<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Huub Mous &#187; literatuur</title>
	<atom:link href="http://www.huubmous.nl/categorie/literatuur/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.huubmous.nl</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Wed, 28 Jul 2010 22:01:15 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.0</generator>
		<item>
		<title>Gerard Reve, een postmodern katholiek?</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/07/06/gerard-reve-een-postmodern-katholiek/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/07/06/gerard-reve-een-postmodern-katholiek/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 Jul 2010 22:01:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gerard Reve]]></category>
		<category><![CDATA[literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[religie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=30793</guid>
		<description><![CDATA[&#8230;.hoe anders de  verbijstering te verklaren over mijn intrede, eveneens in  1966, in de Rooms-Katholieke Kerk, terwijl zulk een intrede  toch voor een romantisch-decadent schrijver met een mystiek-religieuze inslag, in de Europese traditie eerder iets ,gewoons dan iets buitenissigs valt te noemen; en hoe anders een verklaring te vinden voor de ietwat dwaze en onze [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/Slide22.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-30821" title="Slide22" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/Slide22.jpg" alt="" width="491" height="368" /></a></p>
<blockquote>
<p style="text-align: left;">&#8230;.hoe anders de  verbijstering te verklaren over mijn intrede, eveneens in  1966, in de Rooms-Katholieke Kerk, terwijl zulk een intrede  toch voor een romantisch-decadent schrijver met een mystiek-religieuze inslag, in de Europese traditie eerder iets ,gewoons dan iets buitenissigs valt te noemen; en hoe anders een verklaring te vinden voor de ietwat dwaze en onze  rechtsstaat eigenlijk onwaardige vertoning van mijn vervol ging wegens vermeende godslastering? Ik sta &#8211; en dit is geen oordeel over de artistieke waarde van  mijn werk, maar de vaststelling van een evident feit &#8211; in de Nederlandse literatuur van mijn tijd alleen. Ik kan &#8211; en alweer  is dit geen mening, waarin enig oordeel over niveau besloten  ligt &#8211; op geen enkele tijdgenoot in Nederland wijzen, met wie  ik mij enigszins verwant zou kunnen voelen.</p></blockquote>
<p>Aldus Gerard Reve in zijn dankwoord na de uitreiking van de PC Hooftprijs in het Muiderslot op 26 augustus 1969. Reve voelde zich een eenling. Hij hoorde nergens bij. Zelfs niet in een traditie in de Nederlandse literatuur. Couperus en Slauerhoff zouden hooguit als voorlopers gezien kunnen worden, maar die hadden een groot deel van hun leven in het buitenland doorgebracht. Uiteindelijk zou Reve dat ook doen, maar dat was in 1969 nog niet te voorzien. Hoe dan ook, Reve voelde zich eenzaam, zoals hij zelf aangaf. Of die eenzaamheid een voordeel dan wel een  nadeel was, liet zich niet zo gemakkelijk beantwoorden. Maar hij vermoedde dat het nadeel de overhand zou hebben. Belangrijker nog was de vraag, of hij bereid was dit wanbegrip voortvloeiende  afzondering en eenzaamheid te aanvaarden, dan  wel uitentreuren wil blijven pogen het misverstand op te  heffen.</p>
<p>Was er wel sprake van een misverstand? Als er een auteur zijn erkenning al tijdens zijn leven gevonden heeft, dan is het toch Gerard Reve. Zijn plaats in de Nederlandse literatuur – eenling of niet – lijkt gebeiteld te zijn. Lange tijd gold Reve, samen met Hermans en Mulisch als de grote drie van de literatuur, zoals in het cabaret Toon Hermans, Wim Kan en Wim Sonneveld dat waren. Beide trio’s lijken geen echte opvolgers te hebben gekregen. Het is moeilijk te zeggen wie de grote drie zijn in het hedendaagse cabaret, laat staan in de literatuur. Het landschap is veranderd. Er klinken vele stemmen, grote en kleine, maar reuzen bestaan niet meer. Elk groot talent, zo het zich tegenwoordig al aandient, lijkt geabsorbeerd te worden door de culturele polyfonie van de media, waarin alles zijn kortstondige plaats opeist en vervolgens weer snel verdwijnt in het voort ijlend spektakel. Reve mocht dus niet klagen, als je achteraf terugkijkt op het literaire landschap zoals zich na de jaren zestig heeft ontwikkeld. Maar is dat wel zo?</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/IMAGE0004.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-30805" title="IMAGE0004" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/IMAGE0004.jpg" alt="" width="262" height="389" /></a></p>
<p>Onlangs las ik het boek van Frans Ruiter en Wilbert Smulders, <em>L</em><em>iteratuur en moderniteit in Nederland, 1840-1990 </em>(1996). Het is een wat ongewoon opgezette literatuurgeschiedenis van de laatste anderhalve eeuw. De auteurs schetsen een beeld van de Nederlandse literatuur tegen de achtergrond van de culturele, sociale en politieke veranderingen die zich in de periode 1840 tot 1990 hebben plaatsgevonden. Dat was het tijdperk van de modernisering, een diepgaand langetermijnproces, dat zij zien als ‘het netto-effect van elkaar versterkende en tegenstrevende intenties’. Anders gezegd: de modernisering was achteraf beschouwd een hybride proces met tal van paradoxen. Het is ook een gelaagd proces, want de moderne samenleving is in sociaal en cultureel opzicht opgebouwd in meerdere lagen die zelf ook veranderen in de tijd, denk maar aan de zich wijzigende verhoudingen tussen elite en massa, hoge en lage cultuur. Elke laag moderniseert in een ander tempo. Zo ontstaan er binnen de cultuur als geheel verschillende snelheden. Al met al kun je zeggen dat het proces van de modernisering een dialectisch proces is van these, antithese en synthese, waarin elke tegenstelling telkens weer op een hoger niveau wordt ‘opgeheven’, of <em>aufgehoben</em>, zoals Hegel dat ooit heeft genoemd.</p>
<p>Modernisering wordt vanuit deze dialectische optiek opgevat als een overkoepelend begrip voor een reeks veranderingen die in deze periode het aanzien van de westerse wereld volledig en onomkeerbaar heeft veranderd. Die veranderingen zijn volgens Ruiter en Smulders samen te vatten in een tamelijk willekeurige opsomming van typisch moderne verschijnselen, zoals (1): overgang van een voornamelijk agrarische naar een geïndustrialiseerde samenleving, (2): verstedelijking, (3): verzwakking van regionale bindingen, (4): toenemende mobiliteit (niet alleen geografisch, maar ook sociaal), (5): rationalisering, (6): schaalvergroting, (7): stijging van het welvaarts- en opleidingsniveau, (8): verwetenschappelijking van het wereldbeeld, (9): ontkerkelijking en ontkerstening, (10): groeiende invloed van de overheid op het maatschappelijke leven, en (11): groeiende invloed van de burgers op het bestuur. Kunstenaars en schrijvers raakten in deze periode in een dubbelzinnige positie verzeild. Zij zagen het als hun taak het verlies aan zingeving te compenseren, maar tegelijk waren juist de kunst en de literatuur lange tijd het domein, waar zich de drift tot vernieuwing het duidelijkst manifesteerde.</p>
<p>Met deze benadering, waarbij ook de tegenbewegingen van de modernisering in binnen een integraal proces worden samengevat, verzetten deze auteurs zich tegen een visie, die tot laat in de twintigste eeuw gebruikelijk was, namelijk dat de modernisering een eenduidig en rechtlijnig proces van vooruitgang is geweest. De anti-moderne tegenbewegingen, zo werd vaak gedacht, waren eigenlijk achterhoedegevechten die er niet werkelijk toe deden. De moderniteit ging onherroepelijk voorwaarts en wie niet meekon bleef achter op de vuilnisbelt van de geschiedenis. Die benadering was tot ver in de jaren zeventig de meest gangbare. Ik herinner me nog het handboek kunstgeschiedenis van <a href="http://www.uba.uva.nl/gw/handboeken.cfm/38B54EC7-1321-B0BE-68AE9255B101CFD0">Janson</a> dat ik begin jaren zeventig in het eerste jaar van mijn studie zowat uit mijn hoofd moest leren. Daarin kwamen allerlei antimoderne stromingen zoals de Nazareners, de Preraphaëlieten, de Symbolisten, de Jugendstil, het realisme van de jaren dertig niet of nauwelijks voor. De moderne kunst werd toen nog gezien als een lineair proces van vooruitgang op weg naar de hypermoderne toekomst.</p>
<p>Ook de modernisering in sociologische zin van het woord werd lange tijd gezien als een onstuitbare ontwikkeling. Een van de centrale kenmerken van de modernisering was de secularisering. Secularisering is een complex begrip dat meerdere betekenislagen heeft. Het verwijst niet alleen naar een verval van de religie, maar naar een  proces van verwereldlijking dat ook in de religie zelf werkzaam was. Tenslotte heeft secularisering betrekking op de toenemende afkalving van dat deel van het publieke domein, dat door religieuze instituties beheerst wordt. Lang is gedacht dat ook de secularisering een rechtlijnig en wetmatig proces is geweest. Hoe meer modernisering, hoe meer secularisering. Al aan het begin van de twintigste eeuw schreef Max Weber over de ‘onttovering van de wereld’, een proces dat al in de vroegmoderne tijd zou zijn ingezet. Vanuit deze optiek bezien zou de moderne westerse samenleving onomkeerbaar op weg zijn naar een seculiere maatschappij, waarin voor religie alleen nog een marginale plaats is weggelegd.</p>
<p>De religie zou zich niet alleen verplaatsen naar de rand van het menselijk bewustzijn, maar ook een optie worden naast andere levensbeschouwingen. Het verdwijnen van de religie was dus eigen aan de vooruitgang. Deze zogeheten ‘seculariseringsthese’ (religie verdwijnt, naarmate de modernisering voortschrijdt) is dus nauw verwant aan de moderniseringsthese (de modernisering voltrekt zich lineair volgens een wetmatig proces). Ruiter en Smulders formuleren het als volgt: ‘Onder invloed van de klassieke theorieën over de moderniteit van Emile Durkheim, Ferdinand Tönnies, Georg Simmel en Max Weber werd modernisering vaak beschouwd als een lineair proces dat zich min of meer autonoom voltrekt, en dat de ene na de andere sector van de maatschappij &#8211; en ten slotte de hele wereld &#8211; in zijn greep krijgt.’ Dat hier sprake was van een <em>selffulfilling prophecy </em>werd door seculier denkende wetenschappers lange tijd niet onderkend, vooral omdat het proces van de secularisering door hen te strikt werd opgevat als het terugtrekken van de religie, in plaat van een transformatie van alle factoren die bij dat proces betrokken zijn: de religie zelf, het religieuze bewustzijn, de fundering van de ethiek en individuele en collectieve zingevingssystemen.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/FB2009015003.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-30850" title="FB2009015003" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/FB2009015003.jpg" alt="" width="270" height="434" /></a></p>
<p>Mede door het geleidelijk verval van de grote ideologieën kwam de vooruitgang-theorie in de loop van de jaren zeventig en tachtig steeds meer onder druk te staan, niet alleen wat betreft de moderniteit als sociologisch fenomeen, maar ook binnen de moderne kunst en literatuur. Op het terrein van de kunstgeschiedenis werd deze kritiek op het vooruitgangsdenken expliciet   geformuleerd door Arthur Danto. In Nederland kreeg die kritiek zijn definitieve beslag in de studie van Maarten Doorman  <em>Steeds mooier, over vooruitgang in de kunst </em>(1994). Hierin beschrijft hij hoe deze vooruitgangsideeën al in de achttiende eeuw opkwamen en in de tijd van de avant-garde gemeengoed bleven. Het boek had ook ‘<em>Steeds moderner</em>’ kunnen heten. Het postmodernisme stak een spaak in het als vanzelf voortrollende wiel van het wetmatig vooruitgangsdenken.</p>
<p>Overigens zien Ruiter en Smulders ook het postmodernisme eerder als een voortzetting van het moderniseringsproces dan een radicale breuk daarmee. Binnen hun hegeliaans perspectief van these en antithese is het postmodernisme een zoveelste &#8216;antimoderne moderniseringsbeweging&#8217;. In de slot-paragraaf van hun boek komen zij met een intrigerend schema, waarin hun dialectische visie op de ontwikkeling van literatuur van 1840 tot 1990 in vogelvlucht is te zien. Het begint met het liberalisme in de negentiende eeuw, dat zijn reactie krijgt in de opkomende verzuiling door toedoen van socialisten, protestanten en katholieken. Deze verzuilde groeperingen krijgen hun eigen interne contra-ontwikkeling. Zo ontstaat het vooroorlogse sociale verzet &#8211; vooral van tegendraadse katholieken -  dat als een voorloper beschouwd kan worden van de naoorlogse doorbraak-beweging, die sterk personalistisch gekleurd was.</p>
<p>Deze doorbraak-beweging holde de confessionele zuilen van binnenuit uit, waardoor dit proces in de jaren zestig radicaal omsloeg in het tegendeel van de verzuiling, dat wil zeggen: in nivellering, individualisering en secularisering. Tenslotte keeg deze laatste ontwikkeling haar reactie in de hedendaagse hang naar een nieuw <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Communitarisme">communautarisme </a>en een herleving van de ethiek. Zo is de modernisering door de jaren heen een centrifugaal proces geweest van toenemend individualisme en zelf-expressie, weg van het grote middenveld van burgerlijke volgzaamheid. Anti-modernisering daarentegen was op de lange termijn een centripetaal proces, waarbij steeds weer gezocht werd naar pre-moderne waarden als <em>Gemeinschaft</em>, traditie en religie.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/IMAGE00021.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-30794" title="IMAGE0002" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/IMAGE00021.jpg" alt="" width="455" height="297" /></a></p>
<p>Ruiter en Smulders lichten dit schema als volgt toe:</p>
<blockquote><p>We zouden in dit schema drie lijnen kunnen trekken: lijn a, lijn b en lijn c. De denkbeeldige lijn a verbindt liberalisme en nivellering rechtstreeks met elkaar  Zij geeft de klassieke, lineaire kijk op het moderniseringsproces weer. Hier re-  geert de kritische geest, die de redelijkheid vooropstelt, de emancipatie van het  individu bevordert, en die op gespannen voet staat met de godsdienstige traditie.  De denkbeeldige lijn b verbindt verzuiling, personalisme en communautarisme  met elkaar. Zij volgt het spoor van de tegenkrachten die lijn a heeft opgeroepen. Hier domineren gemeenschapszin, solidariteit en christelijke traditie. De visie op  het culturele proces die in dit boek uiteen is gezet, wordt gerepresenteerd door lijn c, die de conflictueuze verwevenheid van de denkbeeldige lijnen a en b symboliseert.</p>
<p>Het schema toont dat het proces zich op verschillende manieren laat lezen. Zo  kan men beweren dat de liberale droom van een homogene maatschappij van  louter kritische burgers rond de eeuwwisseling door confessionelen en socialisten  om zeep is geholpen. Maar voor hetzelfde geld kan men beweren dat de verwerkelijking van deze droom door het proces van verzuiling alleen maar is uitgesteld  en in de jaren zestig van deze eeuw alsnog haar beslag heeft gekregen. Is de route  langs verzuiling en personalisme slechts een omweg geweest, of hebben deze  tegenprocessen de liberale droom getransformeerd tot iets dat wezenlijk verschilt van hetgeen zij oorspronkelijk was?</p></blockquote>
<p>Dat is een intrigerende vraag, die de liberale toekomstdroom van de generatie van Thorbecke opnieuw in beeld brengt. Met het aanstaande kabinet Rutten is dat wellicht een wenkend perspectief. Blijft de vraag natuurlijk, hoe zinvol dit soort schema&#8217;s zijn. Is het waar dat de oude Hegel nog altijd over onze schouders meekijkt? Hegel heeft altijd gelijk, hoe je het ook wendt of keert. Daar kwam ook Fukuyama achter, toen hij &#8211; in navolging van Kojève &#8211; het einde van de geschiedenis zag naderen in de mondiale triomf van kapitalisme, vrijheid en democratie. Sindsdien dringt het dilemma zich op van de liberale theorie van de rechtvaardigheid van John Rawls versus het religieus geïnspireerde communautarisme van Charles Taylor. We moeten kiezen tussen een maatschappij als een verzameling van vrije individuen, waarbij de rechten van individuen tegenover elkaar worden afgebakend. Of we moeten erkennen dat er nog altijd zoiets bestaat als een intersubjectieve ruimte van gemeenschappelijke waarden die in traditie en religie verankerd liggen. Het is <em>Gesellschaft oder Gemeinschaft</em>. Het juiste boven het goede, of het goede boven het juiste. Kortom: solitair of solidair.</p>
<p>Maar hoe zit het nu met Gerard Reve? Welke plaats heeft hij binnen de Nederlandse literatuur, gezien vanuit een dergelijk langetermijnperspectief, waarbij de dialectiek van de modernisering als kader wordt genomen. Is het waar dat Reve een eenling was, een spookrijder in de tijd, iemand die nergens bij hoorde behalve dan een enkele verdwaalde romantisch-decadente schrijver van voor de oorlog? Kortom, wat is de plaats van Reve in het perspectief van het modernisme? Je zou verwachten dat Ruiter en Smulders op deze vraag genuanceerd antwoord geven.</p>
<p>Dat valt behoorlijk tegen. De zorgvuldigheid, waarmee zij allerlei vooroorlogse ‘anti-moderne moderningsbewegingen’ in een nieuw perspectief plaatsen – zoals bijvoorbeeld de beweging rond het katholieke literaire tijdschrift <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Gemeenschap"><em>De Gemeenschap</em> </a>(1925-1941) &#8211; leggen zij niet aan de dag als het gaat om Gerard Reve. Zijn bekering tot het katholicisme wordt door hen als een anomalie beschouwd. Het past niet in het beeld. Reve sprong op een trein die al in de remise stond. Zo’n gebaar kan niet authentiek zijn. Vooroorlogse bekeerlingen als Jacques Maritain en Pieter van de Meer de Walcheren worden breeduit behandeld. Sterker nog, er wordt nadrukkelijk gewezen op de stoet van katholieke bekeerlingen die de moderne avant-garde heeft opgeleverd (zie: <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_bekeerlingen_tot_het_katholicisme">hier). </a> Maar Reve hoort daar kennelijk niet bij.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/bataille-erotisme-550.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-30824" title="bataille-erotisme-550" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/bataille-erotisme-550.jpg" alt="" width="284" height="405" /></a></p>
<p>Kortom, Reve was geen echte katholiek, hooguit een postmodern-katholiek die als een stilistisch acrobaat jongleerde met de brokstukken van het katholicisme. Zijn geloof was niet verankerd in de <em>Summa Theologica </em>van Thomas van Aquino, die de moderne bekeerling Jacques Maritain als leidraad van zijn denken had genomen, maar eerder in de <em>Summa Anti-theologica</em> van  de post-katholiek <a href="http://www.huubmous.nl/2006/12/11/seks-en-de-mystiek-van-reve/">Georges Bataille</a> die het sublieme opzocht in de peilloze leegte van de innerlijke ervaring. Als het gaat om de vernieuwingen van de jaren zestig, wordt het werk van Reve &#8211; alsook dat van Hermans &#8211; door Ruiter en Smulders in feite als oneigentijds beschouwd. Reve en Hermans hadden hun tegendraadse functie in de jaren vijftig, als landerig tegenbeeld van het misplaatste wederopbouw-optimisme. In de jaren zestig werden hun boeken weliswaar massaal verkocht en gelezen, maar Reve (en Hermans) werden daardoor in zekere zin &#8216;rijk aan de teloorgang van hun culturele functie.’ Het werk van Reve wordt dan ook vooral als ironisch gekenschetst. Hij was een auteur die al heel vroeg gevoel had voor kitsch en camp. Hij wist als eerste te spelen de ernst van het modernisme, wat pas in de tijd van het postmodernisme <em>bon ton</em> zou worden. Zo schrijven Ruiter en Smulders over Reves werk in de jaren zeventig:</p>
<p><em> </em></p>
<blockquote><p>‘Reve speelde een literair spel met de &#8216;discourses&#8217; uit de verschillende zuilen  van weleer. Afkomstig uit de voor hem benauwende subcultuur van de streng-  socialistische zuil van vóór, tijdens, en vlak na de Tweede Wereldoorlog maakte hij  in de jaren zestig de literaire overstap naar de katholieke zuil. Het was een imaginaire overstap, want de katholieke zuil had inmiddels haar eigen uitvaart beleefd.  Reve maakte literaire camp met als materiaal het Rijke Roomse Leven, dat zojuist  was opgedoekt. Door de ernst waarmee hij zich bij het Ezelproces voor de rechter  verdedigde én door de driedubbele ironie waarmee hij zich vervolgens publiekelijk onderwierp aan de inmiddels oudmodisch geworden katholieke riten, legde  hij op literaire wijze buitenissige kruisverbindingen in de Nederlandse cultuur.  Reve vertaalde daardoor grote thema&#8217;s uit het modernisme en decadentisme in  de bewoordingen van de Nederlandse burgerlijkheid, die net overwonnen, maar  nog lang niet vergeten was. Hij schaarde zich op die wijze in dat wat <a href="http://www.huubmous.nl/2008/07/22/testament-van-de-sixties/">Kennedy</a> de antiburgerlijke burgerlijkheid van de jaren zestig heeft genoemd, maar nam er  tegelijkertijd op effectieve en aanstekelijke wijze afstand van.’</p></blockquote>
<p>Op deze wijze wordt de kern van wat Reve te zeggen had in boeken als <em>Op weg aar het Einde</em> (1963)<em> </em>en <em>Nader tot U</em> (1966) uit de literatuurgeschiedenis weggeschreven. Toen Reve in juni 1966 toetrad tot de Rooms-Katholieke Kerk had de katholieke zuil nog beslist niet &#8216;zijn uitvaart beleefd&#8217;, zoals Ruiter (1954) en Smulders (1950) beweren. Dat deze late babyboomers niet zo goed thuis zijn in de chronologie van de jaren zestig, blijkt wel uit het feit dat zij het Ezel-proces al in 1963 situeren. Maar ook in 1966 was het katholicisme in Nederland nog niet bankroet. Dat dit drama zich korte tijd later inderdaad voltrok, vooral door het conflict tussen de radicale geloofsvernieuwing in Nederland en het centrale gezag in Rome, is een ander verhaal. Ruiter en Smulders plegen geschiedvervalsing door Reve de authentieke intentie van zijn bekering te ontnemen, op een moment nota bene dat hij die authenticiteit als geen ander tentoon spreidde. Zijn oprechte <em>credo</em> op dit historisch omslagpunt is juist bepalend voor het belang van zijn werk.</p>
<p>Bij zijn dankrede in het Muiderslot in augustus 1969 had Reve de toekomst goed aangevoeld. Ook al zag hij zichzelf behoren tot een brede Europese traditie, in Nederland was hij een eenling en zou hij ook altijd een eenling blijven. Die brede Europese traditie van een &#8216;antimodern modernisme&#8217;, waarin wonderlijk genoeg katholieke bekeerlingen vaak een vooraanstaande plaats innamen, wordt door Nederlandse literatuurhistorici tegenwoordig hooguit nog in het interbellum herkend. Ruiter en Smulders staan in opvatting niet alleen. Ook Reve-biograaf Nop Maas onderschat het belang van Reves bekering tot  het katholicisme. Kennelijk is het in Nederland na de oorlog – en zeker sinds de jaren zestig – niet meer mogelijk om nog een authentiek bekeerling te zijn. Bij het sluiten van de markt wordt het &#8216;katholicisme als tegencultuur&#8217; door menigeen niet meer serieus genomen, zelfs niet als dit anti-moderne tegengeluid verwoord wordt door een vooraanstaand auteur als Gerard Reve. De wijze waarop hij dat verwoordde was prachtig, maar de inhoud was louter ironisch bedoeld. Die eenzijdige visie op het werk van Reve draagt naar mijn smaak de sporen van een doorgeschoten secularisering die de blik op het recente verleden behoorlijk heeft vertroebeld.</p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=4DPge0h3ngg&amp;translated=1">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/07/06/gerard-reve-een-postmodern-katholiek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Friesland is meer</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/06/20/friesland-is-meer/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/06/20/friesland-is-meer/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 20 Jun 2010 07:01:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[Friesland]]></category>
		<category><![CDATA[literatuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=29753</guid>
		<description><![CDATA[Slauerhoff met de Ford van Dokter Bremer uit Beetsterzwaag, 1929 ‘Men pleegt wel den in Friesland geboren schrijvers (ikzelf ervoer het ook) te verwijten dat zij niet de gewestelijke taal schrijven, hun afkomst verloochenen. Men kan daarentegen aanvoeren dat zij veel verdienstelijk werk doen èn voor de natie èn voor de provincie als ze den [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/getimage.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29789" title="getimage" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/getimage.jpg" alt="" width="486" height="426" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Slauerhoff met de Ford van Dokter Bremer uit Beetsterzwaag, 1929</p>
<blockquote><p>‘Men pleegt wel den in Friesland geboren schrijvers (ikzelf ervoer het  ook) te verwijten dat zij niet de gewestelijke taal schrijven, hun  afkomst verloochenen. Men kan daarentegen aanvoeren dat zij veel  verdienstelijk werk doen èn voor de natie èn voor de provincie als ze  den Friesche eigenaard in hun werk behouden, als in het geschreven  Nederlandsch een grondtoon van ’t Fries aanwezig is.‘</p></blockquote>
<p>Aldus schreef Slauerhoff in De Nieuwe Arnhemse  Courant van 23 juli 1932. Wim Hazeu vraagt zich in zijn  Slauerhoff-biografie af  hoe Fries Slauerhoff eigenlijk was en wat  daarvan in zijn werk herkenbaar is. Naar mijn smaak is dat een verkeerde  vraag. Het gaat er niet om hoe Fries Slauerhoff was, ook al schreef hij  in het Nederlands, maar wat Friese literatuur eigenlijk is.</p>
<p>Lees verder bij: <a href="http://www.demoanne.nl//homederdeartikel.html">de Moanne</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/06/20/friesland-is-meer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Boer Dieu over Goffe Jensma</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/06/15/boer-dieu-over-goffe-jensma/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/06/15/boer-dieu-over-goffe-jensma/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 Jun 2010 14:35:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[Friesland]]></category>
		<category><![CDATA[literatuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=29601</guid>
		<description><![CDATA[DE SIETSE DE VRIES FAN DE LITERATUERWITTENSKIP Jensma brûkt Bourdieu syn teory oer posysjes en reputaasjes yn it fjild en mient dan dat de ynset fan de De Vries-Mous kontroverse giet oer ‘hoe’t de Fryske literatuer as gehiel him oerein hâlde kin’, dêrby leit er in relaasje mei it spanningsfjild tusken de Nederlânske literatuer en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/bourdieu-chirac.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29604" title="bourdieu-chirac" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/bourdieu-chirac.jpg" alt="" width="439" height="403" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><strong>DE SIETSE DE VRIES FAN DE LITERATUERWITTENSKIP</strong></p>
<p>Jensma brûkt Bourdieu syn teory oer posysjes en reputaasjes yn it  fjild en mient dan dat de ynset fan de De Vries-Mous kontroverse giet  oer ‘hoe’t de Fryske literatuer as gehiel him oerein hâlde kin’, dêrby  leit er in relaasje mei it spanningsfjild tusken de Nederlânske  literatuer en it Fryske subsysteem en hy komt ta de konklúzje dat ‘De  Vries besiket om de Frysktalige literatuer serieus te nimmen en te  ûndersykjen op syn eigenaardigheden en mooglikheden’ wyls ‘Mous en syn  groep [wa binne dat?] foar de foar de kritikasters fan bûtenôf steane.’  It ynterne konfikt by Wadman tusken it leauwen yn in Fryske literatuer  en de libbensfetberens derfan tagelyk te befreegjen wurdt dus  trochlutsen nei de posysjes dy’t De Vries en Mous yn harren  strideraasjes ynnimme.</p>
<p>Ja, dat is fansels raar, want dan hie net it konflikt sa’t dat  neijier 2009 op it net útfochten waard wiidweidich beskreaun wurde  moatten. De oanlieding dêrfan lei yn ôfspraken dy’t net neikaam waarden,  ien fan beide mannen hie gewoan op de fyts springe moatten om it út te  praten: sorry, fleanende drok, ensfh, hoe losse wy dit op. De  2009-diskusje gie oer fan alles en noch wat mar oer ien ding gie it  perfoarst net: de libbensfetberens fan de Fryske literatuer. As it dêrom  giet, hie Jensma better refearje kind oan De Vries syn pleit om  ‘woartels’ te sykjen: de wearde fan de tradysje en de reaksjes op dat  pleit. Jensma  hie de ynlieding by ‘It goud op ’e dyk’ fan De Vries en  reaksjes as ‘De leugen op ’e dyk’ fan Eeltsje Hettinga en ‘<a href="http://www.huubmous.nl/2008/03/03/poezie-en-koeiestaarten/">Poezie en  koeienstaarten’</a> fan Huub Mous oanhelje kind. Dy diskusjes gean oer literatuer en dêr binne stellingen (posysjes)  ynnaam.</p>
<p>Jensma, mei wittenskiplike ôfstân, lit yn feite it hiele fjild fan  Bourdieu lizze. As it giet om macht, posysjes en reputaasjes yn it  fjild, dan sjochst net allinne nei it konflikt tusken Mous en De Vries,  mar ek nei de omjouwing. Allegear partijen en ynstitúsjes, suver  literêre en bûtenliterêre.  Hoe ha de media reagearre, Tresoar,  sjuery’s, resinsinten, wurkjouwers?  Yn hoefier spylje rabberijkes in  rol, mei wa wurdt oerlein, mei wa net? Hoe sitte de netwurken yn elkoar  en hokker gefolgen ha de strideraasjes  (eventueel) hân foar de posysjes  en reputaasjes fan de opponenten binnen dy netwurken? Dêr sit in  iepenbiere kant oan, sa kin Corporaal gebrûk meitsje fan brieven en  deiboeken en tal fan publikaasjes, mar lang net alles wat fan belang is  yn de beskriuwing fan in konflikt binnen it fjild  is iepenbier. Dat  sokke prosessen in rol spylje kinne, wurdt wol beneamd, Jensma slút it  haadstikje ‘it literêre fjild’ der mei ôf, mar hy lûkt it net troch nei  de Mous-De Vries-kontroverse.</p>
<p>Mei ‘wittenskiplike ôfstân’ beskriuwt Jensma de posysjes dy’t syn  ‘haadrolspilers’ ynnimme, as soenen dy út it neat wei komme. Oer in  artikel fan Mous as ‘<a href="http://www.huubmous.nl/2006/08/29/abe-heeft-een-nieuwe-baan/">Abe heeft een nieuwe baan</a>’,  mei ûnderdiel fan alle strideraasje, sprekt er him ‘wijselijk’ mar net  út. In miste kâns, want mei Bourdieu yn it fesjebûsje hie dat moai kind.<br />
Itselde jildt foar Mous, ‘pensjonado’ wêze docht der net ta, wat der ta  docht is in putsje foar Tresoar of bygelyks it fersyk om in boek oer  Reve te skriuwen en hoe’t it fjild reagearret as it misbeteart.</p>
<p>Der is noch wat oars mis mei Jensma syn artikel. Hy begjint mei de  konstatearring dat der in soad trelit is en ek dat dat altiten sa west  hat, dan, oan de ein fan it earste haadstik, stelt er de fraach dêr’t de  rest fan it artikel in antwurd op jaan moat: ‘hoe kin soks’? Mar in  beskriuwing fan de Mous-De Vries gedonder sa’t Jensma dy jout is noch  hieltyd gjin ferklearring, ek net mei Bourdieu yn hannen en de  konstatearring dat oer bepaalde ûnderwerpen (omgean mei de Twadde  Wrâldkriich of de libbensfetberens fan de literatuer) wol earder yn de  skiednis earder op it aljemint kaam binne is likemin genôch. Dat binne  ynhâldlike saken, mar ‘trelit’ is wat oars en dàt as ferskynsel  ferklearje, dêr wie it Jensma toch om begûn?</p>
<p>Dat Jensma net alhiel objektyf is yn it beskriuwen fan in konflikt  tusken twa hearen, dêr hat Huub Mous sels al wat oer sein. Dat hy wol  deeglik partij kiest, docht bliken út lytse dinkjes yn syn betooch. Sa  seit Jensma oer Mous bygelyks ‘(…) en bekommentariearret no graach wat  pleagerich de gong fan saken yn it kulturele en literêre fjild en dêrby  mijt er him bepaald net.’ Dat lêste (jin net mije) jildt fansels ek foar  dy oare haadpersoan, De Vries, mar yn dy syn beskiruwing komme sokke  predikaten net foar. Ek wurdt neamd dat Mous De Vries ‘de kanker’  tawinske, oer de toan fan de Vries of it gegeven dat hy noch wolris  privee-ynformaasje yn diskusjes behellet, wurdt neat sein. Dat binne  subtile dinkjes, mar as Jensma  werklik mei wittenskiplike ôfstân nei in  resint konflikt sjen wol, moat er der al wach op wêze dêr net al te  iensidich oer te berjochtsjen. Soks kin de wittenskip better oan Sietse  de Vries oerlitte (zie: <a href="http://www.dekrantvantoen.nl/vw/article.do?id=LC-20050429-32001&amp;words=floedstream">artikel LC, 29.4.2005</a>).</p>
<p>Yn in lytse literatuer as de Fryske is net allinne sprake fan  rolferminging – Jensma neamt it ferskynbsel as er beskriuwt wa’t Abe de  Vries is – de ferskillende partijen sitte ek by elkoar op ’e gong, oan  de taap en wurkje al of net tegearre. It is mar de fraach oft dan de  nedige ‘wittenskiplike ôfstân’ beholden wurde kin. My tinkt fan net en  dat docht ek wol bliken as Jensma, oan de ein fan it artikel, syn beide  haadrolspilers mei de foarnamme tasprekt.</p>
<p>reactie van Boer Dieu op  <a href="http://www.huubmous.nl/2010/06/15/eeltsje-hettinga-over-goffe-jensma/">Eeltsje Hettinga over Goffe Jensma</a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.youtube.com/watch?v=7FXPnkwSCyE">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/06/15/boer-dieu-over-goffe-jensma/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eeltsje Hettinga over Goffe Jensma</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/06/15/eeltsje-hettinga-over-goffe-jensma/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/06/15/eeltsje-hettinga-over-goffe-jensma/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 14 Jun 2010 22:01:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[Friesland]]></category>
		<category><![CDATA[literatuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=29545</guid>
		<description><![CDATA[Dr. Goffe Knoeiboel en de altijd knetterende Friese internetletteren In zijn opiniestukje ‘Blogs en fetes; Oer konflikten yn it Fryske literêre fjild’ (Ensafh. Nr. 3) laat Goffe Jensma zijn licht schijnen over een aantal ruzies en conflicten in de Friese literatuur. Een fraaie, op de institutionele theorie van Bourdieu gebaseerde onderneming, maar wel een beetje mislukt. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-11.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29548" title="jensma 1" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-11.jpg" alt="" width="478" height="219" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><strong>Dr. Goffe Knoeiboel en</strong></p>
<p style="text-align: center;"><strong>de altijd knetterende Friese internetletteren</strong></p>
<p><em>In zijn opiniestukje ‘Blogs en fetes; Oer konflikten yn it Fryske literêre fjild’ (Ensafh. Nr. 3) laat Goffe Jensma zijn licht schijnen over een aantal ruzies en conflicten in de Friese literatuur. Een fraaie, op de institutionele theorie van Bourdieu gebaseerde onderneming, maar wel een beetje mislukt. Dr. Goffe doet het voorkomen alsof hij een wetenschappelijk referaat heeft gewrocht, maar door de  selectieve presentatie van het feitenmateriaal, dat ook nog eens aan alle kanten blijkt te rammelen, bewijst hij het tegendeel. Jensma, hoogleraar Friese taal– en letterkunde, heeft moeite om wetenschap en ideologie te scheiden. Hij bedrijft een vorm van wetenschap die niet onderdoet voor de manier waarop Abe de Vries volgens het boekje van de Friese Beweging wanstaltige bloemlezingen als ‘Het goud op de weg’ samenstelt. </em></p>
<p><strong>1.</strong></p>
<p>De professor, die als propagandist van het Friese boek met veel Friese liefde een ernstige inleiding schrijft bij een verder tamelijk onnozele Friese Libelle-novelle over het leggen van Friese bommen, gebruikt voor het doorgronden van de literaire ruzies, vetes en conflicten in de altijd knetterende Friese letteren ‘de veldtheorie’ van Bourdieu. Die theorie, die ook door zijn ‘leerling’ Joke Corporaal is gebruikt bij het in kaart brengen van de positie van Anne Wadman binnen het Nederlandse en Friese literaire systeem, wordt door Jensma keurig uitgelegd. Chapeau! Hoera ook. Bourdieu heeft ook Friesland bereikt.</p>
<p>Het werk van Bourdieu heeft alles te maken met een spelletje dat literatuurwetenschapper Jos Joosten ‘onttachtiging’ heeft genoemd: de ene generatie wisselt de andere af, een spel dat gepaard gaat met de nodige ‘reboelje’. Bij het gevecht om de afwisseling van de wacht én de macht (de strijd om positie, status en reputatie, zeg maar het cultureel kapitaal van de speler in het veld) zitten de partijen elkaar vaak achterna met hooivork, riek en herder, de Friese variant op de goede, oude goedendag. ‘De iene wol wat nijs, de oare hâldt fêst oan âlde stânpunten. En samar is der dan spul, slaande deilis.[...] ‘De skriuwer komt op. Hy wol wat nijs en fjochtet de âlde hap oan: de fêstige literêre nammen,’ schrijft de professor. Hij wijst op de ruzies tussen Montanus de Haan Hettema en Joost Halbertsma in de 19de eeuw, die tussen Jan Jelles Hof en Douwe Kalma in het begin van de 20ste eeuw en de naoorlogse twisten rond Anne Wadman. Het literaire conflict is van alle tijden, niets nieuws onder de zon, jongens, heeft de welgeletterde professor ontdekt.</p>
<p><strong>2.</strong></p>
<p>Bij zijn onderzoek naar de achtergronden van de literaire ‘reboelje’ rond de vernieuwing en het behoud van de verschillende poëtica’s, want daar gaat het ten slotte over, brengt Jensma de fiches van het medium en de manier van discussie in. Hij wijst op internet, in het bijzonder op het fenomeen weblog, en op de snelheid van dat medium. ‘Hoedenens en betochtsumens binne net de eigenskippen dy’t hjirtroch befoardere wurde.’ De professor zegt het niet met zoveel woorden, maar met de laatste zinsnede doelt hij ook op de toon. Huub Mous ‘skeldt en racht’, weet Jensma. Hij heeft daar geen bezwaar tegen, maar laat de discussiemethoden van de tegenpartij, in dit geval die van uitgever-schrijver Abe de Vries, buiten schot. Dat is een beetje lui, een beetje ‘skiterich’ ook. Door dat soort omissies kiest Jensma partij, ook al schrijft hij heel vroom: ‘Ik kies yn dizze strideraasje gjin partij (al haw ik der miskien wol in miening oer.)</p>
<p>De wetenschappelijke distantie die de professor zegt te betrachten, wordt er op die manier niet sterker op. De afstand wordt nog eens extra afgezwakt door het ‘veldwerk’: het onderzoek van Jensma maar de literair–historische feiten, nodig voor een adequaat onderbouwen van Bourdieus theorie. Dat veldwerk is niets anders dan broddelwerk. Een knoeiboel. Ik hoef hier de door Huub Mous opgesomde waslijst aan onjuistheden niet te herhalen. (‘<a href="http://www.huubmous.nl/2010/06/12/de-ouwe-koeien-van-goffe-jensma/">De oude koeien van Goffe Jensma, 12-06-2010</a>). Die lijst was afdoende. Toch wil ik er eentje aan toevoegen, een niet onbelangrijk feit, tevens een correctie ook. Over het tijdschrift ‘Kistwurk’ schrijft de professor dat het bestond ‘fan 2001 ôf oan en yn april 2002 alwer opdoekt’. Nee. De digitale versie van het eerste Friese literaire tijdschrift op internet verscheen in juli 2000. Het laatste, schriftelijke nummer kwam in 2003 uit. Zowel in de schriftelijk als digitale versie van ‘Kistwurk’ (Hettinga, Hoekstra, Schotanus en De Vries) kwamen allerlei literaire opvattingen naar voren die later een belangrijke rol zouden spelen, zowel in de Kiestra-discussie – een dispuut dat vijf jaar na dato nóg weer eens door Jensma is opgevist – als in de affaire rond de Friese vertaling van ‘Mein Kampf’. De conflicten werden bepaald door fundamenteel verschillende literatuuropvattingen. Reputaties en posities stonden op het spel. De ‘reboelje’ zou het Friese literaire veld radicaal in tweeën scheuren.</p>
<p><strong>3.</strong></p>
<p>Wat Jensma bewogen heeft om een ordinaire ruzie tussen een uitgever en een van haar auteurs op te voeren als illustratie van de theorie van Bourdieu, Joost mag het weten. Het conflict zelf betrof een zakelijk geschil tussen Abe de Vries en Huub Mous over de uitgave van een door Mous geschreven essayboek over Gerard Reve. De Vries bleek een onbetrouwbare uitgever, iemand die zijn afspraken niet nakwam. Met verschillen over literaire opvattingen had het dispuut niets te maken. Jensma had er daarom beter aan gedaan om bij voorbeeld de Kiestra-discussie in kaart te brengen. De uitgeversrel, die daar misschien een afgeleide van is, is in de presentatie van de professor niet meer dan een platte dorpsroddel op Priv<span style="text-decoration: line-through;">é</span>-niveau. De theorie van Bourdieu wordt er in ieder geval niet mee geïllustreerd of verhelderd.</p>
<p><strong>4.</strong></p>
<p>De Kiestra-discussie was een soort na-echo van allerlei eerder gevoerde discussies over de rol van Friese schrijvers voor, in en na de oorlog. Daar hoorde ook het terecht door Jensma genoemde conflict rond historicus Durk Nota bij. De Kiestra-discussie had verder alles te maken met internet. De eerste versie ‘Skielk beart de hjerst’, Abe de Vries zijn opstel over de beweger-dichter D.H. Kiestra, adept van de SS-ideogie, betrof een digitale publicatie. De tekst, die zowel in historisch als in literair-historisch opzicht gruwelijk onvolledig was, werd, keihard, op allerlei manieren – van spotverzen, liedjes tot snoeiharde kritieken – onderuit gehaald. De inhoud van de discussie was in hoge mate bepaald door een fundamenteel verschil in literaire opvattingen. Het dispuut zelf speelde zich niet alleen af op het forum van het tijdschrift ‘Farsk’, maar ook op de fora van de digitale tijdschriften ‘Erosmos’ (2003-2005) en ‘Go-gol’ (2005-2010). Alle drie de tijdschriften speelden een cruciale rol bij wat bekend zou worden als ‘de hersteloperatie Kiestra’, concreet: De Vries zijn vergoelijking van de persoon D.H. Kiestra. Jensma rept van een ‘rehabilitatie’, maar fietst, vreemd genoeg, voorbij aan wat het ‘feestelijke’ hoogtepunt van De Vries zijn hersteloperatie had moeten worden: de publicatie van een Kiestra-gedicht op vijf mei, Bevrijdingdag.</p>
<p>Waarom is de Kiestra-discussie, en ik zeg het nog maar eens, zo veel belangrijker voor de illustratie van Bourdieu zijn theorie dan het ordinaire uitgeversrelletje tussen Mous en De Vries? Heel eenvoudig: allerlei taalpolitieke en het Fries-nationale elementen, die bij voorbeeld de <em>leitmotieven </em>zijn geweest bij de samenstelling van een bloemlezing als ‘Het Goud op de weg’ (2008) laten zich niet begrijpen zonder de Kiestra-discussie. Sterker, voortaan ging ook weer de deur open voor allerlei schreeuwlelijke, Fries nationaal angehauchte kefhonden, morele taalridders die er geen moeite mee hebben om in hun poëziebesprekinkjes allerlei niet-literaire argumenten te gebruiken. Friese dichters krijgen bij voorbeeld de waarschuwing mee dat ze niet ‘hij’ moet schrijven, maar ‘hy’. (C. v/d. Wal, Friesch Dagblad, 08-05-2010.) De eerste vorm van dat persoonlijk voornaamwoord draagt niet bij aan wat ‘de status van het Fries’ wordt genoemd. Het zijn taalpolitieke argumenten waarmee impliciet wordt aangegeven dat de Friese literatuur een taak heeft, ofwel: de kunst dient dienend te zijn, dienstbaar aan een ‘zuiver’ Fries. Leve de Friese literatuurkritiek.</p>
<p><strong>5.</strong></p>
<p>De verschillende literatuuropvattingen, die het vuur van een aantal Friese vetes bepaalden, zijn onder anderen beschreven in de tweetalige kritiek ‘De leugen op de dyk – De leugen op de weg’ (2008), een analyse van de bloemlezing ‘Het goud op de weg’. De kern van die kritiek – Friese schrijvers hebben op grond van taalideologische overwegingen de neiging om Beweging en literatuur door elkaar te halen – refereert ook aan de Kiestra-discussie, die, het kan niet ontkend, voor een deel het gezicht van de Friese literatuur in het eerste decennium van deze eeuw heeft bepaald. Het conflict zelf liet diepe sporen na. Dichter-schrijver Elmar Kuiper gaf onlangs nog zíjn vertaling van een van de literatuuropvattingen. In een interview met de <em>Leeuwarder Courant</em> nam hij radicaal stelling tegen een door Friese (taal)ideologie bedorven Friese literatuur: ‘De taal is ark dêrst mei wurkest, mear net. Ik bin in artyst, gjin morele taalridder’ (LC, ‘De Fryske literatuer hat in sletten karakter’, 12-02-2010). Abe de Vries reageerde als door een wesp gestoken. Kuiper zou zijn oren te veel hebben laten hangen naar de tegenpartij. ‘It is krekt,’ schrijft De Vries, ‘as hearre wy hjir in oare Fryske dichter praten, nammentlik Eeltsje Hettinga, dy’t ommers gjin stik oer Fryske literatuer skriuwe kin sûnder op ien of oare wize wol yn te gean op de ûnderstelde fatale ynfloed fan de beweging.’</p>
<p><strong>Slot</strong></p>
<p>Friese literatuur en Friese ideologie staan voortdurend op gespannen voet met elkaar. In het artikel ‘Blogs en fetes; Oer konflikten yn it Fryske literêre fjild’ wordt Jensma geplaagd door een soortgelijk conflict: de strijd tussen Friese ideologie en Friese wetenschap. De professor doet echter alsof zijn neus bloedt. Hij laat het voorkomen alsof hij een ‘waardevrije’ wetenschap bedrijft. Onzin. Door de selectieve keuze in het bestaande, maar niet goed onderzochte literair-historisch feitenmateriaal verkoopt dr. Goffe wetenschappelijke Bourdieu-knollen voor bedorven Friese citroenen, niet in de laatste plaats omdat hij door de omissies in zijn feitenmateriaal, indirect, partij kiest in het conflict tussen Huub Mous en Abe de Vries. Dat mag allemaal, maar voor een ‘institutionele veldspeler’ als Jensma, die zich professioneel bezighoudt met het onderzoek en de beschrijving van een deel van de Friese literatuurhistorie, is het misschien wel zo handig om voortaan even zijn ideologie uiteen te zetten, ook als het zo mocht zijn dat er geen ideologie is. Hoe dan ook, het is van het grootste belang dat de ivoren-toren-professor voortaan zijn ‘veldwerk’ wat beter ter hand neemt, alvorens hij zich waagt aan de ‘onderwereld’ die internet heet.</p>
<p>Eeltsje Hettinga, 13 juny <strong> </strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/06/15/eeltsje-hettinga-over-goffe-jensma/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>17</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De ouwe koeien van Goffe Jensma</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/06/12/de-ouwe-koeien-van-goffe-jensma/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/06/12/de-ouwe-koeien-van-goffe-jensma/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 12 Jun 2010 07:55:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[Friesland]]></category>
		<category><![CDATA[literatuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=29422</guid>
		<description><![CDATA[Van een bevriend weblogger kreeg ik per mail een artikel toegestuurd dat is verschenen in de gedrukte versie van het Friese literaire tijdschrift Ensafh. Het is geschreven door een echte professor. Een hoogleraar in het Fries weliswaar, maar toch. Voor zo’n stuk ga je even rechtop zitten. Het gaat over ruzies tussen webloggers, eigenlijk gaat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;">
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/ensaf.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29457" title="ensaf" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/ensaf.jpg" alt="" width="400" height="601" /></a></p>
<p style="text-align: center;">
<p>Van een bevriend weblogger kreeg ik per mail een artikel toegestuurd dat is verschenen in de gedrukte versie van het Friese literaire tijdschrift <em>Ensafh</em>. Het is geschreven door een echte professor. Een hoogleraar in het Fries weliswaar, maar toch. Voor zo’n stuk ga je even rechtop zitten. Het gaat over ruzies tussen webloggers, eigenlijk gaat het over de ruzie tussen Abe de Vries en mij die eind vorig jaar de gemoederen in Friesland nogal bezighield. Wat een onderwerp, denk je dan, meer iets voor de roddelrubriek van een tweederangs dagblad, dan voor een serieus en gesubsidieerd literair periodiek. Maar deze professor maakt er ook geen roddelverhaal van, maar een heuse wetenschappelijke beschouwing. Hij wil deze ruzie tussen twee heren van wetenschappelijke afstand bezien en afstand nemen van zijn eigen subjectieve mening over de inhoud van de ruzie (een mening die hij overigens wel degelijk blijkt te hebben, zoals hij zelf fijntjes opmerkt). Kortom, hij wast zijn handen in de onschuld van de wetenschappelijk objectiviteit. Eens kijken of dat gelukt is.</p>
<p>De inleiding van het artikel komt op mij wat potsierlijk over. Jensma plaatst de ruzie tussen Abe de Vries en mij in een historisch kader. Het is nog niet zo mal, dat hij zijn beschouwing in de late middeleeuwen begint bij de hoog oplopende twisten tussen Schieringen en Vetkopers. Nee, Jensma gaat van start in de negentiende eeuw, zijn favoriete periode, toen de Friese taal aanleiding gaf voor een rijk register van ruzies. Van daar trekt hij een lijn naar Anne Wadman, die te kampen had met twee literaire systemen – een dominant Nederlandstalig systeem en een ondergeschikt Friestalig systeem– en daar slechts aarzelend een keuze in kon maken. Zo verwijst hij naar de biografie <em>Grimmig Eerlijk </em>die Joke Corperaal recentelijk over Wadman heeft gepubliceerd en waarin zij de veldtheorie van Bourdieu toegepast schijnt te hebben op de conflicten binnen de Friese literatuur. Nu wil het toeval dat ik de Wadman-biografie van Joke Corporaal zelf gelezen hem. Daarin wijdt zij als ik mij goed herinner welgeteld één alinea aan Bourdieu, maar voor de rest heb ik geen theoretische fundering voor deze brave opsomming van biografische feiten kunnen ontdekken. Maar goed, Goffe Jensma was haar promotor, dus hij zal het wel weten.</p>
<p>Na deze lange inleiding komt Jensma dan eindelijk tot ‘<em>des Pudels Kern&#8217;</em>: het conflict tussen Abe de Vries en mij. Wat betekent deze ruzie in het historisch perspectief van de twee literaire systemen? Wat zijn de verschillen en wat de overeenkomsten tussen toen en nu? En zo komt Jensma tot de uiterst verrassende constatering dat het debat tussen Abe de Vries en mij zijn beslag kreeg op internet en niet in gedrukte tijdschriften. Dat betekende een veel hogere snelheid waarin de discussie zich voltrok, maar ook en veel grotere  mate van openbaarheid. Hoe kom je erop, zou je zeggen, maar daar ben je professor voor. Belangrijker is de wijze waarop Jensma omgaat met de feiten, en helaas: dat is bedroevend. Het gaat al meteen fout als hij de hoofdrolspelers van het debat op objectieve wijze bij de lezers wil introduceren. ‘In het kader van de institutionele theorie’ ( ja ja, het staat er echt) vindt hij het belangrijk om een korte beschrijving te geven van deze beide hoofdrolspelers. Wat hij over De Vries schrijft, kan ik niet goed beoordelen, maar wat hij over mij te berde brengt des te meer. Hij stapelt fout op fout.</p>
<p>Zo zou ik in 1949 geboren zijn. Dat is 1947 (dat staat ook gewoon op deze site te lezen). Mijn Friese wortels zouden in Sneek liggen (elke Fries weet dat de Mousen uit Gaasterland komen, maar alleen Jensma niet).  Ik zou dertig jaar werkzaam zijn geweest als organisator en adviseur op het terrein van de beeldende kunst  (onvermeld blijven mijn activiteiten als artistiek leider van het Frysk Festival en adviseur binnen landelijke adviesorganen). Hij noemt mijn ‘interessante en bruikbare publicatie’ <em>De kleur van Friesland&#8217;</em>, maar zwijgt over mijn andere publicaties. Ik zou bekend staan als een wat plagerige commentator op alles wat gaande is in het Friese culturele veld. Even later beweert hij zelfs dat ik als ‘pensionado’ een grote vrijheid geniet om te beweren wat ik wil. Dat laatste slaat werkelijk nergens op. Voor de goede orde dus nog maar even de feiten op een rij.</p>
<p>Ik publiceer en polemiseer al zo’n vijftien jaar lang, aanvankelijk op opiniepagina’s van dagbladen, maar later ook in Friese en landelijke tijdschriften. De laatste vijf jaar schrijf ik voornamelijk op internet, maar mijn mening heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken, ook niet toen ik als ‘vrije ondernemer in loondienst’ bij een culturele instelling werkzaam was. Door de jaren heen hebben mijn schriftelijke uitlatingen heel wat weerstand opgeroepen, niet alleen bij mijn werkgever ( ik ontving twee officiële waarschuwingen), maar ook bij de hoofdredacteur van de LC, die in 2004 het sponsorcontract met mijn werkgever wilde opzeggen naar aanleiding van een artikel van mij in <em>De Moanne.</em> Een en ander leidde tot een aanklacht tegen de LC bij de Raad voor de Journalistiek. Al die activiteiten kun je toch moeilijk samenvatten als onbelemmerd geschrijf van een pensionado die tot de <em>arrière- garde</em> van Fiesland behoort.  Maar bij Goffe Jensma kan alles, vooral als je geen Fries bent.</p>
<p>Ernstiger wordt het als hij de aanleiding van het conflict gaat beschrijven. Opeens blijkt dat Goffe Jensma zich totaal niet in deze zaak heeft verdiept. De feiten kent hij niet eens. De primaire aanleiding was niet &#8216;de affaire Blauwhuis&#8217;, maar de wijze waarop Abe de Vries als uitgever bij de Friese Pers Boekerij  omsprong met mijn manuscript over Gerard Reve, mede omdat het bij mijn  vorige uitgave van de Friese Pers (<em>De Kleur van Friesland</em>) ook het een en ander behoorlijk mis was gegaan. Mijn primaire verwijt aan Abe de Vries was, dat hij als manager van een bedrijf zijn zaakjes niet op orde heeft en respectloos omgaat met zijn eigen auteurs. Ik viel  hem dus aan in zijn functie als uitgever en had dus geen enkel voordeel van het feit dat ik zelf niet belast was door de kritische blik van een eigen werkgever. Sterker nog Abe de Vries <strong>wàs</strong> op dat moment mijn werkgever, dat wil zegen de uitgever die tegenover een van zijn auteurs schromelijk in gebreke bleef.</p>
<p>Goffe Jensma beweert verder, dat ik ben begonnen om anderen in de omgeving van Abe de Vries in het debat te betrekken: zijn vriendin bijvoorbeeld die dominee is. Ook dat is onjuist. Ten eerste was deze dominee wel degelijk bij de zaak betrokken. Zij was immers degene die aanvankelijk de Reve-lezing in Blauwhuis zou houden, let wel: over een onderwerp dat exact overeenkwam met het onderwerp van het manuscript, dat ik bij de Friese Pers had ingetrokken. Bovendien heeft Abe de Vries zelf als uitgever (&#8216;de rode schoentjes&#8217;) van mijn echtgenote in het debat betrokken, wat volledig buiten de orde was en als uitlating van een uitgever ook beneden alle peil.</p>
<p>Echt kwalijk is het dat Goffe Jensma de zogeheten ‘Douwe Kiestra-discussie’ uit 2005 als een oude koe weer uit de sloot haalt en bij deze discussie betrekt. Daar ging deze discussie helemaal niet over. Ook moet zo nodig nogmaals expliciet worden verwezen naar mijn uitlatingen destijds tegenover Abe de Vries, terwijl alles, wat Abe de Vries toen in de hitte van het debat aan verbaal geweld in mijn richting geventileerd heeft, onvermeld blijft. Twee voorbeelden slechts: Op 18 februari 2005 schreef Abe de Vries: <em>“ &#8230;.de webnazi&#8217;s (Eeltsje Hettinga en ik/ HM) hawwe harren weromlutsen op stützpunkt erosmos!” </em>0p 1 maart 20015 zinspeelde Abe de Vries er openlijk op, dat ik door mijn uitlatingen mijn baan zou verliezen: <em>“ Dit fansels yn ferbân mei it jild dêrst op wachtest, dat wol dus sizze, wachtjild.“‘</em> En op 30 april 2005 schreef hij: <em>&#8230;” mei ‘redakteur’ Mous dy’t hjoed op it go-golfoarum wer Twadde Wrâldoarlochje boartet yn in <strong>werklik deasiik, fys, achterbaks en nei keunstwurkstront stjonkend skriuwseltsje.” </strong></em> Niet dat ik met dit soort krasse bewoordingen nu nog moeite zou hebben. Integendeel, waar gehakt wordt vallen spaanders. Maar laat dan ook beide partijen aan het woord, als je een uitspraak citeert uit een debat uit het verleden.</p>
<p>De conclusie wordt duidelijk. Goffe Jensma heeft zich niet in de zaak verdiept en uit de losse pols een artikel geschreven, waarin hij geen afstand kan doen van zijn eigen subjectieve oordeel. Ik heb al eens eerder geconstateerd dat Goffe Jensma een wetenschapper is die ‘de methode van de leunstoel’ hanteert.  Hij checkt de feiten niet en waait met alle Friese winden mee.  Hij geeft zelfs zijn wetenschappelijk fiat aan een Friese Canon, waar hij om principiële redenen grote bedenkingen tegen heeft.  De schoorsteen moet kennelijk roken ook voor een professor. Hij wordt door Omrop Fryslân gevraagd om deel te nemen aan een live debat over de onverdraagzaamheid van Friezen bij het gebruik van de Friese taal, omdat hij zich kritisch over deze materie heeft uitgelaten. Vervolgens gaat hij in dat debat frontaal tegen mij tekeer, omdat ik mij als niet-Fries kritisch over deze materie uitlaat. Kortom, Goffe Jensma zit tot zijn oren verstrikt in het Friestalige systeem, dat heel zijn denken bepaalt en hem als objectief wetenschapper diskwalificeert. Zijn artikel in <em>Ensafh</em> is een treffend bewijs daarvan. Onder het mom van onbevangenheid, wordt wel degelijk partij gekozen.</p>
<p>Blijft de vraag: waar gaat het hier eigenlijk over? Is dat allemaal zo belangrijk?. Abe de Vries heeft een scheve schaats gereden, dat is wel duidelijk, en zoiets moet kennelijk door een Friese professor op subtiele wijze gemaskeerd worden. Dat schiet niet echt op zo. Waarom niet gewoon de zaken bij de naam noemen en vervolgens overgaan tot de orde van de dag. Abe de Vries lijkt zich sinds deze ruzie volledig uit het openbare leven in Friesland te hebben teruggetrokken. Dat vind ik jammer. Hij was &#8211; en is &#8211; een gevreesd polemist, die zich over allerlei literaire, culturele en maatschappelijke zaken in het publieke domein heeft uitgelaten en met wie ik graag in het strijdperk treed. De discussie moet voortgaan en er moet gepraat blijven worden, ook al ben je het niet met elkaar eens. Om een voorbeeld te noemen. Van de week werd ik gebeld door Gerrit Breteler. Hij had mijn Reve-lezing bij Tresoar bijgewoond en wilde mij graag eens spreken. Dat hebben we vervolgens gedaan bij hem thuis in Nes. Dat gesprek heeft veel verduidelijkt en heel wat kou uit de lucht genomen.  Zo’n gebaar van Gerrit Breteler kan ik zeer waarderen, vooral omdat je het zo weinig meemaakt in Friesland. Wat Goffe Jensma doet is ouwe koeien uit de sloot halen en daar zit niemand op te wachten.</p>
<p style="text-align: center;">
<p style="text-align: center;">
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-1.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29421" title="jensma 1" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-1.jpg" alt="" width="496" height="745" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-2.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29426" title="jensma 2" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-2.jpg" alt="" width="491" height="805" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-3.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29434" title="jensma 3" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-3.jpg" alt="" width="489" height="777" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-4_0001.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29439" title="jensma 4_0001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-4_0001.jpg" alt="" width="494" height="792" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-4.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29443" title="jensma 4" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-4.jpg" alt="" width="492" height="787" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-6.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29447" title="jensma 6" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-6.jpg" alt="" width="499" height="797" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-7.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29451" title="jensma 7" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/jensma-7.jpg" alt="" width="502" height="379" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.youtube.com/watch?v=70a37I0JECQ">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/06/12/de-ouwe-koeien-van-goffe-jensma/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Reve en Slauerhoff</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/06/03/reve-en-slauerhoff/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/06/03/reve-en-slauerhoff/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 Jun 2010 22:01:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gerard Reve]]></category>
		<category><![CDATA[literatuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=29177</guid>
		<description><![CDATA[Ik gun de Friezen alle goeds, maar ik kan niet tegen die nuchterheid, die het demonische, het verscheurde, de nachtzijde &#38; de schaduwzijde van de mens &#38; van het menselijk bestaan ontkent. G.K. van het Reve Wie weet hoeveel tederheden Je in jezelf hebt verstikt – De Friesche aard is benepen En uit zich niet [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/Untitled.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29176" title="Untitled" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/Untitled.jpg" alt="" width="495" height="371" /></a></p>
<blockquote><p><!--StartFragment-->Ik gun de Friezen alle goeds, maar ik kan niet tegen die nuchterheid, die het demonische, het verscheurde, de nachtzijde &amp; de schaduwzijde van de mens &amp; van het menselijk bestaan ontkent.</p>
<p style="text-align: left;">G.K. van het Reve</p>
<p style="text-align: left;"><!--EndFragment--></p>
<p style="text-align: left;">Wie weet hoeveel tederheden<br />
Je in jezelf hebt verstikt –<br />
De Friesche aard is benepen<br />
En uit zich niet groot, weegt en wikt.</p>
<p style="text-align: left;">J.J. Slauerhoff</p>
</blockquote>
<p><!--StartFragment--><!--EndFragment--></p>
<p style="text-align: left;">Zie ook <a href="http://www.halloleeuwarden.nl/nieuws/LeeuwarderNieuws/2010/5/27/Lezing_Huub_Mous_over_Reve__3_juni_in_Tresoar">hier</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/06/03/reve-en-slauerhoff/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>14</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Taag in Beetsterzwaag</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/06/02/de-taag-in-beetsterzwaag/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/06/02/de-taag-in-beetsterzwaag/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 Jun 2010 05:24:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[Friesland]]></category>
		<category><![CDATA[literatuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=29028</guid>
		<description><![CDATA[&#8216;Die &#8216;k aan een gier geklemd dacht zwevende over de Andes, Of snaren toklend aan den langoureuzen Taag, Verkrachtend te Parijs, of zwervend langs de Landes, Is nu godbetert arts in &#8216;t Friesche Beetsterzwaag.&#8217; JC Bloem (over J.J. Slauerhoff) In 1994 opende ik een tentoonstelling van Gjalt Walstra in de toenmalige galerie De Ooggetuige in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/05/atlantis-e1275152468112.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29030" title="atlantis" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/05/atlantis-e1275152468112.jpg" alt="" width="482" height="309" /></a></p>
<blockquote><p>&#8216;Die &#8216;k aan een gier geklemd dacht zwevende over de Andes,<br />
Of snaren toklend aan den langoureuzen Taag,<br />
Verkrachtend te Parijs, of zwervend langs de Landes,<br />
Is nu godbetert arts in &#8216;t Friesche Beetsterzwaag.&#8217;</p>
<p>JC Bloem (over J.J. Slauerhoff)</p></blockquote>
<p>In 1994 opende ik een tentoonstelling van Gjalt Walstra in de toenmalige galerie <em>De Ooggetuige</em> in Beetsterzwaag. De galerie was gevestigd in het pand aan de Hoofdstraat 46. Het jaar daarvoor had Gjalt een paar maanden in Portugal doorgebracht. Daar werd hij getroffen door het ruige landschap, waar de Taag doorheen meandert, maar vooral ook door het licht. Zijn schilderijen die hij na thuiskomst vervaardigde getuigden daarvan. Het waren geen landschappen, maar een soort &#8216;<em>light-scapes&#8217;</em> Omdat dit werk dus alles met Portugal te maken had, leek het me wel aardig om mijn openingstoespraak met bovengenoemd  citaat van de dichter J.C Bloem over Slauerhoff te beginnen. Slauerhoff hield van Portugal, van Lissabon, de Taag, maar vooral ook van de Portugese fado-muziek. De woorden van Bloem had ik ooit ergens gelezen en daarna genoteerd. Ik ging er van uit dat Bloem Slauerhoff  in Beetsterzwaag al wandelend op een zondagmiddag tegen het lijf was gelopen.</p>
<p>Laatst las ik de Slauerhoff-biografie van Wim Hazeu. Daaruit begreep ik dat deze versregels van Bloem een iets andere ontstaansgeschiedenis hebben. Slauerhoff nam in de zomer van 1929 de praktijk waar van dokter Bremer in Beeststerzwaag. Zijn verblijf aldaar heeft slechts 36 dagen geduurd, maar deed in dit voorname en rustige provincieplaats heel wat stof opwaaien. De dichter-dokter stoorde zich allerminst aan de locale gedragscodes. Zo kreeg hij kennis aan Aaltje Koopmans, de negentienjarige dochter van de plaatselijke kruidenier en daar kwam hij ook rond voor uit. Met Aaltje reed hij in de Ford van dokter Bremer op een dag naar het huis van J.C. Bloem en Clara Eggink. Die woonden destijds in Sint Nicolaasga. Bloem werkte toen als griffier in Lemmer. Ook Edgar du Perron was daar die dag bij aanwezig. Bij die gelegenheid schreef Bloem dit gedichtje op de achterkant van een receptbriefje van Slauerhoff.</p>
<p>Toen ik klaar was met mijn toespraak in Galerie <em>De Ooggetuige</em>, kwam er een oude man naar mij toe en sprak mij aan: &#8216;Weet u wel dat dit het huis is, waar Slauerhoff destijds verbleef.&#8217; Ik stond in de voormalige woning van dokter Bleeker: de wachtkamer was aan de voorzijde, de behandelkamer aan de achterzijde. Even duizelde het mij, alsof Slauerhoff weer even terug was op aarde. In Beetsterzwaag <em>of all places, </em>en niet &#8216;snaren toklend aan den langoureuzen Taag&#8217; Er komt geen eind aan met die dichters, zo dacht ik bij mezelf. Ik weet het, Slauerhoff zou zo&#8217;n gedachte veel fraaier verwoord hebben. Zo bijvoorbeeld:</p>
<blockquote><p>Zweven wij treurig duisternis in<br />
En laten daden, kindren achter<br />
En dansen, dichten: &#8216;t zijn wordt zachter<br />
Neen leeg niet, dood is ook begin.</p></blockquote>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=WaCAR6juSq4&amp;translated=1">zie en luister</a></p>
<p style="text-align: center;">
<p style="text-align: center;">
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/06/02/de-taag-in-beetsterzwaag/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
