroef.</p>
<p>Pim Merlijn</p>
</div>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/mmdPQp6Jcdk" frameborder="0" width="500" height="400"></iframe></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/01/16/beeldbank-ignatiuscollege/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Alleen op de wereld</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2012/01/15/pasfoto-1969/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/01/15/pasfoto-1969/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 15 Jan 2012 08:01:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=58644</guid>
		<description><![CDATA[ In 1969 ben ik met mijn studie gestopt en door de stad gaan dwalen. Al dwalend kwam ik op een keer in de hal van het Centraal Station terecht. Daar las op een bordje de volgende zin: ‘Het is verboden om zich in deze ruimte op te houden voor andere doeleinden dan deze ruimte is [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/Schermafbeelding-2012-01-14-om-22.19.jpg"><img class="alignnone  wp-image-58645" title="Schermafbeelding 2012-01-14 om 22.19" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/01/Schermafbeelding-2012-01-14-om-22.19-e1326576105259.jpg" alt="" width="492" height="498" /></a></p>
<p> In 1969 ben ik met mijn studie gestopt en door de stad gaan dwalen. Al dwalend kwam ik op een keer in de hal van het Centraal Station terecht. Daar las op een bordje de volgende zin: ‘<em>Het is verboden om zich in deze ruimte op te houden voor andere doeleinden dan deze ruimte is bestemd.’</em> Die zin bleef in mijn hoofd hangen. Ik begreep, dat die ruimte bedoeld was voor het wachten. Het was een ruimte voor wachtende reizigers of mensen die wachten op reizigers. Ik was niet aan het wachten en ik ging niet op reis, dus ik moest weg uit deze ruimte. Maar als ik niet aan het wachten was, wat was ik dan wel aan het doen? Op die vraag had ik geen antwoord. Eerlijk gezegd had ik er beter aan gedaan om mezelf die vraag niet te stellen. Wachten of niet wachten? Zinvolle of zinledige vragen? Kortom, ik wist het niet meer. Ik wist niets meer. Alles was stil gevallen in mijn hoofd. Ik had geen gedachten, geen gevoelens. Ik wilde ook niemand meer zien.</p>
<p>Ik heb toen een pasfoto van mezelf gemaakt in een automaat in de stationshal. Ik was van plan om dat elke dag te herhalen, maar dat is er niet van gekomen. Ik gaf me over aan de grote leegte om me heen. Een jaar lang deed ik niets dan dwalen door de stad.  Zo kon ik niet alleen mezelf ontlopen, maar ook mijn omgeving in de waan laten dat alles gewoon zijn gang ging. Om de dag door te komen bezocht ik vaak &#8216;s middags een bioscoop, waar ik met mijn collegekaart toegang had voor slechts één gulden vijftig. Zo heb alle films gezien uit het seizoen &#8217;69-&#8217;70. Wonderlijk genoeg zijn de slechtste films mij door de jaren heen het beste bijgebleven. Soms zat ik als enige in de zaal. Dan voelde ik mij alleen op de wereld en op een bepaalde manier ook heel gelukkig. O gelukzalige eenzaamheid. O eenzame gelukzaligheid. Daarna ging ik weer dwalen. Een grote stad heeft het voordeel dat je jezelf erin kunt verliezen.</p>
<p>.<br />
<iframe src="http://www.youtube.com/embed/FKCnHWas3HQ" frameborder="0" width="500" height="400"></iframe></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/01/15/pasfoto-1969/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

