<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Huub Mous &#187; kunst</title>
	<atom:link href="http://www.huubmous.nl/categorie/kunst/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.huubmous.nl</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Wed, 28 Jul 2010 22:01:15 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.0</generator>
		<item>
		<title>Vertigo op de Oldehove</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/07/09/vertigo-op-de-oldehove/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/07/09/vertigo-op-de-oldehove/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 08 Jul 2010 22:01:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[kunst]]></category>
		<category><![CDATA[plaatsen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=30963</guid>
		<description><![CDATA[Hans Vredeman de Vries werd in Leeuwarden geboren, ergens tussen de drie terpen waarop de kleine metropool in  die tijd gelegen lag. De Oldehove stond er nog niet eens. We schrijven 1527. Twee jaar later zou onder leiding van bouwmeester Jacob van Aken met de bouw van de toren worden begonnen, een onderneming die als [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/Annex-Stewart-James-Vertigo_01.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-31001" title="Annex - Stewart, James (Vertigo)_01" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/Annex-Stewart-James-Vertigo_01.jpg" alt="" width="405" height="492" /></a></p>
<p>Hans Vredeman de Vries werd in Leeuwarden geboren, ergens tussen de drie terpen waarop de kleine metropool in  die tijd gelegen lag. De Oldehove stond er nog niet eens. We schrijven 1527. Twee jaar later zou onder leiding van bouwmeester Jacob van Aken met de bouw van de toren worden begonnen, een onderneming die als snel een  rampzalige wending zou nemen omdat een hoek van het bouwwerk danig uit het lood zakte. Jacob van Aken stierf  al in 1532, naar men zegt van verdriet. Wat ooit de hoogste toren van Friesland had moeten worden, de trotse manifestatie van een opbloeiende stad, werd uiteindelijk een treurige bouwval. Als iets op treffende wijze door deze  scheve toren wordt verbeeld, dan moet het wel het verdriet van Friesland zijn. Hans Vredeman de Vries heeft dat  drama van de Oldehove als kind onder zijn ogen zien voltrekken. Het verlangen om ooit nog eens deze hoogste toren  van Friesland te beklimmen werd zo in de kiem gesmoord.</p>
<p>Is dat de verklaring geweest voor zijn onrust, een leven lang reizen langs vele steden in Europa, zijn liefde voor de  architectuur en het perspectief met zijn verdwijnpunt aan de horizon? Wie zal het zeggen. Zeker is dat Vredeman  de Vries al vroeg uit Leeuwarden vertrok. In dat perspectief bezien was ook een Friese emigrant. Deze zomer is het al weer tien jaar geleden dat de manifestatie Simmer 2000 in Friesland plaatsvond. Uit alle uithoeken van de wereld keerden Friezen terug naar hun geboortegrond. Als er ooit nog eens een dergelijk reünie wordt georganiseerd, en de terugkeer van emigranten zou niet  alleen in de ruimte, maar ook in de tijd zijn beslag zou kunnen krijgen, dan zou Hans Vredeman de Vries in Leeuwarden zeker een eregast moeten zijn. De burgemeester zou hem ontvangen en rondleiden door de straten van de stad. Hij zou met terugwerkende kracht als ereburger worden benoemd. AI was het alleen maar om iets goed te maken. In al die  eeuwen immers is in Leeuwarden alleen nog de naam van een straat die zijn herinnering levend houdt. O ja, en een  poortje in Beyerstraat, maar dat moest hij maar liever niet zien. De kunstacademie die ooit zijn naam droeg is ook  lang weer ter ziele en het monument op het Zaailand, dat Jan Stroosma ooit voor hem had bedacht, is er nooit gekomen.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/HCL001011037.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-30966" title="HCL001011037" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/HCL001011037.jpg" alt="" width="343" height="451" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Restauratie Oldehove, 1910 (foto: Beeldbank HCL)</p>
<p>Zijn vertrek uit Leeuwarden heeft Vredeman de Vries zeker geen windeieren gelegd. Hij verwierf roem aan de vorsten hoven van Europa tot aan Praag aan toe. Niettemin heeft hij als architect weinig van waarde nagelaten. Zijn  voornaamste verdienste lag immers in zijn model-boeken. Daarin waren op aanschouwelijke wijze de voorbeelden  vervat voor architectuur en ornamenten die in heel Europa van de zestiende eeuw school hebben gemaakt. Het zijn  tekeningen die vanuit een eenvoudig principe worden uitgewerkt in steeds complexere toepassingen. Kunst was immers te leren. De vrije fantasie, zo werd in die tijd beweerd, diende beteugeld te worden door strakke regels. De hoogste kunst was het om een manier te vinden waarmee je voor de grootste moeilijkheden een ingenieuze oplossing kon vinden. Dat deed je door te streven naar de grootst mogelijke variatie van vormen. Dat je daarbij makkelijk  in herhaling kunt vallen werd op de koop toe genomen. De variatie op zich zelf werd het ornament van de stijl. Sterker nog, variatie wèrd stijl (<em>maniera</em>), een stijl ook die niet voor niets Maniërisme is gaan heten. In die zin sloten de  voorbeeldboeken van Vredeman de Vries naadloos aan bij de geest van zijn tijd.</p>
<p>De wetten van het perspectief waren al in het begin van de vijftiende eeuw ontdekt door Brunelleschi. Op dit terrein was Vredeman de Vries dan ook zeker geen pionier. Zijn laatste boek <em>Perspective</em>, verscheen kort voor zijn dood  in 1604. Het is ook geen wiskundig leerboek over het perspectief als zodanig, maar een beknopte cursus over de  weergave van diepte in het vlak, vooral bedoeld voor kunstenaars. Wat we te zien krijgen is een imaginaire wereld  van horizon, verdwijnpunten, distantiepunten en rasterpatronen in het grondvlak. Een wereld die je adem steelt,  omdat hier alles, maar dan ook alles, ondergeschikt is gemaakt aan de dramatische werking van de convergerende  lijnen die het vlak open splijten tot aan de horizon. Prent na prent wordt de blik als het ware de ruimte ingezogen.  Het is een ideale wereld met volmaakte, maar ook wat bloedeloze architectuur. Een schouwtoneel van een ongestoffeerde omgeving die op geometrische wijze is getemd met passer en liniaal.</p>
<p>Wie het boek na vier eeuwen nog eens doorbladert wordt &#8211; ondanks de complexe ensceneringen &#8211; getroffen door  de rust van de voorstellingen. Alles straat keurig op zijn plaats. Er is geen vuiltje aan de lucht. De wereld is op zijn  mooist. Zo moet een zondagmorgen in de klassieke oudheid eruit hebben gezien. Maar is dat wel zo? Er klopt iets  niet in al die smetteloze perfectie. De tekeningen brengen een eerste wiskundeles in herinnering, toen een krijtje  op het bord de hele wereld opeens samenkromp tot basis, loodlijn en bissectrice. Je waant je in een decorontwerp  voor een opera, maar er is geen muziek. De menselijk maat mag Vredeman de Vries dan hoog in het vaandel heb ben gehad, de volmaaktheid van zijn geometrische patronen heeft iets onmenselijks. Desondanks heeft deze  getemde wereld nog altijd iets fascinerends. Bij tijdgenoten moeten de schellen van de ogen zijn gevallen. Wat Vredeman de Vries in het platte vlak presteerde zal voor hen een soort <em>virtual reality</em> zijn geweest. De wereld was af. De  horizon lonkte. Utopia hoefde alleen nog ‘<em>gerenderd</em>’ te worden.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/IMAGE00011.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-30971" title="IMAGE0001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/IMAGE00011.jpg" alt="" width="464" height="306" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Prent 39 uit <em>De Pesrspective</em> van Vredemen de Vries</p>
<p>Het meest extreem komt deze spectaculaire illusie van ruimte tot uiting in prent 39 van het boek. Hier is geen verte  te zien maar een diepte. De beschouwer wordt een blik gegund in een galerij van vijf verdiepingen. De vloer beneden is een kwadraat van 9 bij 9 tegels. Van daaruit wordt een toren van ruimte opgetrokken in een adembenemende verkorting. De voorstelling heeft een centrifugale zuigkracht die de slotscène van de film <em>Vertigo</em> van Hitchcock naar de kroon steekt. Alle lijnen naar de diepte komen uit in het centrum van de middelste tegel in de onderste  rij, want daar ligt het verdwijnpunt. Bij een normaal vergezicht zou hier de horizon van de aarde hebben gelegen.  Omdat het verdwijnpunt ook bij Vredeman de Vries altijd samenvalt met de positie van het oog van de beschouwer, kijkje dus naar beneden met je hoofd een halve tegel over de balustrade gestoken. Met dit gegeven voor ogen is de  maatvoering van alles wat je ziet &#8211; de balustraden, de colonnades, de zuilen, de breedte van de omgang, de trap petjes aan weerszijden, maar ook de diepte van de ruimte &#8211; te herleiden naar de menselijke maat, dat wil zeggen:  de maat van je eigen hoofd.</p>
<p>Dat is de kracht van de geometrie die Vredeman de Vries hier als een raster boven de afgrond legt. De onpeilbare  diepte wordt de maat genomen. En zoals hij de afgrond kon bezweren, zo wilde hij voor eens en altijd de hele zicht-  bare wereld onderwerpen aan de wetten van de wiskunde. Descartes zou dat korte tijd later doen in zijn <em>Discours  de la Methode: </em> &#8216;Niets voor waar aannemen dat het eigenlijk niet is en altijd de juiste orde bewaren om het een uit  het ander af te leiden&#8217;. Dat was het devies van de wiskunde dat in die tijd op alles, maar dan ook alles, werd toege past. Alleen God werd nog even tussen haakjes geplaatst, maar voor de rest was er geen vuiltje aan de lucht. Zelfs  de angst voor de afgrond leek bezworen. Zoals de wiskunde in elkaar stak, zo zat het universum in elkaar, om te beginnen de zichtbare werkelijkheid vanuit elk standpunt bezien en tot aan elke horizon. De wereld was maakbaar,  hij lag aan je voeten. Dat zou ook het perspectief gaan worden van de Verlichting.</p>
<p>Het kan zijn omdat ik van kinds af aan behept met hoogtevrees, maar als ik lang naar deze prent kijk wordt ik bevan gen door duizeligheid. En toch, het is juist de fascinatie voor de diepte die maakt dat ik blijf kijken, zoals ik altijd een  onbedwingbare neiging heb om &#8211; waar ik ook ben &#8211; een toren te beklimmen. Het verlangen naar het hoogste punt  is tegelijk ook de heimwee naar de diepte. Hoogtevrees is ook niet de angst om te vallen, maar juist de angst om te  springen, een drang die zich plotseling aan kan dienen en omgeven is door het angstaanjagende gevoel dat weer stand bieden onmogelijk is. Zou Vredeman de Vries zelf ook hoogtevrees hebben gehad? Wie weet heeft hij als kind  met zijn rug tegen de steunberen van de Oldehove gestaan. Kijkend naar wolken die traag voorbij trokken en plot seling de illusie konden wekken dat de toren viel&#8230; Als dat waar is, moet het een nachtmerrie zijn geweest voor de  tere kinderziel die de kleine Hans toen nog was.</p>
<p>De wereld die wij in werkelijkheid zien is nooit opgebouwd uit een rasterpatroon van tegels die zich eindeloos uit-  strekken naar de horizon, zodanig dat bij elke tegel de verjonging gelijk is aan de verkorting. In de vergezichten van  Vredeman de Vries wordt de blik veel te snel naar de horizon weggevoerd, alsof een telelens de ruimte steeds meer  plat slaat. Zo zijn er meer subtiele afwijkingen van de officiële perspectiefleer die hij zich permitteert. De rechtstan dige vlakken, die frontaal in het beeldvlak oprijzen, worden niet aangetast door verkorting. Met name aan de ran den van het beeldvlak zou dit zichtbare vertekeningen moeten opleveren. Wat je ziet is in feite onmogelijk. Alle  muren die frontaal in het beeldvlak staan blijven plat alsof ze door een technische camera zijn onthoekt. Kortom,  het perspectief van Vredeman de Vries is gedramatiseerd en geïdealiseerd. Als je vanuit een normaal standpunt  wegkijkt naar de horizon, valt die vertekening nauwelijks op, maar bij een neerwaarts gericht perspectief werkt het  effect opeens angstaanjagend. Kijkend in de afgrond komt de leugen van de waarheid aan het licht.</p>
<p>Hoe je het ook wendt of keert, prent 39 in <em>Perspective </em>heeft iets bezwerends, alsof je in een donkere spiegel kijkt en  heel even een blik wordt gegund in de duistere afgrond van het innerlijk van de maker. Het summum van objectivi teit slaat hier om in een panische ervaring, alsof er een luik onder je voeten wordt opengetrokken. Juist in deze prent  komt het meesterschap van Vredeman de Vries op dramatische wijze aan het licht. In de weergave van het per spectief moet hij een soort Hitchcock zijn geweest, <em>a master of suspense</em>. In de beheersing van de camera school ook  de angst voor een onpeilbare diepte. Pleinvrees, hoogtevrees, de fobieën van de ruimte. Die angsten riep hij op met alIe middelen die hem ten dienste stonden. Of die ook wiskundig helemaal verantwoord waren was van minder  belang. Het ging er om de beschouwer bij de lurven te pakken, hem met zijn neus te drukken op de gapende afgrond  van het perspectief. De wereld was een schouwtoneel waar geen eind aan kwam. Meer nog dan een wegbereider  van de Verlichting, was hij een meester in <em>special effects</em>.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/escher.cubic.gif"><img class="alignnone size-full wp-image-30992" title="escher.cubic" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/escher.cubic.gif" alt="" width="329" height="325" /></a></p>
<p style="text-align: center;">M.C. Escher, kubische ruimte vulling, z.j.</p>
<p>Bijna drie eeuwen na het verschijnen van <em>Perspective</em>, werd op een steenworp afstand van de Oldehove M.C. Escher  geboren. Zijn wieg stond in het gebouw, waarin vandaag de dag het Princessehof is gevestigd. In 1898 zag hij hier  het levenslicht en hoewel hij zijn jeugd grotendeels doorbracht in Arnhem, moet ook hij als kind de Oldehove heb ben gezien. Jaar na jaar werd het bouwwerk in zijn beleving kleiner, want zo gaat dat met het ouder worden. Ver-  korting hangt niet alleen samen met het nemen van afstand in de ruimte, maar ook met verkrijgen van distantie in  de tijd. Niemand weet of Escher als kind met zijn rug tegen de steunberen heeft gestaan om naar de wolken te kij ken. Niemand weet ook of hij de Oldehove ooit beklommen heeft. Of hij pleinvrees had of hoogtevrees, er is nooit  iets van vernomen. Zeker is dat hij in zijn leven een vergelijkbare fascinatie als Vredeman de Vries heeft ontwikkeld  voor weergave van de ruimte in het platte vlak.</p>
<p>Vergelijkbaar en tegelijk ook niet. In 1947 vervaardigde Escher een houtgravure gebaand <em>Andere Wereld</em>. Het een van zijn bekendste prenten die ook staat afgebeeld op de cover van menig boek en grammofoonplaat. Wat we zien  n bouwwerk dat in essentie enige gelijkenis vertoont met het gezicht in de diepte van op prent 39 van <em>de Perpective</em>. Bij Escher wordt ons geen blik gegund in de diepte, maar &#8230; ja, waarin eigenlijk. Zodra je denkt te weten  waarnaar je kijkt, wordt het verdwijnpunt letterlijk een andere wereld ingetrokken. Dit punt kan ook recht omhoog  liggen in de top van het firmament, getuige de vreemde vogel die op de onderkant van de balustrade zit, een balus trade waar ik kennelijk met mijn hoofd over heen kijk. Diezelfde vogel hangt ook aan de overkant aan het plafond,  dat op zijn beurt een vergelijkbare balustrade blijkt te zijn. Die vogel kijkt nu opeens &#8211; net als ik trouwens &#8211; naar  beneden in de richting van een kraterachtig maanlandschap. De top van het firmament blijkt tegelijk de bodem van  een kale planeet te zijn. Sterker nog, het is dezelfde bodem die ik in het centrum van de prent zie, kijkend naar moe der aarde, die boven de horizon van de maan uit klimt. Maar dat perspectief stemt met geen van beide werelden  overeen die ik eerder zag: niet met de wereld van omhoog en niet met de wereld van omlaag. Ik kijk omhoog naar  de bodem waarop ik sta. Ik zie omlaag naar de aarde in de verte.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/escher_another_world.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-30976" title="escher_another_world" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/07/escher_another_world-e1278619055988.jpg" alt="" width="363" height="448" /></a></p>
<p style="text-align: center;">M.C. Escher, Andere wereld, 1947</p>
<p>Hoe langer je naar deze prent kijkt, hoe meer je verstrikt raakt in een duizelingwekkende ervaring. Escher heeft niet  het objectief van de camera gemanipuleerd, zoals Vredeman de Vries deed om de dieptewerking te versterken, maar  het surrealistische principe van de montage toegepast. De gevolgen zijn niet te overzien. De desoriëntatie is com pleet. Waar bevind ik mij? Wat is mijn grond? Wat is mijn horizon? Het perspectief wisselt met elke wisseling van de  blik, als een Gestalt-sprong, die zich niet in de werkelijkheid zelf afspeelt, maar ergens in mijn eigen hoofd. Sinds Kant  heeft beweerd dat ruimte en tijd categorieën zijn van de menselijke geest, die aan de waarneming van de werke lijkheid vooraf gaan, is de overzichtelijke wereld van Vredeman de Vries aan het wankelen geraakt. Ruimte en tijd  zijn volgens de hedendaagse inzichten onlosmakelijk met elkaar verweven. Elke afbeelding in perspectief is daarom  een leugen per definitie. De werkelijkheid zelf stemt niet overeen met een plaatje op ons netvlies dat volgens het  perspectief van Vredeman de Vries voor eeuwig is stilgezet. We kijken voortdurend naar constructies van de wereld,  die ergens tussen netvlies en cortex in elkaar worden gezet. De concepten van ruimte en tijd blijken tussen onze  oren te zitten en de droom van de rede brengt monsters voort.</p>
<p>Vredeman de Vries en Escher zouden heel wat te bespreken hebben, als ze als twee voormalige  Leeuwarders elkaar in deze stad zouden ontmoeten. In de eeuwen, die hun levens scheiden, hebben de metaforen van het oog, die als  voorbeeld dienden voor kennis en wetenschap, stilaan het veld moeten ruimen. Het verstand wordt vandaag de dag  niet meer gezien als een smetteloze spiegel van de natuur. De wetten van het perspectief boden eeuwenlang de illu sie bij uitstek dat er een universele toegang tot de wereld bestond. Die wetten kunnen vandaag de dag niet meer  als een blauwdruk voor de werkelijkheid dienen. De mens heeft zijn geprivilegieerde toegang tot zijn eigen kenver mogen verloren, stelt Richard Rorty in zijn boek <em>Philosophy and the mirror of nature. </em>Rondwandelend  in het Leeuwarden van vandaag zouden ze de meest wonderlijke bouwwerken tegenkomen, een alledaags perspectief dat weinig meer  van doen heeft met een ideale wereld van de Verlichting. Ze zouden het niet kunnen nalaten om nog eenmaal de oude Oldehove te beklimmen. Aangekomen op de top, zal hun reis door ruimte en tijd zijn bekroning vinden in een weids panorama.<em> </em>Hoog aan de hemel drijven wolken voorbij. Wat rest is misschien een ontnuchtering .Vier perspectieven kruisen nog altijd een stad die zijn grenzen verlegt naar de horizon<em>.<br />
</em></p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=GnpZN2HQ3OQ&amp;feature=related">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/07/09/vertigo-op-de-oldehove/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>14</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gestolde dromen in de tijd</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/06/21/gestolde-dromen-in-de-tijd/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/06/21/gestolde-dromen-in-de-tijd/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 20 Jun 2010 22:01:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[Friesland]]></category>
		<category><![CDATA[kunst]]></category>
		<category><![CDATA[personen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=29798</guid>
		<description><![CDATA[Vandaag wordt Murk van Stralen 75 jaar. Het was gisteren een volle bak in de gelegenheidsgalerie aan de Dijkstraat 44 in Franeker, waar een grote expositie van deze Friese surrealist is ingericht. Tegelijk ging een geheel vernieuwde website van hem online. Fries surrealisme, het klinkt als een anachronisme, en toch bestaat het nog in de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/obj2132geo1819pg34p131.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29802" title="obj2132geo1819pg34p131" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/obj2132geo1819pg34p131.jpg" alt="" width="505" height="379" /></a></p>
<p><em>Vandaag wordt Murk van Stralen 75 jaar. Het was gisteren een volle bak in de gelegenheidsgalerie aan de Dijkstraat 44 in Franeker, waar een grote expositie van deze Friese surrealist is ingericht. Tegelijk ging een geheel vernieuwde <a href="http://www.murkvanstralen.nl/">website </a>van hem online. Fries surrealisme, het klinkt als een anachronisme, en toch bestaat het nog in de persoon van Murk van Stralen. Er waren heel wat oudgedienden, kunstenaars, vrienden en bekenden, maar ook tal van mensen die ik niet kende, en die Murk in zijn veertigjarige carrière heeft ontmoet. Mindert de Wit was de organisator van het geheel. Ik sprak ook nog even met de buurvrouw van Murk: Annet van der Hoek. Zij had al jaren geleden werk van Murk van Stralen gezien bij de enige surrealistische galerie in Nederland: Galerie van Hendrik Beekman, die tot voor kort in Marrum gevestigd was. Van Josse de Haan vernam ik, dat Hendrik Beekman vorige week in Groningen een ernstig auto-ongeluk heeft gehad, waarbij zijn vrouw is omgekomen. Dat bericht, dat nog niet tot de Friese media is doorgedrongen, wierp voor mij een schaduw over het feestelijk gebeuren van gisteren. Mijn openingsspeech had ik niet op papier. Zeventien jaar geleden opende ik al eens eerder een tentoonstelling van Murk, destijds in de Koperen Tuin in Leeuwarden. Dat verhaal heb ik nog. Als eerbetoon aan deze 75- jarige Friese surrealist is het hieronder te lezen. </em></p>
<p style="text-align: center;"><em>***<br />
</em></p>
<p>Murk van Stralen is terug van weggeweest. Dat moge na  het zien van deze expositie voor iedereen duidelijk zijn.  Maar wanneer is hij eigenlijk van het toneel verdwenen? Ik  heb in mijn herinnering gezocht naar dat ene moment. Haar  ik kon het niet vinden. Wel vond ik ergens diep in een la  weggestopt een vergeeld krantenknipsel met de kop &#8216;<em>Automobi list dook Voorstreekgracht in.</em>&#8216; &#8216;Na de aanrijding&#8217;, zo ver meldt het bij schrift, &#8216;verloor de heer van Stralen de macht  over het stuur, waarna hij de gracht in reed. De auto moest  met behulp van duikers uit de gracht worden getakeld&#8217;. Dat  is inmiddels twaalf jaar geleden. Maar het beeld· van dit  ongeluk heeft zich in mijn geheugen niet vastgehecht. Het  was in mijn herinnering slechts een klein incident, mis schien het topje van een ijsberg. Het echte moment van  verdwijnen zit bij mij &#8216;eerder verstopt in een in een film  van beelden over hoe iets mis kan gaan, een kettingreactie  van ongelukken en ongelukkige omstandigheden, waardoor ie mand in korte tijd compleet uit beeld kan verdwijnen.</p>
<p>Het was misschien ook geen moment, maar meer een <em>fad ing away</em>. Hoe dan ook, het moet zich ergens in het begin  van die jaren tachtig hebben afgespeeld. In die wat sombere  tijd toen de recessie snel om zich heen greep. Brinkman en  Lubbers begonnen opeens dreigende taal uit te slaan. Het  bestek &#8217;81 zette het mes in de uitgaven van de overheid en  liet ook de kunstwereld niet onberoerd. Er was een staats secretaris die kunstenaars vergeleek met uitstervende be roepen als mijnwerkers en sigarenmakers. Kortom, de BKR kwam zwaar onder druk. Selectiecommissies kregen steeds scherpere richtlijnen uit Den Haag, en de eerst kunstenaar  in Friesland die daar het slachtoffer was dezelfde die dat  jaar ook met zijn auto de gracht in reed: Murk van Stralen.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/x3-580x1264-e1277026163505.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29826" title="x3-580x1264" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/x3-580x1264-e1277026390790.jpg" alt="" width="299" height="487" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Leeuwarder Courant 12-11-1971</p>
<p>Dat moment kan ik me nog wel herinneren. Murk van Stra len was een bekend kunstenaar. Hij had  een naam, een  lange reeks exposities achter de rug, die altijd met wel willende tot lovende recensies werden besproken en als BKR-  kunstenaar was hij zelfs een beetje een begrip. Hij behoorde  immers tot de weinige in Nederland, die van de BKR gebruik  maakten, zoals het ooit echt was bedoeld, namelijk in het  kader van zogenaamde &#8216;dienstverlening&#8217;. Zo gaf hij les op  een LOM-school en maakte daar samen met leerlingen en leer krachten een wandreliëf en een sculptuur. Kortom een schoolvoorbeeld van  maatschappelijke relevantie, zoals dat van kunst in die  dagen werd vereist.</p>
<p>Maar opeens ging dat allemaal mis. De geldkraan  ging dicht. De ruimte voor dienstverlening binnen de BKR  hield op en het werk zag men opeens ook niet meer zo zit  ten. Al was ik er niet bij, ik kan me er wel een voorstel ling van maken hoe dat laatste ongeveer in moet zijn ge gaan. De schilderijen van Murk van Stralen waren al jaren  nou niet wat je noemt actueel, om van vernieuwing of grens verlegging &#8211; of hoe dat in die dagen ook mocht heten maar te zwijgen. Bovendien was schilderen in de jaren ze ventig überhaupt een beetje verdacht geworden. Als kunste naar was je met processen bezig, ideeën, acties, projecten,  performances, hoe dan ook, het terrein van de kunst moest  worden verlegd, waarheen mocht Joost weten, als het maar op  een of andere manier &#8211; zoals gezegd &#8211; maatschappelijke re levantie had.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/5259_homme_nouveau_1943_fundacio_gala_salvador_dali_sodrac.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29823" title="5259_homme_nouveau_1943_fundacio_gala_salvador_dali_sodrac" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/5259_homme_nouveau_1943_fundacio_gala_salvador_dali_sodrac.jpg" alt="" width="393" height="343" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Salvador Dali, De Nieuwe Mens, 1943</p>
<p>Welnu, die maatschappelijke relevantie kwam  in zijn werk op scholen weliswaar prima tot uiting, maar  hoe zat het met die sombere vooroorlogse, Dali-achtige  droomlandschappen, die Murk &#8211; veertig jaar na dato &#8211; nog  steeds als kunst aanbood. Zo kortzichtig dacht men daarover  in die dagen. Ik zie het voor me: zo&#8217;n commissielid, voor  het laatst op bezoek in het atelier, de regenjas nog aan,  met zijn neus boven het op doek, zoekend tussen al die dun ne lagen glacis naar die ene druiper in de verf, waarmee  hij zijn laatste oordeel vernietigend kon vellen: &#8216;Dit is geen kunstenaar &#8230;. ‘.</p>
<p>Hoezo geen kunstenaar? De waan van de dag mag de kunst  voor een groot deel in zijn greep hebben gekregen. Er is  altijd wel iets wat ontglipt. Iets &#8211; zoals we zo vaak zeg gen &#8211; wat de tijd nog moet leren. En gelukkig maar. Het  tafereel van dat laatste atelierbezoek, die ene kortzichtige deskundige met zijn neus boven op het doek roept bij  mij vaag een schilderij in herinnering van de Belgische  surrealist Paul Delvaux. Tegen de achtergrond een onherb ergzaam rotslandschap zit daar, dromerig op een balkon, een  naakte vrouw met een  grote roze strik om haar borsten.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/delvaux.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29815" title="delvaux" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/delvaux.jpg" alt="" width="380" height="333" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Paul Delvaux. Les phases de la lune, 1939</p>
<p>Een  professor kijkt met een loep naar dit tafereel, maar hoort  ogenschijnlijk niets van de muziek waarmee een jongen vlak achter hem een stoet van vrouwen in beweging brengt. Het  is of Delvaux ons wil zeggen dat de poëzie van het schilde rij niet aan het oppervlak zit, maar ook niet in de verte.  Het zit als het ware onder de huid van de voorstelling, in  een ontoegankelijke ruimte, die net onder dat oppervlak  schuil gaat, het ligt allemaal vlak om de hoek, je kunt en  niet bij en toch kun je het bijna aanraken. Maar zodra je  één vinger uit zou steken is de droom voorbij. Kortom; de  poëzie van het schilderij kruipt waar ze niet gaan kan. Zo  is het ook een beetje met het werk Murk van Stralen. De poëzie kruipt waar ze niet gaan kan.</p>
<p>Maar er nog een ander schilderij dat het beeld van dat  laatste zo noodlottige atelierbezoek van de BKR-commissie  bij mij in herinnering brengt. Het is een werk van een an dere surrealist, Yves Tanguy. Tanguy schilderde zijn hele  leven onherbergzame, kale vergezichten met koraalachtige  rotspartijen die soms een beetje doen denken aan zijn eigen  geboortestreek, de rotskust van Bretagne. Tanguy noemde die  schilderijen geen landschappen, maar <em>paysages interieu res</em>, <em>mindscapes,</em> zoals de Engelsen dat zeggen. Hij sc hilderde in feite een ruimte in de geest, een vergezicht  dat een geheimzinnige en soms zelfs hypnotiserende uitwer king kan hebben op ieder die er naar kijkt. Je ziet vaak  geen mens in beeld, maar als toeschouwer wordt je ongemerkt medeplichtig. Je kijkt niet door een venster, maar lijkt  voor heel even te hallucineren.</p>
<p>Dat hypnotiserende effect,  was in het van Tanguy zelfs zo sterk, dat een agent van de  Gestapo, die in de oorlog zijn atelier binnenkwam en één  van die vreemde vergezichten op de ezel zag staan, niet  uitriep: &#8216;Dit is geen kunstenaar!&#8217;, maar terstond zijn mitrailleur op het doek leeg schoot. Die hypnotiserende kra cht van het beeld heeft misschien ook iets te maken met die  ongrijpbare poëzie, die ook Kurk van Stralen in zijn werk  probeert te betrappen. Het is de poëzie die kruipt waar ze  niet gaan kan, ogenschijnlijk verdwijnt en toch zichzelf  overleeft, die haast onzichtbaar kan zijn en dan opeens  weer opduikt, een poëzie die het kwaad kan bezweren, zelfs  in de meest wanhopige situaties, die men zich denken kan.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/dia-de-lentitud-yves-tanguy-1937.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29819" title="dia-de-lentitud-yves-tanguy-1937" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/dia-de-lentitud-yves-tanguy-1937.jpg" alt="" width="321" height="402" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Yves Tanguy, Lentedag, 1937</p>
<p>Twaalf jaar na dat laatste atelierbezoek lijkt nu niet  alleen de kunstenaar maar ook zijn poëzie opnieuw uit een  diepe gracht tevoorschijn te kruipen. Ten minste dat zou je  kunnen denken. Als ik hier om me heen kijk, vraag ik me af  of dit werk wel ooit is weggeweest. Als kunstenaar is Murk  kennelijk gewoon doorgegaan en de schilderijen en tekenin gen die dat heeft opgeleverd zijn er niet minder om. Inte gendeel. Opeens komt alles op een rij te liggen. Zijn eigen  droomwereld, die hij stap voor stap in beeld heeft gebrac ht. Dreigend vaak met al die kale rotsen en donkere lucht partijen, maar ook uitnodigend door een onbenoembare sfeer  van geheimzinnigheid die &#8211; haast tegen beter weten in &#8211;  nieuwsgierigheid wekt naar die vreemde wereld die vlak om  de hoek moet liggen. Niet dichtbij, waar je als toeschouwer vaak de toegang wordt versperd, maar ook niet in de verte,  waar de rotsen het zicht op de horizon ontnemen. Al wordt  dat zicht steeds helderder, en lijkt de horizon nu wat ru imer te worden, Murk schildert taferelen die niet van deze  wereld zijn. Maar welke wereld dan wel?</p>
<p>Deze vreemde koraalachtige rotsen zijn in geen enkele  reisgids terug te vinden en toch komen ze heel vertrouwd  voor. Soms zou je willen dat ze echt bestonden, om er even  in te verdwijnen maar ook weer terug te keren, als een reis  verpakt in herinneringen, een geheel verzorgd droom-arran gement, uit en thuis in de verbeelding, zo&#8217;n beetje als in  de film <em>Robocop</em>, alsof de mogelijkheid zou bestaan dat de  herinnering aan een reis in je hersenen wordt ingeplant,  terwijl de reis zelf nooit echt heeft bestaan. Hoe dan ook, Murk is terug van weggeweest. Wanneer hij  precies is verdwenen is me ontgaan en welke reis het ook  was, die hij in de afgelopen jaren heeft gemaakt, hij is nu  in ieder geval weer hier. Onder ons, zoals dat heet. Mis schien was het ook helemaal geen reis. Misschien is hij ook  nooit weggeweest. Misschien was alles slechts een illusie  die hij ons in het brein heeft ingeplant. Als ik zijn werk  hier terugzie zou me dat niet verbazen. Maar wat doet het er toe.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.youtube.com/watch?v=9T4aKU4dsH0">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/06/21/gestolde-dromen-in-de-tijd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een surrealist pur sang</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/06/17/een-surrealist-pur-sang/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/06/17/een-surrealist-pur-sang/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Jun 2010 10:36:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[kunst]]></category>
		<category><![CDATA[personen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=29666</guid>
		<description><![CDATA[Al zestig jaar vinden kwast en potlood hun bevlogen weg naar het linnen van de binnenkort vijfenzeventigjarige kunstenaar Murk van Stralen. Tijd, zo vinden veel van zijn collega&#8217;s en vrienden, om een overzichtstentoonstelling te houden. Zondag 20 juni om 14.00 uur wordt de opening verricht door Huub Mous. Dan opent zich een wereld aan de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/8c669_murkvanstralen.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29665" title="8c669_murkvanstralen" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/8c669_murkvanstralen.jpg" alt="" width="496" height="328" /></a></p>
<blockquote>
<p style="text-align: left;"><strong>Al zestig jaar vinden kwast en potlood hun bevlogen weg naar het  linnen van de binnenkort vijfenzeventigjarige kunstenaar Murk van  Stralen. Tijd, zo vinden veel van zijn collega&#8217;s en vrienden, om een  overzichtstentoonstelling te houden. Zondag 20 juni om 14.00 uur wordt  de opening verricht door Huub Mous. Dan opent zich een wereld aan  de Dijkstraat 44 te Franeker waar het surrealisme de diepste betekenis  van het woord krijgt. </strong></p>
<p style="text-align: center;">Lees verder: <a href="http://www.nieuwsbank.nl/inp/2010/06/20/G002.htm">hier</a></p>
</blockquote>
<p style="text-align: left;">__________________________________________________</p>
<p style="text-align: left;"><strong>UPDATE JOSSE DE HAAN</strong></p>
<p style="text-align: left;">Yn november 1969 ferskynde in bondel poezy mei de namme ‘yngreep’.  Operaesje Fers presintearre 5 dichters – Daniel Daen (Willem Abma),  Geart van der Zwaag, Meindert Bylsma, Harm de Vos en Josse de Haan – elk  mei 5 kollaazjegedichten. It publyk koe syn eigen bondel gearstalle,  want it wie in losbledige bondel. Murk van Stralen fersoarge de yllustraasjes, yndied wat surrealistysk.  De 200 eksimplaren fleagen as broadsjes oer de toanbank. De opbringst  gong helendal nei Operaesje Fers.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/Murk69.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29675" title="Murk69" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/06/Murk69.jpg" alt="" width="350" height="498" /></a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/06/17/een-surrealist-pur-sang/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Dood en de wrede natuur</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/05/30/dood-en-de-wrede-natuur/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/05/30/dood-en-de-wrede-natuur/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 30 May 2010 09:18:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[kunst]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=29043</guid>
		<description><![CDATA[Het was zijn laatste boek, hij scheef het in 1881, een jaar voor zijn dood. Meestal verwachten we dat een groot wetenschapper, als hij oud is of vlak voor zijn dood  staat, een filosofische preek schrijft over het wezen van de werkelijkheid, maar  dat deed Darwin niet. Hij schreef een boek over wormen. Je kan [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/05/bv005.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-29046" title="bv005" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/05/bv005.jpg" alt="" width="501" height="212" /></a></p>
<blockquote><p>Het was zijn laatste boek, hij scheef het in 1881, een jaar voor zijn dood. Meestal verwachten we dat een groot wetenschapper, als hij oud is of vlak voor zijn dood  staat, een filosofische preek schrijft over het wezen van de werkelijkheid, maar  dat deed Darwin niet. Hij schreef een boek over wormen. Je kan dan wel zeggen  dat hij een seniele oude natuurliefhebber was geworden, maar Darwin was heel  intelligent. Hij had belangstelling voor wormen omdat ze als het ware een me tafoor voor zijn hele wereldbeeld waren, de wormen die langzaam de bovengrond  van Engeland omploegen en de topografie bepalen, de wormen die vlak onder  onze voeten aan het werk zijn, die we niet opmerken, die wij onbeduidend vinden  omdat ze zo klein en bescheiden zijn. Maar die wormen produceren de bodem  voor de landbouw. En daarom gebruikt Darwin ze als metafoor voor de belang  rijke rol van schijnbaar kleine dingen, als die rol wordt uitgesmeerd over een  lange periode. Dat is evolutie voor Darwin, het uitsmeren van kleine veranderingen over een lange periode. Zo worden de wormen een metafoor voor de evolutie en het hele proces van verandering in de tijd.</p></blockquote>
<p>Aldus de bioloog Stephen Jay Gould. Hij zei dit in een van de beroemde interviews die Wim Kayzer begin jaren negentig hield met een aantal wetenschappers van wereldnaam. Ze werden door de VPRO uitgezonden in het programma <em>Schitterend Ongeluk</em>. Gould sprak over de natuur die op zichzelf geen moraal heeft, maar altijd zijn eigen wetten volgt. Zo nemen de dingen hun loop, soms op een ogenschijnlijk absurde manier, vaak ook wreed en zonder enig mededogen. De natuur overleeft de dood, maar vraagt niet hoe. Er zijn zelfs insecten die elkaar opeten, niet in één keer, maar tergend langzaam en van binnenuit, zodat het kansloze slachtoffer een gruwelijke dood tegemoet gaat.</p>
<p>Plato heeft ooit gedacht dat achter de zichtbare werkelijkheid een eeuwig Idee schuil gaat waarin het Goede, het Ware en het Schone uiteindelijk convergeren in één punt, dat de christenen later &#8216;God&#8217; hebben genoemd. Maar Darwin heeft ons uit de droom geholpen. Als je goed kijkt naar de natuur, dan zie je vroeg of laat de wormen die zich onder het oppervlak schuilhouden. De insecten die alles opeten en uiteindelijk ook mijzelf zullen opeten, als mijn lijk niet tijdig wordt opgeruimd. Die wereld onder het mooie oppervlak van de zichtbare werkelijkheid is wreed en gruwelijk. Het is de natuur die veel sterker is dan het kwetsbare leven van een enkel mens. Er zijn zelfs kakkerlakken die zo sterk zijn dat ze de nucleaire <em>fall out</em> van een atoomoorlog met gemak kunnen overleven.</p>
<p>Gisteren werd bekend dat de Amerikaanse cineast Dennis Hopper is overleden. In het late Journaal zag  je een paar flitsen uit zijn films. <em>Easy Rider</em> (1969) bijvoorbeeld, maar ook <em>Blue Velvet</em> (1986). Ik vind Blue Velvet nog altijd een van de beste films die ik ooit heb gezien. Dat zegt niet zoveel, want ik ben niet zo’n filmfanaat. Maar toch. De openingsscène van <em>Blue Velvet</em> is mijn eigen favoriete Hopper-fragment. Je ziet een Amerikaans stadje in de provincie. Een man staat het gras te besproeien. Niks aan de hand, zo te zien.Maar opeens gaat er iets helemaal mis. Er komt een knoop in de slang. De man krijgt een hartaanval en valt dood neer. Toch draait de wereld gewoon door. Het kind komt aangelopen, omdat opa zo leuk in het gras ligt. Hij wil vast even spelen, zo zie je hem denken. De hond probeert het water te drinken uit de tuinslang die maar door blijft spuiten.</p>
<p>Dan zoomt de camera in op het gras van het gazon. Je ziet de wereld die daaronder leeft: de wormen en de insecten. Dat is de ware natuur, wreed en zonder mededogen. Zonder enige moraal ook. De moraal is een uitvinding van de mens. De dood is slechts een onbeduidend voorval in een lange reeks van kleine gebeurtenissen die zich voltrekken volgens de blinde wetten van de natuur. Het is een stukje film dat een film op zichzelf is, een metafoor voor alles. Dennis Hopper was niet alleen cineast, maar ook beeldend kunstenaar, zo begreep ik later. Dat verbaast me niks. Het begin van <em>Blue Velvet</em> is kunst.</p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=nM975_Ld9S0">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/05/30/dood-en-de-wrede-natuur/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>24</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De ondenkbaarheid van de dood</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/04/30/de-ondenkbaarheid-van-de-dood/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/04/30/de-ondenkbaarheid-van-de-dood/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 30 Apr 2010 10:02:22 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[kunst]]></category>
		<category><![CDATA[religie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=28408</guid>
		<description><![CDATA[Damien Hirst, The Physical Impossebillity of Death in the Mind of Someone Living, 1991 Ter Braak spreekt over het toelaten der relative rende doodsgedachte in ons denken. Van Duinkerken consta teert: Onderwijl moffelt hij handig het andere element weg,  dat geenszins nihiliseert, doch veroorzaakt: het onto logische element .. , hij zwijgt onderwijl over de psychologische onmogelijkheid om [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/shark.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-28409" title="shark" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/shark-e1272574889554.jpg" alt="" width="482" height="372" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Damien Hirst, The Physical Impossebillity of Death in the Mind of Someone Living, 1991</p>
<blockquote><p>Ter Braak spreekt over <strong>het toelaten der relative rende doodsgedachte in ons denken.</strong> Van Duinkerken consta teert: <strong>Onderwijl moffelt hij handig het andere element weg,  dat geenszins nihiliseert, doch veroorzaakt: het onto logische element .. , hij zwijgt onderwijl over de psychologische onmogelijkheid om een ‘absoluterende zijnsgedachte’  uit te bannen.</strong> Dat is orakeltaal, gesproken uit de behoefte om  iets terug te zeggen, om iets gevaarlijks met gelal te bezweren.  Het betekent niets. Ontologisch zijn &#8220;dood&#8221; en &#8220;zijn&#8221; geen  tegenstellingen.</p></blockquote>
<p>Aldus H.A. Gomperts in zijn pamflet <em>Catastrofe der scholastiek</em>, dat in 1939 verscheen als een speciaal nummer van het tijdschrift <em>De Vrije Bladen</em>. De nog piepjonge vrijdenker Gomperts opent in deze tekst een frontale aanval op het scholastieke denken van de katholieke reus Anton van Duinkerken. Eigenlijk is het meer een hartstochtelijke verdediging van Gomperts eigen idool: Menno ter Braak. Van Duinkerken had het gewaagd het laatste essay van Ter Braak <em><a href="http://www.huubmous.nl/2010/04/22/dit-was-mogelijk-in-europa/">De nieuwe elite</a> </em>met ‘onzindelijke redeneermethoden’ de grond in te boren. &#8216;Onzindelijk&#8217; omdat het redeneren van Van Duinkerken niet deugde. Hij gebruikte de wapens van &#8216;een middeleeuws arsenaal dat thomistische scholastiek heet&#8217;. Maar  hij voerde die wapens alleen maar om terloops te imponeren. Van Duinkerken zou niet in stat zijn om de ‘verfijnde techniek, die de knappe  constructeur Thomas in zijn terminologie heeft gelegd, gebruik  te maken.’</p>
<p>Het scholastieke denken was een vorm van bedrog, aldus Gomperts. De catastrofe van de scholastiek kondigt zich aan in haar merkwaardige voorliefde voor onderscheidingen. Alles werd onderscheiden. geabstraheerd en vervolgens aan elkaar gelijk  gemaakt in een soort juridische vorm van redeneren, waarna steeds meer onderscheidingen nodig waren, zodat de feiten uiteindelijk het onderspit moesten delven. Tegenover dit juridisch vervalsen van de feiten (het zogeheten &#8216;jurisme&#8217;) stelde Gomperts de eerlijke manier van redeneren die Ter Braak in praktijk bracht. Dat was een redeneren op basis van de feitelijke verschillen in de werkelijkheid zelf. Die redeneertrant noemde hij &#8216;historisme&#8217;. Met jurisme werd de werkelijkheid geweld aangedaan. Met historisme kon je de werkelijkheid onder ogen zien. De dingen gebeurden nu eenmaal  zoals ze gebeurden. Los van allerlei reigieuze vooronderstellingen over een oorzaak in een ver verleden of doel in een verre toekomst.</p>
<p>Zo ook dus met de dood. Ter Braak had beweerd dat de dood de dood is en niets anders. De illusie van het voorbestaan van de ziel had slechts gediend als hypotheek van christelijk moraal. Nu het christendom failliet was, ging het erom de feiten eerlijk onder ogen te zien. Zonder God en een hiernamaals kon de mens alleen nog schipperen door steeds beslissingen te nemen op korte termijn, waarbij de morele verworvenheden van het failliete christendom als leidraad konden blijven dienen. Rechtop in de wind dus, zonder de illusie van een hiernamaals. Dat is de <em>honnête homme</em> van Ter Braak. Hij <em></em>kiest voor het goede, terwijl hij er niks voor  terug krijgt.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/IMAGE000115.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-28426" title="IMAGE0001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/IMAGE000115.jpg" alt="" width="329" height="486" /></a></p>
<p>Volgens Anton van Duinkerken daarentegen was de hiernamaals-verwachting van het christendom niet bepalend geweest voor de moraal van gelijkheid. De christelijke naastenliefde en de liefde tot God ontstonden primair uit deemoed, overgave en zelfverloochening, kortom, uit het vertrouwen dat God zelf zich als liefde in de wereld geopenbaard heeft. Wie dat geloofde gaf zijn hart weg, maar nam daarmee geen levensverzekering voor een leven in een hiernamaals. Aan dat tegenargument van Van Duinkerken ging Gomperts in zijn repliek voorbij. Alle pijlen werden gericht op het scholastieke redeneren, waarmee de dood als dood werd ontkend en de ondenkbaarheid van de dood ten onrechte werd opgevoerd als een argument dat pleitte voor het godsgeloof. Anton van Duinkerken vond immers dat Ter Braak te gemakkelijk voorbijging aan de psychologische onmogelijkheid voor de mens om de dood ook daadwerkelijk als dood onder ogen te zien.</p>
<p>Van Duinkerken had er toen nog geen weet van, dat decennia later de Britse kunstenaar Damien Hirst een dode haai zou laten prepareren in formaline en als kunstwerk in een soort groot aquarium in een museum tentoon zou stellen. Dat kunstwerk wordt tegenwoordig alom beschouwd als een icoon van de hedendaagse  seculiere cultuur. De mens heeft moeite om zijn eigen dood als dood onder ogen te zien. Een dode haai, die levend lijkt te zijn maar dat niet is, roept dit ongemakkelijke gevoel bij uitstek op. Het is de agonie van de seculiere mens, een sublieme gewaarwording die je als het nulpunt van de religieuze ervaring kunt opvatten. Een religieuze ervaring zonder religie wel te verstaan.</p>
<p>Tegelijk markeert deze gewaarwording ook het nulpunt van het nihilistische denken. Kijkend naar de haai van Damien Hirst ziet de hedendaagse mens zichzelf in de meest kale gedaante. Dood is dood. Meer is er niet. Hij hoort andermaal de eerlijke woorden van Ter Braak. Maar had Ter Braak ook gelijk door de dood enkel nog als dood te zien? In deze situatie, kijkend naar dit kunstwerk, zou de hedendaagse museumbezoeker  &#8211; als het aan Van Duinkerken had gelegen -  &#8216;de psychologische onmogelijkheid moeten ervaren om de absoluterende zijnsgedachte uit te bannen&#8217;. Damien Hirst noemde zijn kunstwerk net even anders, maar het komt op hetzelfde neer: <em>The Physical Impossebillity of Death in the Mind of Someone Living</em>. Wie heeft er gelijk, Ter Braak of Van Duinkerken? Volgens Gomperts speelde Van Duinkerken vals met zijn scholastieke manier van redeneren. Zo schrijft hij in <em>Catastrofe der scholastiek</em>:</p>
<blockquote><p>‘Aangenomen nog, dat de psychologische  onmogelijkheid, om een gedachte uit te bannen, impliceert, dat  de inhoud van die gedachte in de realiteit voorkomt (gerede neerd dus op de basis van het thomistisch boerenbedrog, gen aamd: ontologisch realisme), is het duidelijk, dat juist dit  ver-oorzaken een door het nihiliseren achterhaald jurisme is  en dat het geheel niets te maken heeft met wat erop volgt:  geen doodsgedachte zou denkbaar zijn zonder levensbewust zijn. Welja! Met de ‘ontologie’ het begrip ‘zijn’ introduceren, dat niet alleen bij Aristoteles en Thomas, maar ook in  elke filosofische terminologie heel wat meer dan dood en leven  omspant, vervolgens ‘zijn’ door ‘leven’ vervangen, specu lerend op een weinig exact spraakgebruik, dat is niets dan een ondeugdelijke poging tot smokkelarij.‘</p></blockquote>
<p>Die redenering liegt er zo te zien niet om, maar ik vraag me af of hij ook klopt. Verzint de mens zich een hiernamaals uit angst voor de dood of is de doodsangst het ultieme bewijs dat het hiernamaals toch niet zo’n gekke gedachte is?  Volgens Gomperts smokkelt Van Duinkerken met de termen van zijn redenering, zodat zijn betoog ontaardt in een syllogisme. Kijk maar, we zijn bang voor de dood, daarom is er leven in hiernamaals. Het gelijke wordt als conclusie opgevoerd terwijl het al als premisse naar binnen was gesmokkeld. Maar is dat wel zo? Of beter gezegd: doet dit er überhaupt wel toe? Volgens mij laat Gomperts zich vangen in het net van schijnredeneringen, dat Van Duinkerken ten onrechte gespannen heeft over de kernvraag die hier aan de orde is: Is dood dood? Of is er meer? Die ultieme vraag beantwoord je niet door een scholastieke redenering – daarin heeft Gomperts gelijk – maar je kunt de urgentie van die vraag ook niet wegnemen door het onzindelijke karakter van de scholastieke redeneertrant aan de kaak te stellen, en daarmee de valse poging om het grote verschil tussen dood en leven te nivelleren in een kunstig gegoochel van scholastieke termen.</p>
<p>De ideeën van Menno Ter Braak hebben school gemaakt in het naoorlogse Nederland, maar dat wil niet zeggen dat hij achteraf bezien in alles gelijk had. Ter Braak kreeg voor de oorlog weinig weerstand onder Nederlandse intellectuelen, omdat maar zeer weinig mensen Nietzsche echt gelezen hadden. Na de oorlog zette de secularisering zich voort. Processen als ontzuiling en emancipatie hebben een hele generatie in de jaren zestig razendsnel van wereldbeeld doen wisselen. Religie werd een exclusief domein voor dominees, sterker nog voor dummy’s. Het werd iets doms. Iets dat je maar beter niet bekritiseerde, iets dat hooguit bestond om er de draak mee te steken. Zo werd Nederland definitief een land voor nuchtere pragmatici, die zich na het afscheid van domineesland – dat niemand ooit zelf had genomen – pijnlijk gingen generen voor grote woorden en tenslotte zelfs voor ideologische vergezichten.</p>
<p style="text-align: left;">De religie mag dan stilaan verdwijnen, toch blijft het verlangen naar religie bestaan. Grote woorden kun je wel afschaffen, maar niet het verlangen waar ze altijd van hebben geleefd, heeft Frans Kellendonk ooit eens beweerd.  Menigeen blijft nog altijd <em>deep down</em> de illusie koesteren dat er meer is na de dood, ondanks alle schijnredeneringen om die illusie in stand te houden, en scherpzinnige weerleggingen van dit vrome pleidooi voor een oude gedachte. Menigeen ervaart meer dan ooit de fysieke onmogelijkheid om zich de dood ook inderdaad als dood voor te stellen. Zo komt als laatste paradox de conclusie in beeld, die Ter Braak met zijn fascinatie voor de schijnbare tegenspraak bedacht had kunnen hebben: Hoe doder de dood wordt, des te ondenkbaarder wordt de gedachte dat de dood niets anders kan zijn dan dat.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.youtube.com/watch?v=sWQGa-EBxzk&amp;feature=related">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/04/30/de-ondenkbaarheid-van-de-dood/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het anti-moderne modernisme</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/04/28/het-anti-moderne-modernisme/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/04/28/het-anti-moderne-modernisme/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Apr 2010 10:48:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[kunst]]></category>
		<category><![CDATA[literatuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=28283</guid>
		<description><![CDATA[Anton van Duinkerken in 1939 Als critici van de burgercultuur waren Ter Braak en Van Duinkerken tegelijk critici van de modernisering. Volgens de scherpe scheidslijn tussen &#8216;modern&#8217; en  &#8217;anti-modern&#8217; die de Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedschrijving decennialang heeft overheerst, behoren zij wat dat betreft beiden bij het reactionaire kamp. Daaronder is Van Duinkerken inderdaad steevast gerangschikt. Ter [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/IMAGE000112.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-28292" title="IMAGE0001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/IMAGE000112.jpg" alt="" width="360" height="529" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Anton van Duinkerken in 1939</p>
<blockquote><p>Als critici van de burgercultuur waren Ter Braak en Van Duinkerken tegelijk critici van de modernisering. Volgens de scherpe scheidslijn tussen &#8216;modern&#8217; en  &#8217;anti-modern&#8217; die de Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedschrijving decennialang heeft overheerst, behoren zij wat dat betreft beiden bij het reactionaire kamp. Daaronder is Van Duinkerken inderdaad steevast gerangschikt. Ter Braak is echter vrijwel altijd tot de moderne literatoren gerekend, hoewel men meestal wel een ambivalentie in zijn modernisme heeft opgemerkt.&#8217;De onderverdeling in één moderne en één anti-moderne stroming heeft volgens mij überhaupt weinig zin, vanwege het bijna onvermijdelijke achteraf-oordeel. De eerste  vraag zou moeten zijn wat men in de beschreven periode, in dit geval rond 1930,  onder &#8216;modern&#8217; verstond. En dan kan de conclusie niet anders luiden dan dat de  term hevig ter discussie stond. Alle partijen claimden immers &#8216;modern&#8217; te zijn  en de juiste formule voor een wenselijke toekomst te bezitten.</p></blockquote>
<p>Aldus Ewoud Kieft in zijn boek <em>Het plagiaat, de polemiek tussen Menno Ter Braak en Anton van Duinkerken (2006).</em> Kieft wijst in deze passage de zwakke plek van de hedendaagse literatuurhistorie: de misvatting wat &#8216;modernisme&#8217; in werkelijkheid is geweest. Modernisering is volgens hem een dynamisch en geen rechtlijnig proces. Sterker nog, in de vorige eeuw zijn onder de vlag van het modernisme heel verschillende ladingen vervoerd. Soms waren die ladingen zelfs elkaars tegendeel. Het modernisme was in feite een soort &#8216;netto-effect van elkaar versterkende en tegenstrevende intenties&#8217;. Ik ben me momenteel aan het oriënteren in &#8216;de traditie van het modernisme&#8217;, omdat ik merk dat op terrein van de literatuur onder &#8216;modernisme&#8217; iets anders wordt verstaan dan op het terrein van de beeldende kunst. Zo ben geïnteresseerd geraakt in de strategieën die tegenover het modernisme zijn gehanteerd vanuit allerlei geloofssystemen. Ik zie steeds meer parallellen tussen de wijze waarop katholieken al ver voor de oorlog het modernisme hebben weten te incorporeren en de manier waarop andere zuilen daarbij te werk zijn gegaan. Regionalisme (Fries of Vlaams bijvoorbeeld) is ook een zuil of een geloofssysteem, net zoals katholicisme, protestantisme, atheïsme, communisme, socialisme, paganisme etc.</p>
<p>In feite kun je op drie manieren vanuit een dergelijk geloofssysteem het modernisme tegemoet treden:  (1) volledig integreren c. q. assimileren; (2) totaal verwerpen en isoleren; en (3) compartimenteren, dwz: deels verwerpen en deels integreren, zodat een eigen variant van  modernisme ontstaat. Vanuit die optiek zullen er wellicht heel wat parallellen te trekken zijn tussen tussen de verschillende zuilen. Sinds de jaren zestig is die visie op het modernisme &#8211; onder invloed van de destijds opkomende formele kunst- en literatuurbeschouwing – vooral gefocust geweest op vorm en experiment. In de moderne literatuur, zo luidt dan de redenering, wordt de vorm gesoleerd. Het gaat niet langer om een esthetica van de representatie in dienst van een hoger doel, maar om de esthetica van de onmiddellijke presentatie zonder enig doel. In de vorm uit zich een subliem moment van tegenwoordigheid, dat zich onttrekt aan de traditionele visies op de esthetische ervaring die verbonden waren met christelijke of platonische boven- of achter-werelden. In het moderne kunstwerk &#8211; zo werd voortaan gedacht &#8211; werd een nieuw soort quasi-religieuze gewaarwording manifest gemaakt, die niets met de metafysica van het christendom te maken had. De esthetischer ervaring werd zoals Borges het ooit heeft verwoord: &#8216;een ophanden zijnde onthulling die zich <strong>niet </strong>voltrekt.&#8217; Moderne kunst en literatuur hebben immers een esthetica zonder God, wat niet wil zeggen dat kunst niet langer haakt naar het mystieke.</p>
<p>Voor de literatuur lag het credo van het modernisme niet zozeer in de formele reductie tot taal en teken, maar in het geloof dat een literair kunstwerk een eigen presentie heeft, een eigen authentieke aanwezigheid in een talig domein, al dan niet als uitdrukking van een oorspronkelijk subject dat toegang heeft tot een – tot op zekere hoogte – kenbare of uit te drukken werkelijkheid. Het probleem van de modernisten lag in de vraag hoe je een innerlijke werkelijkheid op formele wijze zichtbaar of ervaarbaar kon maken voor anderen. In zijn essay <em>Hamlet and his problems</em> (1920) schreef T.S. Eliot over een ‘objectief correlatief’, een element in een literaire tekst (i.c.: een reeks objecten, een situatie of een keten van gebeurtenissen), dat de formule zal zijn voor een specifieke emotie (van de auteur), zodat de emotie – als de uitwendige feiten gegeven zijn, die in een zintuiglijke ervaring moeten resulteren – onmiddellijk (bij de lezer) wordt opgeroepen.</p>
<p>Dit ‘objectief correlatief’ was &#8211; ondanks zijn onmiddellijke presentie &#8211; in feite representerend van aard, niet zozeer omdat een kunstwerk op enigerlei wijze de wereld weerspiegelt, maar omdat een talige representatie van een mentale toestand van de auteur door een lezer als zodanig herkend kan worden. In feite behoorde dit ’objectief correlatief’ tot de klassieke mediatheorieën, met zijn onderscheiden eenheden van zender, ontvanger en boodschap. Het bestaanrecht van dit ‘objectief correlatief’ werd door de modernisten niet betwist. Zij gingen er vanuit dat taal niet alleen feiten kan afbeelden, maar ook emoties kan oproepen, bijvoorbeeld in een gedicht. Verstand en gevoel – zo ontdekte men – lopen in het afbeeldingsproces van de taal nogal eens door elkaar heen. De filosoof Wittgenstein probeerde aanvankelijk nog de afbeelding van feiten en het oproepen van emoties uit elkaar te houden, om te voorkomen dat deze twee registers werden verward. Zo ging ook zijn <em>Tractatus </em>(1921) nog uit van een ‘objectief correlatief’ tussen de woorden en de ‘betekende’ dingen, een relatie die weliswaar arbitrair was, maar in een verhouding van één op één in ‘atomaire feiten’ te analyseren viel.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/wittgenstein1.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-28296" title="wittgenstein1" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/wittgenstein1.jpg" alt="" width="352" height="455" /></a></p>
<p>In het modernisme was het subject nog niet dood. Alleen God was dood, tenminste bij de échte modernisten, die vorm en experiment hoog in het vaandel hadden. Maar er waren ook nog heel wat modernisten die in zoiets als God bleven geloven. Gaandeweg raakte hun aandeel in het debat uit beeld, zeker na de Tweede Wereldoorlog, toen de moderne esthetica steeds meer als een talig communicatiesysteem &#8211; in de zin van Wittgenstein &#8211; werd opgevat. De psychologie maakte plaats voor de semiotiek en zo kwamen vorm en experiment steeds meer als exclusieve kenmerken van het modernisme naar voren. Het idee dat er ook een meer traditionele hoofdstroom binnen het modernisme heeft bestaan raakte zo buiten beeld. Kenmerkend voor deze perspectiefvernauwing is de studie van J. J. Oversteegen <em>Vorm of Vent</em> uit 1969. Hij behandelt hierin het cruciale debat over vorm of vent in de jaren dertig, maar gaat daarbij slechts indirect in op de levensbeschouwelijke discussies die hiermee annex waren. Oversteegen gaat ook in op het brede spectrum van katholieke en jong-katholieke auteurs uit het interbellum, maar is daarbij niet zozeer inhoudelijk geïnteresseerd in hun levensbeschouwing, als wel in het verband dat er bestond tussen die levensbeschouwing en hun opvatting over de modernere esthetica, in casu de verhouding tussen vorm en vent.</p>
<p>Anders gezegd: moderne literatuur is autonoom en heeft niet inhoudelijk met religie of levensbeschouwing van doen. Dat was ook de aanvankelijke inzet van de polemist Ter Braak. Hij wilde de literatuur bevrijden uit zijn wollig isolement van puur esthetische vormen om zo de authentieke literator (de vent) achter zijn literatuur in beeld te krijgen. Daarmee was Ter Braak in feite anti-modern. Het ging hem om de authentieke persoon en niet om de autonomie van de kunst. Maar meer nog ging het om de inhoud van de levensbeschouwing die de kunstenaar als persoon middels zijn kunst op authentieke wijze aan de wereld kenbaar maakte. Ter Braaks belangstelling was dan ook primair gericht op de levensbeschouwing als zodanig en daar wilde hij over strijden. Na het puinruimen in het vorm-vent-debat kon de ware polemiek met open vizier worden aangegaan. Voor dit ultieme debat op het scherp van de snede vond hij uiteindelijk in de persoon van Anton van Duinkerken de ideale, en ook in veel opzichten gelijkwaardige opponent.</p>
<p>Die inhoud van dat debat tussen Ter Braak en Van Duinkerken is achteraf voor veel hedendaagse literatuurbeschouwers verdacht geworden, zeker als het gaat om religie, om nog maar te zwijgen over zoiets halfzachts als het katholicisme. Modern en katholiek – zo luidt nu de meest gangbare opvatting &#8211; zijn onverzoenbare tegenpolen, maar die  constatering gaat voorbij aan traditie van  katholieke moderniseringsbewegingen, die zich in het begin van de vorige eeuw op het terrein van de esthetica hebben aangediend. Dat katholieke modernisme was in feite een ‘anti-modern modernisme’ en voegde zich daarbij in een breed scala van anti-moderne moderniseringsbewegingen die vooral na de Eerste Wereldoorlog om voorrang streden. Het ging er in die tijd om wie zich de term ‘modern’ met recht mocht toe-eigenen. De inzet van dit debat was veel meer van  levensbeschouwelijke aard dan men tegenwoordig zou geloven, als men de studies over die tijd leest. Zo heeft Ewoud Kieft scherpe kritiek op de eenzijdige visie op Ter Braak die tot uiting komt in de biografie van Léon Hanssen. Pas in het levensbeschouwelijk debat met van Duinkerken komt de ware Ter Braak naar voren. Kieft verwoordt deze kritiek onder meer als volgt.</p>
<blockquote><p>Daarmee schetst hij (Léon Hanssen) een beeld van Ter Braak als intellectueel die in een op komende massacultuur zijn eigenheid probeert te behouden door een &#8216;spel&#8217;  van wisselende identiteiten. Hanssen interpreteert de meeste Ter Braak-teksten  volgens deze theorie naar postmodernistische snit; volgens mij buitenproportioneel. In de gehele historiografie van Ter Braaks werk is überhaupt opvallend  weinig geschreven over wat volgens mij de rode draad vormt in zijn oeuvre: de  levensbeschouwelijke problematiek waarmee de post-christelijke cultuur zich geconfronteerd zag.</p></blockquote>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=AO4DeDWjoZ0&amp;feature=related">zie en luister</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/04/28/het-anti-moderne-modernisme/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bian de wagenmaker</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2010/04/26/bian-de-wagenmaker/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/04/26/bian-de-wagenmaker/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 26 Apr 2010 07:01:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[kunst]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=28176</guid>
		<description><![CDATA[Met een zachte bries in de rug, terwijl het kwik steeg tot boven de twintig graden, fietste ik gisteren van Heerenveen naar Donkerbroek. In dit verlaten landschap van eindeloze compagnonsvaarten kom je vrijwel niemand tegen, zelfs niet op de eerste mooie dag van het jaar. Ik moest een tentoonstelling openen van Marty Poorter en Jan [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/zhuangzi.gif"><img class="alignnone size-full wp-image-28178" title="zhuangzi" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/zhuangzi.gif" alt="" width="353" height="450" /></a></p>
<p><strong><em>Met een zachte bries in de rug, terwijl het kwik steeg tot boven de twintig graden, fietste ik gisteren van Heerenveen naar Donkerbroek. In dit verlaten landschap van eindeloze compagnonsvaarten kom je vrijwel niemand tegen, zelfs niet op de eerste mooie dag van het jaar. Ik moest een tentoonstelling openen </em><em>van <a href="http://www.martypoorter.nl/paginas/nieuw.html">Marty Poorter</a> en <a href="http://www.jandebruin.net/index.html">Jan de Bruin </a>in  Galerie Huize Hynsteblom. Die galerie ligt </em><em>in een oase van bloemen en paarden ergens tussen Moskou en Petersburg, die stille uithoek van Friesland waar Domela Nieuwenhuis ooit zijn verlossende preken hield. Tentoonstellingen openen doe ik al meer dan dertig jaar. Thuis heb ik een map met meer dan honderd &#8216;preken in de provincie.&#8217; Ik vind het nog altijd mooi om te doen, temeer omdat je niet alleen kunst en kunstenaars leert kennen, maar ook de meest wonderlijke mensen ontmoet. Zo ging het ook gisteren, maar dat is een ander verhaal. Dit is het verhaal van de opening. Ik sprak in een paardenstal, staande achter een katheder van stro. </em></strong></p>
<p style="text-align: center;"><em><em>***<br />
</em></em></p>
<p style="text-align: left;">
<blockquote>
<p style="text-align: left;"><em>Bian de wagenmaker zei: &#8220;Ik beschouw dit vanuit mijn vak. Als ik een wiel maak en ik te voorzichtig werk, wordt het niet rond. ga ik te vlug te werk, dan past het niet. Noch te zacht, noch te hard, mijn hand werkt in harmonie met mijn hart en mijn verstand, maar de mond kan het niet uitleggen. Tussen het woord en de handeling ligt een enorme afstand. Ik kan het zelfs niet aan mijn zoon leren en mijn zoon kan het niet van mij leren. Daarom moet ik nu nog op zeventigjarige leeftijd zelf wielen staan maken. Zo hebben de mensen van vroegere ook de kunst die zij niet konden overdragen meegenomen in het graf. Daarom zeg ik: de woorden die u hoort zijn maar afval. </em></p>
</blockquote>
<p>Deze woorden zijn niet van mij, maar van Zhuang Zi, een Chinees filosoof uit de  vierde eeuw voor Christus. Hij zegt iets over de leraar en de leerling, over de onmogelijkheden om datgene wat de leraar vanzelfsprekend is -  het geheim van de smid, de fijne kneepjes van het vak, de intuïtie van het ambacht of het kunstenaarschap &#8211; over te dragen aan de leerling. Het zijn woorden die zelfs na al die eeuwen, die inmiddels zijn verstreken, nog altijd in je hoofd blijven hangen. Ervaring kun je niet overdragen. Je kunt het in ieder geval niet op papier zetten of in woorden uitspreken. Als je dat doet, zijn de woorden slechts afval. Je kunt wat je jezelf hebt aangeleerd hooguit voordoen, maar dan nog. Of de leerling werkelijk ziet wat je doet en het vak zo gaat leren, moet je dan nog maar afwachten. Er kan een vonk overslaan, maar die vonk kun je niet afdwingen. Je mag hooguit hopen dàt het gebeurt. En als het gebeurt, dan weet de leraar achteraf niet wat hij nu precies heeft gedaan om de leerling op het spoor te zetten, zodat hij of zij het zelf ging zien en vervolgens ook ging doen. Tussen het woord en de handeling ligt een enorme afstand.</p>
<p>Ik moest aan die woorden denken, toen ik van de week aan Marty Poorter vroeg wat zij van die ene leraar op de academie nu precies heeft geleerd. Wat is het geheim geweest van de smid? Wat was de invloed van die leraar die nu wellicht na twintig jaar nog in haar werk is te zien. Waaròm eigenlijk heeft ze juist deze leraar uit haar academietijd gevraagd om hier vandaag samen met haar te exposeren. Want &#8211; als u het nog niet wist -  het zijn leraar en leerling, van wie hier vandaag week is te zien. Twintig jaar geleden verliet Marty Poorter Academie Minerva in Groningen, waar Jan de Bruin toen al zo’n jaar of tien als docent werkzaam was. Dit is een jubileumtentoonstelling dus. Twintig kaar kunstenaarschap, maar ook een hernieuwde ontmoeting in de tijd.</p>
<p>Op mijn vraag wat die invloed van de leraar op de leerling is geweest, kreeg ik geen duidelijk antwoord. Het was zoiets als een houding, een mentaliteit, een soort chemie tussen twee wellicht verwante karakters, vanwaaruit kennelijk die magische vonk kon ontstaan, zoiets wat tegenwoordig met een mooi woord wel ‘de overdracht’ wordt genoemd, het leermoment, dat geheime verband tussen het woord en de handeling dat zo moeilijk te benoemen is. Alle woorden die je er verder aan besteedt zijn als afval. Tussen het woord en de handeling, zei de filosoof Zhuang Zi, ligt een enorme afstand. ‘Ik kan het zelfs niet aan mijn zoon leren en mijn zoon kan het niet van mij leren.’</p>
<p>En toch als u straks de tentoonstelling zult gaat zien, zult u wellicht &#8211; net als ik &#8211; tot de conclusie komen, dat er een verwantschap bestaat tussen het werk van de leraar en de leerling, als is het moeilijk te benoemen waar die overeenkomst nu precies ligt. Beiden laten in hun werk iets van hun innerlijk zien, als een directe registratie van het gevoel. Marty Poorter in een bijna grafische manier van schilderen, waarin de expressieve lijn van de voorstelling lijkt neergezet zoals een seismograaf een binnenwereld registreert. Zo schildert zij beelden van mensen en dieren die telkens weer om aandacht vragen op een doorleefd oppervlak van kleuren en texturen. Jan de Bruin daarentegen werkt meer als een chroniqueur die zijn alledaagse associaties optekent als in een dagboek. Het zijn ogenschijnlijk argeloze tekeningen op klein formaat die in een doorlopende serie ontstaan en elkaar aanvullen als een verhaal in de tijd. Portretten zijn het vaak, mensen dus die in een voortgaande lijn of met een vluchtig gebaar van de hand aan het papier zijn toevertrouwd. Jan de Bruin tekent letterlijk in de stroom van de tijd. ‘Als een reizende geest die zijn afgrenzingen zoekt’, zoals hij dat zelf eens heeft benoemd.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/無-cursive-order.gif"><img class="alignnone size-full wp-image-28189" title="無-cursive-order" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/04/無-cursive-order.gif" alt="" width="302" height="302" /></a></p>
<p>Er valt een gat in mijn geheugen. Ik val in een luchtzak van de tijd. Ik zoek naar een tekst en vind die, ver weg, verstopt in mijn boekenkast. Het is een catalogus van meer dan dertig jaar geleden. Een kunstmanifestatie in Leeuwarden, waar Jan de Bruin aan deelnam. We schrijven september 1978. Ikzelf was nog pas een jaar in Friesland en Jan de Bruin deed mee aan dit gebeuren met een project dat de sporen van de tijd in zich droeg, maar ook zelf zijn sporen naliet <em>in </em>de tijd. Zo schreef hij in die catalogus het volgende:</p>
<blockquote><p>Open bekentenis:<br />
Ik<br />
Ik heb geen tijd<br />
Deze week<br />
De tijd te laten zien<br />
Daarom zet ik die tijd maar even stil –<br />
Sinds november 1977 probeer ik<br />
mijn dromen te visualiseren<br />
2 september j.l. droomde ik, dat<br />
ik een vrouw werd en voelde me<br />
zoals EVA zich indertijd moet<br />
hebben gevoeld, toen zij in de<br />
granaatappel beet</p>
<p>Ik schaamde mij over mijn baard<br />
En probeerde hem te verbergen<br />
Toch bleef ik een warm, rood gevoel<br />
Van deze droom overhouden.</p></blockquote>
<p>In een pand in de Minnemastraat in Leeuwarden liet Jan de Bruin destijds de visualisaties zien van zijn dromen, een documentair proces in de tijd, waarmee hij al bijna een jaar mee bezig was geweest. Het was de tijd van de projectkunst, van installaties en performances, vluchtige kunst die afspeelde in de stroom van de tijd. Houdingen werden tot vormen verheven, of zoals de titel luidde van de beroemde tentoonstelling een paar jaar daarvoor: ‘<em>When attitudes become forms’</em>. In vrijwel alle projecten werden subjectieve gewaarwordingen geobjectiveerd in formele handelingen die al dan niet werden geregistreerd of gedocumenteerd. Micro-emoties werden vertaald in formele structuren.</p>
<p>Jan de Bruin exposeerde in de jaren zeventig onder meer in het Fries Museum samen met kunstenaars als Silvia Steiger en Fritz Rahmann, Geert Duintjer en Ruudt Peters. Dat is een generatie van kunstenaars die ook mijn generatie is, want het was de tijd dat ik met mijn werk begon. Ik 1977 kwam ikzelf naar Friesland. Jan de Bruin ging er een paar jaar later al weer weg om in Groninger zijn loopbaan te vervolgen. Zijn werk ontwikkelde zich en voegde zich in de tijd. Wilde schilders namen de plaats in van conceptuele kunstenares. De kunstenaar Jan de Bruin werd leraar, maar bleef tegelijk ook kunstenaar, om zo uiteindelijk ook Marty Poorter als leerling op zijn pad te ontmoeten. Twintig jaar geleden ging ook zij haar eigen weg als kunstenaar. Een late roeping was het, maar beter laat dan nooit. Want wat is tijd?</p>
<p>Deze tentoonstelling roept bij mij een gevoel op van de tijdelijkheid der dingen, maar tegelijk een herinnering die blijft en daar bovenuit stijgt. Twaalf jaar geleden opende ik al eens eerder een tentoonstelling van Marty Poorter, destijds in Oudkerk  en vandaag opnieuw, hier ergens tussen Moskou en Petersburg, een verlaten uithoek van Friesland, waar de tijd lijkt stil te staan. <em>De tiid hâldt gjin skoft,</em> zeggen de Friezen. Hij knaagt aan alles en is onherroepelijk. Soms kruisen onze wegen elkaar en dan gaan ze weer voor jaren uiteen. In een van de ogenschijnlijk vluchtige notities van Jan de Bruin las ik een zin, die wellicht alles samenvat. <em>‘</em>Eigenlijk nu ik terugdenk aan alle tijden en één voel hoe alles is of was, weet ik zeker hoe ik boven alle echo’s uitstijg.<em>’ </em></p>
<p>Dat zijn mooie woorden, gelaten en wijs, Chinees bijna in hun aanvaarding van de loop der dingen, de eigen weg die de tijd gaat en waarvan het geheim ongrijpbaar is, ook voor een kunstenaar en zelfs voor een leraar. Of om nogmaals met Zhuang Zi te spreken. Zo hebben de mensen van  vroegere ook de kunst die zij niet konden overdragen meegenomen in het graf. Daarom zeg ik: de woorden die u hoort zijn maar afval.</p>
<p><em> </em></p>
<p><em><a href="http://www.youtube.com/watch?v=rAOW0p-xGa0">zie en luister</a><br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/04/26/bian-de-wagenmaker/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
